RENAULT "R8" RENAULT ORGANISATIE: FEITEN EN CIJFERS. RENAULT régie nationale - grootste automobielproducent vann Frankrijk - 11 fabrieken in Frankrijk - 16 assemblagefabrieken in de resst van de wereld - ruim 60.000 werknemers - en 5.000 toeleveranciers I - PRODUCTIE APPARAAT. IN FRANKRIJK (belangrijkste fabrieken) - Billancourt 35.300 werknemers Vervaardiging van motoren, mecha- nische componenten en fabricage van personen- en bedrijfswagens. Eigen gieterijen. - Le Mans 8.000 werknemers Vervaardiging van onderdelen voor personenwagens. Fabricage van landbouwtrekkers. Eigen gieterijen en lakfabriek. - Flins 8.000 werknemers Vervaardiging van carrosserie- elementen (persengallerij). Montage van de Dauphine, Ondine, Gordini en R-4 bestelwagen. - Cléon 2.300 werknemers (nabij Rouaan) Aluminium gieterij. vervaardiging van motoren en versnellingsbakken - In de wereld Voorts beschikt Renault over montagefabrieken in België, Ier- land, Spanje, de Philipijnen, Australië, Nieuw-Zeeland, Zuid- Afrika, de Ivoorkust, Algiers en Tunis. Ook worden Renaults geassembleerd in Italië (door Alfa Romeo), in Argentinië (door Industria Kaiser Argentina), in Mexico (door Diesel Nacional), in Brazilië (door Willys Overland do Brazil) en wor- den onder licentie gebouwd in Ja- pan (door Hino Diesel). Tenslotte wordt een nieuwe Renault assemblagefabriek in Madagascar gebouwd. II - PRODUCTIE PROGRAMMA. - Personenwagen: R-3, R-4, R-4L, R-4 Super, Dauphine, Ondine, Gordini, Floride "S" en Caravelle - Bestelwagen R-4 - Frontstuurstadsbestelwagens: Estafette (3 modellen, t.w. normale uitvoering, type met verhoogd dak en open pick-up) - Microbus Estafette - Frontstuurbestelwagen 1.000 kg. "Voltigeur" - Frontstuurbestelwagen 1.400 kg. "Goélette" - 2,5 tons frontstuurvrachtwagen "Gallion" - Landbouw- en speciale tuinbouwtractoren, ver- vaardigd door de DIVISION DU MATERIEL AGRICOLE. - De Renaultfabrieken rusten hun werkplaatsen uit met de wereldberoemde transfermachines, ont- wikkeld en gebouwd door eigen technici. De af- deling RENAULT MACHNINES-OUTILS vervaardigd en verkoopt deze speciale machines ook aan andere ondernemingen in Frankrijk en in het buiten- land. - RENAULT ENGINEERING (Société d'Etudes et de Réalisations Industrielles) adviseert, ontwerpt en bouwt fabrieken en fabrieksoutillage op elk industrieel gebied. III - PRODUCTIECIJFERS. Sinds 1945 heeft Renault meer dan 4 miljoen automobielen gebouwd. Gedurende het eerste kwartaal van 1962 bereikte de R.N.U.R. een productietotaal van 139.833 voertuigen waarvan: 122.567 personenwagens 12.831 bedrijfswagens 4.435 landbouwtractoren Wat de personenwagens betreft, vertegenwoordigt Renault's productiecijfer momenteel ongeveer 40% van het Franse totaal. (323.500 automobielen) - De dagproductie van Renault bedraagt op het ogenblik ± 2.400 wagens. - De vorig najaar geintroduceerde nieuwe R-4 wordt thans reeds gebouwd in een cadans van 1.000 wagens per dag. - In maart j.l. liep reeds de 80.000ste R-4 van de band. IV - EXPORT. Door de levering van 198.861 personenwagens bui- ten de z.g. "France Zone", vertegenwoordigde de export van Renault gedurende 1961 liefst 53.24 % van het Franse exporttotaal. Gedurende het eerste kwartaal van 1962 heeft Renault reeds 60.000 personenwagens geëxporteerd. Het succes van de nieuwe R-4 wordt wel duide- lijk gekenschetst door het feit, dat bijna 40 % van de huidige productie wordt geëxporteerd.
EMBARGO - Wij verzoeken U deze gegevens niet te publi-
ceren vóór 21 juni 1962.
R E N A U L T "R8".
De nieuwe "R8" welke Renault hiermede aan U voorstelt
is een in elk opzicht geheel nieuw model. De R8 is groter,
sneller en ruimer dan de Dauphine en is derhalve geen ver-
vanger van dit type, dat Renault voornemens is nog lange
tijd in productie te houden. De introductie van de R8 be-
tekent dan ook uitsluitend een uitbreiding van het Renault
personenwagenprogramma.
De R8 werd ontworpen voor het comfortabel en snel
transport van vier - of zelfs vijf - personen. In de volgen-
de gegevens en beschrijvingen worden ter vergelijking ook
cijfers van de welbekende Dauphine genoemd, aangezien een
dergelijke vergelijking het U gemakkelijker zal maken zich
een indruk te vormen van de nieuwe R8.
