ENGELENBIJBEL

Mitlas

Raakslik

Het Boek der Engelen

      Pilaap

      Bashram

      Fono'el

Het Boek der Tepelen

Het Boek der Paradijsen

Boek der Engelen der Prometeus

Het Boek van de Putten

Het Boek der Bomen

Loofte

Khnum

 

 

Mitlas

1.

Genade zij u en vrede, totdat de Heere wederkomt. Zalig zijn zij die deze woorden bewaren tot in eeuwigheid. Berg dan Zijn Woord in uw hart, opdat gij tegen Hem niet zondige. Waar droogheid heeft toegeslagen zal het schuim des Heeren binnenkomen. Zij wiens harten niet zijn afgeweken zullen tot de Heilige Orde des Heeren behoren. Al het mogelijke is gedaan om u een zalige plaats te bereiden. In de Heere dan is alles zalig. Amen. Tumbiach, Umiach.

Laten zij die alles weten tot de jongeren gaan om hen in te lichten. Zo zullen zij die volmaakt zijn ook de onvolkomenen tot zaligheid brengen. Gij zult hiervoor tijd vrijmaken, en uw wapenen neerleggen, op de dag die de Heere voor u zal aanwijzen. Dit dan is een grote dag. Amen.

Laten zij die nog niet alles weten naarstig de geschriften der engelen onderzoeken. Zij die nog niet alles weten zullen zo hun harten volmaken. Bestudeert de Wet der engelen dan nauwkeurig, opdat gij u doel niet misse. Gij zult de talen der aarde niet spreken, maar de taal der engelen. Gij zult de talen van onder de aarde niet spreken, maar de taal der engelen. Gij zult de taal van boven de aarde niet spreken, maar de taal der engelen. Zo zult gij heilig zijn en in stralen uw harten behoeden. Uw stralen zullen voor u uitgaan om uw komst voor te bereiden. Ook zullen uw stralen achter u aankomen om na uw heengaan uw tweede komst voor te bereiden, en uw heengaan waardig af te sluiten.

Gij draagt de angsten des Heeren in uw hart als honing. Weet gij dan niet dat armoe uw hart aan de Heere bindt ? Zo zult gij het evangelie van armoe in de hemelen en onder de hemelen verkondigen. Laten uw wapenen dan de wapenen der armoe zijn, omdat gij voor haar strijdt. De Heere zal uw stappen leiden.

2.

Niets zal dan zoveel autoriteit vestigen als een goed verhaal, en daarom zult gij de verhalen der engelen moeten kennen. Misleid de misleiders en spreekt Waarheid tot hen die Waarheid spreken, opdat gij uw paarlen niet verliest, die de Heere met zorg in u geschapen heeft. Gij dan kent allen de geheimenissen der tranen, en gij kent de schatten en sieraden van armoe, met hun weelderige geuren. De Heere heeft uw neuzen gevoeliger gemaakt dan de neuzen van hen die op de aarde en onder de aarde wonen.

Spreekt tot elkaar in de talen der engelen, en beroer de talen der aarde niet. Gij zult naar hen niet kijken, noch hen aanraken, daar dit een gebod des Heeren is. De Heere heeft u de neustepel gegeven, en gij voert een geheel andere strijd. Gij draagt ook een hele andere geur. De Heere heeft u gegeven van de honing der hemelen. Gij zijt dan allen vliegen des Heeren. En gij doet er dan ook goed aan deze gave aan te kweken want geen van hen die op de aarde of onder de aarde zijn hebben aan deze zaligheden deel gekregen. Weest dan allen als waardige insecten voor de Heere, opdat Hij u ook zal laten deelhebben aan de oogsten der insecten.

Leert dan van de talen der honing en die der vliegen. Want zij zijn overvloedig in de talen der armoe. Spreekt dan onder elkaar in de talen van angst, want dit zijn de talen der engelen. Spreekt dan onder elkaar in de talen van depressie, want dit zijn de talen der armoe, en de talen der engelen. Zo zult gij de talen der aarde, en de talen onder de aarde niet aanraken. De lange traditie der engelen zal u bekend zijn, en gij zult streven naar hogere vormen. Wanneer dan rook tot de aarde komt, zult ook gij tot de aarde gaan, maar gij zult uw harten in heiligheid bewaren.

3.

De ordes der armoe zullen aan uw harten verzegeld zijn, ook gij commanders. Zo zult gij in reinheid en zuiverheid werken, en uw bouwwerken plaatsen, want de Heere is een bouwer. De ijverigste onder allen is de armoe, en zij is als de ijverigheid der insecten. Zij die haar vinden zullen haar vinden als een kostbare parel. Haar schoonheid leidt velen tot de boom van het bloed, waar het bloed der engelen is.

De armoe wekt u op, iedere dag, en de armoe zendt u uit, en neemt u tot haar. De gebondenheid is een hoge vorm van armoe die uw gebeden met kracht uitzendt en ophaalt. Ook schenkt zij u dromen. Ziet dan, alle dromen der engelen komen voort uit armoe. De armoe zendt haar woorden krachtig uit, en haalt ze krachtig weer terug.

De schoonheid der armoe is wat de engelen vreugde brengt. Haar weelderigheid brengt hen wijsheid. Haar sieraden zijn vol van de kennis des Heeren. De jonge engelen zijn als wilde honden en wilde katten. Brengt hen dan tot de boom van bloed, om haar geheimenissen te leren kennen. Vanuit die boom worden zij tot boven de aarde gezonden, en door die boom worden zij teruggeroepen. Ik heb u geleid tot de boom der beenderen, zegt de Heere, daar waar de beenderen der engelen zijn. Daar heb ik u belegd met vlees.

 

Raakslik

1.

Zij die de kracht der armoe kennen hebben kracht voor de eindtijd. Alle gij engelen weet dat. Zo zult gij nieuwe kracht opdoen bij de boom van bloed, dat het bloed der engelen draagt. Zo zult gij ook uw verstand reinigen dat besmet geraakt is in de strijd. En zij die wonden hebben gaan tot de boom der beenderen dat de beenderen der engelen draagt. Daar zult gij uw wonden zien worden tot littekenen en tepels. Zij die de gevoeligheden des Heeren dragen hebben grote vrede. Zij dan zijn kanalen van de machtige melk des Heeren. Laat de Heere u dan opwekken in uw macht.

Zij van de Maraten hebben grote macht, daar zij de armoe tot leven hebben gewekt. Ja, zij hebben haar vertroost, en zij hebben haar machtige genezing geschonken. Zij zijn tot haar bomen gekomen waar zij de gave van macht ontvingen. Zij zijn haar tot een geschenk. Haar dienaars zijn zij. Wonderbaarlijk trouw zijn zij, en wonderbaarlijk is hun macht. Zij dragen de talen der aarde tot de oven waarin zij gezuiverd worden. De Heere wil u aansporen en bemoedigen om de gaven der engelen te leren kennen en aan te wakkeren. Gij dan draagt allen een heilige gave in u. Zo heeft de Heere u de gave en gaven gegeven om datgene te doen wat Hem behaagt. En zij allen werken voor de armoe. Haar gaven en weelderigheden zijn overvloedig om het goede te doen. Draagt dan haar klederen en wapenrustingen, opdat gij uw allerheiligste zielen zult vervolmaken.

2.

Oh, gij zifters en dragers der gebeden, stelt u dan op voor het aangezicht des Heeren opdat Hij ook u zuivere. De Heere heeft dan uwe monden opgesteld als een heilige oven en een altaar. De Heere zal uw gedachten behoeden, gij die de gedachten der engelen hebt. Al gij engelen, draagt de helm des Heeren, gij die strijdt en gij die de wegen des Heeren en Zijn heilige muren bouwt. Zij die tot Hem naderen en tot de heilige rustoorden des Heeren : Legt uw helmen af. Weet wel dat dit het gebod des Heeren is.

De Heere Zelf zal u ten tijde tot helm zijn, en ziet, deze helm is gevleugeld.

Het Boek der Engelen

Pilaap

1.

Aanhef : Aan Sadiadjel, Engel des Heeren, aan Tusioelel, Engel des Heeren, en Kopran, afgevaardigde der engelen, om de allerheiligste boodschappen tot hen die onder de aarde en hen die boven de aarde zijn te brengen. Williel dan, blaast de bazuinen, u en de uwen, gij die zijt aangesteld over zeventig legioenen.

Tweede Aanhef : Van Sandriel aan de gemeenten der engelen, zij die Gode prijzen op hun legersteden. Van Saaftiel, broeder van Sandriel. Opdat de engelen spreken van de woorden die zij gehoord hebben, tot de zeventig districten boven en onder de aarde, onder aanvoering van de engel Gammiel. De Heere zij geprezen. Tumdiach, Umiach.

