![]() |
| Ed. Hoornik / overgang |
| Slaapkamerstilte, iedre morgen weer; dag, die begint en niet is te ontwijken; kleeren, waarin mijn leven ligt te slijten; lichaam, dat oud wordt, iedre hartslag meer; gespiegeld hoofd, dat kijkt als ik me scheer; kamer daarachter die ook mee gaat kijken; koude die ik dan langs mijn rug voel strijken; wereld, waarin ik langzaam wederkeer: gewone dingen uit mijn daagsche doen: huissleutel, zakmes, vulpen, paperassen, die ik als klein kind met name noem; poeders voor als de pijn mij zou verrassen, verzen van Achterberg en J.C. Bloem, die als twee armen aan mijn lichaam passen. |