AFMETINGEN.
Het grondoppervlak van de nieuwe R8 is ongeveer gelijk
aan dat van de Dauphine. De R8 is weliswaar 5 cm.
langer, doch tevens 3 cm. minder breed. Desondanks is
de R8 van binnen op ellebooghoogte voorin liefst 4,5
cm. breder en achter zelfs 7,5 cm.
In de lengterichting gemeten is het R8-interieur
9 cm. ruimer, waardoor de achterbank-passagiers over
72 cm. beenruimte beschikken wanneer de voorzittingen
op hun middelste stand staan.
De vrije hoogte tussen de voorzitting en het dak
bedraagt 95 cm. en is achter 93 cm.
TOEGANKELIJKHEID.
Vier royale portieren, welke aan de voorzijde schar-
nieren (veilig), garanderen een gemakkelijke instap.
De voorportieren zijn 80 cm. breed, de achterportie-
ren 70 cm. De totale hoogte van de deuropening is 2 cm.
groter dan bij de Dauphine het geval is.
Nieuwe drukknop-bediende portiersloten betekenen
een verhoogde beveiliging en een bijzonder gemakkelijke
bediening. Vanzelfsprekend zijn de achterportieren
evenals bij de andere Renault modellen voorzien van z.g.
kindersloten, waarmee men het per ongeluk van binnen uit
openen van de portieren kan voorkomen.
De beide voorportieren, zowel als het motercompar-
timent zijn met een sleutel af te sluiten.
ZITCOMFORT.
Bij het ontwerp van het interieur is bijzondere aan-
dacht besteed aan het zitcomfort. Niet alleen zijn
de zittingen royaal bemeten, de achterbank is liefst
1.34 m. breed en elk van de beide stoelen vóór 56 cm.
(bij de Dauphine 50 cm.) - maar bovendien is ook hun
vorm anatomisch aangepast waardoor zij het lichaam
van de inzittenden goed steunen. De voorzittingen zijn
over een afstand van 15,1 cm. verstelbaar.
Behalve vorm en afmetingen, zijn ook de opbouw
en vulling van de zittingen verantwoordelijk voor een
optimaal comfort ter beperking van de rijvermoeidheid.
Wat de samenstelling en constructie van de zittingen
betreft, maakt men gebruik van dezelfde techniek als
bij de laatste typen Dauphine en Floride "S", waarbij
een voorgevormd schuimrubberkussen wordt gedragen
door een frame van zigzag-veren. De bekleding van de
R8-zittingen bestaat uit drie lagen, t.w. jersey,
1 cm. dik schuimrubber en een onderlaag van elastisch
textiel.
UITZICHT.
De R8 heeft een totaal glasoppervlak van 2,5 m2.,
zodat het interieur bijzonder licht is en men een
voortreffelijk uitzicht rondom heeft.
Door de vormgeving van de in het midden sterk af-
lopende neus heeft de bestuurder een direct zicht op
de weg vlak voor de wagen en wordt hem tegelijkertijd
het bepalen van de wagenbreedte bij parkeermanoeuvres
etc. gemakkelijk gemaakt.
Het ontbreken van ventilatieruitjes in de voorpor-
tieren, waarvan de ruit echter geheel naar beneden kan
worden gedraaid, geeft de R8 een bijzonder dunne raam-
stijl tussen vóór- en zijruiten, hetgeen ook alweer het
uitzicht ten goede komt.
De ventilatie van het wageninterieur wordt ver-
zorgd door een verse lucht/verwarmings/luchtverversings-
installatie.
De dashboard-instrumenten zijn samengegroepeerd in
een compact, gemakkelijk afleesbaar paneel, direct in
het zicht van de bestuurder. Boven dit instrumentenpaneel
is een afscherming aangebracht tegen reflectie van de
verlichting van de wijzerplaat in de voorruit, welke af-
scherming deel uitmaakt van de bovenzijde van het dash-
board en bekleed is met matzwart kunstleer.
BAGAGERUIMTE.
De bagageruimte in de neus van de wagen heeft een in-
houd van 240 dm4. De kofferklep scharniert aan de voor-
zijde, evenals bij de Dauphine en kan dus nimmer open-
waaien.
De kofferdekselklep wordt vanuit het wageninterieur
geopend, doch springt automatisch op slot wanneer men de
deksel sluit.
Deze bagageruimte voorin wordt aangevuld door een
bergplaats van 60 dm3 achter de rugleuning van de achter-
zitting en toegankelijk vanuit het interieur.
Bovendien bevinden zich onder het dashboard twee
royale z.g. handschoenkastjes.
VENTILATIE.
De verse lucht wordt aangevoerd via een grille
in het midden voor de voorruit. De bedieningsknoppen
van deze verwarmings/ventilatie-installatie, - voor
het regelen van de temperatuur, het richten van de
luchtstroom op de voorruit of op de voeten, plus een
schakelaar voor de electrische aanjager - zijn op het
dashboard aangebracht.
Aan beide zijden van het dashboard bevinden zich
roosters voor het binnenvoeren van verse lucht; zowel
de opbrengst als de richting van de luchtstroom zijn
regelbaar.