Gij dan vrienden, en engelenvrienden, gij zijt genaderd tot de steden der engelen. Legt dan uw wapenen af, en komt tot rust, al gij die boodschappen hebt gezonden tot de onderste districten der aarde. Vrede zij u, en genade. Gij hebt gestreden, en gij zijt verwond door de vorsten der aarde. Brengt dan uw wonden hier, opdat gij genezing ontvange. Ja, de Heere zal u den angel uitrukken, en de doorn der engelen geenszins laten staan. De Heere dan zal de doorn doorsteken, opdat het zijn kracht verlieze, en opdat gij tot de bovenste engelensteden kunt gaan, oh gij brengers van boodschappen tot de onderste districten der aarde. Ik dan stel Tamaus aan uw zijde, de engel der genezing, opdat gij klaarheid en helderheid ontvange. Ik leid u op de goede weg.

Oh, engel van genade, gij die genade hebt gebracht tot de onderste steden onder de aarde, genade zij u en vrede. Uw genade worde u vermenigvuldigd.

Derde Aanhef : Zij die uit de verdrukkingen komen, ziet, gij zijt geeerd. De Heere zal u de witte klederen aanreiken, en deze klederen zijn zacht als dons, en schuimend als het schuim der zee. Gij dan zijt genaderd tot de zeeen der engelen. Leg dan uw oude klederen af. De Heere zal u Tuzi'el aanstellen om over uw zielen te waken, en om uw geest te verkwikken.

Weest dan vederlicht in uw voetstap, en maakt uzelf los van de aarde vanwaar gij komt. Gij zijt genaderd tot het heiligste der engelen, en tot God die heilig is. Zo zal er dan onder u geen enkele zijn die zich heeft vervuild met de schatten der aarde. Gij hebt uw schatten hier. Keert dan niet om, maar kom nader, oh schone engelen, opdat gij de klederen des heils ontvange. Gij dan met helmen : Legt deze af, opdat het vuur des Heeren u zal zuiveren in uw allerheiligste verstand en geweten.

Raziel en Tamael, gij die klaarstaat aan de poort des Heeren om engelen uit de strijd binnen te laten : Schenk hen boodschappen tot eer van uw Heere. Geeft hen lavende dranken, en geeft hen uit het allerheiligste des Heeren. Vervult uw taken dan goed, want Hij die komt, kome spoedig. Laat dan Hiarschi en Samalip de poorten van heil openen voor zulke strijders die zich waardig hun taak hebben gedragen. Oh, heilbrengers, schept dan uit de kolken van heil, en zuivert uw zwaarden. Legt uw zwaarden af, gij die zwaarden draagt, en komt tot de Heere, tot Zijn Aangezicht bedekt onder sluiers. Gij zult heil scheppen uit het heilbrengende Spaakse, en gij zult uw harten zuiveren en spreken tot de Allerhoogste in geheimenissen. Spreek dan ook in geheimenissen tot elkaar, in de tongen der engelen, opdat het u welga.

De Heere dan zij u zevenvoudig genadig, gij die op heilige grond staat. Gij dan zijt waardig de gedachten der engelen te dragen, gij die de gedachten van hen op de aarde en onder de aarde niet draagt. En gij weet allen wel, dat hij die de gedachten der engelen draagt door de Heere gezegend wordt. Hij dan zal vruchtdragen tot in het tiende geslacht van hen die hij dient.

Gij dan zijt genaderd tot de boom des levens. Neemt en eet allen daarvan, opdat uw verstand en geweten heilig staat voor de Heere. Ik heb u tot onder de aarde gezonden, en ik heb u teruggebracht, om u op te stellen voor de Heere. Gaat nu in tot uw rust. Bemoedig elkander met deze woorden, en vuurt elkaar aan. 

2.

Hektesiel, waar zijn uw engelen ? Gij dan die voor het aangezicht des Heeren stond zijt gevallen. Maar de Heere zal u wederom ophalen. De Heere zal zijn lichten op u laten nederdalen, want gij zijt diep in de put des satans gedaald. Hoe is het in u opgekomen de Heere ontrouw te zijn ? Gij echter zult gezuiverd worden door het vuur der engelen, en gij zult voor de Heere moeten verschijnen, opdat gij zult beslissen waar uw plaats is. De Heere zal naar u luisteren, en niet al te zwaar oordelen, daar gij hard hebt gewerkt voor de Heere, ja, zelfs nu. Gij bent velen tot voorbeeld geweest, en hoewel gij de dieptes des satans hebt leren kennen, hebt gij aan hem uw hart niet gegeven. Uw hart behoort nog steeds de Heere toe. Daarom, Hektesiel, weest niet bedroefd, want de Heere en ik hebben de nachten gezien waarin gij tot de Heere riep en u niet antwoorde. De Heere heeft gezien dat gij sprak als een kind om te worden als een kind, en de Heere heeft Zijn vleugelen op u gelegd. Daarom, vrees niet, maar laat de Heere u van uw ontrouw genezen. Niet voor eeuwig toornt de Heere, en de Heere heeft zijn dienstknechten lief.

3.

De Heere is u op uw vlucht tegemoet gekomen. De Heere heeft de tegenstander terzijde gedrukt, en voor u een pad gemaakt door de wildernis. De Heere heeft de duisternis van u weggenomen, waarin gij werd gevormd. Nu zal de Heere tot u komen, om uw boodschap te veranderen, want gij zult klaarheid en helderheid hebben nu. Gij hoeft niet meer in het duister te tasten. De Heere zal u antwoord geven.

De Heere heeft u antwoord gegeven, gij, de broeder der engelen, gij die tot de bovenste engelensteden zijt gekomen. Gaat dan binnen, en leg uw vleugelen ten ruste. De Heere heeft u de levendmakende drank der engelen gegeven, gij die van het onderste der aarde komt. Tussen de wateren heeft Hij u reine melk gegeven.

Nu is dan de Heere voor u uitgegaan. Hij dan drage uw hart naar binnen, en drage het tot een plek waar gij overvloedige vrede kent. Zo zal hij dan ook uw ziel binnendragen en al wat daarbinnen is, en Hij zal uw ziel verzadigen met het goede des lands.

Gelooft dan in de Heere, Hij die uw harten tot het binnenste heeft gedragen. Vertrouwt op Hem die uw zielen heeft gekneed voor Zijn Aangezicht. Zou Hij niet trouw zijn aan wat Hij geschapen heeft ? De Heere dan kent eeuwig trouw. Zalig zijn zij die hun harten niet voor Hem hoeven te bedekken. Zij stralen tot in eeuwigheid. Ja, zij zijn gekomen tot de eeuwigheden der engelen, waar zij van het zoete der engelen drinken. Hun namen zijn geheiligd, en zij staan op voor heilige tronen, waar de Heer Zijn veer op heeft gezet. Zij dan zullen staan voor vele veren, hen die oordelen, en zij die getrouw zijn zullen deze veren dragen. Zo zoekt de Heere dan hen die getrouw zijn, want de rest is reeds verloren.

De Heere dan heeft uw harten gedragen, de harten der engelen, en ziet, Hij heeft deze harten gewogen en beoordeelt door Zijn veren. Ja, langs vele veren gingen zij, om door de sluiers der steden binnen te gaan. En hij spelde boodschappen op uw zielen, en gij droeg deze boodschappen in hun zwaartes, opdat gij niet kon strijden, en daardoor lang in gevangenschap zat. Maar de boodschap heeft een uitweg gevonden. De boodschap heeft overwonnen, en heeft uw zielen vrijgezet. Nu staat gij dan om de Heere te aanbidden. Nu staat gij dan om de Heere lof te zingen. De Heere heeft trouw bewezen aan u, en heeft uw vijanden verslagen. Zo zult gij komen tot Taziel en Meliniel, zij die de heilige boekrollen dragen. Gij zult hen inzien, en gij zult in uw harten verzadigd raken en gelaafd worden.

Bashram

Verheft uw harten tot de Heere, gij die zijt aangekomen. Trouw hebt gij Hem bewezen, en Hij heeft trouw aan u bewezen. Komt dan nader opdat gij uzelf baadt in de poel van schoonheid. De Heere heeft uw zachtheid voor Hem gezien, en heeft u veelvuldig zachtheid geschonken. Zo doet ook de Heere trouw aan uw beminden. Rust dan in Hem, gij die aan Zijn poorten klopt, want met genade zult gij binnengaan tot de poelen van Loofte. Ja, tot Laafte zult gij gaan, om haar sieraden te dragen. Zij dan zal u dopen in haar poel van schoonheid, en zij zal u meenemen tot in haar dieptes. Gij dan zult het lied des Heeren kennen, en het lied van het Lam. Ook zult gij het lied der engelen kennen. Gij die door de Heere gekend zijt zult ook Hem kennen. Vertroost en bemoedig elkaar dan met deze woorden, opdat zij de bruggen vormen tot de hogere plaatsen.

