| Draken, uit �Griezelhandboek� van Paul van Loon (Elzenga, 1998) |
| Draken: Volgens oude verhalen stamt de draak af van de worm, of van de slang. Vandaar ook dat men in de middeleeuwen geloofde dat draken in holen onder de grond woonden. Westerse draken zijn bijna zonder uitzondering angstaanjagende monsters. In de meeste verhalen is de draak een uit zijn krachten gegroeide hagedis met vleugels, of een gevleugelde slang met poten, die vuur en rook uitbraakt en alles verschroeit wat op zijn bad komt. Draken hebben ��n of meerdere koppen, soms zelfs tientallen. Ook het aantal poten varieert, van twee tot zes, of meer. De vleugels van een draak zijn vleermuisachtige vlerken. Zijn lichaam is overdekt met een geschubd pantser, waardoor hij moeilijk te doden is. Hij vreet mensen en hij verscheurt en verslindt vee. Olifanten behoren tot zijn favoriete hapjes. Groot en verschrikkelijk is de draak Katla in �De Gebroeders Leeuwenhart� van Astrid Lindgren (Ploegsma, 1975). Hij levert een gevecht op leven en dood met de reuzenslang Karm, een monster uit de oertijd. Komodo-draak: Echte draken leven tegenwoordig op het Indonesische eiland Komodo. De Komodo-draak werd in 1912 ontdekt, toen een vliegtuig een noodlanding op het eiland maakte. Deze draak spuwt geen vuur en heeft geen vleugels. Ook eet hij geen olifanten, maar herten, die hij vanuit een hinderlaag overvalt. Met zijn kaken breekt hij de nek van het hert, daarna verscheurt hij het. De Komodo-draak kan meer dan drie meter lang worden. Draken en schatten: Draken haten mensen en zijn dol op schatten. In veel verhalen liggen ze te slapen op een berg goud en juwelen, zoals de draak Smaug in het boek �De Hobbit� (Het Spectrum, 1960) van J.R.R. Tolkien. Draken slapen erg licht. Zodra iemand maar in de buurt komt van hun schat, zijn ze klaar wakker. Dieven worden dus onmiddellijk geroosterd. Drakenbloed: Als je je baadt in het bloed van een draak, word je onkwetsbaar. Siegfried, een held uit Noorse en Germaanse legenden, werd onkwetsbaar nadat hij de draak Fafnir gedood had en een bad nam in zijn bloed. Hij kon zelfs vogels verstaan, nadat hij drakenbloed gedronken had. Drakenbloed werd door heksen als een machtig tovermiddel beschouwd en ze gebruikten het vaak in hun brouwsels. Aardige draken: Er is een duidelijk verschil tussen draken uit het Oosten en die uit het Westen. De Oosterse draken, bijvoorbeeld die in Chinese en Japanse verhalen, zijn over het algemeen zachtaardig, al zien ze er wel drakerig uit. Ze zijn brengers van geluk en daarom is de draak in China een belangrijk symbool, dat in tronen van keizers, boten, bedden, tafelpoten, stoelen, maar ook in doodskisten uitgesneden wordt. Een goedaardige draak is Foechoer, de witte geluksdraak in het boek �Het Oneindige Verhaal� van Michael Ende (Sijthoff, 1982). |