Het uiterlijk van de R8 weerspiegelt het ruime,
lichte interieur en bezit de functionele balans welke
door de goede ruimteverdeling is verkregen.
De bescheiden buitenafmetingen en de geringe draai-
cirkel (9,25 m. tussen trootoirs of 10,25 m. tussen mu-
ren) bestempelen de R8 tot een wagen geheel aangepast
aan de noodzakelijke parkeermanoeuvres en het kruip-door-
sluip.door spelen van het hedendaagse stadsverkeer.
De voornaamste technische componenten van de R8
(motor, voortrein, achterbrug, remmen) zijn in wezen
gelijk aan die welke voor de nieuwe Floride "S" en
Caravelle worden gebruikt. Zij zijn ontworpen voor maxi-
male prestaties en optimale betrouwbaarheid.
De motorkarakteristiek werd echter aangepast aan
het feit dat de R8 niet, zoals de Floride en de Cara-
velle, voor de sportief ingestelde rijder is bedoeld.
Motorische soeplesse is voor dit type wagen immers be-
langrijker dan topvermogen.
De R8 zal, afhankelijk van zijn bestemming, gele-
verd worden met de 4-versnellingsbak welke ook in de
Floride wordt gebruikt, of met een volledig gesynchro-
niseerde 3-bak.
A L G E M E N E B E S C H R I J V I N G
T E C H N I S C H E B I J Z O N D E R H E D E N
- Vierdeurs 4/5-persoons sedan.
- Zelfdragende stalen carrosserie
- Watergekoelde 4-cilinder-in-lijnn kopklepmotor
met een cilinderinhoud van 956 cc, achterin gemon-
teerd; gesloten koelsysteem.
- Enkelvoudige droge-plaatkoppelinng.
- Alternatief; volledig gesynchronniseerde 3-versnel-
lingsbak of 4-bak, waar van de drie hoogste over-
brengingen van synchromisch zijn voorzien. Schakel
hefboom centraal op de wagenvloer.
- Kroon en pignonwiel, alsmede diffferentieel onder-
gebracht in het versnellingsbak-carter.
- Aandrijving van de achterwielen d.m.v. twee aan-
drijfassen met elk 1 gewrichtskoppeling (pendel-
assysteem).
- Tandheugel stuurinrichting met ccompensatieveer
voor centrering van de voorwielen.
- Onafhankelijke wielophanging ronndom met schroef-
veren; telescopische schokbrekers met rubber diabo-
lo voor veringsprogressiviteit en op de voortrein
een torsiestabilisator.
- Hydraulisch bediende schijfremmeen rondom, mechanische
handrembediening op de achterwielen.
- 12-volts elektrische installatiee.
Maten en Gewichten.
Gewicht:
Rijklaar 725 kg.
Maximum toelaatbaar gewicht 1.050 kg.
Afmetingen:
Lengte 3.995 mm.
Breedte 1.490 mm.
Hoogte (onbelast) 1.410 mm.
Hoogte (belast) 1.370 mm.
Wielbasis 2.270 mm.
Spoorbreedte vóór 1.256 mm.
Spoorbreedte achter 1.226 mm.
Grondspeling (belast) 145 mm.
Draaicirkel 10.25 m.
Draaicirkel tussen trottoirs 9.25 m.
Bandenmaat 145 x 380
Inhoudsmaten:
Koelvloeistof (incl.verwarmings- 6,9 l.
systeem)
Motorcarter 2,5 l.
Versnellingsbak 1,6 l.
Benzinetank 31 l.
Rijsnelheid:
Wegsnelheid per 1.000 omw./min.
van de motor in de hoogste ver-
snelling 24,47 km/u.
Topsnelheid 125 km/u.
CARROSSERIE.
Opbouw.
De carrosserie van de R8 is een zelfdragende con-
structie van aan elkaar gelaste, geperst stalen
panelen, waarbij de wagenbodem een integraal deel
uitmaakt van de body.
Beweegbare panelen.
- Vier portieren, aan de voorzijdee opgehangen op
scharnieren, binnen de carrosseriebeplating.
- Kofferdeksel aan de voorzijde sccharnierend en voor-
zien van een verende openhouder.
- Reservewiellade aan de voorzijdee onder de bumper
gemonteerd, en naar beneden toe open scharnierend.
- Motorkap aan voorzijde scharnierrend, voorzien van
verende openhouder en van buitenaf met een sleu-
tel afsluitbaar.
Spatborden.
- De spatbordpanelen zijn met boutten aan de carrosse-
riestructuur bevestigd en zijn dus bij aanrijdings=
beschadiging gemakkelijk te vervangen.
Bumpers.
- Zowel vóór- als acchterbumpers bestaan uit drie
delen, de z.g. overriders zijn voorzien van een
rubber stootstrip.
Sloten.
- De beide voorportieren, alsmede de motorkapdeksel
zijn af te sluiten met behulp van de sleutel van
het onstekings/stuurslot.
- De kofferdeksel wordt geopend dooor een handle
onder het dashboard, doch valt automatisch op
slot.