Zij dan die komen van de plaats waar zij de Heere aan het kruis vertroost hebben : Genade zij met u. Vrede zal de Heere naar vermogen toedelen. Gij die de Heere aan het kruis bemint hebt : Genade zij met u. Open uw poorten opdat de Heere zal binnentrekken. Zo zal de Heere dan komen met al Zijn legerscharen, opdat uw huis vol zal zijn, en uw steden bevolkt.

De Heere zal uw ramen openen, en naar binnen kijken. De Heere zal uw onderkamers en bovenkamers bewonen, want gij zijt de Heere trouw geweest tot in tienduizend geslachten. Weldra zal de Heere uw harten openen, opdat gij het sieraad rijkelijk ontvange.

Zij die nog steeds tegen Tumalach strijden gebied ik te stoppen. Alhoewel hij hoog staat heeft de Heere liever dat gij de werken der mensen oordeelt. Zij die blijven doorstrijden tegen Tumalach zullen de Heere niet welgevallig zijn.

Fono'el

Fono'el, gij die de engelen der zonnen beheerst, gij bent de Heere getrouw gebleven, maar gij hebt uw taak verzaakt. Sta dan weder op, en voer uw engelen aan als een waardig aanvoerder. De Heere zal tot uw woningen komen, Hij en Zijn tienduizenden, opdat Hij u lere.

Niet een ieder die u volgt volgt de Heere. Zo zal de Heere de afvalligen en misleiders uitrukken. Laat dan lauwheid uw hart niet meeslepen, anders zal de Heere uw deel afscheuren en aan uw broeder geven.

Het Boek der Tepelen

1.

Gij dan die het geheimenis der tepelen kent, oh luistert, opdat de Heere u medele in de overige geheimenissen en de weelderigheden der geheimenissen. Komt dan tot verborgen grotten, om het hart der zee en haar geheimenis te aanschouwen. Zeven geheimenissen zijn over de aardbodem gekomen om hun geheimenissen te ontbloten. Ziet dan, zij zullen tot de hoeren der aarde gaan om onder hen zuivering aan te brengen. Deze woorden zijn waarachtig en getrouw. Bewaart hen totdat Hij die genadig is komt.

Zij dan hebben een geluid voortgebracht onder wilde honden en wilde katten, en hen van de karazuur. Aanvoerders hebben de heilige tepelen op hun voorhoofden ontvangen, reikende naar achteren, en hebben de buiktepel ontvangen. Ja, aan weerszijden van de zonnetepel hebben zij tepelen ontvangen, reikende naar hun schouders waar de aardkaarten liggen. Onder wilde honden en wilde katten werden hun namen groot gemaakt en op wanden geschreven. Ja, weldra zullen zij zonnetepelen op hun knieen ontvangen, zij die Hem getrouw zijn gebleven. Hij dan heeft zijn vorsten aangesteld, om hen wijsheden van toekomende eeuwen te verkondigen. Ook gij zult dan niet achterblijven, maar gij zult onderzoek doen, en uw kennis zal vermeerderen. Grote zalving heeft Hij aan hen beloofd die zijn geboden onderhouden, ja, tot boven schuld en onschuld zal hij hen uitdragen en hen de woning der zonnen schenken.

Zo zult gij dan voor Hem uitgaan, en uw beloftes nakomen, gij allen die de Heere kent. Gij zult vanuit het zoete van het binnenste oprijzen, gij die de aarde kent. Zo zal de Heere u weldra zegenen, zowel in de hemel als op de aarde en onder de aarde. Nu zal er dan een vuur van de Heere uitgaan om u tot een licht te zijn, en om u te leiden van tepel tot tepel, daar zij de gevoeligheden des Heeren zijn. Zij zijn dan uitgegroeid vanuit zijn wonden als de vruchten van het kruis, waaruit de melk van alle eeuwigheden stroomt. Zalig zijn zij die toegang hebben gekregen tot deze dranken, en zalig zijn zij die het hun kinderen niet onthouden. Zo zal de Heere dan aan het einde der dagen zijn bronnen openen. Ja, aan het einde der goede dagen zal Hij Zijn kracht schenken aan hen die Hem oprecht hebben gevolgd.

Van kracht tot kracht zullen zij gaan, die uit Zijn bronnen hebben gedronken.

2.

De pilafen zijn de engelen die in de oerstrijd sneuvelden. De Heere heeft hier niet over gesproken tot Zijn kinderen vanwege de teerheid. Zij liggen verborgen in oergraven onder de aarde en onder de hemel. Ook liggen zij verborgen in putten tussen de wateren. Van hun bloed en vlees werd de kip geschapen, en de kip werd de bewaker der tepelen. De Heere zal de pilafen oprichten die Hij gebonden heeft gehouden tot deze dag. Hij dan heeft hen het pad der armoe laten bewandelen om zo veelvuldig één te worden met Hem. Zij dan zijn de rivieren in hun kracht, en de golven der zeeen. Zo dan is op dezelfde manier de pilaap de voorloper van het varken, die ook bewaker der tepelen is. Maar de Heere heeft de pilaap recht verschaft. Zij zijn als de winden in hun kracht, en de kracht der zon.

Weest daarom verheugd wanneer gij het pad der armoe bewandelt, want zo zult gij deelhebben aan het geheimenis der pilafen en pilapen. De Heere zal dan de tepelen die in de oerstrijd zijn gesloten wederom openen, ja als zegelen zal hij ze openen, en gij zult ingaan tot de veelvuldige vreugdes des Heeren. Heiligt dan uw zielen voor de Heere, opdat Hij uw koorden aanschouwt en u daarvan losmake. Weet gij dan niet dat de tepelen des hemels de wapenen der eindtijd zijn ? Alleen vanuit uw wonden zullen zij voortkomen.

3.

Hamaf, pilaaf van de derde oergraad, gij zijt tot het bos gekomen. Gij hebt daar melk gedronken, en gij hebt uw legers daar geboden. Gij hebt het heilige gras tot de Heere gebracht als een offer. De Heere nu opent uw tepelen als in het boek der engelen.

Ook zult gij naderen tot het veen. Gij zijt getrouw geweest tot in duizend geslachten, en draagt het schoeisel der armoe als een sieraad. Gij hebt genezing geschonken aan de Heere.

Tot een ander bos zult gij naderen waar gij uw legers zult gebieden. Gij zult hen sterk maken door uw bemoedigingen, en gij zult het geluid der vertroosting scheppen vanuit uw wonden. De Heere dan legge Zijn Hand op uw wonden, daar gij Hem overvloedige genezing hebt geschonken.

Gegroet, Hamaf, gij die de Heere kent. Gij die door Hem bent bevestigd, gaat heen in vrede. Gij die op zoek zijt om poorten te openen. Ziet, gij zult de poorten openen, en zij zullen zich voor u openen, omdat gij de tepel op uw voorhoofd draagt, reikende naar achteren.

4.

Gij dan kent de sieraden van gebondenheid als veren en muskus, als de sieraden der armoe. De Heere heeft u vleugelen gegeven. De Heere heeft u genade geschonken, en het zoete van melk en honing. Ja, Zijn heerlijkheid is over u. Schroomt dan niet om van Zijn bessen te eten en van het overvloedige. Want ziet, het stroomt vanuit Zijn wonden, en vanuit Zijn littekenen en vanuit Zijn bron van armoe. Zij die de armoe niet kennen zijn vervloekt. Zij voegen niets toe aan de Heere, en laten het hart van de Heere koud. Hoog staan zij op hun torens met hun ijdele bazuinen, maar ziet, als tinnen mannen vallen zij neer, om in de vurige ovens gesmolten te worden. Ziet dan uit naar deze dag, zegt de Heere, opdat gij één zult zijn met Hem. De Heere heeft geen behagen in hen die de armoe niet kennen. En zij die de armoe kennen : Komt tot haar diepste kamers, opdat gij genade zult vinden voor uw ziel. Zij die de Heere kennen sidderen en beven voor Hem, maar zij die Hem niet kennen gaan voort met grote monden. Ziet, de Heere zal deze monden uitrukken en brengen tot de ovens van vuur en ijs. Ja, harde klemmen zal Hij om hun monden doen, want zij hebben grote woorden gesproken, en zij hebben het land vereten. De kaalplukker zal Hij tot hen zenden, en het schuim zal uit hen worden weggezogen, totdat zij een kale rots zijn geworden. De Heere laat hen dalen tot het diepste der aarde, waar alle poorten voor hen gesloten zullen worden. Helpt hen dan niet, zij die ijdele woorden spreken, opdat gij niet tegen de Heere strijde.

