NRC
Handelsblad, 27 april 2001

Fruitige seks
voor beginners
Marita de Sterck: Wild Vlees. Querido, 170
blz. fl.29,95
Paul
Steenhuis
Over het vrouwelijk orgasme lees je weinig in jeugdboeken. En al
helemaal zeldzaam is de beschrijving van zo'n
hoogtepunt vanuit een vrouwelijk perspectief. Dat een boek waarin dat nu eens
wèl gebeurt, Wild Vlees van de Vlaamse schrijfster
Marita de Sterck, deze week
de `Gouden Zoen' heeft gewonnen, de Nederlandse prijs voor het beste boek voor
de lezers van 12 tot 16 jaar, schenkt voldoening. Het is des te opmerkelijker
omdat de hoofdpersoon van het boek eigenlijk de 17-jarige jongen Max Vereken is. Dat we desalniettemin
toch vanuit het standpunt van de vrouw - de moeder van Max wel te verstaan - het
orgasme beschreven krijgen, toont al aan dat in dit jeugdboek de nodige
perspectiefwisselingen voorkomen. Dat komt omdat Wild Vlees niet alleen een boek
over seks is, maar ook over de dood, over elkaar opvolgende generaties en over
de teelt van hardfruit, vooral de appel, de belangrijkste vrucht van het noordelijk halfrond.
Wild Vlees is een Belgisch geil
geschreven boek. Belgisch geil bezigt, althans in mijn
Nederlandse ogen, vaak een wat sappiger, fruitiger, verhullender taal als het om de beschrijving van de
lichamelijke liefde gaat. Het is exotischer en zinnenprikkelender dan Nederlands
geil, dat botter is, en eerder geneigd het geslachtelijke met drieletterwoorden
aan te duiden.
Als Max en zijn vriendin Linde aan
het eind van het boek, nadat we de nodige ellende hebben meegemaakt, `het' voor
de eerste keer doen, lezen we: `Zijn vingers trilden tot Linde ze tussen de
hare nam en ze één voor één zoende. Haar hand gidste
hem, het duurde even voor hij de verborgen plek vond, het mysterieuze kruisje op
de schatkaart, glanzend, rood, niet binnen en niet buiten. Even was hij bang.
Héél even had hij het griezelige gevoel dat als hij in dat wilde vlees zou
afdalen hij er nooit meer uit zou komen.'
Wetensdorst
Kijk, dat lees je graag als puber. De
mysteries van leven en seks gloeien op die leeftijd heter dan ooit, en je
wetensdorst is niet te stillen. Ik zou als puber dit boek denk ik wel
gewaardeerd hebben, ook al omdat het mysterie van het vrouwelijk orgasme, zoals gezegd, beeldend verwoord wordt in
de passage waarin we lezen hoe Max ouders `het' voor het eerst doen. `Kort na
middernacht stegen ze op naar hun zevende hemel. Hoe lang had het geduurd? Anne
wist dat het niet langer kon zijn dan de tijd nodig om een ei zacht te koken. Zo
voelde ze zich ook, als een zacht ei, vloeibaar en warm, een beetje bibberig.'
Een beetje bibberig. Dat is ook mijn
oordeel over het boek. Want anders dan de volwassen jury, die onder
voorzitterschap van bijzonder hoogleraar leesgedrag Dick Schram, juichend is over de vele `spiegelingen,
parallellen en dubbele betekenissen' in Wild Vlees, is dat nu juist een groot
bezwaar. Het is too much.
De woordencombinatie `wild vlees'
bijvoorbeeld slaat niet alleen op, zoals we al zagen, het vrouwelijk geslachtsorgaan, maar ook op de eigenaardigheid in
Max' familie dat wonden bijna altijd littekens opleveren met echt `wild vlees'.
