Wat las u dit jaar?


Wat las u dit jaar. De Standaard der Letteren vroeg het aan schrijvers en recensenten.


  • Stijn Alsteens

    1999 was voor mij het jaar van Karel van het Reve. Met Achteraf (Van Oorschot) schonk hij de Nederlandse literatuur een - helaas laatste - meesterwerk, enkele maanden na zijn dood op 4 maart.

    Ook met veel plezier gelezen: het debuut van een andere slavist, Marente de Moor; haar Peterburgse vertellingen (Contact) herinnerden mij aan het beste van Reve, Carmiggelt en Janet Flanner.

    En behalve in deze ontdekking mocht ik mij het afgelopen jaar nog verheugen in de kennismaking met een Engelse dichter, Philip Larkin (1922-1985). Die dichtte twintig jaar geleden de volgende stichtende verzen (hij was hoofd van de bibliotheek van Hull): New eyes each year / Find old books here, / And new ones, too, / Old eyes renew; / So youth and age / Like ink and page / In this house join, / Munting new coin.

  • Marijke Arijs

    Eén. De nieuwe editie van de dikke Van Dale : veruit de nuttigste publicatie van het jaar.

    Twee. Bernal Díaz del Castillo, De ware geschiedenis van de verovering van Nieuw-Spanje (Bert Bakker), een zestiende-eeuwse kroniek die voor het eerst in het Nederlands werd vertaald. De auteur was lijfelijk aanwezig bij de ontdekking van Mexico en verhaalt in geuren en kleuren hoe hij samen met Cortés Midden- en Zuid-Mexico koloniseerde. Zijn getuigenis leest een kleine vijfhonderd jaar na datum nog altijd als een ietwat wijdlopige, maar spannende avonturenroman.

    Drie. Michel Houellebecq, Elementaire deeltjes (De Arbeiderspers). De Franse schrijver ondernam een geslaagde poging om de politiek correcte burger te choqueren. In deze schandaalroman verhaalt Houellebecq het ongelukkige leven van een frigide wetenschapper en zijn seksueel geobsedeerde halfbroer. Aan de hand van tal van pornografische scènes, sociologische analyses en geleerde uitweidingen probeert hij zwart op wit aan te tonen dat de westerse beschaving sinds de jaren vijftig naar de verdommenis gaat. Zijn roman verdient een eervolle vermelding, niet vanwege de controversiële inhoud en nog minder om zijn stilistische kwaliteiten, maar louter omdat de auteur de kunst van het provoceren nieuw leven heeft ingeblazen.

  • Inge Arteel

    Robert Walser, Der Räuber-Roman (Suhrkamp). Een (zelf)portret van de schrijver als ,,rover'', die zich schaamteloos het leven en de gevoelens van anderen toe-eigent en bovendien zonder scrupules de literatuurgeschiedenis plundert op zoek naar ,,vulling'' voor het eigen werk. Soeverein trekt Walser hier alle registers van de modernistische vertelkunst open, met een meesterlijk gevoel voor evenwicht tussen nonchalante improvisatie en strenge controle, tussen humor en ernst.

    Ins unentdeckte Osterreich. Nachrufe und Attacken (Zsolnay). Een essaybundel waarin cultuur- en literatuurcriticus Karl-Markus Gauss eloquent, polemisch en ironisch ingaat tegen de idyllische verheerlijking maar ook tegen de gemakkelijke nestbevuiling van de alpenrepubliek. Als alternatief onderneemt Gauss een haast archeologische ontdekkingstocht naar de ketterse, ,,vreemde'' en onaangepaste stromingen en individuen in de Oostenrijkse geschiedenis.

    Klaus Zeyringer, Osterreichische Literatur 1945-1998. Überblicke, Einschnitte, Wegmarken (Haymon): een aanstekelijke wegwijzer, fris, persoonlijk én representatief voor de hier nagenoeg onbekende rijkdom van de hedendaagse Oostenrijkse literatuur.

  • Nico Baert

    Op een plankje glimt het verzameld werk van de in 1989 overleden Siciliaan Leonardo Sciascia, de Opere : drie Pléiade-achtige deeltjes (Classici Bompiani ). Van Sciascia zijn in het Nederlands alleen nog De dag van de uil en De verdwijning van Majorana leverbaar, allebei gepubliceerd door het minuscule Serena Libri. Het pleit niet voor de gevestigde Nederlandse uitgevers dat Sciascia hen een schrijver van een andere planeet toeschijnt.

    Mijn exemplaar van Rushdies The Ground Beneath Her Feet (van Canadese snit) bevat op het achterplat een aanbeveling van Don DeLillo. Had DeLillo niet moeten doen. Slecht is Rushdies boek niet, maar het primitivisme van zijn rock-'n-roll-beeld spoort te nadrukkelijk met het twee-akkoordenschema van menige meestamper. Dat had DeLillo zelf in 1973 met onderkoelde razernij veel overtuigender gedaan in Great Jones Street .

    Mijn derde titel moet in extremis wijken voor een stapeltje A4-tjes. Over de schouders van een vertaler mag ik nippen aan Dezelfde zee van Amos Oz. U mag me nu benijden.

  • Hein De Belder

    Een jaar om te bezinken is weinig. Maar ik geef De verlorene van Hans-Ulrich Treichel (Ambo) een goede kans om langer te leven. Het is een fijnzinnige roman over een jongen die zijn verloren broer liever niet terug wil. Aan het eind wordt duidelijk dat de jongen staat voor West- en zijn broer voor Oost-Duitsland.

    Voor fijnproevers van ironie en originele formuleringen is er de roman Vasteland van Markus Werner (De Arbeiderspers). Daarin leren een jonge vrouw en haar vader elkaar na twintig jaar opnieuw kennen.

    Maar de lezer vindt in zijn kast ook boeken die er al lang, helaas ongelezen, staan en die hij pas nu ontdekt. Zo heb ik in 1999 vele leerrijke avonden doorgebracht met De Bourgondische Nederlanden van Walter Prevenier en Wim Blockmans (Mercatorfonds, 1983). Een aanrader voor wie Vlaanderen, en nu ook Karel V, wil begrijpen.

  • Eva Berghmans

    Ik lees tot mijn grote schande zelden non-fictie en had nooit verwacht dat het Nederlandstalige boek dat mij dit jaar het meest kon bekoren een boek over de Nederlandse en Europese landbouwpolitiek zou zijn. Maar kijk, De graanrepubliek van Frank Westerman (Atlas) was mijn favoriet voor de Generale Bank Literatuurprijs en ik sta nog altijd verbaasd over de literaire flair en de levendigheid waarmee Westerman een achtergestelde agrarische provincie beschrijft.

    Verder smokkel ik hier twee romans binnen die vorig jaar verschenen, maar waarvan de Nederlandse vertaling pas dit jaar uitkwam: Amsterdam van Ian McEwan (De Harmonie) en England, England (Atlas) van Julian Barnes. McEwan zet een paar heel rake mansportretten neer, Barnes doet hetzelfde met de megalomanie van een mediatycoon. Barnes trekt de economische logica overtuigend door, maar zo lichtvoetig dat England, England bijna leest als een fantasie in plaats van als een satire. Pijnlijk, maar heerlijk.

  • Lieve de Boeck

    Sheherazade of literatuur als losprijs van Raymond Brulez (Houtekiet) bleek na een heruitgave meer dan zeventig jaar later, nog geen spoor van schimmel te vertonen. Brulez zou vandaag ook nog met zijn ironische wijsheden, zijn oneerbiedige maar scherpe intelligentie op het kunstwereldje mogen worden losgelaten. Als hij schopt vliegt de bal in het doel met een sierlijke beweging.

    Joris Note bezorgde ons met zijn Kindergezang (De Bezige Bij) een bundel verrukkelijke creaties vol nostalgie én een uiterst subtiel taalbewustzijn. Het zijn geruisloze, trage vertelsels tegen de tijd in, en toch zonder stilstand stevig verankerd in het heden.

    Een zweem van licht van de Hongaarse auteur Péter Nadas (Van Gennep) lijkt veel op een niet te duiden droom over vroeger. Met schijnbaar eenvoudige foto's en schaarse maar intrigerende tussenteksten, legt de auteur het verleden bloot. Veel leegte en licht vinden we bij hem en dat veroorzaakt een raadselachtige vorm van melancholie waar zowel kijker als lezer niet onbewogen kunnen bij blijven.

  • Jan van Coillie

    Drie favoriete titels: dat betekent piekeren en dubben of vertrouwen op een inval. Ik koos voor de inval: drie flitsen, drie uitblinkers, toevallig voor drie verschillende leeftijden: De oma van Jules van Annemie Berebrouckx (uitgever) is een heerlijk voorleesboek. In de overvloed van prentenboeken komt het al te zelden voor dat zowel prenten als tekst onmiddellijk bekoren. Hier geen lege praatjes bij mooie plaatjes maar een tekst met karakter, boeiend om met jonge kinderen te praten over grootouders, de dood en herinneringen.

    Manolito van Elvira Lindo is het grappigste boek dat ik in jaren las. Dit is humor met een grote H die geen enkele toegeving doet aan wat kinderen zogenaamd grappig zouden moeten vinden. Door het (uilen)brilletje van Manolito ga je de wereld anders bekijken. Winkelen met grootvader, verliefd zijn of spieken worden ,,supergaaf''.

