| Schrijver |
Boelsums, Mirjam |
| Titel |
Slangen aaien : roman |
| Jaar van uitgave |
1998 |
| Bron |
De Volkskrant |
| Publicatiedatum |
27-02-1998 |
| Recensent |
Willem Kuipers |
| Recensietitel |
Gevaarlijk leven |
Mariecke heeft iets stoms gedaan en daarvoor moet ze
brommen. Men heeft haar opgesloten in een jeugdinrichting, zo'n eigentijds oord
van schuld en boete, waarvan ze zelf met de nodige ironie laat weten: 'Ze hebben
ontzettend hun best gedaan het er hier anders uit te laten zien dan het is. Van
buiten lijken de gebouwen nog het meest op een antroposofisch vormingscentrum,
zeshoekig, met veel glas en blije kleuren.' 'Antroposofisch', 'blije kleuren' -
het is een woordkeus, die je tegenwoordig niet meteen aan elke jongeling
toedicht. Er wordt welsprekend mee aangegeven dat we met deze Mariecke (let op
dat aanstellerige 'ck) ander vlees in de kuip hebben. Dom is ze niet, en ze is
ook niet van de straat, deze Mariecke Grayson ('Grauw' zegt ze zelf). Als ze in
Slangen aaien, het debuut van de sociologe Mirjam Boelsums (1955), haar zonden
begint op te biechten, weet je al na een paar regels dat je op de bladzijden die
volgen, geen verhaal te horen zult krijgen over een gevallen meisje dat zich met
het uitbaten van de mannelijke geslachtsdrift en het gebruik van verdovende
middelen aan de zelfkant van de maatschappij moest zien staande te houden. Je
stelt je in op een verwend kreng, afkomstig uit een deftig Goois milieu, dat
ondanks alle rijkdom - u weet wel - veel liefde tekort is gekomen, omdat pa en
ma wel andere dingen aan hun hoofd hadden. Moeiteloos vult Mirjam Boelsums deze
verwachting in. Mariecke's vader is een internationaal bekende onderzoeker van
kanker, die in Zwitserland domicilie gekozen heeft, waar hem op een dag -
Mariecke leest het in NRC Handelsblad - een prestigieuze prijs wordt toegekend.
Haar moeder, een klagerig, hypochrondrisch tiepje - zo iemand die haar
ongenoegen over het gebrek aan aandacht van de zijde van haar man met een nieuw
autootje laat afkopen - is haar eega uiteraard als een schaduw gevolgd, en
daarom is Mariecke bij een gastgezin ondergebracht, want ze zit nog op school.
Daarmee zijn de contouren van Mariecke's leven getekend, maar wat speelde zich
daarbinnen af? Door Mariecke zelf aan het woord te laten, weet Mirjam Boelsums
daar een heel persoonlijk relaas van te maken. Wat ze vertelt is niet heel
spectaculair, Mariecke geeft geen levensloop prijs die we ons op geen enkele
manier kunnen voorstellen, integendeel. Wat de jeugdige zondares in haar nog
prille leven heeft meegemaakt, voegt zich op een soap-achtige wijze naar het
romantische beeld dat we van jongeren met hun hang naar gevaarlijk leven hebben.
De clichés liggen voor het oprapen, want de kleine Mariecke, die overigens al
zeventien is, komt in aanraking met een slechte vriendin, die ze op vakantie met
haar ouders in Zwitserland heeft leren kennen (en die ze daar een van de
collega's van haar vader zag berijden, al ze het al niet met pa zelf gedaan
heeft). Door toedoen van deze al wat oudere en door de wol geverfde Daniëlle,
die Mariecke's nieuwsgierigheid prikkelt vanwege het ongebonden, onburgerlijke
leven dat ze leidt, raakt onze meid, niet op haar toekomst voorbereid, zowaar
nog verstrikt in de rafelrand van de maatschappij ook: neuken, zuipen,
drugsgebruik en zelfs het beroven van sullige automobilisten - Daniëlle draait
er haar hand niet voor om. Maar er gaat iets fout. Wat dat is, zou je eigenlijk
niet moeten verklappen, want Mariecke's verhaal staat en valt met die
gebeurtenis. In de inrichting tracht een ambtenaar van de reclassering -
'Lipstick' genoemd door Mariecke - haar te laten bekennen wat er is gebeurd, en
vooral waarom, maar Mariecke laat zich, slimme dwarskont die ze is, niet uit
haar tent lokken. Maar aan zichzelf, en daarmee aan ons, doet ze haar verhaal
wél, op een manier die van Slangen aaien meer maakt dan een doorsnee-verhaal
over opgroeiende jeugd, dat sedert The Catcher in the Rye van J.D. Salinger zo
in zwang is geraakt. Er zou langzamerhand een uiterst boeiende geschiedenis van
het genre te schrijven zijn, goed om idiote misverstanden weg te nemen, zoals
waarvan Marcel Reich-Ranicki getuigde in zijn bekende Duitse tv-programma, toen
hij naar aanleiding van Meisje Niemand van de Poolse acteur Tomek Tryzna zei dat
hij het een slecht boek vond, omdat de auteur zich achter kinderen verschool. Me
