Schrijver Weemoedt, Lévi

Titel Ziekte van Lodesteijn, De

Jaar van uitgave 1986

Bron De Volkskrant

Publicatiedatum 12-12-1985

Recensent Arnold Heumakers

Recensietitel

Boeken die op de een of andere manier humoristisch proberen te zijn verschaffen zelf althans één criterium waaraan hun kwaliteit kan worden afgemeten. Wordt er tijdens het lezen gelachen, ja of nee? En dat mag dan variëren van openlijk schateren tot tevreden glimlachen of inwendig ~ken. Indien ja, dan kan het nooit een echt slecht boek zijn. Indien ne, dan is er op z'n minst een probleem. Waarom moet ik niet lachen, terwijl de schiijver toch duidelijk zijn best heeft gedaam nfij zover te krijgen? In het geval van Had maar een kat gekocht, de nieuwe roman van Marijke Höweler, weet ik op die laatste vraag het antwoord wel: ik had het eenvoudig te druk met het beteugelen van de verveling. Op de achterflap staat dat dit boek "een even ironische als realistische doorlichting van het moderne leven" en "een tegelijk laconieke als (sic) vlijmscherpe satire" zou zijn. waarschijnlijk heeft degene door wie deze wervend etekst is bedacht, verzuimd eerst de roman te lezen, want daarin is mij noch van die "doorfichting" noch van die "satire" ook maar iets gebleken.

Wat is had maar een kat gekocht dan wel? Deze vraag laat zich minder makkelijk beantwoorden. De hoofdpersonen van het boek bieden in elk geval nauwelijks een aanknopingspunt. Buiten hun voornamen komen we van hen weinig te weten. Joey schildert, Winnifred componeert, Lilian brengt op een gegeven moment een tweeling ter wereld, van wie Winnifred de vader blijkt te zijn, hoewie Lihan eigenlijk met Joey getrouwd is. Maar Joey zit geregeld ander dames achter de rokken en Winnifred is een betrouwbare huismus, vandaar waarschijnlijk. Veel meer valt er over hen niet te zeggen, ook al zijn zij zelf de eerste helft van de roman doorlopend aan het woord. Maar al dat spraakwater geeft hun nauwelijks reliëf. Ook over hun omgeving, het milieu waarin zij verkeren, vernemen we zo goed als niets. Zelfs hoe zij eruit zien, blijft in het midden. Als dit een satire moet voorstellen, dan vraag ik niij af van wie of wat dan wel.

 

 

Raadsel

In de tweede helft van de roman verschuift de aandacht naar de tweeling die Lilian gebaard heeft. Victor en Emily mogen zich van hun moeder vrijelijk ontplooien, wat tot gevolg heeft dat zij analfabeet blijven. Gelukkig blijken zij over een groot muzikaal talent te beschikken, waarmee zij aan het klavier de wereld veroveren en voor de drie volwassenen een fortuin bij elkaar spelen. Als de tweeling geen zin meer heeft om op te treden, trekt het gezelschap zich ergens terug tussende bergen waar Victor en Emily zich zelf met hun opvoeding gaan bezighouden. En dan gaat er van alles mis. Op het eind is Winnifred gek, Joey heeft een doodsmak gemaakt, Lilian moet trouwen met de getuige van dit ongeluk (dat door de tweeling werd veroorzaakt), Victor trekt de bergen in zonder de bedoeling ooit nog eens terug te keren, en Enfily wenst hem goede reis.

Murw gebeukt

Tegen de tijd dat deze ontknoping haar beslag krijgt, is de lezer echter al lang murw gebeukt door de monotone golfslag van de dialogen waaruit ook bijna het hele tweede deel van de roman bestaat. Dialogen over niks en niemendal, waarin ik slecht één keer een momnet van luciditeit ben tegengekomen: "'Alles is zoals het lijkt', vond Emily, 'anders zouden we niets hebben om over te praten'. 'Praten doen we toch, jij zeker". 'Je hebt gelijk', zei Eniily, 'daar zou ik niet graag buiten willen'." Wat de schrijfster met Had maar een kat gekocht heeft nagestreefd, is niij een raadsel. De titel suggereert leedvermaak, maar het valt toch moeilijk aan te nemen dat zij daarbij de lezer op het oog heeft gehad.

