Half april wordt in Cambodja het nieuwe jaar gevierd. Iedereen wordt een jaartje ouder (ze kennen hier geen individuele verjaardagen), krijgt wat vrije dagen, en gaat een weekje op familiebezoek in de provincies. Phnom Penh is rond die tijd dan ook echt uitgestorven, en op het werk is ook al niemand te bekennen. Tijd dus om eens wat meer van de regio te gaan ontdekken: op naar Vietnam!
Voor de belachelijke prijs van $6 heb je al een buskaartje Phnom Penh - Saigon, en Saigon is de perfecte uitvalsbasis naar de centrale hooglanden, waar wij onze zinnen op hadden gezet. De bus zou om half 7 uit Phnom Penh vertrekken en rond half 4 's middags in Saigon aankomen. Ideaal dus, dachten we....
Om half 7 's ochtends was het zo'n gekkenhuis bij de bus dat we ons nog net een plaatsje op de achterbank konden toeëigenen van een bus die toch echt zijn beste tijd wel had gehad. Maar goed, zitten maar, walkman op en blik op oneindig.
Helaas bleek een Cambodjaanse familie vergeten hun visum voor Vietnam te regelen. Nou kon dat visum ter plekke nog geregeld worden, maar dit zorgde wel voor een uur vertraging bij de start. Om kwart voor 8 gingen we dan toch op weg, beetje krap allemaal in de bus, maar vol goede moed. Maar na een half uurtje begon het besef dat de bus en de weg niet goed samengingen. Bij elke hobbel kwam de achterbank los en vlogen zitting inclusief de vijf passagiers de lucht in om met een plof weer terug in het frame te landen. En op naar de volgende hobbel....
Na een uurtje of drie door elkaar geschud en geklotst te zijn en met inmiddels anderhalf uur vertraging op de klok, kwamen we dan eindelijk bij de ferry aan die ons de Mekong rivier over moest brengen. Van mijn vorige reis over deze weg (maar toen in een 4x4, tot dan toe een door mij erg ondergewaardeerde luxe...) wist ik me te herinneren dat we dan al bijna halverwege waren tot de grens. Geen reden tot paniek dus.
Totdat we de rij zagen naar de ferry. Honderden, nee misschien wel duizenden mensen stonden te wachten om overgevaren te worden, auto's stonden tien rijen dik en het was één grote chaos. En toen drong het eigenlijk pas door: shit, met Khmer nieuwjaar gaat iedereen op familiebezoek, dat houdt natuurlijk in dat ze moeten reizen!!! Geen moment bij stilgestaan...
Overal mensen, die ook al uren en uren aan het wachten waren
en hier moest het allemaal op
Viereneenhalf lange uren later stonden we dan eindelijk aan de overkant van het water, het was inmiddels kwart over drie en we moesten nog zeker drie uur rijden tot de grens. Die om zes uur zou sluiten. Dus de buschauffeur trapte hem flink op zijn staart, zodat nu alle stoelen gingen 'dansen' zoals ze dat hier noemen en wij ons zorgen begonnen te maken hoe we al onze ingewanden na afloop weer op de juiste plaats zouden krijgen.
Tien over zes de grenspost bereikt, waar de Cambodjanen ons nog graag onze exit stempeltjes wilden geven, maar hun Vietnamese counterparts helaas hun stempels al hadden opgeborgen. De bus was inmiddels al weer terug naar Phnom Penh. Daar stonden we dan: geen eten, geen slaapplaats, het laatste hotel waren we twintig minuten geleden gepasseerd. En het was inmiddels ook al donker... Na een half uurtje dubben wat nu te doen, kregen we ineens het bericht van de Cambodjaanse douaniers dat hun Vietnamese collega's bereid waren om ons nog door te laten. God, wat een opluchting!
Nadat we dus razendsnel alles aan de Cambodjaanse kant hadden geregeld, renden we bijna door het niemandsland, in het donker turend naar waar de Vietnamese grenspost zich ergens zou bevinden. Uiteindelijk zagen we een slagboom met een bewaker ervoor, dus daar maar op af dan. En ja, daar moesten we zijn, maar we mochten er niet door. Wachten dus maar weer.
De Vietnamese bewaker zat kennelijk om een praatje verlegen, dus probeerde in zijn beste Engels een opening voor een gesprek te vinden. Maar zijn trotse 'look, this is a gun', al wijzend op zijn AK47, die in het schemerlicht nog gevaarlijker en indrukwekkender leek, brak bij ons gezien de omstandigheden toch niet echt direct het ijs. Na een minuut of tien mochten we gelukkig toch door, en anderhalf uur en zes loketten later (ja, bureaucratie viert nog steeds hoogtij in Vietnam), stonden we dan eindelijk op Vietnamese bodem. Godzijdank was er nog een bus naar Saigon, en om tien uur 's avonds arriveerden we dan eindelijk bij ons guesthouse....
