De achterflap van de nieuwe roman van Hendrickje Spoor zegt dat Een huwelijk een ironische roman is. Na zo'n honderdveertig bladzijden Libellegekeutel weetje echter dat het enige ironische aan de roman de achterflap is. Het is een raadsel waarom een uitgeverij met zo'n goede naam deze 'schund' opneemt in haar fonds.
Het verhaal is gauw verteld. Louise gaat trouwen met Bernard. Haar jeugdvriendin Vanessa verschijnt plotseling ook op het toneel na een mislukte danscarrière en liefde in Frankrijk. Zo dat was het verhaal. Je hoopt dan dat de karakters enigszins uitgediept worden. Helaas zijn die karakters nog van een vooroorlogse kwaliteit. Bemard is een gedegen katholiek, degelijk en natuurlijk een beetje onbetrouwbaar. Louise is het stille meisje waarachter een hele wilde meid schuilgaat. En Vanessa is het danseresje dat Nederland maar niets vindt en smacht naar haar geliefde. Tussen de twee vriendinnen vlamt een bijna seksuele verhouding op.
Deze drie mensen volg je in hun innerlijke monologen die zo vreselijk slecht geconstrueerd zijn dat het schaamrood je naar de kaken stijgt. De dialogen zijn overigens even houterig en in hun al te alledaagsheid onwerkelijk.
Ik neem aan dat Hendrickje Spoor met deze roman wilde laten zien hoe weinig mensen elkaar kennen. Ik neem aan dat ze een sensuele roman heeft willen schrijven. Ik neem aan dat ze een roman had willen schrijven waarin ze kleinburgerlijkheid aan de kaak wilde stellen. Maar kom dan niet aan met een stel dat nog neukt in het donker, een vrouw die zichzelf wil bevrijden en een man die naast clichématig katholiek ook nog anti-joods is. Het is de probleemrubriek van de Story omgetoverd in een roman.
Je blijft, steeds meer tegen beter weten in, hopen op een mooie zin, een interessante gedachte of een pakkende beeldspraak, maar het blijft van dik hout. Zelfs het einde van de roman is verschrikkelijk. Na het burgerlijk huwelijk, komt het kerkelijk huwelijk en moet er, waarschijnlijk, een spanning bestaan. Zegt Louise ja of nee tegen het huwelijk? En natuurlijk wordt het 'Ja, ik wil.' Voor Margrietlezeressen die alvast graag het einde van een roman lezen een bevredigend slot. Het boek hoort ook naast de Margriet in de schappen te liggen. Bij de Bouquetreeks.
Coen Peppelenbos
7 september 1995
NHL-KRANT *** HOME *** ALFABETISCHE LIJST