| Boeddhisme |
| Verschillende verhalen doen de ronde over het verband tussen het boeddhisme en draken. Het feit blijft in ieder geval dat er verbanden zijn. De boeddhisten beelden Boeddha dikwijls af rijdend op een draak. Er bestaat ook een legende over de missionaris Tang Seng, die het boeddhisme naar China bracht. Hij kwam op een paard naar China, dat volgens de overleveringen in een draak was veranderd en dat ook nog eens bevorderd was tot bevelhebber over de hemeldraken. Een andere legende gaat over een draak die leefde aan de voet van het Himalaya-gebergte. Het was een kwaadaardige draak die vuur spuwde. Wie te dichtbij kwam, was er geweest. Op een dag kwam er een bodhisatva langs. Dit is een boeddhistische geestelijke die alle wezens van lijden probeert te verlossen. 'Mijn zoon, stop met doden', zei de bodhisatva tegen de draak. 'Wie zich aan de vijf boeddhistische voorschriften houdt zal gelukkig worden.' Toen de draak deze woorden hoorde, onthield hij zich van alle geweld. Tot dan hadden de kinderen de draak altijd gevreesd, maar toen ze zagen dat hij vriendelijk geworden was, verloren ze hun angst. Het duurde niet lang of ze sprongen op hem, trokken aan zijn staart en staken stenen in zijn mond. Na een tijdje werd de draak ziek en toen de bodhisatva nog eens langs kwam, riep de draak: 'Ik heb me aan de vijf voorschriften gehouden, maar ik ben allesbehalve gelukkig.' De bodhisatva antwoordde: 'Geweldloosheid en mededogen zijn niet voldoende. Je moet deze eigenschappen combineren met wijsheid. Dit is de manier om jezelf te beschermen. Als de kinderen je nog een keer doen lijden, toon je gewoon je vuur. Daarna zullen ze je niet meer lastig vallen.' Boeddha noemde dit evenwicht tussen mededogen en wijsheid 'de middenweg'. Deze laatste is natuurlijk sterk boeddhistisch getint. De draak wordt hier gebruikt als middel om een les te leren aan de luisteraars van dit verhaal. |