Dirk Vellenga
Eeuwsprong (een interview)
door Johan Diepstraten
�Het is 1899, het moment van de waarheid voor vijf studenten. Ze dromen van de nieuwe tijd en zetten zich af tegen de bleekheid van de bange burgerij. De historie zal een grandioze wending nemen: de mensheid staat aan de vooravond van de eeuw van de auto, van de film, van de fotografie en van de grammofoon. De vier mannen Oudewater, Adelborst, Bontekoe en Reinhardt worden in de stroomversnelling van de nieuwe eeuw meegesleept. In de liefde en in de eenzaamheid worden ze ingewijd door de overdonderende Eva, de enige vrouw tussen vier mannen. Of zoals een krant in die dagen schreef: tussen haar minnaars en haar moordenaar. Dit is, in het kort, het uitgangspunt van mijn roman Eeuwsprong.'

Eerder schreef Vellenga de historische roman Het boek Rinnering, het familie-epos van de Roosevelts, Fonda's, Vanderbilts en andere Nederlandse geslachten die zich in de zeventien de eeuw vestigden in Amerika. Net als in Eeuwsprong heeft Het boek Rinnering met de eeuw-wende te maken: �We gaan allemaal stuurloos naar het grote jaar 2000,' realiseert de laatste Rinnering zich. �Overal zie je vluchtelingen, emigranten. Volkeren raken los van hun grond en spoelen duizenden kilometers weg. Het is vooral de eenzaamheid, dat gevoel van ontworteling, van verweesdheid, de angst van een kind in een onmetelijke ruimte zonder vertrouwde plekken.' Als ik Eeuwsprong goed heb begrepen was het aan het einde van de vorige eeuw niet anders?

Vellenga: �Twee uitersten spelen in Eeuwsprong een rol. Aan de ene kant het geloof dat de nieuwe eeuw fantastisch gaat worden en daartegenover de teleurstelling dat het toch niet haalbaar is. Dit laatste zie je terug in de vrouwelijke hoofdpersoon van de roman, Eva. Ze is door haar ouders in de steek gelaten en verraden, ze gaat op zoek naar liefde en geborgenheid en vindt die niet. Ze realiseert zich dat het met haar leven nooit meer goed komt. Ze is zo gewond geraakt dat ze het vertrouwen in de toekomst kwijt is. Als je het besef hebt dat het met je afgelopen is, speel je het spel met veel risico's -ze verleidt de vier mannen- want het maakt voor haar toch niet uit waar alles eindigt. Ze tast het viertal af om te kijken wie het beste gebruikt kan worden om de laatste handeling te verrichten. In haar zit vooral de wan hoop van de vorige eeuw. Op bepaalde momenten is zij extatisch vrolijk, maar de duistere kant overheerst. Er begint een nieuwe eeuw, maar die zal niet voor haar zijn.'

Aan het begin van de roman is te lezen: �De top moesten we bereiken, want daar had je een fenomenaal uitzicht. Je keek over de kleinburgerlijke winkeltjes, straatjes en kanaaltjes heen en zag de toekomst die zich ontvouwde. We zagen de contouren van een nieuwe eeuw, onze eeuw. Een eeuw waarin de mensheid de laatste hand zou leggen aan de schepping en in het onvoorstelbare verre, hemelse jaar 2000 zou alles volmaakt zijn.'

Vellenga: �Wat ik in deze roman wilde achterhalen, zijn de vormen van idealisme en teleur stelling aan de vooravond van een nieuwe eeuw. In zo'n periode wordt het einde van de tijden altijd weer aangekondigd. Het is een mooi soort somberheid tegenover de ontwikkelingen die wijzen op grote idee�n, in de schilderkunst en literatuur: het impressionisme, de Tachtigers.'

De somberheid zit in Eva, voor welke idealen staan de vier protagonisten?

Vellenga: �De verteller van de roman, Oudewater, is de dragende romanfiguur. Hij heeft een jeugd van niets, begint als student op een nulpunt, maar zuigt alles gretig op en heeft veel vertrouwen in de toekomst. Adelborst, de naam zegt het al, is een studentikoze losbol die zonder echte idee�n aan zijn reis naar de volwassenheid begint. Reinhardt, zoon van een dominee, houdt zich voornamelijk met het geestelijke bezig. Hij probeert de dingen om zich heen te verklaren door te wijzen naar hogere, duistere machten. Bontekoe staat voor een politiek-radicale jongen. Hij is ervan overtuigd dat de hele maatschappij verrot is en denkt dat het socialisme uitkomst brengt. Hij leeft in het voetspoor van Domela Nieuwenhuis, en vindt Troelstra en Gorter al te gematigd. Deze vijf romanpersonages zitten in het niemandsland tussen jeugd en volwassenheid en staan voor een barri�re die ze moeten nemen. De vijf studenten voelen zich totaal anders dan hun ouders, ze hebben allemaal hun proble men thuis. In de fameuze jaren zestig werd daarvoor de term generatiekloof uitgevonden. In 1899 zal het op veel kleinere schaal ook bestaan hebben. Het is zelfs meer dan een generatie kloof: ze hebben het gevoel dat ze op een breekpunt in de historie staan. Ze kijken niet om, in de toekomst zal alles anders worden, beter. Maar voor die toekomst zit de drempel van de eeuwwisseling, het is een symbolische barri�re, het begin van het onbekende, maar vooral het einde van het oude, vertrouwde. Wat voor 1900 geldt, gaat in nog sterkere mate op voor het magische jaar 2000. Het verhaal van Eeuwsprong is dus veel dichterbij dan je zou denken. Het boek is niet geschreven als een terugblik van een gerijpte hoofdpersoon, die alles na vele jaren in het juiste perspectief plaatst. Het ging mij veel meer om de puurheid van die emotio nele periode, het niemandsland van de adolescentie. Los van je ouders ga je op zoek naar jezelf of naar wie je eigenlijk zou willen zijn. Je denkt dat je zelf je leven kunt bepalen, dat je zelf de samenleving ene nieuwe vorm kunt geven. Die sensatie heb ik altijd fascinerend gevonden. Later ga je alles zo relativeren dat er maar heel weinig van overblijft, maar ik hoor niet bij de mensen die er achteraf alleen maar lacherig over doen.'

