GEOGRAFIE KLIMAAT PLANTEN EN DIEREN
HOME
PAGE
GESCHIEDENIS
ECONOMIE EN TOERISME
BEVOLKING TAAL GODSDIENST SAMENLEVING
Algemeen
De Russische Federatie (Russisch: Rossiskaja Federacija; ook: Russische
Federatieve Republiek [Russisch: Rossiskaja Federativnaja Respoeblika]) of
Rusland (Russisch: Rossija), is een republiek die zowel in de werelddelen
Europa als Azië ligt.
De totale oppervlakte van Rusland bedraagt 17.075.200 km2 en het is daarmee
het grootste land ter wereld en meer dan 400 keer zo groot als Nederland. De
maximale afstand van oost naar west bedraagt maar liefst ca. 10.000 km (van
Polen tot de Beringstraat), en Rusland telt dan ook tien tijdzones. Het
Europese gedeelte van Rusland beslaar ca. een kwart van het totale
grondgebied van Rusland.
De grens tussen Europa en Azië wordt gevormd door het Oeralgebergte.
Rusland grenst verder aan de volgende landen: Noorwegen (196 km), Finland
(1340 km), Estland (294 km) en Letland (217 km) in het noorden en westen, en
via de exclave Kaliningrad aan Litouwen (227 km) en Polen (206 km), in het
zuidwesten aan Belarus of Wit-Rusland (959 km) en Oekraïne (1576 km) en in
het zuiden aan Georgië (723 km), Azerbeidzjan (284 km) en Kazakstan (6846
km).
In het verre oosten grenst Rusland aan China (3645 km), Mongolië (3845 km)
en Noord-Korea (19 km).
Rusland wordt in het noorden omsloten door een groot aantal randzeeën van
Noordelijke IJszee, zoals de Barentsz Zee, de Witte Zee, de Karische Zee, de
Laptev Zee en de Oost-Siberische Zee. In het oosten grenst Rusland aan de
Bering Zee, de Zee van Ochotsk en de Japanse Zee; in het zuiden aan de
Kaspische Zee; in het westen aan de Oostzee en de Finse Golf. De kustlijn
van Rusland bedraagt in totaal 20.017 km.
Tot Rusland behoort ook nog Kaliningrad (Nederlands: Koningsbergen; Duits: Königsberg;
Pools: Krolewice), een exclave tussen Litouwen en Polen in de Bocht van
Gdansk. De volgende eilanden en eilandengroepen behoren ook tot Rusland:
Nova Zembla, Frans-Jozef Eilanden, Noordland, Nieuw-Siberische Eilanden,
Vrangel, Commandeurseilanden, Koerilen en Sachalin.
De noordelijkste punt van de Euraziatische landmassa, en in feite het
noordelijkste deel van het vasteland van de aarde, is het schiereiland
Tajmyr. Het schiereiland strekt zich uit tot 1100 km ten noorden van de
noordpoolcirkel. De meest noordelijke punt van Rusland wordt gevormd door
Kaap Rodolfo op een van de Frans-Jozef Eilanden in de buurt van Nova Zembla.
Landschap
De Oost-Europese laagvlakte is een zwak golvend gebied dat naar het oosten
toe iets oploopt en daar door het Oeralgebergte wordt begrensd. Deze vlakte
ligt grotendeels op een hoogte van minder dan 200 meter, maar sommige
heuvelgebieden bereiken hoogten van 300 à 400 meter (o.a. de Timanrug, de
Valdajhoogte en de Noord-Russische Rug). De hoogste top van het
Oeralgebergte is de Narodnaja met 1894 meter, de rest van het gebergte is
veel lager.
Ten oosten van het Oeralgebergte komen drie landschapstypen voor. In het
verre noorden ligt de boomloze toendra, die op een permanent bevroren
ondergrond, de permafrost, de Euraziatische landmassa over een lengte van
4000 km bedekt. Ten zuiden hiervan maken uitgestrekte naaldwouden (sparren,
dennen en ook berken) van de taiga plaats voor uitgestrekte graslanden, de
steppes.
De toendra is een verlaten koudewoestijn die van de boomgrens tot de
Noordelijke IJszee als een kap over het noordelijke deel van de
Euraziatische landmassa ligt. Door de intense kou en de lange winters
groeien er alleen mossen, korstmossen en, in het zuidelijke gedeelte,
dwergstruiken. De gemiddelde jaartemperatuur ligt rond de -10°C. Tijdens de
drie zomermaanden wordt het bodemoppervlak enkele decimeters ontdooid.
Daaronder bevindt zich de permafrost of ‘vetsjnaja mertslota’, een
permanent bevroren laag aarde van enkele tientallen tot honderden meters
dik.