Na Marijke Höweler is Verkeerd applaus van Henk Lagerwaard een hele opluchting. Eher is tenminste een schrijver die zijn personages een duidelijk gezicht geeft en een herkenbaar rnilieu, om dat alles vervolgens kalmpjes op de hak te nemen.

Bij Lagerwaard gaat het volgens de flaptekst niet om "het moderne leven" maar om "een postmodem gezin", bestaande uit de televisie -presentator Van Gooyen en zijn drie kinderen.

 

 

De moeder ontbreekt. waaro@ daar wordt nogal geheimzinnig over gedaan, maar de duidelijkste suggestie wijst in de richting van het gekkenhuis. Wat haar daar heeft doen belanden, blijft overigens duister. Zoon Joep is vrijwel de hele roman vergeefs in de weer met het schrijven van een recensie. En dan zijn er ook nog twee dochters, van wie er één bij vader thuis woont; de ander, Saskia, leidt in Amsterdam een raadselachtig leven in het gezelschap van twee negers. Tijdens een praatprogramma dat hij presenteert verliest Van Gooyen zijn zelfbeheersing wanneer een groep protesterende punks de studio binnenvalt. Ifij slaat een van de demonstranten met een microfoon het ziekenhuis in, waarna hij door het omroepbestuur tijdelijk op non-actief wordt gesteld. Die pauze in Van Gooyens professionele leven neemt het merendeel van Verkeerd applaus in beslag.

Van Gooyen maakt van de gelegenheid gebruik om met Nora, de vriendin van zijn zoon naar bed te gaan. Joep en Nora hebben op hun beurt de aardige gewoonte om bij voorkeur de liefde te bedrijven wanneer papa Van Gooyen op de beeldbuis verschijnt; zo heeft Nora het ook een beetje van hem te pakken gekregen.

En verder komen er nog wat verwikkelingen aan bod voordat Van Gooyen weer bij de omroep in genade wordt aangenomen en het boek is uit.

Een briljant stilist is Lagerwaard niet en dat weet hij zelf ook wel, denk ik. Daarom heeft hij gekozen voor een sobere aanpak, korte scènes, veel dialogen (die anders dan bij Marijke Höweler meestal wèl to the point zijn). Net als vroeger een bepaald type moderne keuken zou je zijn schrijfstijl "Amerikaans" kunnen noemen. Wat alleen node gemist wordt is een sterke plot. De kleine crisis in Van Gooyens carrière en de krachtmeting met zoon Joep die nu als zodanig dienst doen, hebben beide te weinig om het lijf om te boeien en dat geldt nog sterker voor de neven-intriges (de bezigheden van dochter Saskia en de bemoeienissen met hutbewoner Bronner), die weinig meer dan vulsel lijke te zijn. Maar dankzij de lichte, ietwat satirische toets blijft Verkeerd applaus toch wel onderhoudend. En af en toe valt er ook nog iets te lachen.

 

 

Nfiddelbare school

Datzelfde kan worden gezegd van Lévi Weemoedts de ziekte van Lodesteijn: een truerige vertelling over een reuze aardige leraar klassieke talen in Vlaardingen, die in de problemen raakt wanneer zijn school uit een gammel noodgebouw verhuist naar een moderne kolos van glas en beton. Vooral de leiding van de school heeft het niet op de ongeneeslijke romanticus Lodesteig'n begrepen. Zijn lijdzame verzet tegen de nieuwe zakelijkheid, die zowel door het schoolgebouw

als door de gestencilde reglementen van rector Persijn wordt vertegenwoordigd, brengt hem tenslotte daar waar hij nog de minste genezing voor zijn kwaal kan verwachten: bij de medische stand.