- De reservewiellade wordt geopendd door een handle
aan de binnenzijde van de bagageruimte in de
neus.
Reflectoren.
- Aan de achterzijde zijn door glaas bescherm-
de reflectoren aangebracht.
Portieren.
- Portierhandle met drukknop aan dde buitenzijde.
- Portierruiten; vóó;r geheel naar beneden te
draaien, achter schuifruiten.
Richtingaanwijzers.
- De richtingaanwijzer-clignoteurss worden bediend
door een zelf terugkerend handle, aangebracht
onder het stuurwiel aan de rechterzijde van de
stuurkolom.
- De clignoteurlichten vó&ooacute;r zijn ondergebracht
onder de koplampen en achter in de achter/stop-
licht units.
Ruitenwissers.
- Elektrische ruitenwissers met veerchroomde armen,
bediend door een schakelaar met drie posities;
met kan hierdoor de wissers in ieder stand
stoppen, waarna doordrukken in de derde schake-
laarstand de wissers uit het gezichtsveld doet
verdwijnen.
Ruitensproeier.
- Mechanische ruitensproeier, bediiend door een
knop op het dashboard. Het ruitensproeierreser-
voir is ondergebracht aan de achterzijde van het
bagagecompartiment in de neus van de wagen.
Claxon.
- Enkele claxon voor stadgebruik; dubbele voor op
de grote weg. Wordt bediend door schakelaar aan
de linkerzijde van de stuurkolom.
Verwarming.
- De R8 verse-lucht/verwarmings/veentilatie-instal-
latie garandeert een steeds aangename en comfor-
tabele temperatuur in het wageninterieur.
De buitenlucht komt binnen via een inlaatgrille
midden onder de voorruit, waar er door de vorm
van de wagen een zekere overdruk hherst en de
luchtstroom vrij is van stof en uitlaatdampen,
afkomstig van directe voorliggers. Vanaf deze
grille komt de verse lucht terecht in een geslo-
ten trommel, aan de achterzijde van de bagageruim-
te, van waaruit zij op twee manieren in het wa-
geninterieur kan worden toegelaten:
1) als verse ventilatielucht via de roosters,
aangebracht aan beide zijden van het dashboard;
deze roosters zijn beweegbaar, waardoor men zo-
wel de hoeveelheid binnengevoerde verse lucht
kan regelen, als ook de luchtstroom kan rich-
ten.
2) al dan niet verwarmd via de warm-waterkachel,
aangebracht onder het dashboard. De verwarmings-
installatie is voorzien van een elektrische
blower. De warmwater-doorvoer van de kachel kan
worden geregeld, waarmee men ook de temperatuur
van de binnenkomende luchtstroom in de hand
heeft. Bovendien kan men de luchtstroom richten
op de voorruit of op de voeten. De vier bedie-
ningsknoppen van de verwarmingsinstallatie be-
vinden zich in het midden van het dashboard.
Dashboardinstrumenten.
De instrumenten zijn gegroepeerd in een paneel,
aangebracht direct in het gezichtsveld van de be-
stuurder, en voorzien van een met matzwart kunst-
leer overtrokken afscherming, tegen reflectie van
de wijzerplaatverlichting in de voorruit.
Het instrumentenpaneel omvat:
- kilometertotaalteller
- snelheidsmeter, gecalibreerd tott 150 km/h.
- benzinevoorraadmeter
- waarschuwingslampje dynamolaadsttroom
- waarschuwingslampje richtingaanwwijzers
- waarschuwingslampje oliedruk
- waarschuwingslampje watertemperaatuur (brandt
zowel wanneer de motor nog niet zijn werktempe-
ratuur heeft bereikt, als wanneer de temperatuur
te hoog oploopt).
Dashboard.
Het dashboard omvat:
- in het midden; een asbak
- rechts; plaats voor de inbouw vaan een radio,
normalerwijze afgedekt door een deksel met het
merkembleem van de wagen
- links; het instrumentenpaneel
- onder; aan beide zijden een royaale handschoe-
nen- of kaartenbergplaats
Langs de onderzijde van het dashboard is een met
zwart kunstleer bekleedde stootrand aangebracht.
Ook de bovenzijde van het dashboard is bekleed met
matzwart materiaal.
Bedieningsorganen.
- Verlichting: verlichtingsselectiieschakelaar voor
stads- dim- en groot licht, aangebracht links
onder het stuurwiel op de stuurkolom; hoofd-
schakelaar voor de verlichting op de stuurkolom.
- Claxons: bediend door het indrukkken van de ver-
lichtingsselectieschakelaar; keuze stads/grote-
weg claxon door schakelaar op stuurkolom.
- Richtingaanwijzers: zelfterugkerrende schakelaar
rechts onder het stuurwiel.
- Contactschakelaar en starter: onndergebracht in
stuurslot.
- Gaspedaal: orgeltype plankje mett rubber bekleed.
- Versnellingshandle: centraal op wagenvloer.
- Handrem: tussen beide voorzittinngen.
- Stuurwiel: komvormig veiligheidssstuur met twee
spaken (zwart).
- Verwarming/ventilatie: vier bediieningsorganen in
het midden op het dashboard.