Gij dan die de armoe volge, gij hebt nog niet van haar bessen gegeten, nog niet van het overvloedige schuim gedronken. De Heere voere u krachtig aan, gij die Zijn woord bewaart en Zijn sleutelen draagt. De sleutelen der armoe zijn u deels geschonken. Voert dan strijd om de armoe, en verdedigt haar, opdat de Heere u zal verdedigen. De Heere dan leide u tot de troon van armoe, waar ook gij een waardig oordeel zult ontvangen. De Heere heeft uw verdriet gezien, en zal al uw tranen wegwissen. Kom dan met vrijmoedigheid voor de troon des Heeren, want de Heere is vrijmoedigheid. Hij heeft uw liefdeslittekenen gezien. Melk vloeit daaruit voort met kracht om te onderwijzen. Het hart der zee zal de gebondenen vrijzetten. Zij die droog geworden zijn zullen gelaafd worden, want de Heere Heere is een genadig God. Hij is het die de armoe veelvuldig beloont.

5.

Zonder kracht zijn zij die de Heere verloochenen. Zij zitten op hun tronen van rijkdom en hebben het woord krachteloos gemaakt. Maar de Heere zal hen slaan, zij die laaghartig zijn. De Heere heeft hen gezien wiens monden schuimen en bruisen van gemeenheid. De Heere zal Zijn vorsten zenden en Zijn legerscharen om hun muren te doorbreken. Doorsteken zal Hij hun muren, en hun doornen breken. Een machtig koning is de Heere die baadt in armoe. Hij dan staat niet boven Zijn knechten, maar leert hen nederigheid door Zijn voorbeeld. Hij is hen als een spiegel.

Hij heeft hen geleid tot de schatten der armoe. Zijn bewakers zijn zij. Zij dragen Zijn sleutelen en de sleutels der armoe. Veelvuldig in zegen zijn zij. Ja, zij baden in de rode zon, en staan op om Zijn heerlijkheid te ontvangen. Niet zonder kracht zijn zij die Hem volgen. Zij maken de Heere groot op de hoeken der straten. Veelvuldig zijn zij in de woestijnen om nieuwe kracht op te doen. Veelvuldig zijn zij aan de randen van het veen om Zijn geheimenissen te overdenken. Zij aanbidden Zijn stilte, en brengen Glorie aan Zijn Woord. Genade zij u en vrede, indien gij behoort tot zulke meesters. Zij zijn de meesters der armoe die Zijn tepelen dragen.

Het Boek der Paradijsen

1.

Leg uw zwaarden en borstschilden op het altaar opdat de Heere het zuivere. Tot het altaar der engelen zijt gij gekomen. Zij die trouw zijn in alles zullen van de Heere een nieuw zwaard ontvangen. Laten zij die het vlammenzwaard dragen nader tot de Heere komen, en het in de handen des Heeren leggen. Gaat dan in tot de vreugde van uw Heer, want gij hebt waardig gestreden. Tazami'el zal u leiden tot de getrouwe post. Uw wonden zullen verheerlijkt worden, en de strakheid van uw riemen en gordels zal tot zaligheid worden. Ja, in armoe hebt gij gestreden. Gaat nu in tot de rijkdommen des Heeren. Zij dan die tot de bomen des Heeren zijn gekomen en tot de bomen der engelen : Maakt uzelf op om tot de vreugde des Heeren in te gaan. Gij die de vruchten der engelen draagt : Legt uw zwaarden af, en nadert tot uw rust. De Heere zal u met Zijn woorden bekleden, en u overvloedige rust schenken, gij die tot de krachten der engelen zijt gekomen. Zo zal Tazami'el uw leidsman zijn in het huis des Heeren, hij die aanvoerder is over duizend legioenen. Hij zal rust en orde tot u gebieden. Hij zal uw lasten afnemen, en nieuwe boodschappen bevestigen aan uw hart, waarmee gij de eer des Heeren zult verkondigen. Zij die de bazuinen dragen : Legt dezen af, en komt tot uw rust in het huis des Heeren. Tot de paradijsen der engelen zijt gij genaderd.

Ja, door vleugelgordijnen nadert gij en door de vliezen des Heeren, zij die van honing druipen. Legt uw boodschappen dan af, en treedt heilig binnen in de paradijsen der engelen. Zij die de zwaarden dragen om de hof te bewaken groeten u. Neemt dan uw zwaarden niet op, maar geeft ze aan Tazami'el die u leidt. Zij die de vlammenzwaarden dragen en de hof bewaken groeten u. Zij die de helm der heerlijkheid dragen en de hof bewaken groeten u. In de talen der engelen zullen zij tot u spreken. In talen der stilte zullen zij tot u komen. Buigt dan tot de heilige doorgangen der paradijsen der engelen. De Heere dan is Eén. Hij die u vlees gegeven heeft bij de boom des vlezes groet u. Zorgvuldig heeft hij u bedekt met het vlees der engelen, en het brood der engelen heeft hij u niet achtergehouden. Tot verzadiging toe heeft hij u laten drinken van de melk der engelen.

2.

Zo heeft de Heere u het goud der engelen geschonken. Het borstschild der engelen is aan u gegeven. Gij bent gekomen tot de boom waaraan de vlammenzwaarden groeien. De Heere heeft u de genade der engelen geschonken. De Heere heeft u bekleed met de riemen en gordels der engelen, en met hun veren. Oh, gij engel, die tot in de paradijsen der engelen zijt binnengekomen, sta op voor de Heere, en nadert tot de tronen der paradijsen, ja, tot de tronen der engelen. Want de Heere heeft Zijn engelen aangesteld. De rivieren der engelen zijn dan vol met het zachte der engelen. Laat uw ziel en geest daarin verkwikt worden, en laat u bekronen met het zachte der engelenzeeen. Tot vorstendom heeft de Heere u geroepen. De raad der engelen is op u, om u te tooien met de wijsheden der engelen. De kennis der engelen vervulle de hemelen. Zij die de bazuin dragen en de zeeen der engelen bewaken groeten u. Zij die het zwaard dragen en de zeeen der engelen bewaken groeten u. De drank der engelen zult gij drinken, gij die tot de dieptes der engelenzeeen nadert. De Heere zal u de geheimenissen van het hart der engelen en hun zeeen laten zien. Zij dan reinigen uw verstand en behoeden uw gedachten, daar het de gedachten der engelen zijn. De Heere en Zijn getrouwe engelen behoeden ook uw geweten, daar het een geweten der engelen is. Uw hart zij gezegend, daar het een hart der engelen is. De Heere zij daarvoor geprezen tot in eeuwigheden en tot in de eeuwigheden der engelen. De Heere dan spreke tot u in de talen der engelen, en uw hart stemt ermee in, daar het het hart der engelen is. Veelvuldig geprezen zij de Heere die de harten doorzoekt en verkwikt. De Namen der engelen zijn in Hem geschreven, op de poorten van Zijn Hart, en in de binnenkameren van Zijn Hart. Zij die het zachte der engelen dragen en zuiveren komen dan dagelijks voor Zijn Troon, en Hij behoede hun zielen.

3.

Legt dan al uw werken neer wanneer gij voor Hem verschijnt. Het lange des Heeren is een geheimenis voor hen die Hem liefhebben. Dezen zijn Zijn engelen. Aan hen zijn de geheimenissen van het binnenste gegeven. Zij dan, de engelen gaan door de lange traditie der engelen heen, opdat zij komen tot de hogere vormen. In de traditie komt de engel tot de boom der tepelen, waar de tepelen der engelen zijn, en daar ontvangt de engel tepelen op zijn billen, en op zijn onderrug. Elke keer dat hij tot deze boom terugkomt ontvangt hij een tepel hoger op zijn rug, waardoor hij de adem der engelen dieper ontvangt. Wanneer de tepelen zijn schouders hebben bereikt, komt hij tot de boom der adem. Zo dragen de engelen vele tepelen voor het aangezicht des Heeren, die de heerlijkheid der wonden en littekenen uitbeelden. Wanneer de tepelen op hun billen zijn uitgegroeid tot de randen zullen zij vlammen als de zonnen in hun heerlijkheid. Zij dan zullen de geheimenissen der zonnen der engelen kennen, en zij zullen door de engelen aldaar gegroet worden. Hier zullen zij de tekens der engelen leren. Hun macht en geest zal herkend worden door hun tepelen.