    De veerpont van James Moloney (Houtekiet) is een adolescentenroman op het niveau van de Tillerman-cyclus van Cynthia Voigt en dat wil wat zeggen. De personages zijn me vertrouwd geworden als goede kennissen. De knap uitgebalanceerde spanningsopbouw maakt dat het boek nergens verdrinkt in de problemen. Het confronteert (jonge)lezers met vragen rond vluchten of een vlucht nemen, schaamte en (zelf)vertrouwen.

  • Gita Deneckere

    Een boek om zich in te verlustigen, ook al gaat het over biologie, is Woman. An Intimate Geography van Nathalie Angier (uitgever). Hier wordt poëtisch over oestrogenen geschreven. Het is daarom eigenaardig dat de Nederlandse uitgever (uitgever) het fijnzinnige en sprankelende, en tegelijk wetenschappelijke werk zo weinig adequaat heeft vertaald in De waarheid over het vrouwelijk lichaam . Angier bewijst dat de eeuwige strijd over hoe gelijk of verschillend mannen en vrouwen zouden zijn tenslotte vooral met gevoel voor humor te beslechten is.

    In mijn vakgebied is De moord op Lumumba van Ludo De Witte (Van Halewyck) een toonbeeld van schokkend historisch onderzoek naar de waarheid over een liquidatie door het Belgische establishment. Bovendien kan dit grondige graafwerk niet genoeg geprezen worden in een tijd dat sommige journalisten verschrikkelijk onzorgvuldig met hun bronnen omgaan in hun narcistische jacht op een scoop.

    Graven in het verleden is ook het leidmotief in de literaire thriller Bezeten van mij van het auteurskoppel Nicci French (Anthos), een spannend ontspannend boek dat ik in één ruk uitgelezen heb. Zelfs mijn kinderen konden me niet afleiden.

  • Jan Desmet

    Het boekenjaar 1999 zal ik vooral onthouden van de jacht op drie catalogi. Het Gentse Museum voor Volkskunde schonk den volke Hoge Hakken Roze Billen , een veelzijdige kijk op het varken (expositie zwakker dan catalogus).

    Schaarbeek verblijdde zijn ingezetenen ten stadhuize met een mooie tentoonstelling over ezels en een boekje als curiosum: De ezel in al zijn staten . In de Vlaamse pers kon er geen iaa'tje vanaf.

    Voor Le mouton, sa vie, ses oeuvres was het doorstoten naar de voormalige abdij van het Noord-Franse Saint-Riquier. We vreesden schaapachtigheid. 't Werd een dubbele verrassing.

    Conclusie: zij die knorren, balken of blaten zijn op weg om culturele ambassadeurs te worden.

  • Luc Devoldere

    In de retorica kwam onze leraar Grieks de klas binnen met een tragedie van Euripides, zijn laatste, Bakchanten, die de afgrond openbaarde tussen orde en chaos, ongeremdheid en repressie, ratio en extase. Die is sindsdien niet meer gedicht. Er is nu een vertaling door de onvolprezen Gerard Koolschijn (Athenaeum-Polak & Van Gennep).

    In zijn oeuvre is de joods-Italiaanse schrijver Giorgio Bassani (1916) dikwijls teruggekeerd naar de stad van zijn jeugd, het Noord-Italiaanse Ferrara van het interbellum, een ingeslapen provinciestad met een joodse burgerij die in 1922 het fascisme enthousiast had begroet. Het paradijs is altijd verloren. Onbereikbaar schittert het achter een muur, zoals in De tuin van de Finzi-Contini's, een van de romans die hij uiteindelijk, schrijvend en herschrijvend, samenbracht in een monumentaal en haarscherp boek, Het verhaal van Ferrara/Il romanzo di Ferrara (Meulenhoff).

    Op de leeftijd gekomen dat je geen auteurs meer ontdekt die je verpletteren, ben ik toch blij dat ik dit jaar op Alain gestoten ben. Aanleiding was een selectie van Propos, gemaakt door Willy Roggeman en uitgegeven door Yang. Alain, een leraar filosofie zonder systeem of jargon, schreef aan het begin van de eeuw voor een krant dagelijks korte stukken. Drieduizend in acht jaar. ,,Ayant au fond de moi la grande philosophie, je me suis bien gardé de la juger trop belle pour le journalisme, en quoi j'ai inventé un genre de journalisme.''

  • Jan Flamend

    Het leukste boek dat ik dit jaar gelezen heb, was Ben Eltons Blast from the Past (Black Swann), het knapste was William Boyds Armadillo (Bert Bakker), maar het mooiste, rijkste, intelligentste en meest verfijnde is Amsterdam van Ian McEwan (De Harmonie).

    Elton is geestig, spannend en ideaal voor op het strand. Boyd is doordacht, beklijvend en uitermate geschikt voor de winteravonden.

    Amsterdam is voor alle seizoenen en plaatsen en bijzonder gerarffineerd. Het was mijn eerste McEwan. Ik had de boot een tijdlang afgehouden, omdat ik uit de recensies een sombere, moeilijke en makabere literatuur voor ogen had gekregen. Dat beeld blijkt te kloppen, maar het is geen bezwaar om er een uitzonderlijk genoegen aan te beleven. Amsterdam is de perfecte ,,conte cruel'' die gedragen wordt door de onvoorspelbaarheid van onverwachte maar wel degelijk aangekondigde wendingen, een uitgebalanceerde fabel over creativiteit versus epigonisme, over natuur versus cultuur, kunst versus politiek, eerlijkheid versus immoralisme, liefde versus haat, zelfmoord versus euthanasie, vriendschap versus verraad. Een pregnant verhaal waar geen woord te veel in staat. McEwan roept moeiteloos een universum op waar moedwil en misverstand onweerstaanbaar regeren, waar morbide humor op een bijna joyeuze manier de boventoon voert, waar achterdocht, vriendschap, haat, jaloezie, redeloze passie én moorddadigheid een mystiek huwelijk op zijn Engels aangegaan zijn. Amsterdam is de zuiverste vorm van dramatische ironie die je je kan voorstellen.

  • Ed Franck

    Eén. Waterkind van Carolyn Logan (Houtekiet): sfeervolle, goed gedocumenteerde historische roman over de begindagen van de Australische kolonisatie; ook een ode aan het overlevingsinstinct en aan de liefde van een zus voor haar broertje; poëtische inpassing van het aboriginalthema.

    Twee. Vader, moeder, ik en zij van Jurg Schubiger (Querido): uniek taaltimbre, volstrekt eigenwijze kijk op de wereld via kinderogen, plezierig-ontwrichtend. Taalmagie.

    Drie. De veerpont van James Moloney (Houtekiet): kloeke adolescentenroman, rijkgeschakeerd met een langzaam toenemende complexiteit, diep gravend.

  • Kester Freriks

    Een hoogtepunt vormde de uitgave van het verzamelde toneelwerk, kortweg Toneel geheten, van Hugo Claus (De Bezige Bij). Het is van groot belang dat, mede door boekuitgaven, de Nederlandse toneelschrijfkunst onverminderd aandacht krijgt, en Claus is onomstreden de grootste van deze eeuw.

    Gefascineerd raakte ik door Elementaire deeltjes van Michel Houellebecq (De Arbeiderspers). De genadeloze precisie van zijn schrijfstijl, het ,,kapot denken'' van ooit zo esoterische zaken als liefde en de kind-ouderverhouding is onthullend.

    Veel filosofie dit jaar, altijd boeiend. Behulpzaam om de weg tussen rede en emotie te vinden is Konrad Paul Liesmann, Over nut en nadeel van het denken voor het leven (Lemniscaat).

    Tot slot: elk deel van Geheim dagboek van Hans Warren (Bert Bakker) is me dierbaar.

  • Christine D'haen

    In 1999 las ik eindelijk, na bijna levenslang half werk, de 1775 gedichten van Emily Dickinson grondiger: zij is groot. De onovertrefbare vertaling door Paul Claes van Rimbauds Illuminations (Atheaneum-Polak & Van Gennep), met de volmaakte inleiding en de absolute primeur van de noten, is de trots van onze literatuur: alleen wij kunnen dat Franse vernieuwende meesterwerk nu lézen. Als derde boek zou ik mijn Kalkmarkt 6 willen noemen, maar dat zou onbescheiden zijn. Daarom: Der Grüne Heinrich (ca. 1860) van G. Keller. Wie kan leven daarzonder? Laten we oud worden om de belangrijke literatuur te overwegen en altijd beter te begrijpen.

  • Wim D'haveloose

    Eén. Our Fathers (Faber) van Andrew O'Hagan. Deze debuutroman werd genomineerd voor de Bookerprijs. Het centrale gegeven is de verhouding van een kleinzoon met zijn grootvader. Eigenlijk traceert O'Hagan de subtiele manier waarop de hoofdpersoon met al zijn vezels vastzit aan het verleden. Dat is voor iedereen zo, maar in deze fascinerende roman nemen de schrijver en zijn hoofdpersonage de tijd om al die fijne verbindingsdraden te ontrafelen. Het is precisiewerk waarvoor O'Hagan het perfecte instrument bezit: een poëtische en trefzekere stijl.