De wouden (voornamelijk berken en naaldbomen) van de taiga strekken zich uit
van de Oostzee tot de Beringstraat en van de noordpoolcirkel tot de centrale
Siberische hooglanden ten noorden van het Bajkalmeer; in totaal 6,5 miljoen
km2 en daarmee een van de grootste aaneengesloten bosgebieden ter aarde. De
taiga wordt doorsneden door rivieren die langer dan de helft van het jaar
zijn dichtgevroren.
De steppen van Rusland vormen een grote gordel van open grasland, die zich
uitstrekt van de Zwarte Zee tot Mantsjoerije. In loop van millennia is het
plantenmateriaal afgebroken tot een donkere, humusrijke aarde, de ‘zwarte
aarde’ (tsjernozjom) die zeer geschikt is voor de landbouw.
Rivieren, meren en kanalen
Rusland bezit zeer veel rivieren, men schat ca. 100.000. Veel van die
rivieren zijn niet te bevaren, maar vormen wel een geweldig
waterkrachtpotentieel, vooral de rivieren in Siberië. Het
scheepvaartverkeer op de grote rivieren van Europees Rusland en Siberië
heeft het moeilijk door de lange perioden dat de rivieren ijs voeren. In
Europees Rusland duurt de ijsperiode 100 à 135 dagen; de mondingen van de
Siberische rivieren zijn gedurende 190 dagen (Ob) tot 260 dagen (Lena)
dichtgevroren.
In het voorjaar treden zowel bij de Europese als bij de Siberische rivieren
grote overstromingen op door het grote smeltwateraanbod en, bij de
Siberische rivieren, door opstuwing van het rivierpeil door het mondingsijs.
De Wolga is de langste rivier van Europa (3531 km). Andere belangrijke
rivieren zijn de Oeral (2428 km) en in het Aziatische gedeelte van Rusland
de Lena (4313 km), de Irtysch (4248 km) en de Ob (3650 km).
Rusland bezit een groot aantal meren (ca. 270.000), waaronder er vijf een
oppervlakte van meer dan 1000 km2 hebben. De grootste meren zijn het
Bajkalmeer bij Irkoetsk en het Ladogameer bij St.-Petersburg; andere bekende
meren zijn de Kaspische Zee en het Aralmeer. De meren en moerassen van de
Siberische laagvlakte zijn een gevolg van de gebrekkige drainage en van het
voorkomen van bevroren bodems die de infiltratie van smelt- en regenwater
tegenhouden. Verder zijn er nog een aantal kunstmatige stuwmeren met een
totale oppervlakte van ca. 70.000 km2.
De kanalen dienen vooral de scheepvaart. Via de kanalen van het Wolgasysteem
staan de Witte Zee, de Oostzee en de Zwarte Zee met elkaar in verbinding.
Diversen
BAJKALMEER
Het Bajkalmeer is ongeveer 25 miljoen oud en daarmee mogelijk het oudste
meer ter wereld. Het meer heeft een oppervlakte van 31.500 km2 en een
kustlijn van 2000 km lengte. Qua oppervlakte is het Bajkalmeer het achtste
meer ter wereld.
Het is het diepste meer ter wereld met een diepte van 1600 meter en bevat
ca. 31.500 km2 water, evenveel als alle grote Noord-Amerikaanse meren bij
elkaar en een vijfde van al het zoete water op aarde.
Er stromen 336 rivieren in het meer uit, maar het heeft maar één
afvoerrivier, de Angara. Het meer telt ca. 45 eilanden, waarvan Olkhon het
grootste is met zelfs een 1268 meter hoge berg.
KAUKASUS
De Kaukasus is een gebergte in Rusland, Georgië, Armenië en Azerbeidzjan,
ook wel een landbrug tussen de Zwarte Zee en Kaspische Zee genoemd. De
Kaukasus wordt verdeeld in de Kleine Kaukasus en de Grote Kaukasus. In de
Grote Kaukasus bevinden zich in de hoogste bergen van Europa, de Elbrus
(5642 meter), de Dych Taoe (5204 meter), de Kosjtan Taoe (5145 meter) en de
Kazbek (5047 meter). Er zijn meer dan 1000 gletsjers waarvan de Bezengi met
18 km de langste is.
KOERILEN-ARCHIPEL
Voor de verre oostkust van Siberië ligt de Koerilen-archipel, 56 eilanden
met ca. 100 vulkaantoppen waarvan er nog 38 actief zijn. Ze strekken zich
uit over 1200 km van het schiereiland Kamtsjatka tot het Japanse eiland
Hokkaido.