Zalig zijn zij die tepelen binnenin dragen. Zij wiens tepelen vanuit hun mond naar buiten groeien tot over hun lippen spreken van zaligheden. Zalig zijn zij die tepelen op hun tong dragen, en zalig zijn zij die tepelen op hun handpalmen dragen, boven de handen en op de vingers. Veelvuldig zijn zij tot de boom der tepelen gekomen. Zij dan kennen de geheime talen der engelen en hun tekens. Zij zijn beschreven door de zonnen der engelen.

Zij dragen de littekenen der engelen en hun tatoeages. Zij dragen de tekenen der aarde en de tekenen van onder de aarde niet, noch die van boven de aarde, daar zij door de winden des Heeren worden voortgedreven.

4.

Geen der engelen zal tot de tepelen des Heeren in hun macht komen die geen tepelen op hun voeten dragen. Zij dan worden geboren en geschapen met tepelen op hun voeten, en deze groeien uit tot de randen en brengen anderen voort. Geen der engelen zal tot de tepelen des Heeren in hun eer komen die geen tepelen op hun voeten dragen die tot de hoogtes der benen groeien. Zij dan worden geboren om tepelen te dragen die tot de hoogtes en laagtes der benen groeien, ja, zelfs tot onder de zolen der voeten.

 

Boek der Engelen der Prometheus

1.

Zo is dan de Prometheus de plaats der herhaling waar vele engelen werken, als een afdeling van de poel des vuurs. Ja, ook gij dient daardoor gereinigd te worden. Hier worden de wonden veelvuldig doorstoken om van daaruit reiniging voort te brengen. Niemand zal zeggen dat dit makkelijk is, maar ook dient gij deze symboliek te begrijpen. Door het kennen zal gij genezing ontvangen. Zo lijden zij die jong zijn veelal door hun onwetendheid, door misverstanden, en onbegrip, maar hierdoor groeien zij op. Ook gij zult rust ontvangen, waar de reis in eindigt. Zo zullen daarom alle engelen op de hoogte moeten zijn van de vuren van de Prometheus, en ook van de vuren van de Tantalos, de plaats van dorst.

Want het doel van de vuren van de Prometheus is opdat gij onthecht raakt, en gij uw werk zult doen. Blijft dan ook vasthoudend weerstand bieden aan hen die valse kruizen dragen, totdat gij in de rust des Heeren gaat. Het geheimenis ligt reeds voor uw klaar als een droom der engelen.

En uw wonden veelvuldig gestoken zullen uitgroeien tot zolen op een nieuwe aarde, waar ook gij deel aan zult hebben. Zo zult gij dan het schoeisel der engelen zijn. Gij dan zijt uitgezonden tegen hen die valse kruizen dragen, maar ook zijt gij gezonden om het kruis der engelen te verkondigen. Dit dan is uw allerheiligste taak, een taak die met zorg zal worden vervuld. De engelen van Gehenna groeten u, en zo ook de engelen van de Tartarus. Zij hebben u allen voor deze taak voorbereid. De engelen der Prometheus en van de Tantalos groeten u, zij die de draaiende zwaarden dragen. Zij die gevlochten zwaarden dragen groeten u, en zij die de draaiende vlammenzwaarden en de gevlochten vlammenzwaarden dragen. Gaat nu in door de poort der heerlijkheid, oh reiziger, en legt uw wapenen en boodschappen neer, ja, ook de boodschappen der kruizen. Legt uw helmen neer, ja, ook de gevleugelde helmen. Luistert naar uw Heere, en weest Hem welgevallig, want wat Hij doet is goed.

2.

Geen van hen die zwaarden dragen zullen ontkomen aan Zijn macht. En Zijn macht is goed. Zij dan wordt door armoe gewrocht. Door armoe wordt zij gevlochten, en zij is de dienaar der Prometheus. Zij leidt hen tot de Prometheus, en daarna terug tot de Tantalos. De Heere dan heeft u brood gegeven met zorg, ja, het brood der engelen, en ook het vlees der engelen. De Heere dan doe Zijn Aangezicht over u lichten en geve u vrede. Halleluja. De Heere zij hierom geprezen. Ook zult gij ontkomen wanneer roofdieren passeren, want gij zult hen het brood der engelen geven, en zij zullen verzadigd worden. De Heere twijfelt niet aan Zijn belofte, en geeft ook geen eeuwige teleurstelling. De Heere is een goede God, die Waarheid schenkt aan hen die in de Waarheid zijn en leugen schenkt aan hen die in de leugen zijn. Wanneer de Heere iemand roept tot de Prometheus, wie zal ontkomen ? Geen van hen die zwaarden dragen zullen aan Hem ontkomen. Waarheen zullen zij vluchten ? De Heere kent immers alle schuilplaatsen. Hiertoe heeft Hij Zijn engelen uitgezonden.

Waar heeft de Heere u gezonden, Emichti'el, gij die de lichten des Heeren draagt ? Tot de spelonken heeft Hij u gezonden, om rotsen te doorklieven. Geen vogeltje ontziet gij. Gij dan zijt een Engel des Heeren, Emichti'el.

Waar heeft de Heere u gezonden, Lazachel, gij die de duisternissen des Heeren draagt ? Gij dan zijt een Engel des Heeren.

Ik gebied u om de randen te begaan van de Prometheus om de wonderen te aanschouwen. Ik gebied u om daar een pad te banen. De Engel des Heeren zal u leiden. Over bruggen en over zeeen, ja, over de randen van de Prometheus, op de randen der hoogtes. Hier prijzen wij de Naam des Heeren. Hier smeden wij de zwaarden, en dan dalen wij af, opdat onze zolen de Prometheus raken. Op de randen staan wij niet meer, maar diep binnenin, om de wonderen te aanschouwen. Tuzuchi'el zal u leiden, en brengen tot het diepste der Prometheus, daar waar de honing rijpt, het wonder van een nieuwe schepping. Ja, de aarde is in een diepe oven, opdat zij daar opnieuw geschapen wordt, terwijl de engelen juichen. Een nieuwe schepping kondigt zich aan, en geheimenissen worden ontbloot. De Heere die goed is en goed doet vestigt Zijn Naam.

Zo zal Tuzuchi'el u leiden tot de boom der zolen, oh gij engelen, daar waar de paden zijn, de paden der engelen en hun zolen. En Tuzuchi'el zal u leiden tot het oude, en vele deuren van het nieuwe sluiten. Het nieuwe zal ontbloot worden in de diepe ovens van de Prometheus, en er zal niemand zijn die redt. Want het valse nieuwe wordt door de Heere veracht. Ja, engelen verachten hen die het valse nieuwe brengen. De Heere wil u brengen tot de aloude paden en tot de tradities der engelen.

En gij zult vruchten eten van de boom der zolen en van zijn paden. En gij zult erdoor worden verzadigd. En zij die valse armoe dragen zullen tot in eeuwigheid geen deel hebben aan de boom der zolen en aan zijn paden. En zij die valse oudheid aanhangen zullen tot in eeuwigheid geen deel hebben aan de boom der zolen en aan zijn paden.

3.

En Tuzuchi'el zal u leiden tot de heerlijkheden der paden, die de heerlijkheden der engelen zijn, en gij zult tot heerlijkheid komen. Engelen van de Prometheus, de engelen der paden groeten u. Zij met de draaiende zwaarden groeten u, en zij met de gevlochten zwaarden. Zij met de draaiende vlammenzwaarden en zij met de gevlochten vlammenzwaarden groeten u. Legt dan uw zwaarden af, en volg Tuzuchi'el, opdat uw zielen door hem verzadigd worden. Hij zal u leiden tot de kennis en de wijsheid van de Prometheus, ja, van zijn engelen. Dan zult gij tot diepe rust komen, oh Engel van de Prometheus. En gij zult tot het zoete deel van de Prometheus komen, Sisefos. En gij zult op de bergen der Dana'iden staan. En gij zult luid tot de Sisefos spreken om zijn poorten te openen. Dit dan is het heerlijkste deel der Prometheus, waar engelen begeren een blik in te slaan.

De engelen der Sisefos groeten u. Hier bevinden zich de aloude tradities der engelen. Doet dan uw pantser uit, ja, ook uw borstpantser. Komt dan in heilige witte klederen tot de Heere, klederen verscheurd in de strijd. Laat dan uw wonden zien aan de engelen van Sisefos. Zij die geen wonden hebben zullen niet voor de Heere verschijnen. Zij die de engelen van Sisefos niet kunnen zien zullen niet voor de Heere verschijnen. Laat dan uw littekens aan de Heere zien. Zij die de lichtende littekenen niet dragen zullen niet voor de Heere verschijnen. Laat dan uw tekens en tatoeages zien, en de zonnetatoeages op uw rug. Zij die deze merktekens niet dragen zullen niet voor de Heere verschijnen. De Heere zal de zegels verwijderen, en zal u nieuwe merktekens geven. Zij zullen lichten als de zon, ja, als de boom der zonnen. En zij kennen allen hun eigen kleur. Zij kennen ook hun meesters. En Tuzuchi'el zal u leiden tot uw verhoging, en tot de ladder der engelen. Gaat dan over de randen van Sisefos, in vertraging, en aanschouwt zijn wonderen. Hier zult gij uw zwaarden smeden.

