Boekrecensie
Titel: Stiefland
Auteur: K. Stoffels
Uitgever: Querido
Kopje-onder
INGRID BROUWER
Na de bekroning (met de Gouden Zoen) van Mosje en Reizele, het kinderboekendebuut van Karlijn Stoffels, keken we nieuwsgierig uit naar haar tweede: zou ze het niveau volhouden? Het antwoord, na het lezen van Stiefland, klinkt laf: ja en nee. Maar ik kan het uitleggen.
Ja, omdat het over het algemeen meeslepend is geschreven. Alleen op de eerste bladzijde sloeg me even de schrik om het hart bij de zin 'Alleen de bloemist op de hoek slijt voor half geld zijn kwijnende restanten'. Dat soort zinnen komen we gelukkig later niet meer tegen, of in elk geval: daar zijn ze niet storend meer. Want het verhaal wordt verteld door een jongen, een puber, die niet vies is van wat aanstelleritis, zo nu en dan.
Nee, omdat het boek lijdt onder de veelheid aan onderwerpen. Mosje en Reizele speelde zich af in Polen tijdens de Tweede Wereldoorlog, door die afstand zijn allerlei randgebeurtenissen door de zeef gevallen en kwam de essentie bovendrijven. Maar Stiefland staat midden in het Hier en Nu. En dat is moeilijk. Dan blijken schrijvers al gauw geneigd maar meteen alle moderne problemen bij de horens te vatten. Stiefland gaat over buitenlandse jongeren, over verliefdheid en seks, over andere culturen, over pesten op school, over de relatie met ouders, met vrienden, met vriendinnen, over illegalen, over gezondheidszorg. Dat kunnen inderdaad problemen zijn die één jongen op zijn weg krijgt. Maar als de schrijver geen schifting maakt, gaat de lezer reddeloos kopje-onder.
© Het Parool, 7 november 1997