Schrijver Wolkers, Jan

Titel Terug naar Oegstgeest

Jaar van uitgave 1965

Bron De Standaard

Publicatiedatum 05-01-1966

Recensent

Recensietitel Terug naar Oegstgeest" : Wolkers weer over Wolkers

Wanneer een auteur het plotseling nodig acht om aan zijn nieuwe werk een juridische truuk mee

te geven, dan telt de gewaarschuwde lezer voor twee. "Elke gelijkenis van figuren in dit boek berust op toeval, behalve in het geval van de ijscoman Blanchard aan de ingang van de Leidse Hout".

Aldus Jan Wolkers in zijn jongste roman "Terug naar Oegstgeest". Deze nadrukkelijke waarschuwing ontbreekt in alle andere boeken van Wolkers. Maar zij is in dit boek ook strikt noodzakelijk, want Wolkers wenst "Oegstgeest" natuurlijk geklasseerd te zien als literatuur en niet als reportage.

Hoewel het een het ander niet uitsluit en hoewel ook deze reportageroman van Wolkers alle kwaliteiten heeft van een goed geschreven verhaal over de jonge Wolkers zelf en over de mensen rondom hem (geen figuren natuurlijk, maar personen, een onderscheid dat men in Nederland blijkbaar eindeloos moet herhalen) toch is iedereen, die Wolkers'boeken en Wolkers' uitspraken in vraaggesprekken kent, gehouden te konstateren dat de auteur in "Terug naar Oegstgeest" niets anders gedaan heeft dan herhalen hetgeen hij allang beter en vroeger heeft geschreven en niets anders dan bevestigen hetgeen hij allang en ook vroeger heeft geschreven over zichzelf als feitelijk autobiografische gegevens heeft meegedeeld in interviews.

Vader-zoon

De bekende verhouding vader-zoon wordt opnieuw en omstandig uit de doeken gedaan, alleen

het decor wordt bij wijze van rekonstruktie gewijzigd.

"Mijn vader" is in dit boek geen dominee, maar kruidenier. Het verandert niets aan de bekende persoon uit ander werk. Het overbekende litteken (zie Kort Amerikaans en later als feitelijk herhaald in Bibeb en Vip's, pagina 59) wordt wéér eens uitvoerig beschreven, maar deze keer met de variant van de twijfel: 't spuitende lond van de kroepketel kon wel eens de gloeiende tee uit een omgetrokken teepot zijn geweest.

De bekende twee-meter-lange paling (zie Vivisek-tie, Kort Amerikaans en Bibeb -interview)

zwemt wéér eens ten overvloedde voorbij het wak.

De doorgezaagde mannen -broeders-mentaliteit krijgt weer eens een veeg uit Wolkers'pan, maar een nieuw aksent is daaraan het laatste jaar alleen toegevoegd door Henk Romijn Meijer, die in "Duivels Oorkussen" een fantastisch stuk heeft geschreven over een Elia-preek door een dominee in een ziekenhuis.

Het bekende verhaal van de jongen, die verrast wordt door de vondst van een zwerm wespen in een hooiberg (zie Jessur-un D'Oliveira's Interviews pag. 95.) wordt opnieuw verteld en herhaald. Het kasteel van Polegeest herinnert weer aan Erik van Poelgeest (zie Kort Arnerikaans). De rat (uit Vivisektie en herhaald als feitelijk gegeven bij D'Oliveira, pag. 1 0 1) komt weer eens in tienvoud voor in vice-versa- Oegstgeest.

Het bekende opstel, dat Wolkers als schoolkind schreef en dat zijn onderwijzer verleidde tot de vraag: waar heb je dat gelezen?, waarop Wolkers antwoordt: dat heb ik zèlf verzonnen, is allang vooruit gezegd en beschreven in het Bibeb -vraaggesprek.

Kortom, bijna alles in dit boek is eerder gezegd en beter gezegd als teken, als verbeelding, als kreatie.