    Twee. Iris. A Memoir of Iris Murdoch (Duckworth; vertaling De Bezige Bij) van John Bayley. Over Murdoch en haar romans is al veel geschreven, maar deze kroniek van haar laatste levensjaren, opgetekend door haar echtgenoot, de literatuurprofessor John Bayley, is een verrassend toegankelijk boek. Binnen het kader van een portret van een ongewoon huwelijk, komen we ook de schrijfster op het spoor. Zo'n zijdelingse benadering reveleert soms meer dan een diepgaande studie.

    Drie. Heshels rijk (Podium) van Dan Jacobson. In dit semi-autobiografisch geschrift reist de Londense romancier, geboren in Zuid-Afrika, naar Litouwen op zoek naar zijn grootvader, die tien jaar voor zijn eigen geboorte overleden is. Die grootvader was rabbijn in een Litouws stadje. Jacobsons boek maakt indruk omdat achter die ene persoon heel geleidelijk de tragische geschiedenis van een heel volk gestalte krijgt. Bijna de volledige joodse bevolking van Litouwen werd door de nazi's uitgemoord. Jacobson is verpletterd door de leegte die daardoor in het land is ontstaan. Met zijn verslag poogt hij die leegte te duiden en in te vullen.

  • Luc Herman

    De Russische auteur Vassily Aksyonov kreeg in 1981 tijdens een reis door Californië te horen dat de Sovjet-Unie hem als burger had geschrapt. Aksyonov bleef in de States doorschrijven in het Russisch. Met The New Sweet Style (uitgever) leverde hij eindelijk een boek over zijn nieuwe land af, dat prompt werd vertaald. The New Sweet Style is een komische schelmenroman met metafictionele allures. Het recept daarvan is genoegzaam bekend - zie Grass en Rushdie - maar Aksyonov geeft er dankzij intrigerende verwijzingen naar Dante en een dappere link tussen absurdisme en spiritualiteit zo'n fijne draai aan dat hij samen met de Tocqueville, Kafka, Baudrillard en Todorov bij het kleine kransje van schrijvers hoort die tamelijk wars zijn van Engels en toch revelerende dingen zeggen over de States.

    Wie graag groen lacht kon zich dit jaar wenden tot Brief Interviews with Hideous Men van David Foster Wallace (uitgever). Het onderwerp is seks, en Wallace gaat er naar goede gewoonte hard tegen aan. In het titelverhaal worden de lelijkaards dan ook behoorlijk in de wind gezet. Het resultaat is net geen freakshow , maar wel een ontluisterende tekst over mannen die hun penis achternalopen. ,,Zijn er dan andere?'' hoor ik enige vrouwen al opperen. Volgens Wallace is het antwoord: ,,Euh...'' Een Nederlandse vertaling is op komst.

    Ten slotte een uitstekend boek uit de afdeling non-fictie. In Black Planet. Facing Race During an NBA Season beschrijft David Shields (uitgever) het profbasketbal als een metafoor voor de Amerikaanse cultuur. Niet dat achter elke dunk racisme, hebzucht en ijdelheid schuilgaan, maar toch: het spelletje is nog veel agressiever dan het zo al lijkt.

  • Hadewych Hernalsteen

    Van Rasjied ad-Da'ief, professor literatuur aan de universiteit van Beiroet, verscheen dit jaar de ronduit schitterende roman Geachte heer Kawabata (Elmar). Een bizarre ontmoeting vormt de aanleiding voor een lange ontroerende brief aan de Japanse auteur Kawabata, waarin hij het relaas doet van zijn kinderjaren in een door burgeroorlog verscheurd land. Een surrealistisch, bijwijlen irreëel bestaan dat Rasjied toch ,,beau'' en ,,poétique'' kan noemen.

    Een Arabisch land dat vandaag nog geteisterd wordt door een gruwelijke burgeroorlog is Algerije. In de roman Het leven op zijn plaats (Aristos) spreekt Rachid Boudjedra uit ervaring als hij het ondergedoken leven beschrijft van een door moslimextremisten ter dood veroordeelde.

  • Stefan Hertmans

    Eén. Marguerite Duras van Laure Adler (uitgever) . Adler slaagt erin je Duras weer concreet voor ogen te toveren, pur sang - dit rare oude sukkelwijfje dat ooit een oosterse schoonheid was, met haar languissante zinnen, haar pathetische betovering, haar exotisme, fanatisme en paranoïa, met haar drankzucht en haar levenswoede. Je krijgt weer zin in Duras-zinnen. Een mooie roman, deze biografie.

    Twee. Een springende fontein van Martin Walser (uitgever). Ik heb sympathie voor de manier waarop Walser laat zien dat jeugdige argeloosheid en poëtische dwaasheid tegenover de (nazistische) actualiteit toch konden leiden naar een helderziende diepgang en een oprecht kunstenaarschap. Heel politiek incorrect, en daarom zo belangrijk in deze tijd. Bovendien is het stilistisch en compositorisch een meesterwerk.

    Drie.

    Toneel , Hugo Claus. Het verzamelde toneelwerk van Claus is een van de belangrijkste publicaties van het afgelopen jaar omdat het een historisch spanningsveld laat zien. Ik ben ervan overtuigd dat - vooral het 'Griekse' - theaterwerk van Claus ooit terugkomt, ook in de milieus die Claus zelf niet bepaald een goed hart toedraagt - en ook al zal dat gebeuren in regies die niet zijn voorkeur wegdragen. Deze verzameling toont aan hoe versatiel, breed, inspirerend en rijk zijn beste stukken blijven. Zoiets overleeft altijd modes en meningen.

  • Marc Hooghe

    De beste roman vond ik Marcel van Erwin Mortier (Meulenhoff). Ik weet het, dit debuut is zowat de hemel ingeprezen, maar het is dan ook heel mooi. De met zinnelijk genoegen uitgewerkte beschrijvingen zijn stuk voor stuk pareltjes. Daardoor wordt de verhaallijn wel eens overwoekerd, maar dat doet weinig af van de verdiensten van dit sensuele taalbad.

    Bij de non-fiction heb ik vooral genoten van de Ethica Nicomachea van Aristoteles (Historische Uitgeverij). Vertalers Christine Pannier en Jean Verhaeghe hebben gekozen voor een perfecte mix van leesbaarheid en wetenschappelijke correctheid. Het fascinerende vind ik dat Aristoteles 2500 jaar geleden in een heel andere samenleving toch dingen schreef die nu nog net zo goed geldig zijn. Vooral zijn beschrijving van de vriendschap is juist en ontroerend: ,,Zonder vrienden zou niemand willen leven, ook al bezat hij alle andere goede dingen.''

    De publicatie die het meest indruk op mij heeft gemaakt is www.britannica.com . De inhoud van de Encyclopaedia Britannica is nu gratis op het Internet raadpleegbaar. Mijn jongensdroom om ooit die kloeke, in leer gebonden delen op mijn boekenplank te hebben staan, wordt nu compleet zinloos, maar daar staan een heleboel nieuwe mogelijkheden tegenover: dit soort informatie is voortaan altijd en overal raadpleegbaar. De kennis-samenleving heeft in 1999 een belangrijke stap vooruit gezet.

  • Jan Van Hove

    Drie Vlaamse kunsthistorici publiceerden in 1999 boeken over kunst die vele jaren zullen meegaan. Van de Brugse conservator Dirk De Vos verscheen bij het Mercatorfonds Rogier Van der Weyden, een magnifiek geïllustreerde studie waarin het oeuvre van de Doornikse meester verder wordt uitgezuiverd. Als een detective in de late Middeleeuwen probeert hij te reconstrueren wat ,,meester Rogier'' al dan niet zelf geschilderd heeft.

    Vlaamse wandtapijten (Lannoo) van de Leuvense professor Guy Delmarcel is een omvattende studie én een lust voor het oog.

    Hans Vlieghe schreef een standaardwerk met Flemish Art and Architecture 1585-1700 (Yale University Press).

  • Filip Huysegems

    Mijn lieveling dit jaar: John Tomlinsons Globalisation and Culture (Polity Press). Het uitgangspunt: transporttechnologie (luchtverbindingen, de HST's) en elektronische communicatie (tv-beelden, e-mails,...) doen de reistijden van mensen en berichten drastisch krimpen. Een gevolg is dat het dagelijks leven almaar meer doordrongen raakt van invloeden van ver weg. Tomlinson gaat na wat dat betekent voor de manier waarop mensen de wereld begrijpen en zich gedragen.

    Het is een weids onderwerp, en de fout die veel slimme mensen maken als ze hierover praten, is dat ze met de brede penseelstreek te werk gaan en dan blijven steken in vage stelligheden. Het knappe aan Tomlinsons boek is dat het stevig in de herkenbare realiteit verankerd blijft. Hij heeft het over het gedrag van mensen in luchthavens en internationale hotels, over veranderende eetgewoonten, over filmkijken, over shoppen en de eigenaardigheden van het telefoneren. Hij kijkt niet enkel naar het Westen, maar ook naar de derde wereld, zonder dat het een voorspelbaar discours over cultureel imperialisme wordt. Een verhelderend en onderhoudend boek en met enkele ethische beschouwingen als afsluiter. Het enige dat beter kon, is de titel. Die klinkt zo taai en saai dat je niet geneigd bent uit een rij boekenruggen net deze te kiezen. Als u het toch doet, hebt u een goudmijntje aan ideeën in handen.