- Ruitensproeier: drukknop links oonder dahboard.
- Ruitenwissers: schakelaar links op dashboard.
- Achteruitkijkspiegel: binnenspieegel aan de boven-
zijde van de voorruit.
Interieurverlichting.
Automatisch inschakelende binnenverlichting, aange-
bracht aan de achterzijde van de achteruitkijkspie-
gel.
INTERIEURAFWERKING.
Vloerbedekking: de vloerbedekking bestaat zowel vóór
als achter uit een rubbermat, rustend op een laag
schuimplastic.
Wielkasten vóór: bekleed met kunstleer.
Dak: bekleed met afwasbaar geplastificeerd en
geperforeerd materiaal.
Deuren: geheel bekleed met kunstleer.
Drempels: afgezet met hoogfinish aluminium.
Zittingen: Vóór en achter geheel bekleed met elas-
tisch textielmateriaal.
ZITTINGEN.
Vóór twee individuele stoelen in de lengterichting
verschuifbaar over een afstand van 15,1 cm.
Achter twee/driepersoons bank over de gehele wagen-
breedte.
BAGAGERUIMTE.
Koffer vóór inhoud 240 dm3.
Extra bagagebergplaats van 60 dm3.achter de rug-
leuning van achterbank.
Twee royale handschoenen/kaarten bergplaatsen links
en rechts onder het dashboard.
VEILIGHEIDSVOORZIENINGEN.
- Stootrand aan de onderzijde van het dashboard en
bovenzijde voorruit.
- Niet-uitstekende deurknoppen binnnen en buiten.
- Komvormig veiligheidsstuurwiel.
- Z.g. kindersloten op de achterpoortieren.
Kleuren.
Zwart
Rood
Blaauw
Wit
Geel
Grijs
Blaauw métalisé
Beige métalisé
INTERIEURAFMETINGEN. Vóór Achter
Breedte op ellebooghoogte 1.285 mm. 1.295 mm.
Breedte zitkussens 2 x 560 mm. 1.340 mm.
Afstand zitkussen-dak
(met ingedrukt kussen) 950 mm. 930 mm.
Breedte der portieren 800 mm. 700 mm.
Afstand tussen vóór- en
achterzitting:
minimum 160 mm.
maximum 310 mm.
Bagageruimte (inhoud) 240 dm3 60 dm3
M O T O R.
De ervaringen opgedaan met de motor van de 4 pk en
Dauphine stelden de Renault-technici in staat een ge-
heel nieuwe, hypermoderne krachtbron te ontwikkelen,
welke met behoud van de karaktereigenschappen die
het voorgaande type zo succesvol maakten, ook we-
zenlijke verbetringen biedt in de vorm van een ho-
ger rendement en nog grotere soeplesse.
Hoewel deze nieuwe motor met zijn grotere cilinder-
inhoud meer vermogen kan leveren, bezit hij hetzelf-
de lage eigengewicht als de kleinere R4 en Dauphine
motoren.
Technisch gesproken is de kracht bron van de R8
vergelijkbaar met de motor welke in de nieuwe Flo-
ride "S" en Caravelle wordt gemonteerd. Het is
echter niet dezelfde machine, wnat in verband met
de eisen die voor een gebruikstoerwagen worden ge-
steld, is de karakteristiek door een lagere compres-
sieverhouding en een gewijzigde soeplesse in het lage
toerengebied, dan op een maximum topvermogen.
Constructieve kenmerken.
- Vier-cilinder-in-lijn, vloeistoff gekoeld;
- gietijzeren cilinderblok met nattte voeringen;
- lichtmetalen cilinderkop met schhuin in de kop
hangende kleppen;
- klepbediening d.m.v. stoterstanggen en tuimelaars,
doch hoog gemonteerde nokkenas om korte stoter-
stangen te verkrijgen (gunstig bij hoge toeren-
tallen);
- aandrijving nokkenas d.m.v. kettting;
- 5 maal gelagerde krukas.
Bijzonderheden.
In verband met de maximale betrouwbaarheid van een
dergelijke hoogrendementmotor zijn verschillende
constructieve maatregelen genomen:
- De 5 maal gelagerde krukas garanndeert een grote
bedrijfszekerheid en trillingsvrije loop bij ho-
ge motortoerentallen, zelfs met een relatief ho-
ge compressieverhouding.
- De toepassing van een kortere sllag en grotere
boring maakt hogere toerentallen mogelijk bij ge-
lijke zuigersnelheid, terwijl de grotere boring
bovendien betekent dat men kleppen kan monteren
van een grotere diameter, waardoor een betere
cilindervulling kan worden verkregen.
- Het vormen van een lichtmetalen cilinderkop als
z.g. "coquille gietstuk", is een methode welke een
zo grote nauwkeurigheid geeft, dat de verbrandings-
kamers geen nabewerking behoeven.
- De opstelling van de kleppen ondder een hoek ten
opzichte van de cilinders geeft rechtere, en daar-
door meer efficiënte in- en uitlaatkanalen. Ook al
in verband met de cilindervulling bezit deze motor
vier gesepareerde inlaatkanalen.
