Heer Doos / Willem van Toorn. - Querido, 1997. - 175 p

Doelgroep: 14+ Begel: neen Editie: 1ste dr.

Collectie: ***** Bindwijze: ing. Soort: fictie

Themawoorden

Gezin

Daklozen

Vriendschap

Verliefd zijn

Bespreking

In grote lijnen vertelt deze roman een eenvoudig en bekend verhaal. Erwin, 17 en intelligenter dan soms goed voor hem is, kan niet verteren dan zijn vader hem in de steek liet en met zijn vriendin en kersverse baby naar Amerika vertrok. Een jaar later krijgt hij de genadeslag als zijn vriendin hem na drie jaar verkering niet meer ziet zitten. Meer dan verdriet voelt hij een wrange kilte. Hij haakt af. Halfverdoofd brengt hij zijn dagen door in het park tussen de daklozen en als zijn moeder ten einde raad een gesprek wil forceren, loopt hij weg. Wordt hij zelf dakloze. De rust is helend en de kennismaking met Heer Doos haalt hem uit zijn isolement. Heer d'Eaulx, zoals de man in werkelijkheid heet, werd door zijn kinderen het huis uitgetreiterd en leeft sinds enige tijd in een door hemzelf ontworpen doos. Aanleiding tot een eerste aftastend gesprek is het stuk van Tacitus dat Erwin voor school moet vertalen; Heer Doos blijkt een classicus te zijn. Verder is er de van leven bruisende 22-jarige Anita, zij fotografeert de daklozen: "omdat ze iets laten zien. Dat de maatschappij niet deugt bijvoorbeeld. We nemen onszelf tolerant, maar wat we echt zijn is onverschillig". Zij leert Erwin dat een relatie niet verstikkend hoeft te zijn. En tenslotte is er zijn ouwe gabber Douwe, die hem niet in de steek laat. Op het ogenblik dat Erwin erin slaagt afstand te nemen van zijn problemen komt zijn genezingsproces definitief op gang.

Het klinkt wat moraliserend misschien, maar zo leest het niet. Het verhaal leest bedrieglijk eenvoudig, alle gebeurtenissen passen naadloos in elkaar en worden met een grote vanzelfsprekendheid verteld. In de heldere, strak afgemeten verwoording met nu en dan veelzeggende beeldspraak herken je de dichter. De dialogen klinken authentiek, elk personage heeft zijn eigen taal, zijn eigen beelden. Het is in die dialogen dat het groeiproces van Erwin het duidelijkst naar voren komt. De functioneel ingepaste citaten uit klassieke teksten en gedichten spelen hierin ook een belangrijke rol. Erwins interpretatie ervan evolueert, m.n. onder invloed van de levenswijze classicus. Ook de uitgebalanceerde structuur en het vertellersstandpunt ondersteunen en illustreren het genezingsproces van de hoofdfiguur. Hij blikt terug op wat hem kortgeleden overkwam, staat nog heel dicht bij het gebeuren, maar heeft al voldoende afstand genomen om zijn verhaal met enige ironie en afstandelijkheid te brengen. Het eerste deel heeft een traag tempo en roept zijn toestand van verdoving op. Op het ogenblik dat hij in zijn tent tussen de daklozen gaat wonen, komt het verhaal in een stroomvernelling. Nu blijkt immers dat Erwin tussen de anderen een buitenstaander is. Hij beseft dat het belangrijk is om ooit naar huis terug te kunnen en wil voor Heer Doos hetzelfde. Het verhaal mondt tenslotte uit in een razendsnelle, onverwacht avontuurlijke afwikkeling. Erwin, Douwe en Anite steken de koppen bij elkaar om heer D'Eaulx definitief van het geterroriseer van zijn eigen kinderen te verlossen.

Deze uitgesproken literaire roman leest als een trein. De ambiguiteit die uit de titel blijkt: het hoogstaande en het banale als een onverbrekelijk geheel, is het hele verhaal door voelbaar. Grote en kleine gevoelens en gebeurtenissen met elkaar verweven roepen de queeste op van eenieder die met een lantaarntje op zoek gaat naar de mens in zichzelf. Vanaf 14 jaar.

[Marita Vermeulen, 30.09.97]

Hosted by www.Geocities.ws

1