  • Peter Jacobs

    Mijn absolute hoogtepunt van 1999 zat in een dun boekje met een lange titel: Het is de liefde die we niet begrijpen van Bart Moeyaert (Querido), een ,,samenzweerderig'' verteller die altijd meer suggereert dan schrijft. De drie verhalen werken als magneten en maken van de lectuur een stiekem sensueel, warm deken. Moeyaert slaagt erin zelfs een verwende en cynische lezer onvoorwaardelijk te verleiden.

    Even ontroerend was voor mij de roman The Hours (uitgever, als De uren bij Bert Bakker) van Michael Cunningham. Hoe die man erin slaagt om in de wereld van Virginia Woolf binnen te dringen zonder haar werk te verraden of te parodiëren, is adembenemend. Was de Pulitzer-prijs meer dan waard.

    Mijn derde favoriet van 1999 is ook al dun maar krachtig: de biografie van Marcel Proust door Edmund White in de reeks Penguin Lives. Proust, die altijd zo gebukt gaat onder de last van duizenden bladzijden, is hier lichtvoetig en hoogst persoonlijk benaderd door een andere schrijver van formaat. Dit is een van de eerste deeltjes van een veelbelovende reeks biografieën voor lezers met verstand, appetijt en weinig tijd. De zopas verschenen James Joyce van Edna O'Brien ligt al op mijn nachtkastje te lonken.

    Ik kan niet anders dan dit forum misbruiken om de aandacht te trekken op een belangrijk literair moment van 1999 dat hier onopgemerkt bleef. Een van de prangendste egodocumenten van deze eeuw, het dagboek van de ontspoorde danser Vaslav Nijinsky, is bij Farrar, Straus & Giroux in New York eindelijk volledig uitgegeven. Vergeet de ,,ongecensureerde'' Franse en Nederlandse vertalingen van enkele jaren geleden.

  • Jos Joosten

    Het afwegen van goed beter best wordt bij mij altijd beïnvloed door de factor verrassend . Goed werk van bekenden die al jaren meedoen heeft een onvermijdelijke achterstand bij iemand die uitstekend werk schrijft en van wie je een jaar eerder nog niks wist. Ook al is het niet zo van Arjen Duinker (Meulenhoff) zou dus bijna op mijn lijstje ontbroken hebben omdat Duinker al jaren tot de allerinteressantste dichters van het Nederlands taalgebied behoort. Nog sterker lijdt Hugo Claus onder deze wet van de remmende voorsprong. Claus verbaast nog altijd op alle terreinen zózeer dat je haast vergeten zou dat hij met Wreed geluk (De Bezige Bij) opnieuw een schitterende bundel afleverde. Mijn persoonlijke poëzie-verrassing van 1999 was echter debutant Jan Lauwereyns die met zijn bundel Nagelaten sonnetten (Manteau) de tegenstelling conventioneel/onconventioneel op een geheel eigen manier herdefinieerde.

  • Michel Kempeneers

    Het afgelopen jaar bracht uitgeverij Oog & Blik alle vier de albums van Meneer Johan in het Nederlands uit. In deze reeks geven de Franse auteurs Philippe Dupuy en Charles Berberian op een subtiele en lichtvoetige manier gestalte aan de twijfels van een generatie. Ongetwijfeld een van de essentiële stripseries van de jaren negentig.

    Verder benadrukte onze noorderbuur Mark Retera met zijn derde Dirkjan-album (Big Balloon) dat zijn gortdroge humor van superieur niveau is.

    François Boucq ten slotte bevestigde met liefst twee albums boordevol surrealistische humor rond verzekeringsmakelaar Fré van der Mugge (Casterman) dat hij de grenzen van het absurde nog lang niet heeft bereikt.

  • Irène Koenders

    Het genereuze gebaar van José Saramago om de Nobelprijs op te dragen aan de hele Portugese literatuur, laat in Portugal en daarbuiten nog altijd zijn sporen na. Er verschijnen meer vertalingen uit het Portugese taalgebied dan ooit tevoren. Bij ons was de oogst dit jaar goed, zelfs meer dan goed, met De glans en pracht van Portugal van Antonio Lobo Antunes (Ambo) op kop. Via de herinneringen van een drietal personen aan hun koloniale verleden in Angola, schetst de auteur een genadeloos beeld van de Portugese samenleving. De manier waarop Lobo Antunes de diepste wreedheden, angst en haatgevoelens neerzet, doet denken aan Célines Reis naar het einde van de nacht .

    Een andere uitschieter was de verhalenbundel De grootkap!teins van Jorge de Sena, meesterlijk vertaald door A. Pos (de Prom). In dit ,,zo is alles bijna gebeurd''-boek toont de Sena venijnig en vol verontwaardiging waartoe de mens in staat is als eigenbelang, onwetendheid en machtswellust ongestoord hun gang gaan. Ik heb genoten van de zorgvuldige woordkeuze en de handigheid en precisie waarmee de vertaler tussen de ingewikkelde grammaticale constructies door laveerde en de zinnen tot een goed einde bracht.

    Van Saramago verscheen Het jaar van de dood van Ricardo Reis (Meulenhoff), het verhaal van een van Pessoa's heteroniemen die na diens dood terugkeert naar Lissabon. Een boek om mee door de straten van Lissabon te dwalen.

  • Anni van Landeghem

    Homogeen lijstje:

    Eén. Nederlandse roman. Tom Lanoye, Zwarte tranen (Prometheus): de meesterlijke, geheel uit Vlaamse klei opgetrokken kruising tussen Twin Peaks, Pulp Fiction en Tales of the City. Barok, geestig, ontroerend, brutaal. Aan de andere kant van het spectrum: het ingehouden en intreurige Liefdesdood van Oscar van den Boogaard (Querido).

    Twee. Engelse roman. The Spell van Alan Hollinghurst (Chatto & Windus, in het Nederlands als Een zomer van vergetelheid bij Atlas). Sexy, pittig, ondeugend. En dat zonder ook maar één vrouw op te voeren.

    Drie. Pocket. Michael Cunninghams A Home at the End of the World (Penguin, oorspronkelijk uit 1990, in het Nederlands: Huis aan het einde van de wereld, Ooievaar): een uitstekend voorsmaakje van het schitterende en meer epische Flesh and Blood uit 1995. Mooie dialogen en heerlijke personages in een melancholische setting.

    Vier. Non-fiction. Nog geen boek, maar dat komt vast wel: Trou moet blijcken van Gerrit Komrij in SdL. Net als In liefde bloeyende (Bert Bakker, 1998) de best denkbare introductie tot (on)bekende dichters & gedichten. En stilistisch alweer om van te snoepen.

    Vijf. Poëzie. Meulenhoffs dagkalender Nederlandse poëzie 1999. Sinds 1985 stelt Hans Warren jaarlijks deze scheurkalender samen en zelfs met een thema dat mij nauwelijks beroert (dieren) wist zijn bloemlezing me ook dit jaar vrijwel dagelijks te overtuigen (a poem a day keeps the doctor away?).

    Zes. Jeugd. Ik las ergens dat Bart Moeyaert van Carson McCullers houdt. Dat is aan Het is de liefde die we niet begrijpen (Querido) duidelijk te merken. Bijzonder mooi.

  • Katleen Van Langendonck

    ,,Er was eens een matroos die het eind van een touw inslikte en door de kronkelingen van zijn darm de mast in werd gehesen'' is een van die openingszinnen die je het liefst uit het hoofd leert. Eigenlijk wil ik dat wel met het hele boek doen: Liefdesdood van Oscar van den Boogaard (Querido) is een roman met de kracht van een gedicht. Het gewone en het bovennatuurlijke, de pijn van de liefde en van de dood worden op een tegelijkertijd heldere en lyrische manier in een bezwerende compositie gegoten.

    Er zat nog meer liefde in het leesjaar 1999, ondermeer in Before She Met Me van Julian Barnes (uitgever), verschenen in 1982 maar nu pas heb ik het gelezen. Het is een amusante studie in ,,retroactieve jaloezie''. Of hoe een historicus geobsedeerd raakt door de vroegere, al dan niet verzonnen, minnaars van zijn vriendin.

    Mijn grote liefde voor de New Yorkse schrijver Paul Auster is dit jaar dan weer sterk bekoeld. Timbuktu is het voorlopige dieptepunt in zijn oeuvre. Wel boeiend is Doubles-jeux van de New Yorks-Franse kunstenares Sophie Calle . Enkele van haar projecten dienden als basis voor een van Paul Austers personages in Leviathan . In zeven boekjes, prachtig uitgegeven bij Actes Sud, beschrijft Calle hoe zij op haar beurt het spel verder speelde. Zeven manieren om fictie en realiteit te vermengen en uiteindelijk een levend personage te worden.

  • Jan Luyben

    Het spannende boek is nog altijd in opmars. De uitgevers overspoelen de recensent onder enorme hoeveelheden spannende werken in uiteenlopende subgenres. De gemiddelde kwaliteit is hoog. De enkele mislukking bevat dikwijls nog iets verdienstelijks en de enkele kneus heeft iets aandoenlijks en lachwekkends en bewijst maar weer eens het niveau van de rest.

