Uit Chinese Sprookjes, Uitgeverij Elmar 1990


De tsja-tsja-ta-toe-toe en de feniks
De nietigste en lelijkste aller vogels is de tsja-tsja-ta-toe-toe. De edelste, wonderbaarlijkste en prachtigste gekleurde vogel is de feniks.
Op een dag zat de tsja-tsja-ta-toe-toe op haar nest. Een dwergmuis, die haar hol daarnaast had, loerde ernaar. Toen de tsja-tsja-ta-toe-toe weggevlogen was, glipte ze snel uit haar hol en begon aan de eieren te knagen. Dat deed ze een paar dagen achter elkaar tot er nog maar ��n ei in het nest lag. de hulpeloze, arme vogel wist niets anders te doen dan naar de feniks, de koning der vogels, te vliegen en zich over de dwergmuis te beklagen. �Majesteit�, zei de tsja-tsja-ta-toe-toe, �ik kom in mijn ellende bij u. Ik heb drie eieren in mijn nest gelegd, twee ervan heeft een gemene dwergmuis opgevreten. Drie eieren zijn mijn kinderen en twee kindertjes heb ik daardoor nu verloren. Deze daad mag niet ongestraft blijven. U bent de hoogste rechter in het vogelrijk, ik smeek u, help mij!�

De feniks was erg autoritair en keek minachtend op de tsja-tsja-ta-toe-toe neer. Nijdig omdat hij gestoord werd riep hij: ��k Heb geen tijd om me met zulke kleinigheden in te laten. Hoe kun je me nu om twee eieren lastigvallen? Je moet zelf op je kinderen passen, net zoals alle vogelmoeders. Het is je eigen schuld!�

De tsja-tsja-ta-toe-toe was totaal uit het veld geslagen en het huilen stond haar nader dan het lachen. Met een schuchtere stem zei zij: �Waar vindt men nog rechtvaardigheid? U kijkt op me neer en denkt dat ik veel lawaai maak om niets. Ik kwam naar u toe omdat u de koning der vogels bent. U zou de armen moeten helpen. En twee kleine eieren zijn voor u maar een onbenullig iets waarvoor u niet gestoord wilt worden. Kleine dingen hebben echter al vaak tot grote ongelukken geleid. Als er later eens een ramp gebeurt, geeft u mij daarvan dan niet de schuld.�

De feniks luisterde allang niet meer naar haar en sloeg ongeduldig met zijn vleugels. De tsja-tsja-ta-toe-toe zag dat de koning der vogels geen aandacht voor haar had en vloog treurig naar haar nest terug.

Woedend zat zij daar en bedacht hoe zij zichzelf zou kunnen helpen. Zij kreeg vele idee�n en vele verwierp zij weer. Plotseling kreeg zij een inval en sprong op. In de weide plukte zij een sterke grashalm af en maakte daarvan een pijl. Toen ging zij achter een dikke struik in een hinderlaag liggen en wachtte de roofzuchtige dwergmuis op.

Na een poosje klonk het �trip-trap, trip-trap� en daar kwam de dwergmuis aangeslopen. De tsja-tsja-ta-toe-toe was zo boos, dat hij vlug naar voren sprong en de dwergmuis met haar pijl een oog uitstak. Deze gaf een harde schreeuw, maar wist helemaal niet wat er eigenlijk gebeurde. Van pijn draaide ze gillend in de rondte. Toen schoot ze als de weerlicht door het moeras, zo�n pijn deed haar oog, en landde tenslotte in het neusgat van een leeuw. Deze deed net aan de oever van een meer zijn middagslaapje. De leeuw vloog plotseling uit zijn slaap omhoog en sprong hals over kop in het meer, omdat hij niet wist wat er zo in zijn neus kriebelde. In het water lag lui een draak, die gapend zijn muil opensperde. Omdat hij plotseling de leeuw vanaf de oever op zich toe zag springen, dacht hij dat het om zijn leven ging en verhief zich met verschrikkelijke slagen van zijn staart in de lucht. Hoog daarboven, in het rijk der bergen en luchten, woonde echter de feniks.

Nog verblind van schrik stootte de draak tegen het feniksnest en brak daarbij het ei, dat in het nest lag. De feniks vloog op en snauwde de draak toe: �Jij ellendeling! Stoot me daar het ei in het nest kapot! Nog nooit hebben een draak en feniks met elkaar gevochten. Jij leeft meestal in het water en ik meestal op het land en in de lucht. Je weet echter, dat wij feniksen maar eenmaal in het jaar ��n enkel ei leggen; waarom kom jij dan het water uit, vernielt mijn nest en het kostbare ei? Wat heb ik je gedaan?�

De draak trok een ontsteld gezicht, maar zei toch op een verdedigende toon: �Dat is mijn schuld niet. U moet zich bij de leeuw beklagen, want alleen de leeuw heeft schuld. Ik zwom heel rustig wat op en neer in het meer, kalm als altijd; toen sprong er plotseling een leeuw op me af die me wilde grijpen. Moet ik me dan laten opvreten? Ik vloog dus in de lucht en slechts door een ongelukkig toeval kwam ik bij uw nest terecht en brak het ei. Ik vraag u vele malen excuus maar alleen de leeuw heeft schuld!�

De feniks vloog op staande voet naar de leeuw en maakte hem de bitterste verwijten. �Ik?� zei de leeuw, �ik zou de schuld krijgen van dit ongeluk?� Daarbij maakte hij met de poten een afwerende beweging. �Ik lag in een diepe sluimering bij het meer, toen er opeens een dwergmuis in mijn neusgat gleed en mij kietelde. Ik sprong van schrik in het water en zag pas daarna wat er eigenlijk gebeurd was. de schuld treft alleen de dwergmuis.� De feniks ging daarop naar de dwergmuis toe.

� Ik ben onschuldig�, piepte de dwergmuis. �De tsja-tsja-ta-toe-toe is de schuld van alles. Die heeft mij een pijl in mijn oog gestoken en toen ben ik van pijn weggerend, waarbij ik het neusgat van de leeuw voor een holletje aanzag. Zo is het allemaal gegaan.� Nijdig begaf de feniks zich op weg naar de tsja-tsja-ta-toe-toe.

�Kent u me eigenlijk nog wel?� vroeg de kleine grasvogel op verwijtende toon. �Herinnert u zich mijn bezoek en uw eigen woorden? U hebt zich ongeduldig en snel van mij afgemaakt, toen ik destijds bij u kwam. U zei dat iedere vogel maar op zijn eigen eieren moest passen. Dat heb ik toen ter harte genomen en mijn nest verdedigd. De dwergmuis was weer op weg naar mijn nest om mijn laatste ei op te vreten, toen heb ik haar het stelen afgeleerd.

Zeker, ik heb daarbij de pijl als wapen gebruikt. Ik heb u van tevoren gewaarschuwd: uit kleinigheden kan soms een grote ramp ontstaan. U had toen geen oren naar mijn woorden. Wie is dus de schuld van alles? Wie?�

De feniks zweeg bij deze woorden, werd rood van schaamte en vloog schuchter weg.
Terug
Hosted by www.Geocities.ws

1