|
Henk van Woerden Een mond vol glas |
||
De betrokkenen in Een mond vol glas van Henk van Woerden zijn emigranten. �Verwoerd was een buitenstaander in Afrika, een halfbakken Hollander, net als ik,' schrijft Van Woer den. �De aanslag was een aangelegenheid tussen twee landverhuizers. Een halve Griek die een halve Nederlander vermoordde. Het antwoord op veel vragen schuilt in de voorgeschiedenis van dat "halve".' Henk van Woerden is ook een �halve'. Hij leefde van zijn negende tot zijn negentiende jaar in Zuid-Afrika. Zijn moeder stierf enkele jaren na aankomst, de jongen werd ondergebracht in tehuizen en weeshuizen. Zijn broer kwam in een psychiatrische inrichting, zijn vader zocht zijn heil bij spiritistische bewegingen. In het bekroonde Moenie kyk nie (1993) heeft Van Woerden deze levensloop beschreven. Zijn terugkeer twintig jaar later is het onderwerp van Tikoes (1996). Met Een mond vol glas sluit hij het fantastische drieluik over Zuid-Afrika af. Het leven van de moordenaar staat centraal in dit laatste deel. Van Woerden maakte gebruik van het staatsarchief in Pretoria, twaalf kartonnen dozen gevuld met documenten die na de aanslag door justitie en veiligheidspolitie werden verzameld om het proces voor te bereiden dat er nooit is gekomen. Die gegevens vulde hij aan met reisobservaties en gesprekken. �Het ging mij erom iets weer te geven van het Zuid-Afrikaanse trauma. Ik heb mijn perceptie van zijn (en �s lands) stoornis tijdens de tragische jaren van de apartheid in hoofdlijnen vorm willen geven.' Een mond vol glas is de beschrijving van een ziektegeschiedenis. Want ziek zijn ze allemaal. Verwoerd is �de eigentijdse Mozes van de Afikaanderstam' die hardvochtig en onbuigzaam miljoenen mensen uit de steden laat jagen. Moordenaar Tsafendas werd kort na de aanslag voorgesteld als een simpele gek. Zijn politieke beweegredenen werden buiten de publiciteit gehouden. De onderzoeksrechter wilde geen proces, omdat de halve Griek niet was te verhoren, �net so min as ek �n hond kan verhoor'. Tsafendas werd gevangen gezet op Robbeneiland. Maar hoe gek was de moordenaar eigenlijk? Zijn hele leven lang beeldt hij zich in dat er een slang in zijn buik woont, een worm, een demon. Hij hoort de lintworm praten. De ingebeelde parasiet wordt aangemerkt als de onzichtbare opdrachtgever voor de moord. Dat kwam de Zuid-Afrikaanse autoriteiten het beste van pas. Tsafendas was al enkele keren verpleegd voor een �schizofrenie van het hebefrenische soort', wat zoveel wil zeggen als �aangeboren achterlijkheid'. Maar voor Henk van Woerden is dit niet de verklaring voor de aanslag op Verwoerd. Tsafendas is een landverhuizer en als geen ander weet Van Woerden wat dat betekent. �De landverhuizer is een onzeker en incompleet mens. Hij leeft van achterdocht. Aan rassenver menging kleefde schaamte, schande en een mate van zelfhaat en verwarring die Tsafendas zal hebben ervaren als het kwade dat zich dwars door zijn lichaam voltrok.' Het levensverhaal van de moordenaar is een aaneenschakeling van pogingen om telkens weer terug te mogen keren naar Zuid-Afrika. De ongewenste vreemdeling voelt zich Afrikaan, maar kan alleen als illegaal de grens oversteken. Uitgewezen en weer terug, jaar na jaar, star volhoudend omdat voor hem Johannesburg of Kaapstad de gedroomde verblijfplaatsen zijn. Verwoerd met zijn pasjeswet is er verantwoordelijk voor dat Tsafendas geen toekomst heeft. In Een mond vol glas volgt Henk van Woerden nauwgezet de omzwervingen van de ontheem de Griek. �Waarom is Demetrios Tsafendas door de zwarte Zuid-Afrikaanse bevolking nooit tot een held uitgeroepen?' Omdat niemand hem kent. Kort na de aanslag was zijn naam onder zwarte jongeren enige tijd als werkwoord in zwang. �I'll Tsafendas you' betekende zoveel als: ik help je effici�nt om zeep. Maar niemand is nog ge�nteresseerd in de man die inmiddels dertig jaar in een inrichting verblijft. Henk van Woerden zocht de 78-jarige op. Hij is in al die tijd mishandeld en getreiterd en leeft nu, verwaarloosd vanwege het gebrek aan personeel, in de psychiatrische inrichting Sterkfon tein bij Krugerdorp. Te vragen heeft Van Woerden niets, maar Tsafendas verdient �een beetje kameraadschap, een hand, een wandeling in de tuin van het gesticht, enkele geruststellende woorden, meer niet.' Van Woerden vraagt overigens wel, maar krijgt nergens een antwoord op. Wel veel tranen. Nog steeds klaagt hij over �de draakworm' in zijn buik. Het zijn treurige gesprekken die op het eerste oog niets opleveren. Maar door de ontmoetingen met Tsafendas begint Henk van Woerden te begrijpen wat hij in 1966 maar niet onder woorden kon brengen: �Achteraf bezien is het of de macht van de waanzin toen heel even gelijk was aan de waanzin van de macht. De moord was daar een droeve uitdrukking van geweest, alsof de natuur uiteindelijk toch een soort balans opmaakte.' Die balans is tegenwoordig helemaal zoek. Kleurlingen worden door het zwarte bewind net zo verwaarloosd als door de witte bazen van weleer. Bendes hebben de macht overgenomen. �Tussen de 20 en 25.000 moorden per jaar is de norm geworden.' Wat Henk van Woerden vooral in het tweede deel van het drieluik uitgebreid beschreef, komt in de afsluiting nog eens terug: �Geweld is een alledaags verschijnsel, iets waar niemand aan ontkomt.' De volksop stand die men jaren geleden vreesde, lijkt juist in gang te zijn gezet nadat in 1994 de macht door de zwarte gemeenschap, Mandela, is veroverd. Dat is de politieke boodschap van Henk van Woerden. De tragische ontwikkeling van de ontheemde Griek loopt parallel met de ziektegeschiedenis van Zuid-Afrika. In drie delen heeft Van Woerden de psyche van een land beschreven, met als hoogtepunt dit laatste deel. Hij heeft de schizofrenie van de personages en van Zuid-Afrika bewonderenswaardig knap verbeeld. Henk van Woerden: Een mond vol glas. 224 blz. Uitgeverij Podium. Prijs: 34,90.
| ||