Schrijver Terlouw, Jan
Titel Kloof, De
Jaar van uitgave 1983
Bron Utrechts Nieuwsblad
Publicatiedatum 07-10-1983
Recensent Joop van Beek
Recensietitel
Jan Terlouws nieuwste jeugdboek "De Kloof' graaft in het gapende gat tussen het rijke Westen en de arme derde-wereldlanden. Een gat dat met goede wil overbrugbaar moet zijn, maar de economische belangen van de kapitaalkrachtigen bij een behoeftig, en dus gemakkelijk van rijkdommen leeg te zuigen wereldgebied, houden een brug tot een nimmer bereikbaar ideaal. Een gapende afgrond scheidt de landen Bergen en Dal, eens te zamen de natie Bergendal vormend. Een aardbeving verbrak het contact tussen collega's, vrienden, geliefden en gezinsleden. Die scheiding is er een van een hardnekkig soort en toch is die kloof niet meer dan vijfhonderd meter breed. Met goede wil overbrugbaar dus... Maar een brug wordt niet gebouwd. Terlouw beschrijft de oorzaak hiervan heel plastisch: Onderzoek naar geschikte bouwmaterialen en geschikte constructies is gaande, maar het geniale kopstuk uit het onderzoek, heel suggestief Doeve Bouwmeester geheten, wordt reeds op jeugdige leeftijd ontvoerd door ene Villerius, een Bergense patriot die vreest dat Bergen zijn rijkdommen zal moeten gaan delen zodra er heus contact komt. Ginder. Een jongeman uit Bergen, zestien jaar en Ginder Sekoer geheten (de naam werd hem gegeven omdat zijn vader Jaap, behept met een groot eerlijkheidsgevoel , het altijd over de ellende ginder had) komt in aanraking met de ann-rijk problematiek. Is het niet door zijn vader, die huis en haard verliet om in het arme Dal zijn steentje bij te dragen, dan is het wel zijn grootmoeder die hem nieuwsgierig maakt naar de achtergronden van de schrijnende misstand. De grootmoeder, een voortvarende dame, laat Ginder na haar dood een aantal beschreven schriften en stapels kranteknipsels na waarin, zo heeft zij hem bij haar leven verzekerd, een aantal opmerkelijke wetenswaardigheden staan. Ginders moeder, niet wetende van Ginders "erfenis", geeft de papierboel met het huisvuil mee. Wat Ginder rest zijn flarden van fantasie prikkelende aantekeningen die hij uit de puinhopen van de vuilnisbelt weet te trekken. Gewapend met deze sumn-fiere informatie vertrekt hij naar Dal. Tijdens de reis, die langdurig door dorre woestijnen voert, ontmoet hij Domen Compagne, een Daller die toezicht houdt op de Bergense titaanwinst in zijn land. Deze is ook nog vader van Barbara, een venukkelijk wezentje waarop Ginder stapelgek wordt. Maar al staren de twee elkaar langdurig in de ogen, gezamenlijk bespeuren ze een vuil spelletje dat in grote fijn leert dat: de werkelijke vader van Barbara dood is en dat de rondwandelende Domen Compagne een handlanger van Viflerius is, een gewetenloze dubbelganger die met Bergense belangen de titaanwinning besodeniietert, die Barbara's moeder vermoordt en op last van Villerius de geniale Bouwmeester al meer dan een kwart eeuw in gevangenschap houdt. Genuanceerd. Ginder en Barbara leggen niet zonder gevaar het spel bloot. Het onderzoek naar de lang verwachte brug kan verder gaan. De Kloof is een genuanceerd boek, ook al lijkt de manier waarop de problematiek wordt gepresenteerd en ontmaskerd simpel. Terlouw is met soms zelfs natuurkundige precisie te werk gegaan. Niet alleen schetst hij natuurgetrouw de bouwkundige problemen van de overspanning van vijflionderd meter (een
afstand die in theorie net te overbruggen moet zijn) hij legt ook zijn hoofdpersonen voldoende echtheid in. Natuurlijk behoudt De Kloof een romantische inslag: Het werkelijke spel dat rijk met arm speelt moet oneindig complexer en smeriger zijn dan voorgesteld, maar in het klein benadert Terlouw heel suggestief het onvermogen om daadwerkelijk een hand uit te steken naar het arme deel van een ooit verscheurde wereldbol. Er zit een aantal heel tekenende momentopnames in het boek. De redenen waarom Terlouw Ginders moeder de zo waardevolle papieren laat weggooien:
... "Ginder zou vragen gaan stellen. De gesprekken zouden ook weer op Jaap komen, zijn vader.
Dat wil ze allemaal niet. Doodzwijgen, wègzwijgen, dat wil ze..."
Doeltreffend omschreven is ook de dialoog tussen actievoerder Karel Wildschut en Ginders zus
Birgit:
... Het interesseert de mensen geen barst! ", zegt Karel. "Ze knikken ijverig dat ze het met je eens zijn en vervolgens drinken ze een glas, ze doen een plas en ze laten de zaak zoals hij was". "Schuldig, schuldig ". zegt Birgit en ze klopt deemoedig op haar borst."
Karel, van de actiegroep EBEV (een brug en vlug) vat het dilemma kort daarop samen:
... "Iedereen is voor een brug. Officieel. Maar is dat echt zo? Stel je voor dat er een brug was, morgen. Dan kwwnen al die Dallers naar onze scholen. Dan moesten we met ons kostelijke geld hun krotten gaan opruimen. Snapje?"
Dat Terlou daarop het gehoor van de actievoerder wel erg snel doorzicht geeft, hij doet dat in het boek wel vaker, zij hem omwille van honderdvijfenzeventig pagina's vergeven. Ifij maakt vaak zevennüjlsstappen, maar hij doet tegelijkertijd en heel goed gedoseerd, rake zetten: Een samenspraakje tussen de grote, doch met gevoel beschreven schurk Villerius en een bioloog De Bouter. Ze bespreken een plan van de actiegroep voor het gebruik van postduiven die met goedkope vliegkracht een bruikbaar alternatief kunnen vormen voor de peperdure telefoonverbinding. Zo over de helft van het verhaal als het steeds duidelijker wordt dat de belangen van "rijk" zijn gebaat bij rust en stilte laat Terlouw die Villerius zeggen over het postduivenplan:
..."Nfisschien is het verstandig daar somber over te doen tegen die Wüdschut ", meent Villerius. "Dan zakt de animo voor dat plan wel weer". Opnieuw knikt De Bouter. De heren hebben elkaar goed begrepen."
Einde van dat hoofdstuk! De Kloof is een duidelijk boek, en het omzeilt al te veel moralisme. Terlouw geeft een oog-openend kijkje achter de schermen zoals hij dat gewend is te doen in veel van zijn jeugdboeken. Verstandig aan zijn werk is dat hij steeds de uiteindelijk zaligmakende oplossing achterwege laat. In de Kloof hervindt Doeve Bouwmeester zijn vrijheid, maar ook al laat hij een ffisse wind waaien over de ingeslapen onderzoekers, een panklaar idee kent de grootmeester niet. Ook al heeft hij in al die jaren van zijn gevangenschap van Villerius de kans gekregen om zijn kennis te verrijken. Geen brug dus, en dat is mooi van Terlouw.