    Een top drie samenstellen uit het overstelpende aanbod is een betrekkelijke zaak. Na wat afwegingen kwamen de volgende drie eruit rollen:

    Tomas Ross met Het goud van Salomon Pinto (Fontein) omdat hij al jaren Nederlandstalige faction produceert van internationale klasse.

    Gunnar Staalesen met Zwarte schapen (Manteau), het derde deel over privé-detective Varg Veum. Veum is een prachtige toevoeging en uitbreiding van het private eye -gegeven. Spanning, humor en sociale bewogenheid gaan hand in hand.

    Een geslaagd debuut is Fataal geheugen (BZZTôH) van Jeremy Dronfield , een intrigerend mysterie rond een aan geheugenverlies lijdende man. Dronfield plaatst zich met zijn eersteling in de regionen van grote Engelsen als Rendell en Goddard.

  • Anna Luyten

    Altijd goed voor een meestervertelling, Louis de Bernières. Hij weet als geen ander de idiotieën van een te groot ego met humor te lijf te gaan. Personages vol broze verwachtingen schetst hij in een nu eens bucolisch dan weer baldadig tafereel. Zijn stijl is als dynamiet, vol verwachtingsvolle stiltes en weergalmende woorderupties. Zijn zinnen ruiken niet meer naar inkt, maar naar mensenvlees: zwetend, zoenend en zalvend: Het vrouwenleger van Senor Vivo (De Arbeiderspers).

    Wyoming, in het noordwesten van de Verenigde Staten is iets heel anders gaan betekenen sinds Annie Proulx erover geschreven heeft. De manier waarop ze de boerenzonen, de barmeiden en de cowboys in hun dagelijks leven detecteert en vormgeeft is meeslepend en subliem. Ze schrijft erover met een afstandelijkheid die tederheid verraadt en met een humor die medeleven verkondigt: De gouverneurs van Wyoming (De Geus).

    Sommige bewoordingen geven geen intimiteit weer, maar besluipen ze. Anna Gavalda bespiedt in haar korte verhalen het mechanisme van twijfels dat in werking wordt gezet als mensen elkaar van te dichtbij ontmoeten. Ze portretteert gebroken en gebonden mannen en vrouwen, hun gestileerde schaamteloosheid en geïnterioriseerde dramatiek. Een boekje dat opvalt door zijn eenvoud en liefdevol cynisme voor het dagelijkse overlevingsritueel: Je voudrais que quelqu'un m'attende quelque part (Le Dilettante).

  • Geerdt Magiels

    In Mass Listeria. The Meaning of Health Scares (André Deutsch) doet de Britse arts Theodore Dalrymple een heel geslaagde poging om geschiedenis, statistiek, geneeskunde en gezond verstand in één vloeiend verhaal te gieten. Hij zet mooie vraagtekens bij het feit dat we worden platgewalst door hysterische verhalen over gezondheidscrisissen. Want je zou onderhand gaan denken dat achter elke hoek een exotische bacterie of een dodelijke intoxicatie schuilt. Dalrymple toont aan dat we het nog nooit zo goed gehad hebben als nu. Misschien is het dat wel waar we ons zorgen om maken.

    Een uitstekend geschreven mengeling van culturele en politieke geschiedenis en van kookkunst en keukengeheimen, dat is Pomp and Sustenance. Twenty-five Centuries of Sicilian Food (The Ecco Press), geschreven door de Amerikaanse Mary Taylor Simeti die bij haar schoonfamilie in Sicilië ging wonen. Een ode aan multiculturaliteit, zittend aan de broedstoof van de westerse keuken. En je komt bovendien te weten hoe je een timballo di maccheroni bianco klaarmaakt, het duistere recept voor de timpano uit de onvolprezen film Big night .

    En voor wie toch graag wil blijven geloven dat fictie boeiender kan zijn dan de werkelijkheid is er altijd nog Paul Austers Timbuktu (Faber & Faber). Het verhaal van een hondje dat op weg gaat naar de hondenhemel. Het verhaal is te bizar om na te vertellen en leidt via Austeriaanse omwegen recht naar het kern van de twijfel om dit bestaan. De ijzeren wetten van het toeval worden vertaald in poëzie en spanning.

  • Joris van Meerbeek

    Het klinkt misschien hard, maar we zouden eerlijk zijn met elkaar. Tussen mijn boeken ,,voor volwassenen en aankomende jeugd'' zat er dit jaar niet één dat ik u kan aanbevelen.

    Van armoe ben ik dan maar kinderboeken gaan lezen. Of herlezen, zoals De man op de kraan van Reiner Zimnik. Dat werkje heb ik in het derde leerjaar gekregen bij de prijsuitdeling - dat bestond toen nog. Een half leven later snap ik nog altijd niet hoe een boek tegelijk zo vrolijk én triest kan zijn. Mijn exemplaar hangt inmiddels aan flarden, maar Querido heeft De man op de kraan onlangs heruitgegeven, nu gelukkig met een stevige kaft.

    Van De verjaardag van alle anderen (Querido) heb ik voor het eerst genoten. De humor van Toon Tellegen zou mij misschien minder hebben gelegen toen ik nog een korte broek droeg, maar nu kon de lol echt niet op. Wat denkt u dat er gebeurde toen de regenworm op verjaardagsvisite ging bij de pad? Ze dansten en dronken iets modderigs.

    Kleine feministjes zullen dan weer in de wolken zijn met Helden op sokken van Annie Makkink (uitgever) en hele kleine dichtertjes met Frederick van Leo Lionni (uitgever).

    Ik denk dat ik volgend jaar alleen nog maar kinderboeken lees.

  • Joris Note

    - ,,Een of andere boze geest was in dat kind gevaren, een soort spotgeest die alles en iedereen nadoet, maar dan ook iedereen, zelfs de rebbe in eigen persoon, hoe hij tabak pruimt en hoe hij dribbelt op zijn korte beentjes, en ook de vrouw van de rebbe, hoe ze een pruilmondje trekt, bloost en met één oogje knippert als ze geld moet vragen voor sjabbes.'' Uit: Sjolom Alejchem, Het leven een roman. Autobiografie , vertaald door Willy Brill (Vassallucci).

    - ,,Voor Nin-tur, de moeder van het Land, boorde Enki, de wijze / zijn lid in de sloot, / hij boorde zijn lid steeds weer in het rietbos, / en scheurde met zijn lid zelfs het grote kleed dat de aarde bedekt.'' Uit: Helden en goden van Sumer. Een keuze uit de heroïsche en mythologische dichtkunst van het Oude Mesopotamië , vertaald en toegelicht door Herman Vanstiphout (SUN).

    - ,,Genoeg gekend. De stilstanden van het leven. - O Geruchten en Gezichten! / Vertrek in een nieuwe hartstocht en een nieuw geluid!'' Uit: Arthur Rimbaud, Illuminations , vertaald en toegelicht door Paul Claes (Athenaeum-Polak & Van Gennep).

  • Karel Osstyn

    Zelfmoord of moord? Onpersoonlijkheid van Russell Artus (Meulenhoff) is wel geen thriller, maar gaat niettemin over de meest verborgen hoekjes en kantjes van de menselijke geest. Russell Artus maakt van deze nieuwerwetse familieroman bijna een soap, zonder dat hij in pathos vervalt.

    Even efficiënt en knap van constructie is Profijt (Contact), de doorslag die Richard Powers gemaakt heeft van anderhalve eeuw kapitalisme. De geschiedenis van een zeepbedrijfje dat tot chemische gigant uitgroeit, had dat van elke multinational kunnen zijn. Maar elk succesverhaal heeft een keerzijde: de vele kankergevallen die, onder de rook van de fabrieken, de tol van de vooruitgang betalen. Niet Powers' beste boek, maar toch nog altijd een krachtig staaltje van hoe een schrijver zijn research kan omzetten in pakkende literatuur.

    Nauw hierbij aansluitend: Ik was getrouwd met een communist van Philip Roth (Meulenhoff). Dit in het McCarthy-tijdperk gesitueerde verhaal is ook niet zijn beste, maar elke Roth blijft interessant. Alleen al om de conclusie van het boek, waarin de schrijver alle onheil op aarde niet wijt aan ongevallen, oorlogen of natuurrampen, maar aan al die gloeiende ,,ovens'' van egocentrisme en gelijkhebberij waar we stuk voor stuk uit bestaan. Als het fout gaat, zegt Roth, dan is het omdat ik en jij en hij allemaal als kemphanen tegenover elkaar staan. Belerende praat van een grotesk schrijver? Nee hoor, daarvoor is hij veel te amusant.

  • Jeroen Overstijns

    In 1999 was er een nieuwe Salman Rushdie en dan weet je het dus wel. The Ground Beneath Her Feet (Henry Holt/Nederlands: De grond onder heer voeten, Contact) had het allemaal. Elke samenvatting van dit verhaal over rockzangeres Vina Aspara en haar verschroeiende liefde voor Ormus Cama is een hopeloze reductie. De roman is een dans van goden en godsdiensttwisten, van liefde zonder einder en zonder vertrouwen, van passie vol tragiek. Het is geen gemakkelijk boek maar de souplesse waarmee Rushdie vertelt, is adembenemend.

