De sensaties van Oscar van den Boogaard
Allemaal broertjes
Jeroen Vullings
11/05/2000
Met de jaarwisseling staat hij op het terras van een penthouse aan het strand in Copacabana. ,,Met een glas champagne in de hand. Onder ons een miljoen mensen op het strand. Het vuurwerk spatte boven ons uiteen en regende over ons heen. Het was orgastisch.'' Mondaine vriendinnen, in bonis, willen een kind van hem. Voor de Nederlandse Elle interviewt hij de internationaal gevierde actrice Maruschka Detmers. Zijn tatoeage (,,tattoo for reflection'': het woord guilty in spiegelschrift) is door de satanische Schotse kunstenaar Douglas Gordon ontworpen. Met Sylvia Kristel bezoekt hij een peepshow. Voor Connie Palmen probeert hij haar gestolen handtasje terug te vinden. De door hem bewonderde Gerard Reve belt hij gewoon op. Maar ook voor minder glamoureuze en beroemde mensen heeft hij oog. In Engeland trakteert hij een psychotisch verfomfaaid mannetje op pinten bier. In de trein ontmoet hij een geile conducteur. Met vriend Jan gaat hij op zoek naar hun weggelopen kater Kornelis. ,,Als je leeft zoals Jan en ik, altijd in transit, nooit langer dan een paar dagen op dezelfde plek, hollend van de ene afspraak naar de andere, word je toerist in de werkelijkheid, het is onvermijdelijk, je hebt het gevoel dat je zweeft.'' En zweven, loskomen van knellende aardse verplichtingen, is wat Oscar van den Boogaard (1964) wil. Zijn zesde boek, Sensaties bevat negenendertig autobiografische verhalen. Eigenlijk kun je deze, veelal in de Standaard der Letteren gepubliceerde, stukken beter aanduiden als: tentoongespreide mogelijkheden. Af en toe leidt zijn gebruikmaken van zo'n mogelijkheid tot een sensatie. Als zo'n mogelijkheid tot onvermoede werkelijkheid wordt. Maar op zich is het overzien van de mogelijkheden voor hem al een avontuur, wil de vitalist Van den Boogaard zeggen. Maak jezelf disponibel en ervaar het leven als ��n groot, kolkend avontuur. Na vijf romans bewandelt Van den Boogaard nu voor het eerst in boekvorm het autobiografische pad. De meeste verhalen bevatten herinneringen aan zijn meer of minder recent verleden, gemijmer over zijn leven, maar bovenal is Sensaties een fragmentarische evocatie van wat hij zoal meemaakt. Schaamte bij het vertellen over zijn priv�leven lijkt hij niet te kennen, de stukken zitten dicht op zijn bestaan. We lezen over zijn wel en wee als aanstormend romancier, over exen en vriendinnen, zijn zusje de kinderrechter, over de galerie die hij met partner Jan drijft. Mede daardoor ontstaat het risico dat een oordeel over het boek en over de nogal kokette, absolutistische schrijver samen dreigen te vallen. Er is geen tussenweg: je lust hem of niet. Vermoedelijk is dat ook de bedoeling, want Van den Boogaard maakt met Sensaties een levend kunstwerk van zichzelf. Verhaalsgewijs ontlaadt hij zich. Waargebeurd of niet, het doet er niet toe. Even oninteressant acht ik de mogelijkheid om nu de autobiografische werkelijkheid achter de romans in te vullen: de alcoholistische moeder in zijn debuut Dentz, de panseksualiteit en promiscu�teit in Fremdk�rper , en meer. Waar het hem hier om gaat is het expliciet inzichtelijk maken van zijn bestaansvisie, die eerder al tot uiting kwam in de romans. Literatuur is voor de gedreven waarheidszegger Van den Boogaard een partituur van mogelijkheden, waarin de vrijheid van het schrijven ten volle ge�xploreerd en verfrissend uitgeleefd wordt. Nu blijkt dat hij niet alleen het literaire domein zo beziet, maar het h�le bestaan. Een verhaal is gewijd aan zijn zoektocht naar de juiste titel voor zijn laatste roman Liefdesdood. Uiteindelijk leidt een associatief gesprek met filmer Ian Kerkhof tot de sensatie van deze vondst. Dan is er sprake van een beloonde inspanning, maar dat is niet het geval als Van den Boogaard zich over een doorgefaxte, door hem te beantwoorden vragenlijst van Nieuwe Revu buigt: ,,Hoe vaak wast u zich? Trekt u dagelijks een schone onderbroek aan?''Niet alle ge�nterde mogelijkheden werpen vrucht af. Naar eigen zeggen is de liefde in zijn oeuvre niet het