Bovendien zijn Max en zijn vriendin metaforisch gesproken wild vlees: ze
hunkeren naar het zinnelijke samenzijn, de geneugten des vlezes. En dat geldt net zo goed voor Max' ouders en
voorouders, die via geneugten des vlezes. En dat geldt
net zo goed voor Max' ouders en voorouders, die via flashbacks tot in het derde
geslacht ten tonele worden gevoerd: ook zij behoren tot
het `wild vlees'.
De appel valt niet ver van de boom,
dat is ongeveer de boodschap van dit boek. En ook dat beeld wordt weer haast
uitentreuren gebruikt. Max stamt namelijk uit een geslacht van appeltelers, dus
krijgen we veel passages over Schotse Eva's (Eva! De appel!) en andere
appelsoorten, hoe de bomen elkaar kruisbestuiven, hoe
je appelbomen enten moet. Max groeit uit tot een boom van een kerel, bomen
worden omhelsd, lichamen met appels vergeleken, een van de oma's of
overgrootmoeders heet Pitta, appels met pitta. En zo buitelen de beelden en betekenissen maar over
elkaar heen.
Het komt allemaal wat gezocht over.
Net zoals de hoofdlijn in het verhaal: Max (17) valt tijdens een trektocht met
vrienden en vriendinnen in de Zwitserse alpen. Hij verwondt zich ernstig (`dat
wordt wild vlees') en zijn kompas, een cadeau van opa, slaat stuk op de rotsen.
We begrijpen later dat Max zijn kompas verliest op het moment dat diezelfde
geliefde opa sterft. Parallel! Als hij gewond thuis komt is hij woedend op zijn
ouders, dat ze hem al begraven hebben, zonder dat hij hem nog kon zien. De woede
en angst van Max komen voort uit de aanvankelijk onbegrijpelijke angst dat zijn
grootvader misschien levend begraven is.
Telefoontje
Pas later begrijpen we, via een
flashback, dat een van zijn overgrootmoeders (Pitta)
wel eens levend begraven zou kunnen zijn, en dat mysterie blijkt nog steeds in
de familie te spoken. Vandaar dat zijn moeder heeft overwogen om een mobiel
telefoontje in de kist te stoppen, zodat opa -- mocht hij nog
leven -- even kon melden dat hij ten onrechte onder de grond was gestopt.
Zoals gezegd, mij komt het wat
gekunsteld over, maar de Gouden Zoen-jury noemt het
`eigentijds en intrigerend'. De koude kant van dit boek - de constructies, de
spiegelingen -- overwoekeren goeddeels het warme verhaal dat
verteld wil worden -- over liefde en leven, seks en dood. Het boek is
behalve een verhaal over een jongen die, zoals de jury zegt, een verlies lijdt
en een liefde wint, ook een literair-theoretische
trukendoos.
Dat de auteur, volgens de flaptekst,
docent literatuur, jeugdliteratuur en antropologie aan de bibliotheekschool in
Gent is, wekt dan ook geen verbazing. En dat de jury dit boek tot het `beste
jeugdboek' uitroept, is al evenmin een wonder, als je de algemene inleiding van
het juryrapport leest. De jury constateert verheugd dat er steeds meer
jeugdboeken voor lezers boven de 15 jaar op de markt komen. En de `tendens tot
literarisering, die de hele jeugdliteratuur kenmerkt'
komt ook bij deze 15+ boeken nadrukkelijk naar voren. Met deze
`adolescentenliteratuur' kan in het onderwijs het `domein literaire theorie
behandeld worden en zeer zeker kunnen leesbeleving en smaakontwikkelingen op het
gebied van fictie, primair aandachtspunten van het literatuuronderwijs, worden
verkend en verrijkt.'
Het winnende boek is door de Gouden
Zoen-jury dan ook nadrukkelijk met een educatief doel
gekozen. Want: `de mogelijkheden die deze adolescentenliteratuur biedt voor het
onderwijs [...] zijn zeker nog niet ten volle benut.' Voor literaire docenten is
Wild Vlees dus een zegen. Waarmee niet gezegd is dat lezende
pubers er niks aan hebben: ze kunnen het boek scannen op geile
passages.