Klimaat
Rusland heeft over het algemeen een landklimaat, met name de centrale
regio’s, maar kent eigenlijk bijna alle soorten klimaten. Alleen een
tropisch klimaat komt nergens voor, terwijl het in Centraal Rusland wel
warmer kan worden dan aan de evenaar.
In de centrale gebieden zijn grote verschillen te noteren tussen zomer en
winter, waarin vaak grote hoeveelheden sneeuw vallen. Opvallend is ook de
snelle overgang van winter naar zomer en omgekeerd. Er is wel sprake van een
lente en een herfst, maar die zijn in feite van korte duur.
De gemiddelde temperatuur in de hoofdstad Moskou bedraagt in de warmste
zomermaand juli 19°C en in de koudste wintermaand januari -9°C. In het
noorden van Rusland en in Siberië heerste en poolklimaat met zeer koude,
lange winters en warme, korte zomers. In de stad Irkoetsk bedraagt de
gemiddelde temperatuur in januari -20,8°C en 17,9°C in juli. In het
uiterste noorden van Siberië zijn minimumtemperaturen van rond de -50°C
geen uitzondering. De laagste gemiddelde januaritemperatuur komt voor in
Verchojansk in Oost-Siberië (-50°C), waar ook de laagste gemiddelde
jaartemperatuur wordt aangetroffen (-16,1°C). In Verchojansk zijn
temperaturen geneten van -69°C in de winter tot +32°C in de zomer!
In het zuiden van Rusland, rond de Zwarte Zee en in de Kaukasus, heerst een
subtropisch klimaat, langs de Noordelijke IJszee een ijzig toendraklimaat.
De winters zijn hier lang en extreem koud, maar tijdens de korte zomer
worden temperaturen boven het vriespunt genoteerd, waarbij het kan voorkomen
dat alle sneeuw smelt.
De hoeveelheid neerslag neemt in het algemeen van west naar oost af, behalve
aan de kust van de Grote Oceaan en in het bergland aan de grens met Mongolië.
De meeste neerslag valt aan de Kaukasische kust van de Zwarte Zee, terwijl
in de woestijn- en steppegebieden van Oost-Siberië veel minder regen, soms
nog geen 50 mm per jaar.
In het midden van de Europese zone van de Russische Federatie bedraagt de
gemiddelde jaarlijkse neerslag meestal tussen de 500 en 600 mm, en dat is
minder dan in Nederland. In het binnenland valt de meeste neerslag in
voorjaar en zomer, terwijl in het gebied ten oosten van de Zwarte Zee de
meeste neerslag in de wintermaanden valt. In het Centraal-Aziatische deel
van Rusland zijn de zomers heet en droog. De meeste regen valt hier in de
lente.
Een koude valwind, de Bora, komt in de winter voor en de temperaturen
blijven dan meestal ver beneden 0°C. Andere lokale winden zijn de Boeran in
Zuid-Rusland en Siberië en de Poerga in Noord-Rusland. Beiden worden
gekenmerkt doordat koude, continentaal polaire lucht met grote snelheid
wordt verplaatst, veelal gepaard gaande met driftsneeuw.
Planten en dieren
Planten
De flora van Rusland staat sterk onder invloed van het continentale klimaat.
De vegetatie kan van het noorden naar het zuiden verdeeld worden in
toendra-, taiga-, loofbos-, steppe- en woestijngebieden.
De toendra strekt zich uit tot enkele honderden kilometers ten zuiden van de
Noordelijke IJszee. De arctische toendra, op de eilanden en de noordelijkste
delen van het vasteland, is boomloos en er komen zelfs nauwelijks struiken
voor. De vegetatie bestaat vooral uit mossen en korstmossen, waaronder
rendiermossen. De brede zuidelijke toendra is wat meer begroeid met
dwergstruiken op, zoals veengebieden met veenmos voor, vooral (12 soorten)
berken, sparren, lariksen, jeneverbessen, heidesoorten en wilgen.
De taiga wordt gekenmerkt door een landschap van naaldbossen met veel meren
en moerassen. Spar en grove den domineren veelal, verder naar het oosten
treden Larix sibirica, Abies sibirica en Pinus sibirica op. In de ondergroei
zijn bosbessoorten kenmerkend, zoals berendruif, veenbes en bosbes. De
naaldbossen van de taiga gaat via gemengd bos met zilverberk en
ratelpopulier en eik, en in Europees Rusland met haagbeuk en taxus, over in
een zone van loofbos, met uiteenlopende bomen als iepen, essen, esdoorns,
linden, elzen en in het westen de beuk. Veel van deze bossen zijn echter
vernietigd en de moerassen zijn hier voor een goed deel drooggelegd.