dunkt. Hoe kan een schrijver zich méér bloot geven dan door zich langs de weg
van de verbeelding te verplaatsen naar het voor hem afgesloten gebied van de
jeugd, waar waarheden omtrent het gedrag van volwassenen per definitie ruim
voorhanden zijn? Iets dergelijks moet Mirjam Boelsums voor ogen hebben gezweefd
toen zij aan Slangen aaien begon, want uit het verhaal dat zij Mariecke laat
vertellen, rijst geleidelijk aan een bepaalde visie op, niet één die per se het
gedrag van de eigentijdse jeugd wil doorgronden, maar die tot uitdrukking wil
brengen hoezeer onze wereld wordt beheerst door (veelal schaamteloos pissende)
mannen, wier akelige, ijdele, zelfingenomen gedrag treffend gesymboliseerd wordt
door Mariecke's vader, 'de Specialist'. Op een ander niveau - het sterkste punt
in dit boek - accentueert Boelsums de hopeloze contingentie van het bestaan, die
zichtbaar wordt als je het leven ontdoet van de (mannelijke) planning die er in
schijn een orde aan geeft. Maar hoe omzichtig de schrijfster deze zienswijze, of
filosofie zo u wilt, ook vorm geeft - en daarmee een nieuwe, esthetische
ordening in Mariecke's levensverhaal aanbrengt, de eeuwige paradox van de
literatuur -, ze wekt toch de indruk de boodschap die ze wil overbrengen te zeer
te hebben bedacht, iets waarvoor Mariecke op artificiële manier in het leven
moest worden geroepen. Die wordt weliswaar door haar puberale levensinstelling
en het daarbij passende taalgebruik goed getypeerd, maar de gebeurtenissen
waarbij ze - al of niet tegen haar wil - betrokken raakt, zijn te voorspelbaar
om veel indruk te maken. Ze zijn veeleer een plastische weergave van een
bedenksel dan een dwingende beschrijving van binnenuit, dat wil zeggen van
ervaringen die wortelen in een met pijn en moeite doorleefde realiteit, en die
omgezet in beelden elke lezer kunnen raken, niet alleen een al dan niet
vrouwelijke 'doelgroep'. Misschien wreekt zich hier het sociologische van
Boelsums benadering, ten koste van het esthetische, daar kun je over twisten.
Maar een feit is dat Slangen aaien vooral drijft op de plot, het antwoord op de
vraag wat Mariecke eigenlijk heeft misdaan. Tot ergernis van Lipstick wordt dat
antwoord eindeloos uitgesteld en pas wanneer Lipstick, gebroken na een miskraam,
nauwelijks nog interesse toont, vertelt Mariecke wat er is gebeurd. Dat is mooi
gedaan, maar het betekent ook dat dit verhaal veel van zijn effect aan deze
constructie te danken heeft. Het maakt er tot op zekere hoogte een (willekeurig)
incident van, meer in elk geval dan een algemeen-geldige waarheid. In feite is
de 'waarheid' die ten slotte aan het licht komt, tamelijk modieus. Mariecke's
vader heeft een 'misdaad' begaan - in de ogen van zijn dochter - toen hij als
arts haar vriendin Jessica in de steek liet, nadat ze door jongens op het strand
was ondergepist en de zee in was gelopen, wat haar letterlijk doodziek maakte.
Die daad wordt gewroken als Mariecke en haar nieuwe vriendin leraar Nederlands,
die Mariecke eerder onzedelijk had betast, en die - met een zeker raffinement
van de kant van de schrijfster - met haar vader in verband wordt gebracht.
Mariecke doet de man in zee verdrinken. Is onze hoofdpersoon daar rouwig om?
Nee, want in alles wat ze vertelt, neemt de afkeer van haar vader - en dus van
zijn soortgenoot de leraar - alleen maar toe, terwijl de compassie met haar
medemensen zich toespitst op 'ruwe bolster, blanke pit'-achtige figuren als
Daniëlle. De ware oorzaak van het sterven van de leraar is dat hij háár heeft
misbruikt op de meest intieme wijze die voor Mariecke denkbaar is: hij heeft
haar poëzie verkracht, want Daniëlle blijkt ten slotte, hoe onbeholpen ook, een
dichteres te zijn. Om intimiteit, om wat mensen in diepste zin bindt, draait het
om in deze eerste roman van Mirjam Boelsums. Of misschien moet je zeggen, daar
hád het om moeten draaien, want helemaal gelukt is het niet. Dat heeft te maken
met het feit dat er in de beleving van Mariecke zo weinig ruimte is voor
gevoelens van schuld naast de obligate afkeer voor de meeste volwassenen die zij
aan de dag legt. Zelf is ze ten slotte alleen maar onder de indruk van het
verraad dat zij heeft gepleegd, ten opzichte van Jessica, die zij in de steek
liet op het moment dat ze haar het hardst nodig had, maar ook ten opzichte van
Daniëlle, wier (geheime) gedichten zij die suffe leraar in handen speelde. Het
is doeltreffend uitgebeeld, maar te weinig om van onder de indruk te raken.