Oh, engel van Sisefos, legt uw helm af. De Heere zal u over de randen van de Dana'iden brengen tot een allerheiligst deel. De Heere zal u het brood van Zijn genade geven, en gij zult met de kruimels de roofdieren die passeren verzadigen. Ja, hen die gulzig zijn zult gij stukken brood geven. En de Heere zal u leiden tot de boom der broden, die de broden der engelen zijn, en gij zult volop verzadigd worden. En gij zult kleding dragen als brood, en schoeisel als brood, en gij zult de wonderen der Dana'iden zien, wanneer gij Tuzuchi'el volgt over hun randen. Op de aloude hoogtes bevinden zij zich, waar gij uw helm in het oude zult smeden. Dan zult gij afdalen in de putten der Dana'iden met macht, en Tuzuchi'el zal u terugroepen. Dan zult gij wederom afdalen in de putten der Dana'iden en Tuzuchi'el zal u terugroepen.

4.

En de engelen der Dana'iden en hun putten zullen u groeten, en gij zult de namen kennen van de putten. En gij zult tot deze putten afdalen met macht. En de Heere zal u terugroepen.

Engel der Dana'iden, legt uw zwaarden af, gij die tot de aloude tradities der engelen zijt gekomen en tot de tradities van de Dana'iden. Legt uw macht af, en uw helmen, want gij zijt tot de Heere gekomen. Legt uw boodschappen af, en uw bazuinen. Legt uw hoorns en trompetten af, en komt in stilte tot de Heere. Engel der Dana'iden, laat uw wonden zien. Zij die geen wonden dragen zullen niet voor de Heere verschijnen. Engel der Dana'iden, laat uw armoe zien en hun weelderigheden.

 

Het Boek van de Putten

Engelen der Dana'iden, gij zijt tot de aarde en tot onder de aarde gezonden om haar en haar bewoners te sluieren. Gij bent gezonden om het verstand van hen die onder en boven de aarde leven te versluieren, daar zij vele dingen nog niet kunnen dragen. Hierin bent gij getrouw geweest. Ook hebt gij hun geweten versluierd en hen ongevoelig gemaakt naar de eis des Heeren. Gij hebt de wetten van hen weggenomen en aan de Heere teruggegeven. Gij hebt hun putten gesloten, maar nu is het tijd om die te openen. Zo zult gij de put van Hades openen, die tot het dodenrijk leidt, en tot haar paradijsen. Zo zult gij de put van Poseidon openen, die leidt tot de dodenrijken der zeeen en hun paradijsen. Zo zult gij de put van Zeus openen, die leidt tot de dodenrijken van de wind en de zon, en tot hun paradijsen.

Zo zult gij tot de put van Zeus komen om in haar af te dalen, en gij zult boodschappen verkondigen tot hen die achter de put leven. En gij zult een boodschap van verlossing verkondigen aan hen die daar gevangen zitten, en gij zult een eeuwig evangelie prediken. En wanneer een man in een vrouw afdaalt, zal hij tot haar dodenrijk komen, en zijn zaad zal de boodschap van verlossing verkondigen. Zo zult gij geen vrouw van node hebben, maar op gelijke wijze zult gij in de putten der Dana'iden afdalen om een tijd van wonderen aan te kondigen. Zo zult gij het geheimenis des Heeren kennen. Zalig zijn zij die vele putten der Dana'iden in hun lichamen dragen, want zo zult gij elkaar tot bescherming zijn.

De Engelen des Heeren hebben zich onthecht. Zij kennen de drangen van de aarde en van onder de aarde niet. Zij wassen zichzelf in het onbekende. Zij kleden zich als vreemdelingen, en kloppen aan de poorten van het oude. De drangen van het valse oude kennen zij echter niet, en zij brengen boodschappen van vrees tot zulke ouden. Zij brengen hun eeuwig zaad tot de putten der Dana'iden en verspillen het niet aan de aarde. Zij zijn tot de boom van zaad gekomen, dat het zaad der engelen is. Hier wassen zij zichzelf met bekenden. Hier dansen zij voor de Heere, en zijn zij als de vogels. Zij echter die het zaad der engelen verspillen worden het voorwerp van hun wraak. In de oude tuin staat de boom van het zaad.

De oude tuin is als het sieraad des Heeren. De Heere kent Zijn engelen bij name.

 

Het Boek der Bomen

 

Het gevleugelde zwaard is hen gegeven die Hem dienen. Legt uw zwaarden af. Het gevlochten zwaard is hen gegeven die Hem oprecht dienen. Legt uw zwaarden af, en uw helmen, want gij zijt genaderd tot Zijn Glorie. Zij die Hem oprecht dienen staan boven de rampen. Zij worden boven de golven uitgetrokken. Zij die Hem oprecht dienen kennen Zijn Luister. Zij kennen de slag van Zijn Hand. Legt uw zwaarden af, uw koorden, riemen en gordels. Doet uw pantser af en uw borstpantsers. De Heere is een goede God, en tot Hem zijt gij genaderd. Zijn Woorden klinken door tot Zijn dienstknechten, hen die Hem oprecht dienen. Hij brengt hen tot rust onder Zijn bomen, en verkwikt hun geesten. Zij die Hem dienen dragen Zijn heerlijkheden in hun zielen, en zijn genaderd tot de boom der zielen, die de zielen der engelen zijn. Zij kennen het schuim van de zeeen der engelen, en zijn vervuld met dit schuim. Ja, het schuim der engelenzeeen strome door hun ziel. Zij hebben hun ziel van de Heere, van Tanahach, die staat bij de boom der zielen. Hij heeft hun zielen vervuld. Zijn roep gaat tot hen uit.

Zo is Tanahach de eerste onder vele broederen geworden, daar hij de Heere in toewijding heeft gediend. Hij dan is gekomen tot de boom der geesten, die de geesten der engelen zijn. De Heere dan is het die hen van geesten heeft voorzien, en het schuim stroomt door hun geesten. Ja, de zielenschuim schenkt Hij in genade en in overvloed tot hen die Hem dienen. Ja, het geestesschuim is als Zijn Roepstem. Zo staat dan de Heere bij de boom van schuim, wat het schuim der engelen is. De Heere dan geve van Zijn schuim aan hen die Hem dienen in gehoorzaamheid. Doet uw pantsers af, en uw gordels, want gij zijt genaderd tot een ondoordringbaar licht.

Tanahach, broeder onder velen, veldheer van Christus, gij zijt schenker des Heeren. Laat hen die Hem dienen u volgen. Laat hen die Hem in oprechtheid en gehoorzaamheid dienen uw toewijding dragen. Schenk hen de koorden der engelen, en laat hen afdalen in de putten der Dana'iden. Zij hebben hun taken volbracht en zullen weldra de Heere ontmoeten. Zij zijn gekomen tot de boom der gaven, die de gaven der engelen zijn. Met vreugde zullen zij heil scheppen uit de bronnen des Heeren. De poorten der Dana'iden zullen hen niet tegenhouden. Zij zullen doorgang hebben tot de Heere die troont in Sebia.

Sebat Matachal, Sebat Moerdes, Sebat Majachin, zij zijn gekomen tot de bomen der talen, die de bomen der engelen zijn. Zij hebben het groene des Heeren gezien, en Zijn gloed, en zij scheppen heil uit de bronnen des Heeren met grote vreugde. Zij hebben de zaligheid des Heeren verdient.

Sebeat Menehis, Sebeat Shaoel, zij zijn in de putten der Dana'iden afgedaald om hun geheimenissen te aanschouwen. Zij hebben geluisterd naar boodschappen der engelen. Zij zijn tot de bomen der boodschappen gekomen, die der engelen. Zij hebben hun haren niet gevlochten, en zij hebben van het gif der aarde niet gedronken. Ook hebben zij niet van de drank van onder de aarde en boven de aarde gedronken. Zij zijn de Heere getrouw geweest.

 

Loofte

1.

