1. Mandarijneend
1.1 Algemeen
De mandarijneend is en blijft nog steeds de mooiste eend, die elk beginnend eendenliefhebber in zijn collectie zou moeten hebben. Ze behoort tot de PRONKEENDEN. De eenden zijn makkelijk te kweken.
Oorspronkelijk kwam de eend alleen voor in Oostelijk Azi�. Nog steeds is ze voor aanstaande gehuwden in China het symbool van de huwelijkstrouw.
De mandarijneend is echter sinds lange tijd (eerste helft 18e eeuw) ingevoerd in Europa en is ook hier, door het feit dat sommige vogels ontsnapten, in het wild beginnen broeden.
De mandarijneend blijft niet gedurende het ganse jaar op kleur. Het mannetje verliest na de broedperiode, juni-juli, geleidelijk aan zijn prachtige vederkleed. Hij neemt dan gedurende een aantal maanden zijn zogenaamd eclipskleed aan en lijkt dan sterk op het vrouwtje. Bovendien zijn zijn poten minder geel van kleur en is zijn snavel minder vuurrood gekleurd. De kleuren beginnen even geleidelijk aan terug te komen vanaf september-oktober.
De mandarijneend is gewoonlijk schuw en terughoudend.
Een eend die dezelfde levenswijze heeft als de Mandarijneend is de Carolina eend. Ze behoren trouwens tot hetzelfde geslacht (mandarijn = Aix galericulata en carolina = Aix sponsa).
1.2 Beschrijving
Over de beschrijving van de mandarijneend zou men een apart hoofdstuk kunnen schrijven. Van dergelijke schoonheid zou men zelfs po�tisch worden. Daarom verwijs ik naar de foto's waarop de pracht van de mandarijneend kan bewonderd worden.
Vooral opvallend bij het mannetje zijn de rosse waaiers of zeilen, die gevormd worden door de schouders, waarvan het weefsel sterk naar boven is uitgegroeid.
Opvallend voor het vrouwtje is de witte vlek rond het oog die uitloopt tot in de nek.
De jongen lijken aanvankelijk op het vrouwtje. Reeds na een vijftal maanden nemen zij naargelang hun geslacht de volwaardige kleur van het mannetje of vrouwtje aan.
1.3 Mutaties
Van de mandarijneend zijn twee mutaties bekend, nl. de witte en de blonde mandarijneend. Het is aan te raden, om onderlinge kweek te vermijden, de verschillende mutaties en de normale soorten niet op eenzelfde vijver te houden.
1.4 Voortplanting
1.4.1 Paring
De paring begint in feite met een soort voorspel, ook wel baltsen genoemd. Bij mandarijneenden is dit vrij eenvoudig. Het mannetje begint rond het vrouwtje te zwemmen. Hij liefkoost haar en lijkt haar kussen te geven in de nek en op de kop. Hij maakt met zijn hoofd pompbewegingen. Indien het vrouwtje op zijn avances ingaat, legt ze zich iets dieper en languit in het water. Vervolgens kruipt het mannetje langs opzij op het vrouwtje en pakt haar met zijn bek bij haar nekveren vast. Het vrouwtje blijft net met haar hoofdje boven water. Al parend wordt eventjes rondgezwommen tot het mannetje het vrouwtje loslaat. Na de paring zullen de eenden zich reinigen.
1.4.2 Nest
In gevangenschap moet het nest van de vogels door de mens worden voorbereid. In een nestkastje voorzien van hooi op 0,5 � 1 meter hoogte, dat voor de eend bereikbaar is via een laddertje (indien geleeuwiekt), zal het vrouwtje haar eieren leggen.
1.4.3 Eieren
Het leggen van de eieren begint normaal eind maart begin april. Gewoonlijk wordt elke dag een ei gelegd, en dit in totaal tot zelfs 15 stuks (en soms nog meer). Vanaf het 8ste � 9de ei begint de eend de eieren met dons te bedekken. Het dons trekt ze uit haar borst. De eieren zijn wit van kleur.
1.4.4 Broeden
Het broeden duurt ongeveer 30 dagen. De eend verlaat het nest enkel voor wat te eten en te drinken. Ze dekt haar eieren bij het verlaten wel steeds toe met het dons, die overvloedig aanwezig is, om ze warm te houden.
Het is aan te raden om na ongeveer 14 dagen broeden de eieren te schouwen. Een ei dat dan nog doorzichtig is, is een slecht ei. Een ei dat donker is met een luchtkamer zichtbaar aan een van de uiteinden is vermoedelijk bevrucht. Indien er veel slechte eieren bijzitten, kun je ze beter wegnemen. De eend zal normalerwijze na een tijdje opnieuw aan een legsel beginnen.
1.4.5 Uitkomen jongen
Als ze uitgekomen zijn, blijven de jongen nog 1 � 2 dagen op het nest. Als de moeder ze roept, komen ze naar buiten. In de natuur nestelen mandarijneenden vaak in een holle boom. Hun nest bevindt zich vaak op een hoogte van 9 meter. De jongen laten zich dan van deze hoogte vallen in het hoge gras.
In het begin zal het vrouwtje geen enkele andere eenden in de buurt laten komen. Zelfs het mannetje mag dan niet te dichtbij komen, of hij wordt verjaagd. Toch blijft het mannetje steeds in de buurt. Het vrouwtje zal bij slechte weersomstandigheden de jongen onder haar vleugels nemen. 's Nachts schuilen ze meestal in een niet ingenomen nestholte op de grond.
1.5 Ringmaat
Maat J - 9
De jongen worden best geringd na een drietal weken.