| DEEL 1: DE QUEESTE |
| �Hoezee, hoezee! Een queeste!� Riep heer Kwekkelonius uit en wierp zijn gepluimde hoed in de lucht. �Kalm, kalm!� Zei Siegfried en ving de hoed handig op en plantte hem weer op het hoofd van zijn vriend. �Je hebt de brief nog niet eens open gemaakt.� �Nee, ik ben er zeker van: kijk dan, het staat er op!� Zei hij enthousiast. Hij liet Siegfried het geschreven document zien en Siegfried begon het aandachtig te lezen. �Goed,�sprak hij, �als het zo belangrijk is dan moet je de roeping volgen.� �Fantastisch, dan gaan we!� Riep heer Kwekkelonius uit. Maar toen hij deze woorden had uitgesproken , vatte het papier plotseling vlam en brandde geheel op tot as die zachtjes op de grond neerdwarrelde. �Wat was dat?� vroeg heer Kwekkelonius verbaasd. �Dat zie je toch, mijn vriend? Zodra je de brief liet weten dat je de queeste aanvaardde, was hij niet meer nodig en brandde hij op.� Legde Siegfried uit. �Maar wat als ik hem nog eens wil lezen?� vroeg hij ge�rgerd. �O, maar dat zal geen probleem zijn. Als je je de woorden nog kunt herinneren heb je des te meer het bewijs dat het een queeste is.� Verklaarde Siegfried opnieuw. �Ach zo...� En licht fronsend met zijn wenkbrauwen herhaalde hij exact de geschreven woorden: Op zoek naar gevaar en avontuur? Zoek dan het �Duistere Woud� op en waag je kans. Versla het monster en grijp het goud dat hij al zo lang heeft afgetroggeld van de arme omwoners!� �Toch blijf ik die brief wat vreemd vinden.� Sprak heer Kwekkelonius wederom. �Inderdaad, ik vrees dat ook nog een aantal andere strijders deze brief hebben ontvangen.� �Hoezo, je vreest? En waarom zouden er nog andere krijgers nodig zijn?� Vroeg hij nu nieuwsgierig en schonk zichzelf nog een glas wijn in en keek Siegfried vragend aan. �Ach, je kunt het op twee manieren verklaren. Ofwel is dit papier geschreven door de omwoners om hen te verlossen van het monster en zoeken ze de geschikte kandidaat of...� Maar heer Kwekkelonius onderbrak hem: �Vreemd, aan ons hadden ze wel genoeg gehad...� Siegfried deed alsof hij niets gehoord had en vervolgde: �Ofwel is het een valstrik...� -heer Kwekkelonius verslikte zich op dit moment- �om zoveel mogelijk helden in het verderf te storten!� �Kom, kom! Dar geloof ik niets van! Laten we gewoon gaan. Wat zeg ik? Je moet wel met me mee, vergeet ons verbond niet!� Sprak heer Kwekkelonius nu furieus. Siegfried zuchtte. Jaren geleden had heer Kwekkelonius Siegfried eens per toeval bevrijd. Draak zijnde, bood Siegfried hem een beloning aan. Heer Kwekkelonius had niet lang hoeven nadenken. Al gauw vroeg hij om de �eed van vriendschap� zodat hij levenslang bescherming zou genieten van de draak. Siegfried kon onmogelijk weigeren en ze brachten elkaar een snede toe, drukten daarna de wonden tegen elkaar en zo vermengden zich hun bloed en was de eed bezegeld. Maar al gauw bemerkten ze dat er een aantal voordelen aan hun verbond waren verbonden. Heer Kwekkelonius was plotseling veel heldhaftiger, sterker en edelmoediger geworden. Kortom, heer Kwekkelonius was er een beter mens op geworden. Maar helaas, hij was nog even verwaand en had nu de onbedwingbare drang om queestes op te lossen. Siegfried daarentegen, die reeds lang magische krachten bezat, had er ook zijn voordeel mee gedaan. Hij kon niet alleen in zijn normale gedaante rondreizen en in zijn onzichtbare gedaante �dingen� doen, maar nu kon hij ook nog een soort mensengedaante aannemen. Hij kromp dan zienderogen en zijn vleugels werden een soort veelkleurige mantel, plots droeg hij een blauw soort broek en een roodgekleurd hemd. Alleen zijn klauwen, gifgroene huid en drakenhoofd bleven hetzelfde, al bij al een vreemd gezicht. En dit kwam heer Kwekkelonius ook nog eens goed van pas. Zo genoot hij niet alleen de beloofde bescherming, maar door de kleinere gedaante van Siegfried was het heel wat makkelijker om te reizen en zo viel het ook niet zo op dat heer Kwekkelonius zijn queesten eigenlijk alleen maar kon klaren met de hulp van Siegfried de Draak... Nu moest hij weer eens -gedwongen- op reis met zijn vriend. �Nee, ik ben ons verbond niet vergeten, mijn vriend.� Sprak Siegfried. �Het is mijn lot je tot je dood te beschermen, daarna zal mijn schuld afgelost zijn. Jouw bloed stroomt ook door mijn aderen, daar valt niet onderuit te komen.� Heer Kwekkelonius had eigenlijk al spijt van zijn opvliegende woorden. Ze hadden al zoveel samen meegemaakt dat hij Siegfried de Draak nu als zijn vriend beschouwde. �Kom, laten we het er nu niet meer over hebben. We moeten ons klaarmaken, dat zijn we nu schuldig aan de queeste. Bovendien ben ik benieuwd naar dat zo vernietigende monster.� Zo sprak hij verzoenend en samen met Siegfried namen ze het nodige mee. Heer Kwekkelonius zadelde zijn ros. Siegfried had geen paard nodig, als het echt nodig was, kon hij zelfs zo snel als de wind rennen. Wanneer heer Kwekkelonius in volle galop naast hem reed, leek hij net zachtjes te vliegen. Ze zochten op ��n van hun vele kaarten naar het �Duistere Woud�, toen vertrokken ze om heer Kwekkelonius� queeste op te lossen. Nog even geduld, het tweede deel van dit verhaal komt er binnenkort aan!!! |