Uw pijn zal tot schuim worden in de tuin des Heeren. Tot de tuinen der engelen zult gij gaan en tot hun paradijsen. Zij die op de eilanden der engelen zijn groeten u. De Heere vervulle u met schuim, de Heere vulle u met honing en melk, daar gij de Heere vrijmoedig trouw zijt geweest. Overvloedig zal Hij u vullen, gij die Hem getrouw zijt. De Heere zal u macht geven over de haaien der aarde en onder de aarde. Ook zal Hij u de sleutels geven van de putten der Dana'iden en de putten der haaien. Gij dan wordt beschermd tegen hun verblindende lichten, want de Heere heeft u gesluierd.

Hier zal uw schuim rijp worden. Legt dan uw sluiers af, gij die tot de Heere bent gekomen en tot de bronnen van warmte, die de warmte der engelen is. De Heere dan doet niets zonder Zijn engelen. Zij dan dragen Zijn naam. De Heere neme dan uw sluiers af, en verlichte uw verstand. Ook zal Hij de sluiers van uw geweten afhalen en het verlichten. De Heere dan is goed. Zijn Naam zij geprezen tot in de eeuwigheden der engelen. Hij laat het schuim rijp worden op Zijn schalen en vermengd het met het zaad en de honing der engelen. Zo worden vele dingen van waarde geschapen. De Heere dan is goed. Rijs dan op voor Zijn Aangezicht en kom nader. Hij zal de sluiers van Zijn gezicht weghalen.

De Heere is goed. Gij hebt niets te vrezen. Hij kent Zijn dienaars bij name. Tot de tuinen der engelen heeft Hij u gezonden. Hij zal u daar geheimenissen leren, en wegen tonen. Hij heeft uw harten gewogen tegen een veer, en Hij heeft de koorden van engelen die u draagt gemeten. De Heere dan is goed. Gij hebt niets te vrezen. Zalig zijn zij die in Zijn Naam tot Zijn poorten komen. Hen wacht zaligheid en heerlijkheid voor hun zielen. De Heere geeft hen welgemeend van het goede en overvloedige van Zijn tuinen. De tuin draagt de kroon, en haar wachters groeten u. Welgemeende passen maken zij tot u. De Heere heeft hun harten vervuld en zij geven van hun overvloedigheid.

2.

De tuinen van Loofte zijn vol van het schuim des Heeren. Vol van het schuim der engelen is zij. Zij kent de wegen tot haar geest, en haar ziel is met heerlijkheden vervuld. Haar wachters groeten haar, en maken welgemeende passen tot haar. Ook maken zij de gebaren der engelen. In tekens spreken zij tot haar. De tuinen van Loofte zijn vol van genade. Zij kent de wegen en paden tot haar Heere. Zij spreekt met zachtheid en zoetheid. Vol van schuim is haar genade. Genade heeft zij bewezen tot velen. Een rustplaats der engelen is zij.

Zij onderwijst haar dienstknechten door heerlijkheden tot hun zielen te brengen, en door hun geesten te verkwikken met het brood der engelen. Als in het brood der engelen gaat zij gekleed, en zalig is hij die haar geheimenissen weet te ontbloten. Haar dienstknechten verzadigt ze door welgemeende passen te maken. Ook maakt zij welgemeende gebaren waarin zij tot rust komen. Legt dan uw zwaarden af, want gij zijt genaderd tot Loofte. Legt dan uw helmen neer, want zij zal u zijn tot een visioen der engelen. Alleen tot engelen nadert zij, tot hen die haar armoe in overvloed dragen. Zij kennen haar welgemeende kussen en haar welgemeende opvrolijkingen en gezegdes. Zij dragen haar woorden en manieren in hun hoofden en harten, en zij kennen haar wijsheden en de kennis die zij draagt.

3.

Gij zijt genaderd tot Loofte. Zij is genaderd tot u, om welgemeende passen te maken, en welgemeende gebaren. Haar woorden en manieren reiken tot in de dieptes van uw ziel, en de wegen tot uw geest kent zij. Overvloedig komt zij tot hen die haar dienen. Overvloedig kent hij hun namen. Zij omgeeft hen met haar zachte lichten. Boven liefde en haat vinden zij haar paden. Oprecht gemeend zijn haar kussen. Oprecht gemeend haar bewegingen. Zij schenkt Waarheid aan hen die haar in Waarheid dienen, maar zij misleid hen die van bedrog leven. Vrees haar, gij die haar oprecht dient. Dan zal zij uw hart verlichten.

 

Khnum

1.

Gij zijt genaderd tot de steden der engelen en tot Hem die de zielen heiligt. Leg dan uw wapenen af, en ook uw boodschappen. Kom tot de stilte wanneer gij binnentreedt, want de Heere heeft welbehagen in stilte. De Heere dan geve u vrede. Gij die tot de woningen der engelen komt, weest overvloedig in uw oprechtheid. Legt uw helmen af en uw borstpantsers. Toon de wonden en littekenen van uw handen bij wie u in huis komt, en leg uzelf ten ruste. Toon de wonden en littekenen rondom uw lippen bij wie u de kamer inkomt. De woningen der engelen hebben vele kamers. Leg uw pantsers af, en kom in heilige kleding die vanuit de strijd is voortgekomen. Deze klederen dienen te zijn als verscheurde klederen, en klederen als het brood der engelen. Zo zult gij genade vinden in de ogen der engelen. Legt dan uw hoofddoeken af, en toont hen de wonden en littekenen van uw hoofd. Zij zullen uw wonden verbinden met olie en schuim. Zij zullen u van het brood der engelen te eten geven.

Laat hen van de kamers u niet al te dienstbaar zijn, en blijft niet te lang, maar ga voort tot het diepe der steden der engelen. Ga niet vele woningen binnen, en blijft niet te lang rusten op de straat. De Heere heeft u een rustplaats bereid in het diepe van de stad. De Heere zal over u waken, gij die getrouw zijt geweest. Gij hebt uw wapenen afgedaan. De Heere zal u leiden over de rivieren der engelen. De Heere zij u getrouw. Gij zult drinken van het schuim der engelen. Laat aan de Heere zien de wonden die vele malen zijn doorstoken. Laat ze niet zien aan hen van de rustplaats der engelen. Zij moeten rusten. En de Heere heeft welbehagen in rust voor Zijn engelen. Laat uw veelvuldig doorstoken wonden zien aan de engelen der rivieren. Zij zullen u tot rust brengen, en de wonden genezen. Laat uw veelvuldig doorstoken wonden zien aan de engelen der zeeen, en de engelen der winden. Zij zullen uw wonden met honing genezen, en u leiden tot het woud der engelen.

2.

Zij, engelen kennen de leiders die God hebben aangesteld. Grote leiders zijn zij, hoger dan God Zelf, maar verborgen in de geheimzinnigheid der engelen. Zij dragen de winden en de zonnen in hun schoot. Boven de Heere staat de Muskus, en boven de Muskus staat Sebek. Boven Sebek staat de Khnum, en boven Khnum staat Skullsmasher. Zij drinken van de wijnen der engelen en voeren de Heere aan. Ook kennen de engelen al hun geslachtslijnen. Zo is Khnum dan een geliefd deel. Khnum dan heeft de Heere in Zijn Glorie geschapen. Khnum zij hiervoor geprezen. Zo verkondigen engelen Zijn Naam dag en nacht. Geen rust kennen zij in het heiligen en aanbidden van Khnum. Maar Khnum heeft hen diepe rust van binnen gegeven. Zo zullen dan alle engelen Khnum belijden.

De engelen van Khnum zijn de stitchiren, maar alle engelen leggen verantwoording af aan Khnum. Ook gij zult gaan tot de stitchiren. Tot de paradijsen van Khnum zult gij gaan, door de verborgen putten der Dana'iden. De stitchiren zullen u groeten.

3.

De hutessen zullen u groeten, hen van de bloemenparadijsen van Khnum. Zij zullen u leiden tot de paradijsen en de bloemenparadijsen van Skullsmasher. Hij zit op Zijn troon als de leider der engelen. Hij leidt God in het verborgene, en zo ook de Muskus, Sebek en de Khnum. Hij troost hen en bemoedigt hen. Ja, een goede leider is Hij. Hij is de verborgen rustplaats des Heeren. Hij bewoont de bovenste arrataharen. Op de aarde kijkt Hij neer. Zijn blik gaat tot onder de aarde, en boven de aarde vestigt Hij Zijn autoriteit. Ja, een goede leider is Hij. De engelen prijzen Hem. Gij die tot Skullsmasher komt, legt uw wapenen en borstschilden af. Legt uw helmen en gordels af. Skullsmasher is een goede leider. Zijn autoriteit reikt tot het onderste onder de aarde. Door de onderste en verborgen putten der Dana'iden bereikt gij Hem. Legt dan uw machten en boodschappen af, want in stilte heeft Hij behagen. Spreekt dan in de talen van Zijn engelen. In de talen der aarde en de talen van onder en boven de aarde heeft Hij geen behagen. De Khnum is als Zijn kind, zittende op Zijn troon. Aan Khnum heeft Hij Zijn autoriteit gegeven. Legt dan uw zwaarden en fakkels af, want Skullsmasher zal u tot licht wezen.