De beschrijvingen van het middelbare -schoolleven en ven Lodesteijns odyssee langs specialisten, ziekenhuizen en laboratoria zijn een beetje obligaat: Persijn is een hinderlijke pietlut, door de medici wordt Lodesteijn volstrekt onpersoonlijk behandeld. Dat levert dus weinig verrassingen op. Echt absurd of tenhenelschrieend maakt Weemoedt het nergens, waardoor zijn relaas al gauw iets voorspelbaars krijgt. Gelukkig staan daar een paar aardige grappen tegenover. de ratten bijvoorbeeld die in het noodschooitje (waar Lodesteijn met nostalgie naar terugkijkt) van tijd tot tijd in de lokalen verschenen: "Ze groetten net, zeiden niet waarom ze zo laat waren maar begonnen meteen de gewichtige lessen van de docenten te verstoren. " Ook de troost die Lodesteijn op de schrijfwarenafdeling van V & D zoekt (na een duizeling komt hij met zijn hoofd in het pennenvak terecht) is leuk. Net als de partituur van de Wagner-ouverture die is opgebouwd "uit louter noten die zich verhangen hadden aan de notenbalk".

 

 

Romantisch

Van satire is bij Lévi Weemoedt eigenlijk nauwelijks sprake.

Het moderne leven dat hij beschrijft wordt immers niet zozeer belachelijk gemaakt als in de beklaagdenbank geplaatst. Zowel de school als de medische wereld wordt uitsluitend bekeken vanuit het gezichtspunt van het slachtoffer. Iemand die in het gestroomlijnde heden niet past, die er niet in slaagt zich de vereiste clichés eigen te maken, maar die in plaats daarvan ruimte vraagt voor de verbeelding, de vrijheid -wat in feite ook een cliché is, maar dan één van romantische snit en daarom beter passend in de literatuur. Dat men echter als romanticus, met clichés, ook nog een andere oplossing kan bedenken laat Johnny van Doorn zien. In zijn Langzame wals ontbreekt het weemoedige zelfbeklag, maar wordt een koddige lofzang op de kleinburgerlijkheid aangeheven. Van Doorn schuwt daarbij geen enkel cliché, hij kruipt "onder de wol" of vleit zich in "Morpheus' armen", goede raad "knoopt hij in zijn oren", een mooie vrouw komt hem "in een wolk van parfum" tegemoet, dankzij cola en jenever wordt het "toch nog een mooie avond", et cetera. Maar in de overdrijving zit de ironie. Juist door de zaak zo op de spits te drijven, keert Van Doorn de clichés als het ware binnenste buiten en bewijst zo zelf ondanks alles van ander kaliber te zijn: iemand die op z'n minst beschikt over zelfspot. Het procédé is bekend van Johnny van Doorns vorige boeken, maar vervelen doet het mij nog steeds niet. Zijn "kronieken" volmalle fratsen en knusse huiselijkheid hebben een eigen kleur, die het proza van Höweler, Lagerwaard en Weemoedt doet verbleken. Om Langzame wals heb ik dan ook zonder meer het meest moeten lachen. Van Doorn is een fenomeen, dat zijn -beperkte- talent met verve weet te exploiteren. Tijdens het lezen zie ik hem haarscherp voor me: een corpulente krullebol van in de veertig met een wild verleden en een drankprobleern, die door een kordat echtgenote soepel aan de leiband wordt gehouden, die zichzelf als "de ideale huisman " ziet, die zijn zomervakantie op Terscheiling in huisje De Bonte Piet doorbrengt, die geneit van alles en eigenlijk van niets. En wanneer hi' aan het eind van weer een voorspoedig verlopen dag tegen zijn vrouw zegt: "Trek de stekker er nou maar even uit, Yvon, en vul de glazen! En zet eens dat dranklied op van Mado Lanza... Hahaaa! ", dan kan ik hem zelfs ook horen.

 

Hosted by www.Geocities.ws

1