- Bovendien geeft het ontwerp met de kleppen onder
een bepaalde hoek de mogelijkheid de verbrandings-
ruimte de meest gunstige vorm te geven uit het
oogpunt van gasstroomturbulentie, zodat men on-
danks een hoge compressieverhouding geen last
heeft van pingelen, zelfs bij het gebruik van in-
ferieure benzine.
- De klepzittingen zijn geslepen oonder een hoek van
45° i.p.v. 60, waardoor de afsluiting beter is en
er minder kans bestaat op wijzinging van de klep-
speling onder invloed van de motortemperatuur.
- De uitlaatkleppen zijn vervaardiigd van een speci-
ale staallegering (21 4 NS) en de klepbediening is
zodanig, dat de kleppen steeds draaien.
- Door de windingen van de klepverren aan één kant
dichter bij elkaar te leggen, is de neiging tot
het zweven van de kleppen bij hoge toerentallen
onderdrukt.
- Het motorcarter is hermetisch vaan de buitenlucht
afgesloten. Speciale pakkingringen van een sili-
conenrubber bij de krukaslagering, zowel aan
vliegwielzijde, als aan de kant van de distribu-
tie, zorgen voor een perfecte luchtdichte af-
dichting, terwijl de normale carter ontluchtings-
pijp is vervallen en er speciale voorzieningen zijn
getroffen voor de afdichting van de oliepijlstok.
In het carter heerst wanneer de motor draait
steeds een matige onderdruk, welke het gevolg is
van een directe carterafzuiging via het luchtfil-
ter der carburateur.
Al deze maatregelen hebben ten doel te voorkomen,
dat er oliedampen ontsnappen, aangezien deze
dampen zoals bekend één van de vele oorzaken zijn
van de luchtverontreiniging, welke het leven in
verschillende grote steden zo onaangenaam maakt.
Bovendien heeft deze hermetische afsluiting ook
tot voordeel, dat er van buitenaf geen stof e.d.
in het motorinterieur kan doordringen.
Gesloten koelsysteem.
De motor van de R8 is evenals die van de R4 en nieu-
we Floride "S" en Caravelle voorzien van een gesloten
koelsysteem, waarbij de conventionele waterkoelings-
installatie, bestaande uit radiator, pomp en koelwa-
termantel van het blok, is uitgebreid met een expan-
sievat, waarin de zich bij verwarming uitzettende
koelvloeistof wordt opgevangen, zodat zij niet ver-
loren gaat. Het koelsysteem is gevuld met een specia-
le anti-corrosieve antivries oplossing. welke bescher-
ming biedt tot -40° C.
Ter voorkoming van een abnormale over- of onderdruk in
het systeem heeft men op het expansievat een veiligheids-
ventiel aangebracht, waardoor de lucht in dit vat kan
ontsnappen wanneer de druk oploopt boven de 600 gram
per cm2 en dat ook in werking treedt wanneer er een
onderdruk ontstaat van 50 gram per cm2.
Een thermostaat zorgt voor het snel op temperatuur ko-
men van de motor en dwingt wanneer de motor koud is de
koelvloeistof te circuleren via het kachelelement, zo-
dat het interieur van de wagen snel behaaglijk wordt.
Het gesloten koelsysteem betekent in de praktijk dat
men nimmer koelwater behoeft bij te vullen en zich
's winters evenmin zorgen behoeft te maken over de
toevoeging van antivries.
Circulatie koellucht.
De radiator bevindt zich bij de nieuwe R8 achter de
motor, wat to voordeel heeft, dat men verscheidene
centimeters aan interieurruimte kon winnen zonder de
wielbasis te vergroten.
De radiator maakt deel uit van een dwarsbeplating
achter de motor, van waarachter de koellucht via
louvres in de motorkapdeksel wordt aangezogen om ver-
volgens door de ventilator via de radiator en langs de
motor te worden gevoerd en waarna zij via een opening
in de onderzijde van het motorcompartiment wordt afge-
voerd.
Het van bovenaf aanzuigen van de koellucht heeft tot
voordeel dat er zo min mogelijk door de wielen op-
geworpen stof in het motorcompartiment binnenkomt.
Technische gegevens.
Boring en slag 65 x 72 mm.
Cilinderinhoud 956 cc.
Compressieverhouding 8,5 : 1
Maximum vermogen 48 pk. SAE
bij 5200 omw./min.
Maximum koppel 7,65 m/kg
bij 2500 omw./min.
Stationair toerental 600 ± 50 omw./min.
Maximum toelaatbaar toerental 5700 omw./min.
Carburatie d.m.v. Solex 32 PBIST of Zenith 32 IGT
K O P P E L I N G.
De koppeling is bij de R8 ondergebracht in een apart
carter tussen de motor en de versnellingsbak.