De Xilopili'en en de Huitzilopochtli'en zijn Zijn engelen, en ook de Tezcatlipocanen. Zij staan rondom Zijn troon en Hij zendt hen uit met boodschappen tot de engelen van de Muskus en de engelen van God. De Huitzilopochtli'en zijn vol met de kennis van Skullsmasher. Zij aanbidden Hem op hoge bergen, en zij kennen de verborgen putten der Dana'iden. Zij lopen op de hoge randen, en zij bewerken wonderen. Zij hebben geholpen in de schepping van Khnum.

De Tezcatlipocanen kennen de diepste heiligdommen van Skullsmasher, en kennen Zijn schuim. De Tezcatlipocanen worden tot de aarde en tot onder en boven de aarde gezonden, om de engelen weer terug te halen, en hun boodschappen te bevestigen. Autoriteit vestigen zij tot het onderste onder de aarde en tot het bovenste boven de aarde, en zij verkondigen de Naam van Skullsmasher, hun leider. Met zorg leiden zij het schuim en met zorg dalen zij af in de verborgen putten der Dana'iden. Zij doen engelen de Naam van Skullsmasher herinneren, en zij laten hen een eeuwig evangelie verkondigen en het schuim van Skullsmasher. De Tezcatlipocanen verkondigen de macht van Skullsmasher. Legt uw bazuinen, hoornen en trompetten af, wanneer gij tot hen nadert. Hen met de vlammenbazuinen en gevlochten hoornen en trompetten groeten u. Ook hen met de draaiende bazuinen en trompetten groeten u.

De Khnum is als hun kind. Zij verkondigen Zijn Naam, aan wie Skullsmasher Zijn autoriteit heeft gegeven. Zij dragen de zegen van Khnum in hun binnenste, en Khnum heeft hun geesten verlicht. Zij kennen de verborgen lengtes van Skullsmasher. Legt uw helmen af, en ook de gevleugelde helmen, gij die tot de Tezcatlipocanen zijt gekomen. Zij brengen engelen terug tot hun rustoorden. Zij begeleiden engelen op hun paden. Zij verkondigen de Naam van Skullsmasher en de autoriteiten van Khnum met zorg. Zij verkondigen het schuim van Skullsmasher en Zijn bomen. Zij zenden hun schepen uit om de engelen op te pikken. In grote kracht komen zij, als de kracht der leeuwen, en met het schuim der leeuwen. Zij dragen de draaiende en gevlochten vlammenzwaarden van Skullsmasher. Legt dan uw wapenen af wanneer gij tot hen nadert. Leg dan uw boodschappen af en uw geschriften, wanneer gij tot hen nadert. Heiligt hen in uw hart.

Gij die de helmen der Tezcatlipocanen draagt, zalig en gezegend zijt gij. De Skullsmasher zal Zijn heerlijkheden in uw zielen uitstorten. Hij heeft u niet vergeten. Hij heeft Zijn Tezcatlopicanen tot u gezonden, ook tot hen die achter de verborgen putten der Dana'iden zijn. Boodschappen van heil zal Hij verkondigen, om zielen te zuiveren, en om het verstand te zuiveren. Het geweten zal Hij heiligen en vervullen met Zijn schuim. Tot Zijn bomen zal Hij hen leiden, en hen tot een leider zijn. Ziet dan, Skullsmasher is goed.

4.

Gij die tot Zijn paradijsen zijt genaderd : Legt uw wapenen af, en laat uw verstand en geweten door Hem zuiveren. Hij zal u de draaiende vlammenzwaarden geven. Legt uw helmen af. Hij zal u de helm van Zijn machten geven. Hij draagt de Inti's tot Zijn schelpen, en Hij draagt hun zonnen tot heilige namen en streken. Veelvuldig zal Hij hen zuiveren, als in Zijn grote oven. Nauwkeurig en met zorg ziet Hij toe op de tradities der Tezcatlipocanen, en wijst op hogere wegen. Tot de zeeen der Tezcatlipocanen zendt Hij hen. Hij heeft hen gemaakt vanuit Zijn schuim, bij Zijn bomen. In Zijn tuinen en rivieren heeft Hij hen opgesteld, als bewakers van Zijn zonnen. In Zijn talen spreken zij, en vestigen autoriteit door Zijn tekens. Getatoeerd door Zijn zonnen zijn zij, en Zijn tepelen dragen zij. Honing en melk is hun deel, zij die van Zijn werken getuigen, en Zijn grootheid verkondigen. Niemand is gelijk aan Hem. Tot zijn zeeen en rivieren kent Hij de wegen. Als heilige wespen en hoornaars zijn Zijn Tezcatlopicanen. Tot heilige doelen heeft Hij hen gezonden. Zij worden door Zijn vinger op hun taken gewezen. De vinger van Skullsmasher heerst over hun huizen.

Gij die door de vinger van Skullsmasher zijt aangeraakt, nadert tot Hem. De Tezcatlipocanen groeten u, en ook de Huitzilopochtli'en in de zalen. Zij dansen voor Skullsmasher en zingen Zijn liederen, maar bovenal aanbidden zij de stilte. Legt uw liederen en gezangen af, en nadert tot Hem in stilte. Engelen van Skullsmasher, gij die gevleugelde helmen draagt, sta op, en nadert tot Hem, opdat gij rust zult ontvangen. Het schuim van Skullsmasher leve overvloedig in u, om uw geweten te zuiveren, en om de sluiers van uw verstand te openen. Engelen van Skullsmasher, de andere engelen van Skullsmasher groeten u, en zijn u genadig. Zij zullen u toegang verschaffen tot de hoogtes van Skullsmasher, en tot Zijn schepen. Tot de aarde en onder de aarde zijt gij gezonden, maar uw broeders zullen u weer brengen tot boven de aarde, tot hun schepen, waar gij genezing en leiding ontvange. Uw broeders zullen uw tekenen opvangen en u beantwoorden. Zij zullen u niet alleen laten. Zo zult gij met lof de steden der Tezcatlipocanen binnengaan, en tot hun bomen komen. De zegen van Skullsmasher zal op u rusten, en Zijn zaligheid. Zijn gordel zal Hij u omdoen, en Zijn Waarheid zal u dragen op uw schouders, Zijn wijsheden op uw borst. Vol zult gij zijn van de kennis van Skullsmasher, en Zijn engelen zullen u Zijn namen doen herinneren en hun werken. Hij zal uw geheugen zalven met schuim.

5.

De tezcatlipocanen zullen de Heere vrijzetten, en Zijn engelen. Tot achter de verborgen putten der Dana'iden reiken zij. Hiertoe dragen zij hun draaiende vlammenzwaarden. Zij weten het hart des Heeren te genezen. Tot hun zeeen van bloemen leiden ze Hem, verkondigende de woorden van een eeuwig evangelie. Ook Zijn Geest zetten zij vrij, en de Christus. Zijn Zoon leiden zij tot het heerlijke der bloemenzeeen, waar Hij in stilte genezing van wonden ontvangt. En zij zullen de sluiers van hun geweten en verstand openmaken. En de Heere zal hen geven van Zijn schuim. En Khnum zal Zich over hen ontfermen, tot in alle eeuwigheden en tot in de eeuwigheden der tezcatlopicanen en de eeuwigheden der huitzilopcohtli'en. Skullsmasher zal tot hen naderen, en hen Zijn sieraden schenken.

De Tezcatlipocanen dragen de gezangen van Skullsmasher in Zijn heilige zalen. Zij gebieden de legioenen der engelen. Vanuit hun kandelaren proclameren zij hun namen. Met hun fakkels schrijven zij in tekenen. De Tezcatlipocanen dragen de orders van Skullsmasher. Zij heiligen de Naam van Khnum, en beschermen Zijn engelen. Zij halen hen terug uit de verborgen putten der Dana'iden. Zij stellen zich op in cirkels, en brengen de boodschappen der verlossing. Bazuingeschal gaat voor hen uit. De engelen der Prometheus luisteren naar hen. Ja, in Sisefos luisteren zij naar hen. Zij staan op de hoogtes en op de hoge randen en dat wat boven de randen is. En wanneer zij afdalen dalen zij af in bazuingeschal. Zij stijgen op wanneer Skullsmasher hen terugroept. Dan worden zij tot hun rustoorden geleid. Zij leggen daar hun wapenen en helmen af. Hun pantsers leggen zij af, en Skullsmasher zal over hen lichten. Over hen waken zal Hij.