Joost Zwagerman
Het jongensmeisje
door Johan Diepstraten
In de verhalenbundel Het jongensmeisje varieert Joost Zwagerman op het kernthema dat in zijn gedichten, maar vooral in de roman Vals licht uitvoerig aan bod is gekomen: de alles overheersende obsessie met de Ander. De student Simon Prins in Vals licht is zo geobsedeerd door de prostituee Lizzie dat hij per se de sensatie wil ondergaan om een andere persoonlijk heid te worden. Niet dat hij zich in vrouwenkleren gaat steken, maar wel wil hij haar karakter aannemen en daarmee niet letterlijk, maar figuurlijk opgaan in de ander. In de bundel Het jongensmeisje wemelt het van dit soort gedaanteverwisselingen.

In Vals licht was er nog sprake van een soort realisme. Om te geloven in het werkelijkheids gehalte van de nieuwe verhalen, moet de lezer over veel fantasie beschikken. Het jongens meisje is on-Hollands en lijkt eerder te passen in de traditie van de Vlaamse literatuur. Hubert Lampo, Jos Vandeloo en Hugo Raes schreven verhalen en romans die gerekend moeten worden tot �het fantastische in de literatuur'. Joost Zwagerman schikt zich wonderwel in deze stroming.

Neem het openingsverhaal �Winnie en de onschuld'. De 21-jarige hoofdpersoon is door zijn geliefde Winnie verlaten, maar hij kan haar niet vergeten. Dat neemt merkwaardige vormen aan. Hij concentreert zich op haar bestaan en beeldt zich in dat hij exact weet wat ze doet, denkt en voelt. Hij wordt haar �clandestiene' engelbewaarder, ook al blijft zij doof en blind voor zijn aanwezigheid. �Raakte ik haar aan, dan was het de wind; sprak ik haar toe, dan waren het de bomen; lachte ik naar haar, dan was het wat zij zich verbeeldde over de wind en de bomen.'

Nee, natuurlijk kan de ik-figuur niet daadwerkelijk als een engel boven een terrastafeltje zweven waar zijn vroegere geliefde met een ex-vriend zit. Dat begrijpt Joost Zwagerman zelf ook wel. Hij wil de obsessie van zijn hoofdpersoon beschrijven en vindt dat hij daarbij alle grenzen mag aftasten. De liefhebber van nuchter Hollands proza heeft bij Zwagerman weinig te zoeken. Maar ook degene die zich niet onmiddellijk laat afschrikken door het absurdistische gehalte, heeft soms moeite met de kwaliteit van de verhalen. Ze zijn nogal wisselend van niveau.

Zwagerman experimenteert er lustig op los. �Een kind staart zich blind op zijn oudere zus en droomt ervan dat iedereen een nieuwe gedaante kan aannemen: hij wil veranderen van jongen in meisje, zijn zus moet zijn moeder worden en alle anderen zijn voortaan vijanden.' Zo luidt de aankondiging van het verhaal �De wigwam' dat ook weinig meer biedt dan deze regels. Het verhaal over een man die zich inbeeldt dat hij de moeder is van zijn minnares past overigens ook keurig in de thematiek van Zwagerman.

Wordt de lezer overweldigd door het vier pagina's tellende titelverhaal? Niet echt. Het woord jongensmeisje bestaat niet, althans niet volgens Van Dale. �Ze was je jongensmeisje, want ze had de ogen van een jongetje van acht, wat haar heel goed stond in combinatie met de wim pers en wenkbrauwen van, nou ja, een vrouw van achttien; ze was iets ouder dan jij, jij was nog zeventien en zij was nu al veel meer vrouw dan jij ooit man zou worden, daar was je zeker van.' Aardig voor scriptieschrijvers en scholieren die een leesdossier moeten samenstellen, -er valt heel wat te analyseren-, maar de inhoud van dit type verhalen laat de lezer tamelijk onberoerd.

Het kan haast geen toeval zijn dat juist de verhalen met de beperkte omvang van zo'n tien- vijftien pagina's het minst overtuigend zijn. Zwagerman moet, net als in zijn romans, breed uitwaaieren. In de novelle �Tomaatsj' bijvoorbeeld blijft hij trouw aan het kernthema van de verhalenbundel, maar hij neemt de ruimte om de intrige geloofwaardig over te laten komen.

Niet Thomas maar Tomaatsj gaat de zoon heten van het echtpaar Joris en Anneke. De man krijgt in het Verwachtingscentrum te horen dat ook hij verantwoordelijk is voor de geboorte van de baby. �Vergeet niet: jullie hebben samen het kindje gemaakt en jullie zijn dus ook samen zwanger.' Dat advies heeft voor Joris vergaande consequenties. Hij gaat lijden aan het Couvade-gevoel. Mannen imiteren, bewust of onbewust, hun zwangere vrouw. Zij krijgen last van hoofdpijnen, misselijkheid en concentratieproblemen. Er zijn zelfs gevallen bekend �van sukkels wier buik was gaan zwellen.' Joris krijgt zowaar wee�n. Voordat Tomaatsj wordt geboren, heeft Zwagerman veel overhoop gehaald: de jeugd van Joris, de verhouding met Anneke en bovendien heeft hij zich vrolijk gemaakt over de commerci�le activiteiten die bij een moderne zwangerschap horen.

Op zulke momenten blijkt Zwagerman uiterst geestig te zijn. Het merendeel van de verhalen mist die lichtere, relativerende toets die zijn romans zo aangenaam maken. In ��n verhaal krijgt hij het wel voor elkaar. �Mevrouw Hooghiemstra doet open' gaat over de ongeloof waardige poging van een echtgenoot om zijn vrouw te laten denken dat ze aan geheugenver lies lijdt. Hij wist alle sporen uit haar verleden en laat een dokter komen in de hoop dat er een gedwongen opname volgt. Maar de vrouw laat zich niet door haar man ringeloren. �Daar gaan we weer. Voor dit soort geintjes heb ik nu geen tijd,' klinkt het in vele varianten. Aan het einde zorgt Zwagerman voor een aardige verrassing.

Ernst, zelfs loodzware ernst, is de toon van de vele �gedaanteverwisseling'-verhalen, relative rende humor in enkele andere. E�n verhaal springt er helemaal uit en past eigenlijk niet in de bundel. �White Palace', het zal een tussendoortje voor Zwagerman zijn geweest, maar het is in iedere geval verreweg het leukste. Het grachtengordel-niveau is hoog in het verhaal over een schrijverscaf� dat in handen valt van een zakenman met een stevige afkeer van alles wat met schrijvers -Bulgaren in de terminologie van Zwagerman- te maken heeft.

�Bleek Bulgaar nummer ��n iets negatiefs te hebben geschreven over een boek van Bulgaar nummer twee; tjongejonge, dat was weer stof voor drie avonden kroegpraat. () Ik vroeg aan een van die Bulgaren hoeveel hij en z'n makkers nou helemaal verdienden met dat schrijf werk. Gemiddeld was hun jaarinkomen lager dan dat van een gemiddelde bijstandskip en toen ik doorvroeg en wilde weten van welk geld ze zich hier dan stonden vol te gieten, ging er een beerput van subsidiegelden open.' Twintig pagina's heeft Zwagerman nodig om zijn afkeer van de literaire incrowd te beschrijven. Dezelfde incrowd overigens die de kernthematiek van Het jongensmeisje w�l �ongelooflijk interessant' zal vinden. En dat is nog maar de vraag.

Joost Zwagerman. �Het jongensmeisje'. Verhalen. 200 pagina's. Prijs:� 29,90.

Hosted by www.Geocities.ws

1