Het is een z.g. diaphragma koppeling, een type waar-
bij de gebruikelijke koppelingsdrukveren (schroefve-
ren) zijn vervangen door één z.g. diaphragma veer,
welke naast zijn gunstige karakteristiek voor een ge-
lijkmatige en lagere pedaaldruk over de gehele slag die
het koppelingspedaal moet maken, de voordelen biedt
van mechanische eenvoud, ongevoeligheid voor de invloe-
den van centrifugaalkracht en warmte, terwijl de druk
op de koppelingsplaat en dientengevolge het koppel,
dat deze kan overbrengen, niet zo snel afneemt naar-
mate de koppelingsplaat dunner wordt, als bij het ge-
bruik van de conventionele schroefveren, zodat er
minder kans bestaat op een "slippende koppeling".
Technische bijzonderheden.
Enkelvoudige drogeplaatkoppeling met diaphragma veer.
Koppelingsplaat met ingebouwde schok/trillingsdem-
per.
Kabelbediening.
Totaal voeringsoppervlak 210 cm2.
V E R S N E L L I N G S B A K.
De drie- zowel als de vierversnellingsbak welke in de
nieuwe R8 worden gebruikt, zijn principieel gelijk
aan die welke in de Dauphine, resp. Ondine, Gordini
en Floride zijn gemonteerd.
Alleen zijn in verband met de hogere belasting tenge-
volge van het toegenomen motorvermogen zowel kroon en
pignonwiel als differentieel, allen ondergebracht in
het versnellingsbakhuis, van een zwaardere uitvoering.
Door de verankering van het motor-transmissie-aggre-
gaat, als direct gevolg van de reactiearmen der nieu-
weachterwielophanging, was het mogelijk het mechanisme
van het schakelcommando te vereenvoudigen, waardoor de
versnellingshandle directer is geworden en er een kor-
tere slag nodig is om de diverse versnellingen in te
schakelen.
Technische bijzonderheden.
- Drie-versnellingsbak: volledig ggesynchroniseerd
met alleen indirecte overbrengingen (geen z.g.
prise directe).
- Vier-versnellingsbak: gesynchronniseerd op de 2de,
3de en 4de versnelling; alleen indirecte over-
brengingen.
Overbrengingsverhoudingen.
In de bak: 4 versn. 3 versn.
1 e: 3,7 : 1 3,54 : 1
2de: 2,28 : 1 1,81 : 1
3de: 1,52 : 1 1,03 : 1
4de: 1,03 : 1
Achteruit: 3,7 : 1 3,6 : 1
Met inbegrip van achterbrugreductie:
1 e: 16,1 : 1 15,48 : 1
2de: 9,17 : 1 7,91 : 1
3de: 6,65 : 1 4,50 : 1
4de: 4,50 : 1
Achteruit: 16,1 : 1 15,77 : 1
Achterbrugreductie.
Kroon en pignonwiel met spiraalvertanding, differen-
tieel met twee satelliet tandwielen.
Overbrengingsverhouding 8 x 35 (reductie 4,37 : 1)
S T U U R I N R I C H T I N G.
Tandheugel stuurinrichting als op de Dauphine/
Ondine/Gordini modellen. Wijzigingen aan spoor-
stangstelsel en fuséearmen resulteren echter in een
ietwat directere besturing.
Overbrengingsverhouding in het stuurhuis 20 : 1.
Aantal stuuromwentelingen voor totale wieluitslag:
3,6.
V O O R T R E I N
De voortrein van de R8 is constructief gelijk aan
die van de nieuwe Floride "S" en Caravelle.
De fusée-scharnierpunten zijn daarbij uitgevoerd
als kogelgewrichten. Zij nemen zowel de veerbeweging
als de wielverdraaiing voor hun rekening. De fusée-
pen als zodanig is dus komen te vervallen.
Doordat de afstand tussen deze scharnierpunten onge-
veer drie maal zo groot is geworden als bij de fu-
sée-penconstructie der Dauphine, is de wielgeleiding
aanzienlijk verbeterd. De wijzigingen aan de voor-
trein staan een grotere veerbeweging toe. Thans is
een veeruitslag van 183 mm. mogelijk.
De scharniering van de bovenste wielgeleidingsarmen
wordt aan de chassiszijde bewerkstelligd door z.g.
Fluidblocs van synthetische rubber.
Technische bijzonderheden.
- Onafhankelijke voorwielophangingg met uit plaatstaal
geperste parallel gemonteerde wielgeleidingstriangels
van ongelijke lengte.
- Fuséescharniering d.m.v. zelfstellende kogelge-
wrichten.
- De vering komt voor rekening vann schroefveren, ge-
assisteerd door rubber diabolo's rond de bevesti-
gingsstangen van de telescopische schokbrekers,
waardoor een progressieve veerkarakteristiek werd
verkregen.
- De voortrein is voorzien van eenn torsiestabilisa-
tor.
- Voorspoor 9°
Vlucht 1°
Fuséepeninclinatie 10°
Toespoor 6 ± 2 mm.
A C H T E R B R U G
De pendelas achterwielophanging is bij de R8 voorzien
van twee reactiearmen, die rem- en stuwkracht kunnen
opnemen en de bewegingen van de assen in het horizon-
tale vlak beperken (zie ook versnellingsbak).
De scharnierpunten van deze reactiearmen liggen in
lijn met de scharnierpunten (flexibele koppelingen)
van de pendelassen, zodat bij het doorveren de achter-
wielen geen toe- of uitspoor krijgen, waardoor de
achterbrug een mee- of tegensturende invloed zou uit-
oefenen.