    Michael Cunningham schreef op de tonen van Virginia Woolfs Mrs. Dalloway een prachtige elegie over de dood. The Hours (Picador;als De uren bij Bert Bakker) was in 1999 terecht een van de internationale prijsbeesten. Een aidsdrama in nineties-New York verweeft Cunningham erg subtiel met het leven van Woolf zelf en dat van een lezeres van Mrs. Dalloway . Elk verhaal speelt zich af op een ander moment in deze eeuw. Elk verhaal is even ontroerend, én even hard. Cunningham heeft een bijzonder stijlgevoel en een bewonderenswaardig vermogen om emoties te verbeelden.

    Mijn boek der boeken van 1999 werd geschreven door Bret Easton Ellis. Glamorama (Knopf/Anthos) grijpt de Zeitgeist in een verhaal dat terzelfder tijd botergeil entertaint en messcherp het eigen fun -gehalte onderuit haalt. Niet dikwijls heb ik zo een fascinerende mix van literariteit en camp aangetroffen als in deze 145bpm-parabel vol glamour & gruwel.

  • Jürgen Pieters

    Boek van het jaar (het brein): Les Anormaux (Gallimard/Seuil) van Michel Foucault, de tweede van de dertien te verschijnen lessenreeksen aan het Collège de France. De vele klonen zullen het eindelijk geweten hebben: nobody teaches Foucault like Foucault .

    Boek van het jaar (het hart): Zeepijn van Charlotte Mutsaers (Meulenhoff). Met voorsprong de beste Nederlandstalige roman sinds Rachels rokje , en een werk dat van de tragikomedie weer een respectabel genre maakt. Ook hier geldt: nobody sings Mutsaers like Mutsaers .

    Boek van het jaar (de ziel): deel één van de vierdelige Pléiade-editie van de verzamelde Nabokov (Gallimard). De inleiding van Maurice Couturier en de verdere annotaties zijn op zich al de moeite van de aanschaf waard. Et pour les français la même chose: personne n'écrit Nabokov comme Nabokov .

  • Guy Posson

    Dankzij de mediaheisa rond de honderdste verjaardag van Jorge Luis Borges (1899-1986) zijn grote delen van zijn werk weer beschikbaar. De Bezige Bij droeg haar steentje bij aan het feest met Werken in vier delen . Deel drie bevat onder meer de verhalenbundels De maker (1960), Het verslag van Brodie (1970), en Het boek van zand (1975). Het vierde deel is een tweetalige editie van Het geheimschrift en andere gedichten , vertaald en ingeleid door Robert Lemm.

    Vlak voor zijn dood keek Borges met Jean Pierre Bernès zijn hele werk na. Die maakte van het apparaat van de Oeuvres complètes (twee delen, Pléiade, Gallimard) een ware goudmijn. Niet goedkoop, maar onmisbaar.

    Galaxia Gutenberg (Madrid) publiceerde Ensayo autobiográfico , de Spaanse vertaling van Autobiographical Notes . Die welhaast mythische tekst is de transcriptie en bewerking van een lezing die Borges in 1970 gaf aan de Universiteit van Oklahoma. Zijn weduwe María voegde er een doorvoelde evocatie aan toe van de man die ze een paar dagen voor zijn dood ,,met de handschoen'' trouwde. Er staan circa 300, deels onuitgegeven foto's in.

    En wie zich al dit fraais niet wil veroorloven, schaffe zich Biblioteca personal aan, een deeltje uit de pocketeditie van Biblioteca Borges (Alianza Editorial, Madrid): 64 korte voorwoorden tot zijn lievelingsboeken, van Maeterlinck tot Arreola, van Bloy tot Cortázar. Verbluffend in hun gebaldheid: naar het woord van Barthes begin je ze écht te lezen als je de ogen opslaat. En in elke regel hoor je een echo van Borges' eigen werk.

  • Brigitte Raskin

    Het allermooiste wat ik dit jaar las, was een briefje dat de erg zieke Johan Anthierens mij uit het ziekenhuis stuurde: echt, menselijk en geestig, bovendien geladen met zowel een historisch feit als een literaire verwijzing, en dat allemaal in twee zinnen.

    Een paar van deze kwaliteiten vond ik dit jaar ook in drie mooie boeken.

    De vliegende reporter van Egon Erwin Kisch (Praag, 1885-1948), de bizarre man die van zijn reportages onvergetelijke verhalen wist te maken en van zijn oeuvre een reisbijbel (Atlas).

    De stad der blinden van José Saramago, dat het karakter en gedrag van de mens portretteert op een zo onthutsende manier dat je het met grote ogen en een klein hartje zit te lezen (Meulenhoff).

    De val van de koning van Johannes V. Jensen, ook een Nobelprijswinnaar. Dit boek werd uitgeroepen tot het Deense Boek van de Eeuw, maar is in zijn Nederlandse vertaling uit 1979 volkomen onvindbaar geworden, behalve in mijn plaatselijke bibliotheek. Het vermengt historische feiten (uit de 16de eeuw), een fictief levensverhaal (van een landsknecht) en autobiografische betrokkenheid (bij Noord-Jutland en zijn boerenbevolking) tot een literair meesterwerk, waarvan ik de pracht van de oorspronkelijke taalmelodie alleen maar kan raden.

  • Jan Robert

    Elsschot leest voor. De briefwisseling tussen Willem Elsschot en Jan C. Villerius (Bezorgd door Wieneke 't Hoen en Vic van de Reijt, Querido) bevat een paar brieven die niet in het Elsschotbrievenboek van Lidewijde Paris en Vic van de Reijt (1993) staan, en is alleen daarom al de aanschaf waard. Bijzonder veel genoegen geeft de bijbehorende cd met opnames uit 1957 waarop Elsschot te horen is met het gedicht ,,Spijt'' en hoofdstukken uit Kaas en Tsjip .

    Charlotte Mutsaers doet in Zeepijn (Meulenhoff) haar liefde voor de den, de zee en de literatuur nog eens uit de doeken. Een heerlijk boek.

    J.J. Voskuil voegde met Het Bureau 5, En ook weemoedigheid (Van Oorschot) weer een prachtig deel toe aan zijn verslavende romancyclus.

  • Wil Rouleaux

    Twee biografieën over nogal tegenstrijdige familieleden strijden bij mij om de bovenste plaats; Hermann Kurzkes Thomas Mann. Das Leben als Kunstwerk (C.H. Beck Verlag) - ongetwijfeld de beste levensbeschrijving tot nu toe van de grote burger-schrijver - en Nicole Schaenzlers Klaus Mann. Eine Biographie (Campus Verlag), misschien minder briljant geschreven maar wel erg ontroerend en aangrijpend.

    Veel plezier beleef ik momenteel nog aan een andere, zojuist verschenen biografie: Arthur Schnitzler. Ein Leben in Wien 1862-1931 van de Italiaanse literatuurwetenschapper Giuseppe Fares (Beck Verlag). De mooiste roman die ik afgelopen jaar las is Giorgio Bassani's De tuin van de Finzi-Contini's , proza uit de hogeschool van de literatuur. Voor wie het werk van deze grote Italiaan nog niet kent: bij Meulenhoff verscheen onder de titel Het verhaal van Ferrara , zijn verzamelde werk in één band.

  • Sophie de Schaepdrijver

    Eén. Margaret Randolph Higonnet (ed.), Women Writers of World War I (Harmondsworth/Penguin)

    Onmisbaar zijn de boeken over de oudstrijdersliteratuur van '14-'18, de mythe van de louterende frontervaring, de vervreemding der tranchees, de troost van schoonheid. Hier dan nu, helemaal aan het eind van de eeuw, een forum voor lang verzonken stemmen, die van de vrouwen die de oorlog doormaakten. Fabrieksmeisjes, politica's, weduwen, verpleegsters. Deze getuigenissen van vrouwen vormen méér dan een complement; zij bieden een cruciale blik op deze oorlog, een oorlog waarvan de kernervaring (voor alle betrokkenen ongeacht kunne) die van de onmacht was; een voor de meeste vrouwen ook in vredestijd vertrouwde ervaring. Al is niet alles onmacht hier: zie de twinkelende excerpten uit Marthe Richards ,,Ma vie d'espionne''. En niet alles is vanzelfsprekende vrouwelijke vredelievendheid: ook vrouwen schreven oorlogverheerlijkende verzen.

    Twee. Susan Faludi, Stiffed. The Betrayal of the American Man (William Morrow)

    Een boek over mannelijke onmacht, meer bepaald het overbodig worden van vele miljoenen mannen na de grote sociale tragedie van deze tijd: de postmoderniserende economie. Vele ongelukkige Amerikanen passeren hier de revue, van porno-acteurs tot Promise Keepers (militanten voor christelijke familiewaarden). Stuk voor stuk vernederend in het kruis getast, en nee, niét door het feminisme.

    Drie. John Keegan, The First World War (Knopf)

    Een heldere, de ogen openende militaire geschiedenis van '14-'18. Wie zo scherpzinnig en meeslepend kan schrijven over het oorlogsaspect van de oorlog - inkwartiering, artillerie, opmarsroutes - is een groot historicus. Keegan legt de nadruk op de ontwikkelingen aan de fronten zelf, en daarmee op de continue onzekerheid en telkens kerende kansen van de oorlog. Hij beschrijft het strijdgewoel van binnenuit, en op die manier herschept hij een korte-termijnperspectief dat ook dat van de betrokkenen moet zijn geweest. Zo draagt hij bij tot een beter begrip van wat de legers deed dóórgaan, en breekt hij tegelijk wat hedendaagse zelfgenoegzaamheid af.

