Schrijver Zwagerman, Joost
Titel Chaos en rumoer : roman
Jaar van uitgave 1997
Bron Leeuwarder Courant
Publicatiedatum 12-09-1997
Recensent Gerrit Jan Zwier
Recensietitel Vallei en Waterland
Tot nu toe werd de naam van Joost Zwagerman vooral geassocieerd met een stroming die meer realisme en eigentijdse thematiek in de literatuur aan bod wil zien komen. 'Straatrumoer moet niet op afstand worden gehouden, maar juist doorklinken in de romans die in een bepaalde tijd worden geschreven. Zo gaf Zwagerman in 'Gimmick!' een beeld van het voze leventje van een groepje artiesten in de Randstad, voor wie geld en kunst inwisselbare grootheden zijn. In'Vals licht' verdiepte hij zich in het lege leven van een meisje voor wie seks en geld en drugs in elkaars verlengde liggen. Een in 'De buitenvrouw' beschreef hij de liaison tussen een blanke leraar Nederlands en een Surinaarnse lerares gymnastiek. Maar in 'Chaos en Rumoer' slaat Zwagerrnan een heel andere weg in. Hoewel de titel herinnert aan het genoemde 'straatrumoee, ademt deze nieuwe roman toch een andere geest dan de voorgaande boeken. In feite omhelst Zwagerman dit keer het door-en-door literaire thema van 'werkelijkheid en verbeelding', een smakelijk boutje, dat in de afgelopen decennia door vele schrijvers is afgekloven. Het waren juist de herauten van het zogenawnde Revisor-proza - Nicolaas Matsier, Frans Kellendonk, Dirk Ayelt Kooiman, Doeschka Meijsing - die graag met dit thema stoeiden. In hun boeken oefent bijna niemand een beroep uit dat buiten de boekenkast en de kaartenbak is gelegen. Hun hoofdpersonen zijn vaak schrijvers of neerlandici die verdwalen in een labyrint van boeken en spiegelzalen. Otto Vallei, de centrale figuur in 'Chaos en Rumoer', is eveneens schrijver. Hij heeft drie boeken op zijn naam staan die nauwelijks zijn verkocht. Dit wansucces vreet aan hem. Kennelijk behoort hij tot het hooggestemde, tobberige soort schrijvers op wie het leespubliek niet zo gesteld is. Dat ligt heel anders bij zijn collega Ed Waterland die met vlotte pen de ene bestseller na de andere produceert. Als Vallei na een half jaar zwoegen nog niets van belang op papier heeft staan, besluit hij zijn pen aan de wilgen te hangen. Ffij wil voortaan als ex-schrijver door het leven gaan. Hij speelt nog even met de gedachte een roman over zijn writer's block te schrijven, maar hij ziet daar bij nader inzien vanaf: "Zoiets was al ontmoedigend vaak gedaan." De ex-schrijver wordt nu presentator bij het culturele radioprogramma 'Chaos en Rumoer'. In die hoedanigheid interviewt hij vele schrijvers, al hoort Ed Waterland daar niet bij. Tot Ottds ontzetting handelt diens nieuwste bestseller over een schrijver die geen pen meer op papier krijgt. De hoofdpersoon werkt zelfs bij de radio! Niet alleen herkent Otto zichzelf ten voeten uit in de roman, maar ook zijn collega's bij de radio menen zichzelf geportretteerd te zien. Zij beschouwen hem prompt als een verrader, die vertrouwelijke informatie naar buiten heeft gebracht. Otto is in alle staten. Maar hij is niet van plan zich te laten 'fictionaliseren'. Tijdens de uitreiking van de Eurobank-prijs zoekt hij de confrontatie met Waterland, één van de genomineerden. Er gebeuren nu wederom dingen die precies volgens de verhaallijn in Waterlands roman verlopen. Bij het uiteindelijke twistgesprek draait het om de vraag wie nu eigenlijk wie heeft geannexeerd: heeft Waterland het leven van Otto Vallei met visionaire blik verbeeld, of heeft Otto zich te sterk met Waterland geïdentificeerd ? Hij neemt het advies van Waterland aan om zijn eigen visie op deze zaak op schrift te zetten. 'Chaos en Rumoer' is een ironische en satirische roman over het literaire wereldje. Coryfeeën als Martin Ros, Theo Sontrop en Cees Nooteboom zijn gemakkelijk te herkennen. Echt grappig is dat Zwagerman in de figuur van Waterland een enigszins gelijkend zelfbeeld schetst: "Hier naderde de grachtengordel, het straatrumoer, het postmodernisme." Minder grappig is het feit dat de hoofdpersoon nauwelijks enig reliëf krijgt - over zijn achtergrond, jeugd, opleiding, vrienden en dergelijke komen wij niets te weten. Wat de satire betreft, heeft de roman wel iets gemeen met 'De grachtengordel' van Geerten Meijsing ook hierin wordt de draak gestoken met uitgevers, collega-auteurs en het prijzencircus. Maar bij Meijsing is de inzet veel hoger: die valt het ideeëngoed van de Amsterdamse mandarijnen aan, inclusief hun kliekgeest en corruptie. Zwagerman is veel minder scherp; hij wil vooral amuseren met een vlot verteld verhaal dat toch een nadrukkelijk literair tintje heeft. Helaas, het resultaat is niet erg opwindend.