Er is een figuurlijke betekenis van Eeuwsprong, maar de titel is ook letterlijk op te vatten.

Vellenga: �Er wordt in de roman nogal eens gespeculeerd op �een weerzinwekkende studenten moord' die zou hebben plaatsgevonden. Er dreigt iets groots te gebeuren, misschien wel iets verschrikkelijks. Het is een thrillerelement in de roman die niet mocht overheersen, maar toch aanwezig is. In de loop van het boek wordt erop gezinspeeld dat Oudewater schuldig is aan iets, naar die climax heb ik toe gewerkt.'

Uit de eerste alinea blijkt het al: �Alles begon met Eva en alles eindigde met Eva. Voor mij is dat het hele verhaal, de zin van mijn leven. (...) Nu is het tijd om de scherven en splinters voorzichtig bij elkaar te vegen en te ordenen, met de kennis van achteraf als wonderlijm.' Deze woorden van verteller Oudewater geven al aan dat het met hem slecht is afgelopen.

Vellenga: �Zo heb ik de roman opgezet, in retrospectief. Aan het einde van Eeuwsprong is Oudewater op het ouderlijke nest teruggekeerd. Hij krijgt van Eva een uitnodiging om de bijzondere oudejaarsnacht met haar te vieren. Op die bewuste nacht blijkt dat Eva niet alleen hem, maar ook de anderen heeft uitgenodigd. Als lezer krijg je het idee dat dit een prachtige afsluiting wordt van een feestelijke nacht. Alles is goed gekomen. Maar het tegenovergestelde gebeurt: Eva springt uit het raam. Dat had ook de afronding van de roman kunnen zijn. Het is dan een weliswaar triest einde: meisje helaas overleden, de studenten vervolgen hun leven. Maar dan maakt de verteller Oudewater een merkwaardige move: hij wijst zichzelf als schuld ige aan. Hij beweert dat hij door Eva is aangewezen om haar de laatste duw te geven. Door zichzelf te beschuldigen, roept hij zich ook tot overwinnaar uit. Hij is degene die de anderen als minnaar heeft verslagen. Hij komt in de kranten te staan en heeft zich daarmee een plaats toegewezen in de geschiedenis.'

De roman doet in de verte denken aan Bij nader inzien van Voskuil. Hij heeft zich vooral gebaseerd op zijn herinneringen. Hoe autobiografisch is Eeuwsprong?

Vellenga: �Oudewater en de zijnen hebben het idee dat hun persoonlijke leven precies aan sluit bij de grote gebeurtenissen in de wereld. Dat ze frontstrijders zijn en dat hun daden de wereld veranderen. Zo'n gevoel heb ik zelf gehad in de jaren zestig, toen ik mijn tocht door het niemandsland maakte. Waarschijnlijk gaat het op voor alle generaties en alle tijden. Jongeren dromen, experimenteren, nemen risico's en wagen zich in de vuurlinie. Het is alles of niets. Soms lijkt het of alles lukt, soms is er het gevoel dat het niets wordt. Je hele leven wordt samengebald in die ene heftige levensfase tussen kindertijd en volwassenheid. Het idee voor dit verhaal heb ik heel lang in het achterhoofd gehad. Vanaf mijn 23ste ongeveer heb ik verschillende keren geprobeerd er vorm aan te geven in korte verhalen en in een poging tot een roman. Eerst ging ik direct uit van mijn eigen situatie, mijn studietijd aan de School voor Journalistiek in Utrecht. Nu heb ik het als het ware verplaatst naar een heel andere tijd en dat geeft de mogelijkheid er met andere ogen tegenaan te kijken. Uiteraard heb ik me, net als voor Het boek Rinnering, goed moeten documenteren. Die research bepaalde voor een groot gedeelte de richting van het verhaal. Om een voorbeeld te geven: er liepen aan het einde van de vorige eeuw maar weinig meisjesstudenten rond in Utrecht. Ik kon Eva inpassen als studente, waardoor haar positie nog uitzonderlijker werd. Behalve op research van de feiten is Eeuwsprong gebaseerd op mijn eigen beleving van het volwassen worden. Het idealisme van de jaren zestig waarin ik opgroeide is vergelijkbaar met het hoopvolle uitzicht van de periode waarin de roman zich afspeelt.'