  • Mark Schaevers

    De fotobiografie staat niet erg hoog aangeschreven. Dat kan dan niet aan Uwe Naumann liggen. Zijn 'Ruhe gibt es nicht, bis zum Schluss'. Klaus Mann (1906-1949) (Rowohlt) is een boek om te koesteren: een uitstekende synthese van Manns levensloop, en prachtige foto's zowel van de beroemde biotoop van de Mann-familie, als van de perifere figuren.

    Noemt iemand Timothy Garton Ash, geschiedenis van het verleden , als ik het niet doe?

    In Siberië (Atlas) is een eersteklas reisboek van Colin Thubron, een reisschrijver die als weinig anderen begrepen heeft dat hij in de eerste plaats via zijn stijl in het verhaal moet aanwezig zijn.

    V.S. Naipaul liet de correspondentie uit de eerste jaren van zijn carrière, toen nog een non-carrière, bundelen in Letters Between a Father and a Son (Little, Brown and Company). Dat boek is niet alleen een steun voor wie, zoals ik, graag meer weet over Naipauls leven & werken, maar het is ook een charmante collectie brieven tussen vader en zoon, tussen broer en zus, onder meer over wat een heus familie-exploot bleek te zijn: ,,it now lies for us to show that the Naipauls too can rise to fame in their own lives''.

  • Allard Schröder

    In de regel hebben kranten- en tijdschriftenredacties liever niet dat auteurs over hun collega's oordelen, beducht als ze zijn voor de welig tierende vriendjespolitiek die ze overal in schrijversland vermoeden. Ik was dan ook verbaasd en verrukt tegelijk dat de redactie van de Standaard der Letteren van mij wilde weten welke boeken mij het afgelopen jaar goed waren bevallen. Wat een geluk! Ik zou nu even ook criticus mogen zijn. Heerlijke recensentenwoorden verdrongen zich meteen al voor mijn geestesoog. Eindelijk zou ook ik termen als ,,meeslepend'', ,,indringend'', ,,moedig'' en ,,intrigerend'' mogen neerschrijven. ,,Een verrassende plot'' wilde ik ook gebruiken, vooral in combinatie met ,,goed uitgewerkte personages'', ja misschien kon ik zowaar melding maken van een heuse ,,meesterproef''. Intussen moest ik de ,,herkenbaarheid'' niet vergeten. En wat te denken van deze zin: ,,Ik wilde de bladzijden wel bij drie tegelijk omslaan!'' Het duizelde me. Lag dat alles nu ook binnen mijn bereik? Mocht ik nu ook lijvige romans samenvatten in twintig woorden? De eerste zin had ik al bijna. ,,Deze roman gaat over een man die...'' Ik, die nooit wist ,,waar een roman over gaat'' zou nu ook toetreden tot de rijen van degenen die dat altijd wél wisten.

    O jee, ik ben veel te lang van stof. Dan nu de schrijvers. Het zesde bedrijf (uitgever) van P.F. Thomése (,,voorbeeldig''), De revue (uitgever) van Kees 't Hart (,,charmant'') en Marcel (Meulenhoff) van Erwin Mortier (,,Ik kijk uit naar zijn volgende boek.''). Hier eindigt mijn loopbaan als criticus.

  • Patrick Stouthuysen

    Vandaag ligt in Oost-Groningen, de vroegere graanschuur van Nederland, tienduizend hectare akkerland braak. De herenboeren hebben hun laatste arbeiders ontslagen. Boerderijen worden omgebouwd tot sauna's of eroscentra. Wie jong is vertrekt uit de streek. Hier en daar ontstaan spookdorpen, waar alle bewoners zijn verdwenen en de PTT zelfs de kostbare koperkabels uit de grond heeft getrokken. Op het einde van deze eeuw wordt een keten gebroken die meer dan duizend jaar oud is en tientallen generaties terug gaat. Europa houdt op een landbouwsamenleving te zijn.

    In De graanrepubliek (Atlas) gebruikt journalist Frank Westerman Oost-Groningen als achtergrond waarop het verhaal van de opkomst en de vermoedelijke ondergang van de moderne Europese landbouwpolitiek wordt geprojecteerd. Het boek van Westerman is een kroniek van die laatste generaties boeren en knechten, maar is bovendien een treffende beschrijving van de onbedoelde gevolgen van de naoorlogse Europese landbouwpolitiek, van goede bedoelingen die verkeerd uitdraaiden, van de maakbaarheidsgedachte die op haar grenzen is gebotst. Het boek is buitengewoon goed geschreven, haast filmisch opgebouwd, en doet onwillekeurig denken aan Geert Maks Hoe God verdween uit Jorwerd (Atlas), dat andere aangrijpende relaas over de teloorgang van het platteland. Verplichte kost voor wie wil begrijpen hoe het in de landbouw zo hartgrondig fout is kunnen lopen.

  • Ludo Teeuwen

    Velen dachten dat het hem geen tweede keer zou lukken. En toch is het gebeurd. Met Disgrace (Secker & Warburg, in het Nederlands als In ongenade bij Ambo) wist J.M.Coetzee voor de tweede maal in zijn carrière de Bookerprijs binnen te halen. Disgrace IS gewoon een heel erg knappe roman met een doorvoeld en doorleefd verhaal.

    Wat de literatuur in het Afrikaans betreft, gaat voor het korte verhaal de eerste prijs naar Riana Scheepers die zich met haar bundel Feeks (Human & Rousseau) opnieuw bewijst als meesteres van de compacte verfijning. In haar korte, maar stilistisch zeer verleidelijke verhalen groeien kleine, soms banale gebeurtenissen moeiteloos uit tot verrassende of gevoelige pointes. Een vertaling is aangekondigd bij Prometheus. Voor de poëzie kunnen we er gewoon niet om heen. De Afrikaanse poëzie in 1000 en enige gedichten , samengesteld door Gerrit Komrij (Bert Bakker), staat garant voor meer dan 1000 pagina's leesplezier.

  • Lucas Vanclooster

    Voor mij zijn de Balkan-conflicten de schrijnendste gebeurtenissen van het decennium en onder meer daarom kies ik voor Kosovo, de uitgestelde oorlog van Raymond Detrez (Houtekiet) als het boek van '99. Niet alleen slaagt hij erin het conflict te verklaren en te duiden, hij doet dit in een merkwaardige stijl die soms heerlijk professoraal saai en ouderwets erudiet is, dan weer meeslepend literair, zeker in de veelbetekenende en vaak waanzinnige anekdotes. En nu Vrede op Aarde en in de Balkan voor alle mensen van goede en slechte wil!

    Marcel , het onvolprezen debuut van Erwin Mortier (Meulenhoff), is dé Nederlandstalige roman van de eeuwwende. Mortier schrijft weelderig, zintuiglijk en doelgericht, psychologisch juist. Marcel is een vreemd Bourgondisch en geestig prachtboek. In dit virtuoze, nostalgische, wrange en bij momenten klassieke werk ligt de belofte dat onze literatuur in de 21ste eeuw niet meer synoniem zal zijn van puberale scheldpartijen, gratuite schandalistiek en zwart weduweverdriet maar van heldere en soms gekke schoonheid. AVV-VVK!

    Uit talrijke uitstekende Brits-Indische boeken pik ik Vriendin van mijn leven van Chitra Banerjee Divakurani (Anthos). Zonder zweem van feministische hysterie en wars van droefgeestig gedram componeerde ze een slim en overtuigend vriendschapsboek dat zo krachtig authentiek is, dat het ware lotsverbetering mogelijk maakt. Sociaal geëngageerde wereldliteratuur van een verfrissende nieuwe soort. Oh Calcutta!

  • Peter Vandermeersch

    Het beste boek dat in 1999 enkele weken lang op mijn nachtkastje lag - en waarvan ik 's nachts soms node afscheid nam - was ongetwijfeld Ian Kershaws Hitler, 1889-1936 (Pinguin Press, vertaling bij Het Spectrum). Ian Kershaw is een verdwaalde mediëvist, en daar heb ik, die zelf ooit de middeleeuwse oorkonden van de abdij van Sint-Omaars bestudeerde, al heel wat sympathie voor. 844 bladzijden lang borstelt de Britse auteur een portret van Adolf Hitler. Hij legt perfect de mechanismen bloot die deze kleine, gefrustreerde korporaal uit de Eerste Wereldoorlog lieten uitgroeien tot de volksmanipulator en halfgod van de jaren dertig. Dit magnum opus plaatst alle eerdere biografieën over een van de meest intrigerende en invloedrijke personages van deze eeuw zonder meer in de schaduw. Vol spanning kijk ik dus uit naar het tweede deel (1936-1945) aangekondigd voor najaar 2000.

    Een ander dik werk, dat nog op de valreep van 1998 gepubliceerd werd, maar waar ik in de loop van dit jaar vele keren met genoegen én respect heb gebruik gemaakt, is de driedelige Nieuwe Encyclopedie van de Vlaamse Beweging (Lannoo). Het is vooral prettig vast te stellen dat deze Nieuwe Encyclopedie net niet in de val trapt van zijn in 1973-1974 verschenen voorganger, die bijwijlen een apologie van de Vlaamse Beweging was. Onze historiografie is plots een stuk volwassener geworden.