De progressiviteit van de achtervering wordt evenals
bij de voorvering bewerkstelligd door rubber diabo-
lo's rond de schokbrekerbevestigingsarmen. De vering
zelf wordt verzorgd door schroefveren.
Technische Bijzonderheden.
- Onafhankelijke wielophanging d.mm.v. pendelassen.
- Reactiearmen voor het opnemen vaan rem- en stuwkracht.
- Schroefveren met rubber diabolo''s hulpvering voor
progressiviteit.
- Hydraulische telescoopschokbrekeers.
R E M M E N
De R8 is evenals de nieuwe Floride "S" en Caravelle
uitgerust met schijfremmen op alle vier de wielen.
Deze schijfremmen zijn ontwikkeld door Lockheed en
van een geheel nieuwe constructie. Zij bieden de vol-
gende voordelen:
1) Geen last van fading. Doordat de remschijf gemak-
kelijk zijn warmte aan de omringende buitenlucht
afgeeft en de remvoeringen niet in een warmte
vasthoudende trommel zijn opgesloten, blijft de
schijfrem ook bij herhaald krachtig remmen beter
functioneren.
2) Schijfremmen zijn niet zelfbekrachtigend en der-
halve beter te doseren, waardoor minder kans op
blokkeren en slippen bestaat.
3) Zij zijn stabieler, doordat er bij het remmen nim-
mer deformatie optreedt, zoals ovalisatie der
trommels bij trommelremmen.
4) Een langere levensduur van de remvoeringen.
5) De remvoeringsslijtage wordt bij deze constructie
automatisch bijgesteld.
6) Het verwisselen van de remvoeringsblokjes kan op
eenvoudige wijze en zeer snel geschieden.
7) Zij zijn aanzienlijk lichter dan gelijkwaardige
trommelremmen, een factor die van groot belang is
aangezien de remmen deel uitmaken van het onaf-
geveerde gewicht (het scheelt liefst 1,5 kg. per
wiel).
Technische Bijzonderheden.
- De op de R8 gemonteerde Lockheedd schijfremmen hebben
slechts een enkele remzuiger per rem en z.g. zwevende
remvoeringen.
- Het niet draaiende gedeelte, de ankerplaat zou men
kunnen zeggen, is zodanig gevormd dat hij aan weers-
zijden dienst doet als geleider van de remblokjes.
- De remzuiger is ondergebracht inn een U-vormige stalen
brug, een soort zadel dat ten opzichte van de schijf
heen en weer kan bewegen: wanneer de remzuiger onder
druk wordt gezet, wordt gelijktijdig een van de rem-
blokjes direct door de zuiger tegen de schijf aange-
drukt, terwijl door het verschuiven van dit zadel ook
het andere remblokje wordt aangedrukt.
- Slijtage van de remblokjes (spelling) wordt automa-
tisch bijgesteld door een speciale voorziening in
de remzuiger, die de vrije slag beperkt tot 0,7 mm.
- Evenals bij de Dauphines, de R4 en de Floride het
geval is, is ook het schijfremsysteem der R8 voor-
zien van een ventiel in de leidingen naar de
achterwielremmen, welke de hydraulische druk hier-
op begrenst tot 75 kg per cm2, en daardoor blok-
keren, c.q. scheeftrekken bij een plotselinge
paniekstop voorkomt.
- De handrem werkt mechanisch op dde achterwielen.
- Buitendiameter van de remschijveen 260 mm.
Totaal remvoeringsoppervlak 280 cm2
Effectief oppervlak van de remschijven 2212 cm2
E L E K T R I S C H E I N S T A L L A T I E
Accu: 12 Volt, 40 A.H.
Dynamo: 260 Watt.
Regulateur: Stroom- en spanningsregulateur.
Startmotor: Wordt bediend door een relais.
O N D E R H O U D
Elke 5.000 km. - motorolie verversen;
smeren onderbreker, pedaalas (één
smeerpunt), stuurinrichting (één
smeerpunt), voortrein (6 smeer-
punten).
Elke 10.000 km. - verversen versnellingbak/diffe-
rentieelhuis.
Elke 20.000 km. - smeren wiellagers voor en achter.
C O N S T R U C T I E V E B I J Z O N D E R H E D E N
DE VOORTREIN
is bij de R-8 uitgevoerd
met kogelgewrichten als
fuséescharnierpunten
SCHIJFREMMEN
bezit de R-8 op alle vier
de wielen. Zij worden hy-
draulisch bediend door de
voetrem en achter mecha-
nisch gecommandeerd door
de handrem.
DE ACHTERBRUG
van de R-8 is uitgerust
met reactiearmen, die de
horizontale bewegingen
van de pendelassen begren-
zen.
R8/10 Home | R8/10 History | R8 Technical Data | R10 Technical Data | R8/10 Gallery | R8/10 Links
My URL is http://www.geocities.com/MotorCity/Show/9396/
My email is [email protected]
Last modified: Tuesday, June 25, 2002 at 19h10