Rekonstruktie

Enkele elementen zijn toegevoegd als rechtstreeks konstruktie: Prinses Juliana danst, pardon, tennist met de jongeheren Houtheer van 't grote landgoed in Oegstgeest. Zij is duidelijk rekonstruktie, geen persoon in het boek. Het bekende restaurant in Oegstgeest (bij Wolkers "Leliehof ") wordt door de auteur van thans bezocht en daarna perfekt teruggeprojekteerd als zogenaamde herinnering. De reclame, door Wolkers pornografie genoemd, wordt in het boek vlot en vaardig gehanteerd als kleurstof voor de herinnering. Neem 'Van Nelle ". Dat betekent bij Wolkers "Voor Koffie en Thee" zoals de titel zou luiden van Wolkers' autobiografie, door de auteur zelf als zodanig aangekondigd in Vrij Nederland van 6 juli 1963 (zie Bibeb -interview). Ook op andere wijze wordt de herinnering van Wolkers duidelijk een handje geholpen. Hij herinnert zich duideiijk het neerkomen van de parachutisten in de randstad in de meidagen va@-. 1940. Rekonstruktie is dat hij vlak daarvoor in een droom ook al parachutes had gezien. Het zijn zeer waarschijnlijk de projekties en de rekonstrukties die de juridisehe beperking voor in het boek noodzakelijk hebben gemaakt. En het zijn dezelfde rekonstrukties, die de uitgave van het boek als autobiografie omnogelijk hebben gemaakt.

Goed, geen autobiografie dus. De auteur heeft het niet gewild. Maar evenmin verbeelding of herschepping van de werkelijkheid "Terug naar Oegstgeest" is een reportageroman van Jan Wolkers over Jan Wolkers, een vaardige en leesbare kompilatie van bekende Wolkers-gegevens. De rede waarom deze beoordelaar het boek van Wolkers niet aanvaardt als kreatieve verbeeldingvan de werkelijkheid schuilt in de juridische restriktie. Literatuur heeft een dergelijk voorbehoud nooit nodig. Zij is onaantastbaar omdat zij tweede werkelijkheid is, sur-realiteit zoals Buytendijk de werkelijkheid van de roman heeft genoemd. Zij behoeft geen enkele bescherming. Maar de reportage( ook die van literair niveau) kan wel degelijk zulk een bescherming nodig hebben.

Winstpunten

De verschijning van Wolkers' nieuwe boek levert tóch nog een paar winstpunten op. Wie nog nooit een boek van Wolkers heeft gelezen, kan "Terug naar Oegstgeest" nemen en heeft dan een goede "condensed" Wolkers in de hand.

Wie Wolkers wél heeft gelezen, liefst helemaal, kan in het boek zien uit welke elementen de vroegere verbeeldingsliteratuur is opgebouwd. En wie domweg door Wolkers wil geïnformeerd worden over Wolkers kan in het nieuwe boek ook terecht. Hij hoef dan niet alle kommentatoren nog eens na te lezen.

Bovendien is het verschijnsel van de reportage-roman op zichzelf interessant. Het is niet nieuw en andere auteurs hebben het procédé met meer of minder sukses ook gehanteerd. Maar de reportage-roman is daarom belangwekkend, omdat hij de lezer toestaat na te speuren wat werkelijkheid en wat twééde werkelijkheid is. In literatuur is spioneren natuurlijk strikt verboden (dat doet men niet!), maar in de reportage-roman wordt het speuren aangemoedigd. "Terug naar Oegstgeest" is een roman voor speurders. Uw beoordelaar heeft enkele mogelijkheden aangegeven, maar hij kan verzekeren dat er nog véél meer aanwezig ziin.

En tenslotte heeft "Terug naar Oegstgeest"nog één kwaliteit meer: ‘t boek heeft de eigenzinnigheid van de onvolwassendheid. Een criticus verklaarde onlangs: Wie zich als schrijver niet los kan maken van zijn jeugd, blijft als schrijver een onvolwassene.

De auteur, die zichzelf herhaalt op steeds dezelfde motieven, verkeert in gevaar als schrijver.

Lezers willen nu ook wel eens weten dat mensen bezig zijn iemand te zijn of iemand te worden, men behoeft als lezer niet voortdurend gekonfronteerd te worden met "het kind dat men is geweest". Dat kan een auteur als Wolkers moeilijk koud laten. Maar hij moet over de drempel heen. Het wachten is op een Wolkers van een tweede periode, een Wolkers die de eigenzinnigheid van de jeugd heeft afgelegd. Geen schrijver kan het zich veroorloven op zulke

een manifeste manier bezig te blijven met iets dat iedereen al van hem weet.

 

Hosted by www.Geocities.ws

1