De jaren zestig zijn dus bepalend voor jouw schrijverschap.

Vellenga: �Woodstock is een van de trefwoorden van de jaren zestig. In Het boek Rinneringspeelt het op het laatst een rol, als het verhaal in de sixties een climax bereikt. Je kunt dus zeggen dat dat oude idee van mij ook in dat boek is doorgedrongen. De sixties waren mijn frontlinie, mijn "diensttijd". Je groeit in die periode op, dus spreekt het vanzelf dat je probeert te analyseren wat de plaats van jezelf is in de historie: wat er achter je ligt, maar ook wat er gaat komen. Inzicht, harmo nie, dat zijn de woorden die op Woodstock van toepassing zijn. Dat idealen niet haalbaar zijn, blijkt eveneens uit die jaren. Als schrijver zoek je naar dingen die �onder je bestaan' stromen, je zoekt antwoorden op vragen die te maken hebben met de grote lijnen in het bestaan van de mens. Vandaar dat ik zo gefascineerd ben door de geschiedenis van de generaties die ik heb be schreven in Het boek Rinnering. Na lang onderzoek in plaatselijke archieven in Amerika kwam ik erachter dat Douwe Fonda in 1780 door indianen uit wraak werd vermoord. Die naam Douwe blijft heel lang bestaan in de historie van de Fonda's, een geschiedenis die zoals iedereen weet eindigt met een wereldberoemde filmloopbaan van Henry. Het verhaal over de Roosevelts gaat over macht in politieke zin, de lotgevallen van de Vanderbilts handelen over de macht van het geld. Dat maakt geschiedenis zo interessant.'

Wat bewoog je om de levensloop van Colonel Parker uit te zoeken en te beschrijven in Elvis en de Colonel?

Vellenga: �Elvis en de Colonel is een puur journalistiek werkstuk. Ik werd ontzettend geboeid door Colonel Parker die alles achterliet en in een nieuwe wereld een andere identiteit aan nam. Hij werd wereldberoemd, een legende, maar wel altijd met een mist van een verborgen verleden om zich heen. Ik hield me strikt aan de feiten. In Het boek Rinnering waagde ik me een stap verder. Ik borduurde door de historische feiten een bedacht verhaal. Nu, in mijn derde boek, trek ik de lijn verder door. De feiten vormen de achtergrond, de fictie moet het nu helemaal zelf doen. Ik til gebeurtenissen graag uit boven de beperkingen van plaats en tijd, ik plaats ze in het grote, magische perspectief van de tijd, de gang der eeuwen. Heel breed heb ik het aangepakt in Het boek Rinnering, een boek over vier eeuwen met een doorlopende lijn die van generatie op generatie springt. Eeuwsprong is minder pretentieus opgezet, met slechts vijf hoofdpersonen en zonder het voortdurend wisselen van tijd en plaats. Maar je zou het idee achter de beide boeken identiek kunnen noemen.'

Hoe ligt de verhouding research-schrijven?

Vellinga: �Het echte schrijven gebeurt in een relatief korte periode. De research nam jaren in beslag, zeker voor Het boek Rinnering. Ik moest alle familiegeschiedenissen uitzoeken, wat ik overigens met veel plezier heb gedaan. Daarin zijn de waar gebeurde lotgevallen bepalend. Ik moest alleen een overkoepelende verhaallijn bedenken. Dat werd de verzonnen geschiede nis van het geslacht Rinnering waarvan de afstammelingen telkens iets te maken krijgen met de individuele gebeurtenissen van de ge�migreerde Nederlanders. Hoofdpersoon Jabik vaart op een kalme junidag in 1642 met het zeilschip De Houttuijn naar een land voorbij de Canari sche Eilanden, voorbij de Bahama's. Deze Jabik laat een boek na met antwoorden op vragen van alle generaties. Het blijkt een betoverend boek te zijn met vooruit verwijzingen, een profetisch boek dus dat door de volgende Rinnerings voortdurend geraadpleegd wordt. Dat geeft structuur aan de roman. Ik wilde de historie aantrekkelijk maken door er een vertellend element aan te geven.'

Eeuwsprong is meer een roman van een literator dan van een journalist.

Vellenga: �De feiten spelen in Het boek Rinnering een veel grotere rol dan in Eeuwsprong, daar heb je gelijk in. Toen ik genoeg gegevens had over de vorige eeuw, ging ik nadenken, de compositie bepalen en aan de slag. De verbeelding neemt daarom in Eeuwsprong een belang rijkere plaats in. Afgelopen winter werkte ik avond aan avond aan het boek. Als ik na zo'n anderhalf uur een pagina klaar had, stopte ik ermee. Het schrijven van Het boek Rinnering ging sneller. Stap voor stap is Eeuwsprong ontstaan.'

Hosted by www.Geocities.ws

1