NRC Handelsblad, 25
maart 2005
Dwepen met
decadenten
Karel Berkhout
|
Historische roman, verhaal over
ontluikende homoseksualiteit, relaas van een sociale stijger
of spannende thriller - vier gedaanten van het hedendaagse jeugdboek. Floortje Zwigtman heeft ze allevier versmolten in een geraffineerde roman vol
misdaad, theater, schilderkunst, kuiperijen, hoererij, verraad, liefde en tal
van verwijzingen naar de wereldliteratuur. Zo'n
groot gebaar is een zeldzaamheid in de Nederlandse jeugdliteratuur, en alleen
al daarom is Schijnbewegingen uniek. |
|
|
|
Zwigtman maakte bijna drie jaar geleden
naam met Wolfsroedel, een eveneens ambitieus boek dat zeer lovend werd
besproken. `Het vuistdikke Wolfsroedel is zo veelzijdig en veelomvattend, dat
het mij altijd zal bijblijven', schreef Judith Eiselin in deze krant (Boeken, 21.06.02). Het boek maakte
een discussie los over de vraag of het niet te gewelddadig was voor kinderen.
Nee, antwoordde Zwigtman toen in een interview: ,,Een schrijver heeft het recht alles aan te kaarten.'' En
in Schijnbewegingen doet Zwigtman dat dan ook, van
de veelal opwindende en expliciet beschreven homoseks tot de naargeestige
afpersingspraktijken van jonge hoerenjongens. Schijnbewegingen - het
eerste deel van wat een tweeluik moet worden - speelt in 1894 in Londen, met name in Soho, een wijk van
kunstenaars en prostituees. Het gebeurt niet vaak dat Nederlandse schrijvers
een historische roman volledig in het buitenland situeren.
Schijnbewegingen past beter in de golf van neo-victoriaanse romans uit Engeland, zoals die van Sarah Waters (van de `lesbische schelmenroman' Tipping the Velvet) en van Michel
Faber (The Crimson Petal and the White). Zwigtman
benut het genre voor een jeugdverhaal over het hervinden van zelfrespect en
integriteit in een verrotte wereld. De zestienjarige Adrian Mayfield koestert het
verlangen `naar de sterren te reiken'. Maar het grote geld is voor
volksjongens als hij niet weggelegd en zijn liefde voor andere jongens is
verboden. Na een ontmoeting met Auguste Trops, een excentrieke Vlaamse schilder, begint Adrian aan een lange zoektocht, die leidt tot aanvaarding
van zijn homoseksualiteit (de titel Schijnbewegingen slaat op de
aanvankelijke zelfverloochening) en die van geilheid via verliefdheid naar
echte liefde voert. Een tocht die hem doet belanden op de literaire olympus van Oscar Wilde, en
waarbij hij verstrikt raakt in het schandaal dat Wilde uiteindelijk te gronde
richt. Zwarte romantiek De verhaallijnen komen
bij elkaar in de beschrijving van de fictieve familie Farley.
Adrian poseert voor Vincent Farley,
een kunstschilder die behoort tot de hofhouding van Wilde. Hij helpt Imogen Farley met het schrijven
van een driestuiverroman en ontdekt daarbij zijn eigen literaire talent. En
af en toe luistert hij gesprekken af van pater familias
Stuart Farley - een rijke
verzekeraar - zodat hij een glimp opvangt van de machinaties in de elite rond
Wilde. Oscar Wilde en zijn
geliefde `Bosie' - bijnaam van Lord Alfred Douglas - zijn de spil
van Schijnbewegingen, ook al zijn ze maar af en toe zichtbaar. Adrian mag soms aanschuiven bij het gezelschap rond het
tweetal en die bijeenkomsten horen tot de hoogtepunten van de roman. De
vermaarde welsprekendheid van Wilde is fenomenaal, net als de schoonheid van
de grillige Bosie. En de anderen hebben zich maar
te voegen, merkt Adrian: `Blijkbaar ging het in de
dure restaurants van Londen net zo als op het schoolplein, zij het met meer
elegantie. En meer onderhuids venijn.' De liefde voor Bosie deed Wilde ten slotte in de gevangenis belanden,
mede doordat Bosie voortdurend zijn vader Lord Queensberry tartte. Het voorspel van die feiten ontrolt
zich in Schijnbewegingen, waarin Lord Queensberry
achter de schermen zint op Wilde's ondergang. Ook Adrian is een rol toebedacht, maar de geldwolf van
voorheen weigert: `Geld was nooit zomaar geld. Het was zwijggeld, omkoopgeld,
smeergeld, beloning voor verrichte diensten.' Adrian
kiest voor integriteit, voor liefde, misschien ook voor zijn ondergang. Met verve schildert Zwigtman het negentiende-eeuwse kunstenaarsmilieu van
Londen, met zijn voorliefde voor zwarte romantiek, decadentie en l'art pour l'art.
