|
Hoe verwerk je de dood van een geliefd
familielid? Wat komt er na de woede en de teleurstelling? Daarover gaat het
nieuwe boek van de Vlaamse Marita de Sterck: 'Wild Vlees'.
De zeventienjarige Max is in Zwitserland aan het bergbeklimmen
als zijn opa omkomt bij een ongeluk. Ook Max had die week een ongelukje,
bij een val heeft hij een snee in zijn handpalm opgelopen. In een van de
berghutten die zijn vriendengroep aandoet ligt een briefje met het bericht
dat Max naar huis moet bellen. Hij denkt dat zijn overbezorgde moeder niet
tegen zijn afwezigheid kan en besluit niet te bellen.
Bij thuiskomst blijkt dat zijn opa is omgekomen. En, erger,
hij is ook al begraven. Max beschuldigt vervolgens alles en iedereen ervan
het verkeerde te doen. Opa wilde volgens hem niet begraven worden, maar
gecremeerd. Het rijmpje dat zijn zusje Emmie bij
de plechtigheid heeft voorgelezen, is een lied en had dus gezongen moeten
worden. Als de vrachtwagenchauffeur beter had uitgekeken, was het ongeluk
nooit gebeurd. Als zijn moeder naar opa was gegaan, had die de weg niet opgehoeven. Als de oude Liza
niet zo sloom was geweest, had de ambulance sneller ter plaatse kunnen
zijn. Max roept iedereen ter verantwoording en zoekt alle betrokkenen op,
van de chauffeur tot de dienstdoende verpleger van het ziekenhuis en de
begrafenisondernemer. Maar wat hij voor zichzelf verzwijgt, omdat hij het
niet aankan eraan te denken, is dat het zíjn racefiets was waarop opa zat
toen hij tegen de vrachtwagen botste.
Het afreageren van de getroffen Max wordt door De Sterck zeer goed beschreven: Max sluit zich op en wordt
boos als iemand eens aardig tegen hem is -alleen Linde, zijn vriendin sinds
kleutertijd, laat zich niet afschepen en blijft proberen contact met hem te
maken.
Na deze ijzersterke start, weet De Sterck
helaas van geen ophouden. Ze haalt lijnen, composities en invalshoeken
tevoorschijn, die haar verhaal beslist geen goed doen. Nadat Max voldoende
agressie en radeloosheid heeft geuit, gooit De Stercker
er nog een schepje bovenop door Max zelfs tegen de vruchtbaarheid van de
mens te laten ageren. Dat hij niet blij is met zijn ontdekking dat zijn
ouders onlangs hebben gevreeën, is voorstelbaar. Maar daarna ontspoort hij:
,,Twee keer heeft ze maandenlang niet
gebloed. Eén keer voor mij en één keer voor Emmie.
Toen gingen we op reis door de plooien van haar buik. Gedaan met slapen.
Werk aan de winkel. Een belegering door zaadcellen en een botsing met die
ene. Onze eigen oerknal. Wat zou er gebeurd zijn als de knal was
uitgebleven? Zouden we één cel gebleven zijn, meisje noch jongen? Geen
seks, maar het eeuwige leven? Of zouden we weggevloeid zijn en opgevangen
in zo'n vrouwenluier met kleefstrookje? Weggekeild
in een felgekleurd pakje? Een vrolijker grafzerkje kun je niet bedenken.'
Over zichzelf zegt De Sterck dat ze
gemakkelijk ongecontroleerd, vrijuit schrijft, maar dat ze moeite heeft
vervolgens structuur aan te brengen. Dat blijkt ook wel: ze weet zich niet
te beperken, ze wil te veel in één verhaal stoppen. Zo is er de strijd
tussen moeder en zoon over wie het meeste verlies lijdt onder deze dood.
Dit interessante thema wordt bijna volledig weggedrukt door de wens van de
auteur om een complete familiegeschiedenis neer te zetten. Op zich is het
natuurlijk intrigerend om te lezen over de kennismaking en de eerste kus
van opa en oma. Of de eerste seksuele belevenis tussen vader en moeder.
Maar we hebben ook nog te maken met de basislijn van het verhaal: de
ontwikkeling van Max, zijn groeien van jongen tot man. Deze lijn, waarin
weer het idee verwerkt wordt dat er maar één manier is om, althans tijdelijk,
de dood uit het leven de bannen: door het
samensmelten van twee lichamen, door de liefde te bedrijven, komt helaas
nauwelijks uit de verf.
Ook gebruikt de Sterck wel erg
opzichtige parallellen: opa valt, kleinzoon valt. Voor de reis heeft opa
zijn waardevolle kompas meegegeven -die is stukgevallen. In ruil heeft Max
zijn racefiets achtergelaten -die is total loss.
De Sterck geeft vaak plastische,
soms bloederige beschrijvingen -of je daarvan houdt, is een persoonlijke
zaak. In ieder geval schrijft ze gepassioneerd en met heel haar hart, en
dat is heel wat waard. Maar ze zou zich moeten houden aan de basisregel:
'schrijven is schrappen'. Die geldt niet alleen voor woorden, maar ook voor
verhaallijnen.
|