NRC Handelsblad, 28 januari 2000
Een fluim in plaats van een kus
Edward van de Vendel, dichter, auteur van een veelgeprezen Gijsbrecht-bewerking, waagt zich
aan een nieuw genre: de jeugdroman. De jeugdroman is een van de weinige genres
in de literatuur met een duidelijke doelgroep. Er bestaat geen officieel
bejaardenproza of poëzie speciaal voor veertigers. Goede kinderboeken zijn ook
voor volwassenen een feest om te lezen. Maar jeugdromans zijn
leeftijdsgebonden. Het is een relatief jong genre. Schrijvers van jeugdromans
trachten de kloof tussen boeken voor kinderen en boeken voor volwassenen te
dichten door over gepuber te schrijven. Er ontluikt
altijd van alles in jeugdromans, de hoofdpersoon heeft de leeftijd van de
beoogde lezer, de toon is vaak modieus. De schrijver tracht zijn metaforen te
plukken uit de belevingswereld van zijn lezers. Dat kan goed aflopen, maar het
wordt al snel potsierlijk. `En alle plekken waar ze elkaars
lichaam raakten, veranderden in hyperlinks - hun hele
lichaam werd een homepage: informatie-overdracht,
maar dan zonder snoer en zonder apparaten. Zonder woorden zelfs. Hun monden matchten en hun tongen roerden langs elkaar.' Bah. In De
dagen van de bluegrass liefde slaagt Van de Vendel er
niet in de valkuilen van het genre te omzeilen. Hij gaat door de knieën, te
veel op zoek naar aansluiting bij de weerbarstige groep lezers die jongeren
heten te zijn.
De dagen van de bluegrass liefde is opgebouwd als een voetbalwedstrijd:
`Eerste helft', `Rust', `Tweede helft'. De
hoofdpersoon, de Nederlandse Tycho, wordt verliefd op
een knap Noors voetbaltalent, vandaar. Ze ontmoeten elkaar op weg naar `de States', waar ze leider worden in een kinderkamp. Tycho heeft net eindexamen gedaan en is van een
`gezichtsloze leerling' veranderd in iemand die zijn dromen waar kan maken.
Alleen weet hij niet waarvan hij droomt, al vraagt iedereen hem wat hij nu gaat
doen, of hij gaat studeren.
Tycho peinst over mannelijkheid, hij voelt zich niet de
jager die een man zou moeten zijn. Het leven overkomt hem. Zijn eerste seks
heeft hij met een meisje dat eigenhandig haar truitje uittrekt, zijn handen
naar haar bh-sluiting dirigeert en `haar borsten naar
zijn huid' brengt. Tycho ervaart de `dubbele druk'
als `fluwelen pootjes, die uit leken te klappen als die van een voorzichtig
landingsgestel.'
Af en toe vindt Van
de Vendel een sterker beeld, waaruit bovendien blijkt dat hij wel degelijk
gevoel voor humor heeft. Tycho heeft bijvoorbeeld
kort, blond, `weinig enthousiast' haar, `alsof het per ongeluk door iemand op
zijn hoofd was neergelegd.' Dat is leuk uitgedrukt, maar dit soort vondsten
verdwijnt in dit boek vol ruis. Van de Vendel wil te veel lading aan alles
geven. Een snookerbal is geen gewone snookerbal, maar een `paniekkristal'. Een
auto rijdt niet langzaam weg, desnoods met gedempt licht, maar `glijdt sluipend
weg.' Dit soort mooischrijverij combineert maar moeizaam met de vele ferme
Engelse uitdrukkingen als `Take off'.
Tycho en zijn Oliver
worden uit het kinderkamp gegooid, want al hebben ze daar officieel niets tegen
`gay people', ze geven toch wel degelijk het
`verkeerde' voorbeeld in de ogen van de baas. Het kan hun niet deren, want hun liefde lijkt
oppermachtig. Ze voelen zich blij en bevrijd. Tycho
volgt Oliver naar Noorwegen en komt tot de
ontgoochelende ontdekking dat het normale leven nog minder ruimte biedt voor
hun verliefdheid. Voor de ogen van zijn voetbalmaten laat Tycho
zich door Oliver in zijn gezicht spugen: `Dan denken
ze wat jij wilt dat ze denken.' Een fluim in plaats van een kus - de eerste
echte liefde is bij Van de Vendel een ontluisterende ervaring. Daar had ik
graag een boek over gelezen in plaats van een typische jeugdroman.