`Schoonheid die verlangt naar de vernietiging', vat Trops
het samen voor Adrian. In Schijnbewegingen wordt
gedweept met romantisch-decadente literatuur:
uiteraard The Picture of Dorian
Gray van Wilde, À Rebours
van Huysmans (abusievelijk gespeld als Au Rebours), en Les fleurs du mal
van Baudelaire - en dat zijn maar een paar van de
genoemde titels. Die literaire
verwijzingen zijn soms niet meer dan een knipoog. Adrian
noemt zijn vriend Trops in gedachten `Humpty Dumpty', naar het
personage uit Through the Looking
Glass. Het slaat op hun eerste ontmoeting in een
herenmodezaak, toen Adrian via een spiegel door Trops werd bekeken en al gauw in een andere wereld
belandde. Het gedicht De Lady van Shalott is weer
een echt motief: als kleine volksjongen heeft Adrian
een plaatje van de dame in de toren, bij de Farley's
leert hij het gedicht uit zijn hoofd, en uiteindelijk doet de geremde en
wereldschuwe Vincent Farley hem denken aan de
eenzame dame. Compositorisch staat de
roman als een huis. Zwigtman heeft de vele motieven
en verhaallijnen overtuigend met elkaar weten te verweven. Schijnbewegingen is daarmee een `Grote Nederlandse Jeugdroman' voor nog-niet-volwassenen, die ook oudere lezers vermaakt met
inkijkjes in de wereld rond Wilde. Maar tegelijkertijd is
het boek wijdlopig en zijn de personages soms vlak. Wijdlopig onder andere
door de vele literaire en filosofische toespelingen. Plato's
uitspraak `De ziel is te vergelijken met een samenvoeging van een gevleugeld
stel paarden en zijn menner' is al een vrij gezocht motto voor deel waarin
Vincent Farley tobt met zijn mannenliefde.
Hinderlijker is het, als het gezelschap er aan tafel ook nog eens een college
over geeft, dat na de maaltijd wordt voorgezet. Vlak is bijvoorbeeld de
volksheid van Adrian, die Zwigtman
sterk benadrukt. Adrian blikt op zijn verleden
terug in een monologue interieur, die zijn volkse
afkomst helaas niet echt tot leven wekt. Zoals zijn opmerking over Stuart Farley: `Hij leek me het
soort man dat de dag met dertig ferme kniebuigingen begint en een blinde,
kreupele bedelaar zou adviseren [...] eens een fatsoenlijk vak te leren.'
Niet echt een tekst van een nauwelijks geletterde volksjongen. Aardbeien Dergelijke bezwaren
vallen op door de taal. Een roman overtuigt uiteindelijk door de stijl, die
de lezer verleidt, ontroert, laat lachen, manipuleert, meesleept en de
tekortkomingen doet vergeten. Zwigtmans
formuleringen zijn echter zelden briljant of sprankelend, ze schrijft vooral
vlot. Iemand `duikt onder de dekens', toont een `blotetandengrijns'
of laat een kamer zien met de aanchronistische
Postbus 51-tekst: `Isolatie, m'neer, isolatie!' Ook de wijk Soho, die alomtegenwoordig is in de roman, blijft vooral
een decor: `Verder bestond de bewonerspopulatie van de bovenverdieping uit
een doorsnee van de kleurrijke bevolking van Soho:
twee Oostenrijke obers, een Poolse variétéartiest, een Russische naaister met
haar familie...' Een enkele keer komt de wijk wel tot leven, zoals een keer
vroeg in de ochtend: `In de ene straat staat een jamfabriek en walmt de weeïg
zoete geur van ingekookte aardbeien in warme vlagen om je heen...' Door de stilistische magerheid van
de roman - én door het knappe monteren van de scènes - lezen de ruim
vijfhonderd pagina's vaak meer als filmscenario dan als een roman. Het boek
is zelden echt grappig - eigenlijk alleen wanneer Auguste
Trops, het meest geslaagde personage, een
droogkomische opmerking maakt. Hoewel de emoties geregeld overkoken, ontroert
de roman nergens. Adrian Mayfield
blijft, met al zijn avonturen en emoties, een onaandoenlijke hoofdpersoon.
Schijnbewegingen lezen is daardoor een fascinerende, maar ook erg lange reis. |