Schrijver Zwagerman, Joost
Titel Buitenvrouw, De: roman
Jaar van uitgave 1994
Bron Leeuwarder Courant
Publicatiedatum 04-11-1994
Recensent Gerrit Jan Zwier
Recensietitel Overspel in Hoorn
Het lijdt geen twijfel dat Joost Zwagerman het vaandel van Jan Wolkers heeft overgenomen. Zijn vlot leesbare boeken, die haast glibberig zijn van geilheid, vullen op de middelbare school de leemte op die Wolkers er heeft achtergelaten. Nu Zwagermans nieuwe roman 'De buitenvrouw' zich ook nog eens voor een groot deel in de lokalen van een scholengemeenschap afspeelt, is succes haast verzekerd. In 'Vals licht' liep de lezer achter een student Nederlands aan die liever de hoeren bezocht dan de collegezaal. In plaats van zich in het werk van Multatufi en Vestdijk te verdiepen, verliest hij zichzelf in de wereld van peeskamers en koopsex. Door zijn verliefdheid op een aan 'crack' verslaafde prostituée die liegt alsof het gedrukt staat, wordt alle troebelheid alleen maar vergroot De vraag waarom een jonge student zo dwangmatig de hoeren bezoekt wordt door Zwagerman niet eens aan de orde gesteld. In 'De buitenvrouw' is de hoofdpersoon geen student meer, maar leraar. Leraar Nederlands. Toch kijkt ook Theo Altena nooit een boek in. Evenmin verwijst hij ooit naar het werk van een schrijver of citeert hij iets uit diens werk. Daardoor rijst het vermoeden dat het vak Letterkunde geen onderdeel meer vormde van zijn studie. Ook in de les wordt er geen woord aan de literatuur vuil gemaakt. Als het interieur van Theo's huis wordt beschreven, en er vele zaken worden opgenoemd, wordt er wederom geen melding gemaakt van een boekenkast. Korto@ achter het beroep van deze hoofdfiguur wordt niets zichtbaar. Dat is heel vreemd. Normaal gesproken is het in een roman van groot belang of de hoofdpersoon arts, missionaris dan wel schrijver is. Deze vaagheid, dit gebrek aan perspectief, werkt ook door in het karakter en het gedrag van Altena. Van enige bezieling voor zijn vak is geen sprake. Als student leefde hij vooral op zichzelf. Hij liep niet mee in protestmarsen tegen allerlei onrecht en evenn-fin nam hij deel aan krakersrellen. Vrienden en kennissen houdt hij er niet op na. "De hel, dat zijn de anderen", meent hij, al is het wel zeker dat hij deze zin niet zelf uit het werk van Sartre heeft geplukt. Hij is getrouwd met Sylvia, een meisje uit zijn eigen Westfriesland, dat hij in Amsterdam ontmoette. Ze hebben het goed met zijn tweetjes in de nieuwbouwwijk van Hoorn, vooral wat de sex betreft: "Ze konden neuken als reigers." Toch heeft Theo zijn zinnen gezet op zijn Surinaamse collega Iris Pompier, die gymnastiekiessen geeft, en die hij tijdens een 'werkweek havo 4' beter leert kennen. Waarom? Valt hij stiekem op zwarte vrouwen? Verwerpt hij de monogamie? Helaas, enig zelfonderzoek blijft uit. We krijgen heel iets anders te horen: "Hij naaide met Iris de pluggen uit de muur en de pannen van het dak." Overspel vormt voor hem geen moreel probleem, hij wil alleen niet betrapt worden. Al ruim een jaar duikt hij, tijdens twee tussenuren op een vaste dag, samen met Iris op de sofa. Daarbij wordt nauwelijks gepraat; het gaat er vooral om de pluggen en de pannen in beweging te krijgen. Dit samenzijn wordt soms bizar beschreven. Zo schuift hij zijn geslacht 'als een lijk op een slede een koelcel in', waarna die koelcel een paar zinnen later opeens een 'crematorium'wordt genoemd. Is het lid na de daad nu stijf bevroren of geheel verkoold? Vragen,vragen. Het beeld klopt ook niet met de herhaalde suggestie dat Iris het levensprincipe belichamnt (en Sylvia het doodsprincipe). De omgang met een zwarte vrouw heeft inmiddels bewerkstelligd dat Theo geprikkeld reageert op onvriendelijke opmerkingen over allochtonen. Een bezoekje aan de schoonouders wordt bijvoorbeeld grondig bedorven als Theo een preek over discriminatie afsteekt. Schoonpa had zijn mond moeten houden over die neger in Telebingo. De scene doet onweerstaanbaar denken aan 'All in the Farnily', met Archie Bunker in de rol van rechtse rakker en de 'gehaktbal' in de rol van linkse schoonzoon. Zodra havo 3 lucht krijgt van het overspel, escaleert de zaak snel. Theo gaat de racistische grappen van de leerlingen eerst te lijf met een braaf moralistisch verhaal over kolonialisme en slavernij: "Begrijp goed dat iedere negermop altijd herinneringen oproept aan een van de meest beschamende hoofdstukken uit de geschiedenis van de twintigste eeuw. De leerlingen hebben beet en ze zijn niet van plan los te laten. Het conflict eindigt voor Theo in een nederlaag. En wat erger is, ook Iris schuift hem aan de kant. Eindelijk komt het tussen die twee tot een gesprek. Dan pas krijgt de 'bakra' (blanke) enig zicht op de motieven en gedachtenwereld van zijn zwarte'buitenvrouw'(maitresse). De denkwereld van Iris blijkt zeker niet minder racistisch te zijn dan die van Archie Bunker. Theo is diep teleurgesteld. Het gevolg is in ieder geval dat hij voortaan zijn mond zal houden als schoonpa weer iets op te merken heeft over een roetmop in een echt-Hollandse tv-quiz. Het probleem van racisme en discriminatie wordt in 'De buitenvrouw' wel aangestipt, maar er wordt verder niets belangwekkends mee gedaan. Je zou kunnen zeggen dat Zwagerrnan blijft steken in de onderbuik van de multiculturele samenleving . Over die 'onderbuik' bestaat overigens alleen gevarieerde literatuur. Ik noem hier slechts de studie 'Wildheid en beschaving'van Raymond Corbey waarin de blanke beeldvorming van de seksualiteit van zwarte vrouwen geanalyseerd wordt. Wat resteert, is een boek waarin de beschrijving van de alledaagse werkelijkheid, braaf moralisme en pornografie de toon bepalen. Maar: vlot leesbaar is het zeker.