|
Maria Stahlie Zondagskinderen |
||
In het openingsverhaal van haar nieuwe bundel Zondagskinderen beschrijft ze het proces. Al bijna een jaar had ze geen pen op papier gezet. Het hoofd is leeg, de verbeelding is op. De inertie begint steeds zwaardere vormen aan te nemen. Ze noemt zichzelf de keizerin van de onverstoorbaarheid, van de lafheid, van de vrijblijvendheid. Want wat er ook om haar heen gebeurt, het heeft geen enkele consequentie voor haar literaire werk. �We konden doen wat we wilden, want we lieten toch geen sporen na.� Een eenvoudig advies van levensgezel en schrijver Dick Schouten zorgt voor een zekere ommekeer. �Je moet de dingen altijd omdraaien, dan kunnen ze nooit met je op de loop gaan.� Daar kwam ook bij, maar dat vermeldt Maria Stahlie niet in het verhaal, dat haar roman Honderd deuren (1996) bekroond werd met de Multatuliprijs. Eindelijk erkenning. Op vakantie in haar geboortestad Breda ziet ze een aantal dingen tegelijk gebeuren �beschreven in het autobiografische openingsverhaal Ochtendbries- en dat leidt tot de volgende afsluiting: �Ik voelde een koele ochtendbries langs mijn armen strijken, langs mijn armen en door mijn haren. Ik hoorde de zacht ritselende boomblaadjes en ik wist dat alles klopte. De tijd was eindelijk weer rijp voor verhalen.� Vijf verhalen volgen dan met een gemiddelde omvang van 50 boekpagina�s. Wat de geschiedenissen bindt, is uit de titel van de bundel af te lezen. De hoofdpersonen zijn zondagkinderen. Armoede hebben ze nooit gekend, noch in materieel, noch in intellectueel opzicht. Ze wonen in mooie huizen, maken grote reizen, luisteren naar klassieke muziek. �We hebben zelfs op maandag een zondags humeur en al onze kinderen zijn automatisch ook zondagskinderen. Ooit zullen zij ontdekken dat er geen ontsnapping mogelijk is uit ons milieu.� Maar er zit een schaduwzijde aan dat zondagse bestaan, althans in de literaire wereld van Maria Stahlie. De zondagkinderen denken na over het leven en de conclusies zijn niet vrolijk. �De mens is van nature verdoemd. Onder een dun laagje uiterlijk bevindt zich primitieve verdorvenheid, rechtlijnige inhaligheid, pure wanhoop, niets ontziende machtswellust, razende jaloezie en gore angst�. Dit zijn wel erg veel bijvoeglijke naamwoorden, maar de boodschap is duidelijk. Het belangrijkste wat de mensheid kenmerkt, staat overigens niet in deze opsomming: het verlangen naar wraak. Want de woede van de zondagskinderen is niet gering. Een wraakactie alleen is niet voldoende voor een geslaagd verhaal. Het knappe van Maria Stahlie is dat ze keer op keer aardige wendingen weet te bedenken. Het beste verhaal in die zin is het laatste, tegelijk het titelverhaal. Het gaat over een vrouw, Sylvia Verroen, die ontdekt dat haar tweede man, Wim, een verhouding heeft met haar vijftien jaar jongere zusje. Ze neemt wraak door zich te laten versieren door een Rus, Anton Pawlowitz, die ze ontmoet tijdens de conferentie waar zij als tolk-vertaler optreedt. �Sylvia had het plan opgevat om zich als een hoer te laten feteren en onteren door een man die haar niet alleen fysiek maar ook spiritueel tegenstond.� Het is een smal basisgegeven dat Maria Stahlie voortreffelijk uitwerkt. Alles wat de lezer voorspelt, en waar Stahlie op aanstuurt met terloopse zinnen, wordt toch weer in een ander perspectief geplaatst. De binnenwereld van de vrouw blijkt lang niet zo eendimensionaal als je van zo�n zondagskind zou verwachten, de gebeurtenissen krijgen onverwachte wendingen en uiteindelijk wint de verbeelding het. Voordat de hoofdpersoon zal terugglijden in het comfortabele cynisme van haar circuit, zal ze voor even geloven in die andere wereld. �Nu weet ik dat de wereld gekleurd wordt door duisternis en licht, door de afwisseling daartussen, en dat op zeldzame momenten het licht en de duisternis op zo�n manier met elkaar zijn verweven dat het licht de duisternis overstemt, domweg opheft.� Een dergelijk euforisch einde is eveneens te vinden in het verhaal Uit de best denkbare wereld over een vrouwelijke tandarts die door een onbekende vrouw voor een aanstormende bus wordt weggeplukt. Voordat ze zich op de laatste bladzijde realiseert dat de afgelopen weken �iets moois voor elkaar hadden gekregen�, laat Maria Stahlie haar de balans van haar leven opmaken. De tandarts wordt teruggeworpen op haar verleden: �Ik investeerde als kind veel hartgrondige energie in het uitdenken van wraakoefeningen die duidelijk moesten maken hoezeer ik mijn vader haatte.� Maar daarbij blijft het niet. De woede richt zich ook op haar moeder die door haar echtgenoot in de steek is gelaten. De hoofdpersoon krijgt vrede met haar bestaan als ze naar de middelbare school gaat en afstand kan nemen van haar ouders die haar dit leven hebben aangedaan. Hoe ouder ze wordt, hoe meer ze zich verwijdert van �de woede van mijn kinderjaren�. Totdat ze in een moment van onoplettendheid bijna onder een bus belandt en door een onbekende wordt gered. De permanente woede die vroeger in haar rondkolkte, gaat plotseling haar huidige leven overheersen. Op haar best is Maria Stahlie als ze haar hoofdpersonen uit hun vertrouwde omgeving haalt en ze een wereld instuurt waarin de confrontatie met het verleden volgt. Dat gebeurt met de tandarts die uiteindelijk belandt op de begrafenis van haar vader, het is ook de leidraad voor het verhaal Een te hoge prijs. De hoofdpersoon is als baby uit de winkel van haar ouders weggehaald en meegenomen naar Nieuw-Zeeland. De kidnapping eindigt na 37 dagen. Op latere leeftijd krijgt de vrouw een map in handen met informatie over de ontvoering: krantenknipsels, een samenvatting van het politierapport en een kaart van Nieuw-Zeeland met daarop de route die de ontvoerders hebben afgelegd. De vrouw gaat op pad, tweeentwintig jaar na dato, �om alsnog de kroongetuige te worden van de ontvoering�. En natuurlijk ontmoet ze de verantwoordelijken van toen. Dat Maria Stahlie een zorgvuldige stiliste is, was bekend. In tegenstelling tot vroeger heeft Maria Stahlie meer oog voor �het vertelde verhaal� gekregen. Een enkele keer is een verhaal louter gebaseerd op een anekdote �'De ironie wil' over een Amerikaanse vakantie van prinses Beatrix in 1962- en dan weet de lezer dat ze een te grote knieval heeft gemaakt. Maar als ze de lezer voert naar �de regionen waar krachten van de verbeelding de natuurlijke maat vormen�, dan kan er niets meer mis. Zondagskinderen zou wel eens haar definitieve doorbraak kunnen zijn. Maria Stahlie: �Zondagskinderen�. Uitgeverij Prometheus. 272 blz. Prijs: 39,90.
| ||