Erik Vlaminck
De portrettentrekker
door Johan Diepstraten
August Vlaminck was hofschilder in dienst van Leopold II. De opkomst van de fotografie trok hem zo, dat hij de koninklijke baan voor gezien hield en in St. Niclaas foto's ging maken. Daar werd hij beschouwd als een soort tovenaar. Het vierde deel van de familiekroniek heeft Erik Vlaminck naar zijn overgrootvader August genoemd, De portrettentrekker.

Precies tien jaar heeft Erik Vlaminck voor de zesdelige fami liegeschiedenis uitgetrokken. Al bij het inleveren van het manuscript van deel 1 begin jaren negentig ontvouwde hij zijn plannen aan de uitgever.

Quatertemperdagen (1992) en Wolven huilen (1994) bevat de geschiedenis van de kant van zijn moeder. Stanny, een stil leven (1996) gaat over het dramatische voorval met een buur jongen die met zijn auto tegen een betonnen paal reed. De portrettentrekker (april 1998) is de kroniek over de familie van vaders kant, over zijn grootvader Henri en zijn zuster Virginie.

In maart 2000 verschijnt Houten schoenen waarin Erik Vlaminck gaat verhalen over de barre tocht van zijn vader die net voor de bevrijding onsnapte aan de Duitsers. De afsluiting van de zesdelige familiekroniek, Het schismatieke schrijven, ver schijnt in september 2002. Daarin brengt hij de twee families bij elkaar. Een paar jaar later, zo hoopt de schrijver, ver schijnen de zes delen als ��n boek.

Het begint erop te lijken dat Erik Vlaminck steeds meer vat begint te krijgen op zijn personages. Waren het in de eerste delen vooral de verzwegen verhalen en de anekdotische voorval len die hij navertelt, uit De portrettentrekker blijkt dat de alwetende verteller zich vooral richt op de binnenwereld van de twee hoofdfiguren: grootvader Henri en tante Virginie.

Het literaire proc�d� dat Vlaminck voor het eerst toepast, werkt uitstekend. Virginie slijt haar laatste jaren in het verpleegtehuis en heeft problemen met het korte termijn geheu gen. Maar wat zich in een ver verleden afspeelde, herinnert ze zich precies. Haar enige bezit in het tehuis, een fotoalbum, koestert ze.

De portrettentrekker opent met de dramatische maand augustus in 1918. De kleine Adriana leeft twee dagen en vier uur, Gabriella sterft op haar elfde, de moeder op 47-jarige leef tijd (of 48ste, zoals 150 pagina's later is te lezen). Alle drie sterven ze in ��n week tijd.

In de beginfase van dementie waarin Virginie verkeert, wisse len de heldere ogenblikken elkaar nog af. 'Het is alsof wormen haar hoofd binnendringen. Ter hoogte van de wenkbrauwen komen ze binnen en dan banen ze zich een weg naar het achterhoofd, onderweg alle lijnen wegtrekkend. En zo wordt dag nacht, en gisteren vandaag. En wat ze achterlaten, die alsmaar wroetende en knagende wormen, zijn beelden, opdringerige beelden. Soms verschrikking en soms feest.' Deze beelden heeft Erik Vlaminck beschreven.

Als over vier jaar het laatste deel van de kroniek is versche nen, zal duidelijk zijn hoe verschillend de twee families zijn. Van moeders kant leefden ze onder de domper van het katholicisme, het dorpse, vertelde Erik Vlaminck twee jaar geleden in een interview met deze krant. 'Van vaderskant waren ze veel armer, maar daar was het eigenlijk altijd feest. Langs moederskant begonnen ze dood te gaan vanaf het moment dat ze geboren werden. Langs vaderskant leefden ze totdat ze stier ven.'

Vooralsnog blijkt dit niet. De portrettentrekker is een aan eenschakeling van kleine, maar vooral grote drama's die een familie kunnen treffen. De drie sterfgevallen in ��n week zijn de voorbode van m��r leed. Zowel in de eerste als in de tweede wereldoorlog is de familie van vaders kant weinig bespaard gebleven. Nogal wat gebeurtenissen behoren tot de familiege heimen die Erik Vlaminck nu openbaart. Veel ervan hebben met de dood te maken.

Het fotoalbum van Virginie bevat een vergeeld knipsel uit de Gazet van Diest. Kinderen speelden 'Tribunaal', waarbij ��n van hen ter dood werd veroordeeld. Met een draagriem van een kruiwagen werd het vonnis voltrokken. Omdat de kinderen een jongen niet tijdig konden losmaken, stierf hij. Oom Filip, broer van grootvader Henri, was de dader.

Niet minder dramatisch is de zelfmoord van overgrootvader August. Om ervoor te zorgen dat hij toch in gewijde grond begraven kon worden, werd een lekkende gaskraan als doodsoor zaak opgegeven. Virginie vond haar vader en verzweeg dat hij zelf de slang had losgetrokken. En waarom deed hij dit zijn familie aan? 'Om ons te kloten, le salaud,' klinkt het uit de mond van oom Filip.

Ook al is het fotoalbum van tante Virginie de leidraad van de roman, de eigenlijke hoofdpersoon is grootvader Henri. Hij is het die in 1916 de plaats van zijn vader inneemt en naar Duitsland wordt getransporteerd om als dwangarbeider te gaan werken. Tijdens de tweede wereldoorlog belandt hij in een munitiefabriek in Bremen, waar hij kogels maakt waarmee ze 'Vlaamse jongens naar het kerkhof schieten'.

Grootvader Henri is door de oorlogsverwikkelingen aan het begin van deze eeuw een tragische figuur geworden en dat wordt er niet beter op door de voorvallen eind 1945. 'Hij verkiest de vrijheid van de eenzaamheid. Een mens die alleen is, kan zijn gedachten laten gaan. Niemand leidt hem af. En loze woorden blijven binnensmonds. Stilte kan niet verbeterd wor den.'

Erik Vlaminck heeft de roman anders geconstrueerd dan de vorige drie. Vanuit het heden (1977) gaat hij terug naar de belangrijkste data uit de geschiedenis en kiest ervoor dat telkens een ander personage aan het woord is. Dat betekent dat een aantal gebeurtenissen terugkeren in de roman, maar door het wisselende perspectief kan Erik Vlaminck er extra beteke nis aan geven. Nieuw is ook dat de schrijver zichzelf als handelend personage opvoert. De grootste verdienste van de vier verschenen romans is de stijl: zorgvuldig, beeldend en vol puntige dialogen.

Erik Vlaminck: 'De portrettentrekker'. Uitgevrij Wereldbi bliotheek. Prijs: 34,50.

Hosted by www.Geocities.ws

1