Een brede gordel van boomsteppen, met vooral eik in het westen en berk in
het oosten, vormt een overgang naar de zone van grassteppen, die vooral het
gebied van de vruchtbare zwarte aarde beslaat en grotendeels in cultuur is
gebracht. In de steppen domineert vedergras, zwenkgras, fakkelgras en
alsemsoorten. In het voorjaar, tijdens de regenperiode, verandert de steppe
in een kleurig bloementapijt met bol- en knolgewassen, eenjarigen, onder
andere Citellus pygmaeus, en door anemoon- en adonissoorten.
Plaatselijk komen zoutmoerassen voor met zoutminnende planten zoals
schorrekruid en zeekraal. De vegetatie van de woestijnen is schaars en
bestaat, naast alsemsoorten uit enkele zoutminnende planten als Kochia,
Camphorosma, Salsola en Anabasis.
Op sommige plaatsen langs de Zwarte Zee en de Kaspische Zee heeft de
vegetatie een mediterraan karakter. De Kaukasus heeft een zeer rijke
bergplantengroei.
Dieren
In het noorden van Rusland en op de eilanden komt een arctische fauna voor,
waar knaagdieren de hoofdmoot van de dierenwereld vormen, onder andere
lemmingen en woelmuizen. Deze knaagdieren worden bejaagd door poolvossen.
Als enig huisdier is het rendier hier te houden. In de zomer broeden vele
trekvogels (met name watervogels) op de toendra, onder andere wulpen,
kemphanen, snippen, grutto’s, standlopers en plevieren. Langs de kusten
van de Noordelijke IJszee komen ijsberen, walrussen, zeehonden, robben en
sneeuwhazen en sneeuwuilen voor. De meest algemene roofvogel is de
ruigpootbuizerd, terwijl ook de zeearend en de giervalk jagen op
leeuweriken, sijzen, zwaluwen, gorzen en blauwborstjes.
De taiga ten zuiden van de toendra wordt onder andere gekenmerkt door het
voorkomen van wolf, veelvraat, lynx, bruine beer en eland. Verder komen hier
edelhert, ree en talloze soorten pelswild voor, waaronder de sabelmarter,
wezel, hermelijn, zilvervos en bunzing.
De taiga is zeer rijk aan vogels, vooral typische bosbewoners als spechten,
mezen, vinken, haviken, uilen, rietganzen, haakbekken, kruisbekken en
notenkrakers. Bosbessenstruiken produceren hier donkerblauwe vruchten,
waarvogels als hazelhoen, goudvink en pestvogel dol op zijn. Onder de
roofvogels domineert de bruine kiekendief, maar ook oehoes en sperwers komen
veel voor.
Het gebied van het gemengde bos en loofbos heeft een typisch Midden-Europese
fauna met onder andere edelherten, wilde zwijnen, vossen en dassen. Vóór
de uitroeiing was de wisent hier het grootste zoogdier; op bescheiden schaal
werd deze opnieuw uitgezet.
De fauna van de boomsteppen is weer afgeleid van die van het loofbos, maar
vertoont ook elementen van die van de grassteppen (o.a. de gevlekte soeslik,
een soort grondeekhoorn). De dierenwereld van de grassteppen heeft het meest
te lijden gehad van de jacht; hoewel de saïga, een steppeantiloop, zich
goed hersteld heeft, zijn grote hoefdieren als wilde paarden, en knaagdieren
als de bobakmarmot uitgeroeid.
Kleine knaagdieren zijn nog goed vertegenwoordigd; dit is ook het gebied van
de sprinkhanenplagen met als voornaamste vijand van de sprinkhanen de roze
spreeuw. Knaagdieren spelen ook een grote rol in de zandsteppen, waar o.a.
ook de strandleeuwerik voorkomt.
In de Zwarte Zee komen o.a. haaien, steuren, monniksrobben en tandwalvissen
als dolfijnen, tuimelaars en bruinvissen voor, naast ca. 170 vissoorten. De
grote binnenzeeën als Kaspische Zee en Bajkalmeer huisvesten vaak een
eigenaardige dierenwereld.
Deze beide grootste meren zijn overigens tamelijk verschillend; de Kaspische
Zee is sterk verarmd, maar het Bajkalmeer heeft een veel rijkere
dierenwereld met 1700 soorten waarvan er ca. 1100 endemisch zijn. Bekendste
voorbeeld is de Bajkalrob, de enige zoetwaterrob ter wereld. Ook de olievis
komt alleen in het Bajkalmeer voor.
De bodem van het meer wordt bedekt met reuzensponzen, en zwermen algenetende
kreeftjes en garnalen houden het water glashelder.