    En als ik nog een literaire memorie aan 1999 mag opdiepen: de herinnering aan twee boeiende controverses. Die over de prachtige poëzie van Gezelle en over het slechte boek van Brusselmans. Maar een boek verbieden, dat gaat te ver.

  • Paul Verhuyck

    Zou ik, zoals velen, Elementaire Deeltjes van Michel Houellebecq (AP?) noemen? Eigenlijk zou dat moeten, gezien de aanstekelijke eigenzinnigheid waarmee hij actuele thema's behandelt. Maar gezien de m.i. onevenwichtige opbouw van de roman - zijn topzware structuur - doe ik het toch maar niet. Dan liever The Unburied van Charles Palliser uit 1999 en pijlsnel door Prometheus uitgebracht als Dolende geesten : heel prettige lectuur, ouderwets spannend, een detectiveverhaal op drie tijdsniveaus. Men heeft zich al vaak de vraag gesteld, ook naar aanleiding van The Quincunx , wat iemand toch bezielt om heden ten dage nog victoriaanse romans te ponderen. Ik ben eerder geneigd me af te vragen waarom The Unburied veel leuker leest dan negentiende-eeuwse romans, de pastiche minder gedateerd overkomt dan het model. Een kluif voor wie productieve receptie bestudeert: het Toen van Nu lijkt meestal vlotter dan het Toen van Toen. Uitgestelde betekenis! Elke generatie herschrijft haar verleden en onthult daarbij meer over de herschrijver dan over het verleden.

    Favoriet van mijn voorbije leesjaar is echter een boekje van Antonio Tabucchi uit 1992, Sogni di Sogni , dat ik heb gelezen in Franse vertaling, Rêves de Rêves (uitgever). Dromen van Dromen dus: Tabucchi verzint twintig dromen van kunstenaars, van Ovidius, Villon, Rabelais, Caravaggio tot Debussy, Pessoa, Maïakovski, Lorca & co. De droom van anderen proberen te bewonen, het is een ambitieuze maar onderbouwde kunstgreep in twintig korte hoofdstukjes betovering. Een dubbele duizeling van eeuwen. Die meer zegt over de herdromende schrijver dan over de eeuwen.

  • John Vervoort

    De beste Vlaamse roman in een overigens vrij mat literair jaar (buiten de Affaire natuurlijk) is Zwarte tranen (Prometheus) van Tom Lanoye. De roman verraste mij niet zozeer door de eigenzinnige manier waarop Lanoye de recente Belgische geschiedenis naar zijn hand zette, maar door de stilistische bravoure.

    De beste thriller van het jaar kwam van T. Jefferson Parker. In De engeltjes van Horridus (Van Buuren) waart een seriemoordenaar rond die fascinerender is dan Hannibal Lecter. Andere pluspunten: strak geschreven, spannend tot de laatste bladzijde, boeiende personages, psychologisch stevig onderbouwd.

    De verrassing van het jaar is De stille getuige (De Geus) van de mij voor de rest totaal onbekende Amerikaanse schrijver G.D. Gearino. Ooit verklaarde John Lennon dat de Beatles populairder waren dan Jezus. Dit statement brengt nogal wat teweeg in een klein stadje in het zuiden van de VS. Humoristisch verfijnd, structureel verbluffend, spannend geplot en een verteller die je nooit meer vergeet. Literaire haute cuisine.

  • Erik Vissers

    Ondanks het verdacht hoge millenniumgehalte heeft Mein Jahrhundert van Günter Grass (uitgever, in het Nederlands: Mijn eeuw, Meulenhoff)) me heel erg bekoord. In 99 verrassende, ontroerende, ernstige en speelse verhaaltjes presenteert Grass ons op een volstrekt unieke manier een persoonlijk getint relaas van een voorbije eeuw. Per jaar laat hij telkens opnieuw een andere verteller aan het woord die in een eigen stijl, een eigen dialect een gebeurtenis uit het betreffende jaar vertelt.

    Vier volle dagen zat ik gekluisterd aan de historisch-wetenschappelijk onderbouwde kanjer van David S. Landes , Arm en rijk. Waarom sommige landen erg rijk zijn en andere erg arm (uitgever). Landes neemt de lezer mee op een boeiende, inspirerende en door zijn eruditie haast duizelingwekkende tocht door de wereldgeschiedenis, waarbij hij alleswat zich de voorbije eeuwen heeft voorgedaan in een oorzakelijk verband brengt. Centraal in zijn bedrieglijk eenvoudig betoog staat de vraag hoe het komt dat - in een wereld van ongelijkheid - wij gekomen zijn waar we zijn en geworden zijn wat we zijn. En wat met de historische uitdaging van het derde millennium: de overbrugging van de kloof arm-rijk die Landes niet aanduidt als een tegenstelling Noord-Zuid, maar als West-Rest?

  • Carl Voet

    Blood and Vengeance van Chuck Sudetic (W.W. Norton & co). De titel lijkt nergens op maar Blood and Vengeance is met voorsprong het beste boek tot nog toe geschreven over de oorlogen in de Balkan. De journalistieke tegenhanger van De brug over de Drina , het epos van de Joegoslavische Nobelprijswinnaar Ivo Andric. Vorig jaar verschenen, maar sterk genoeg om ook van dit jaar te zijn.

    Secret défonce van Erwann Menthéour (Editions Jean-Claude Lattès). De Bretoense coureur - eens wielrenner, altijd wielrenner - rekent ongenadig af met zichzelf en zijn sport. Een aanklacht tegen de heersende gebruiken in het peloton maar tegelijk een jongensboek: elke bladzijde ademt liefde uit voor de koers. Leest zo snel als Menthéour ooit heeft gereden op basis van epo en ander verboden spul. In wielerland Vlaanderen onvertaald gebleven.

    Volgend jaar in Berchem van Leo Pleysier . Moet binnenkort nog verschijnen (bij De Bezige Bij) maar in september was er al een voorpublicatie in het Nieuw Wereldtijdschrift . Een beest van een veekoopman komt tot leven in gesprekken tussen zijn kinderen. En hoe hij tot leven komt! Het fraaiste van 1999 is een boek van het jaar 2000.

  • Jeroen Vullings

    De eeuw zit er bijna op, maar ik wanhoop niet. Mijn geluidloos gegil is namelijk gehoord, de innigste gebeden zijn verhoord: in dit van damesproza vergeven literaire klimaat rukken de lelijke mannen onstuitbaar op: de Erwin Mortiers, Gjelt de Graafs, Thomas Rosenbooms en P.F. Thoméses dezer aarde doen niet aan doelgroepproza. Ze weten wel beter. (Ook Charlotte Mutsaers wil ik bij deze gelegenheid graag deze geuzennaam aanbieden voor haar gehele oeuvre.) Dan het ultieme drietal. Oscar van den Boogaard met z'n roman Liefdesdood (Querido), terecht de belangrijkste stem van zijn generatie genoemd in de kritiek. Bret Easton Ellis' gretig eigentijdse turf Glamorama (Anthos) is, om het op z'n Ellis' te zeggen, terrific - voor een hoofdstukje Glamorama lever ik de jongste roman van Rushdie direct in. Ten laatste een ontdekking: Egon Erwin Kisch , De vliegende reporter (Atlas). Deze Duits-Tsjechische schrijver blijkt een stamvader van de reportage-journalistiek uit de eerste helft van deze eeuw. Waar vind je zulke unieke voorbeelden tegenwoordig nog? Juist: in boeken.

  • Charlotte Zwemmer

    Vorig jaar koos ik op deze plaats voor twee Nederlandstalige schrijfsters die leden aan het overlijden van hun schrijvende man. Dit jaar was toevallig geheel gewijd aan Nederlandstalige schrijvers die schrijven over hun lijden aan het leven. Conclusie: veel lijden en weinig leven. Er zit te weinig humor in de Nederlandse literatuur.

    De eerste uitzondering was Geerten Meijsings Tussen mes en keel (De Arbeiderspers), al in 1997 verschenen, maar in 1999 bekroond met de Gouden Uil. Het is het verslag van een bodemloze ondergang in een roetzwarte depressie. Iedere hedendaagse ziel die wel eens wordt verpletterd door spleen zal zich hierin herkennen. Het greep me letterlijk naar de keel, zo schrijnend en zo grappig.

    De tweede uitzondering was Harry Mulisch. Eindelijk is het mij gelukt me over mijn weerstand tegen zijn arrogantie te zetten. Meteen maar naar magnum opus De ontdekking van de hemel (De Bezige Bij) gegrepen en geen spijt gehad. Het was lang geleden dat ik echt nog eens in een boek heb ,,gewoond'': een paar dagen lang word je er 's ochtends in wakker en kom je er 's avonds in thuis.

    Tot slot nog een eervolle vermelding voor het debuut van Yves Petry's Het jaar van de man . Een sympathieke leegloper fulmineert ongedwongen en niet gehinderd door enige verhaallijn tweehonderd bladzijden lang tegen de wereld en tegen het leven in het algemeen. Je wordt vrolijk van zoveel misantropie.

    Terug

    Siteplan
    Colofon
    © Copyright | De Standaard Online 2000
    Design en realisatie door Icon
  • Hosted by www.Geocities.ws

    1