onderwerp, maar de toon. Zijn personages worden gedreven door een groot verlangen. Alsof ze de wereld met al hun zintuigen willen bestormen en omvamen. Van den Boogaard verklaart zijn schrijven uit zijn hang naar roesmatige verliefdheid. Zijn Amsterdamse jaren * hij woont nu in Brussel * stonden in het teken van een jachtige zoektocht naar ,,broertjes'': ,,Ik wilde ze allemaal leren kennen. De wereld leek ��n groot gezin. Helaas duldde geen enkele broer de aanwezigheid van een andere, ze wilden allemaal de enige broer zijn. Ik besloot te schrijven om verliefd te zijn wanneer ik wilde, zo vaak ik wilde.'' Elders, in een interpunctieloze monoloog, benoemt hij zijn schrijfdrang als volgt: ,,Sinds ik ben gaan schrijven heb ik voor het eerst een duidelijk onbegrensde identiteit ik ben een auteur als ik schrijf voel ik me geworpen het is een staat van verlichting ik zweef boven de dingen zoals een kind boven zijn speelgoed ik zie verbanden die je vanaf de grond niet kunt zien ik slinger aan lianen terwijl ik mijn eigen gedachten volg ik ren ik spring ik vlieg ik ben in harmonie met mijn eigen onrust.'' Hij is constant zoekende en dat zullen we weten. Valt hij daarbij terug op zijn eigen perceptie, dan is hij op vertrouwd terrein. Onbedwingbaar is bij voorbeeld zijn manie om onbekenden aan te spreken, maar af en toe wint zijn tact het. Ziet hij een jong meisje, die volgens hem heel goed dienst zou kunnen doen in een verfilming van een van zijn romans, denkt hij: eerst haar vriend aanspreken, anders schrikt ze maar. Dat verhaal besluit met een prachtig beeld van niet-gestild verlangen: ,,Later kwamen we elkaar in de sauna tegen. Ze ging naast haar vriend met de rug naar mij toe zitten, voor het raam met het uitzicht op het verlichte zwembad en de houten chaletjes. [...] Ik verborg mijn gezicht in mijn handen. Ik hoorde nu duidelijk haar adem: jachtig, koortsachtig vol verwachting. Ik stond op en keek nog een keer in haar richting. In de weerspiegeling van het glas ontmoette ik haar nieuwsgierige ogen. Haar vriend legde beschermend een arm om haar blote schouders.'' Minder gecharmeerd ben ik van zijn eerbiedig aanhalen van een aantal neuzelende postmoderne filosofen * opgelegd pandoer. Beduidend doorleefder is zijn affiniteit met zijn Canadese collega Douglas Coupland * evenzeer een optimistisch schrijver over het heden. Ronduit einleuchtend is zijn eerbetoon aan zijn ,,meester'' Witold Gombrowicz, die hij met instemming citeert: ,,Houd op uzelf te identificeren met wat u bepaalt. Probeer te ontsnappen aan elke uitdrukking van uzelf. Wantrouw uw opinies. Wantrouw uw overtuigingen en hoed u voor uw gevoelens. [...] Het is een dwaze eis dat de mens vastomlijnd zou moeten zijn, dat wil zeggen, onwrikbaar in zijn idee�n, categorisch in zijn verklaringen, helder in zijn ideologie�n, vastbesloten in zijn smaak, verantwoordelijk in zijn woorden en daden, stabiel en uitgekristalliseerd in zijn hele wijze van doen. Ons element is de eeuwige onrijpheid.'' Twee personen keren bij tijd en wijle terug in de verhalen: Voltaires onverbeterlijk optimistische held Candide �n Satan. Van den Boogaards eerste drie romans werden nog min of meer bepaald door de erfenis van Candide, daarna loste de drammerige na�viteit op in een verlangen tot duivelse manipulatie van de levens van zijn personages. Anders gezegd: de romanschrijver won terrein op de wereldverbeteraar Van den Boogaard. Fictie biedt hem de uitweg om de wereld naar zijn hand te zetten en in het beeld dat hij van zichzelf geeft probeert hij zo ook in het dagelijks leven te opereren. ,,Mijn devies. Neem altijd een voorschot op jezelf. Voldoe aan verwachtingen die je bij anderen hebt gecre�erd. Eerst visualiseren, dan realiseren. Zeggen, vervolgens doen. Het heden volgt op de toekomst zoals je die zelf hebt verzonnen.'' Want niets is erger dan te moeten erkennen dat de mogelijkheden niet juist benut zijn. Het begon zo veelbelovend met die hitsige conducteur, die ook nog zoveel op de jonge Alain Delon leek. Hij had Van den Boogaard al enigszins beklommen tot die het in zijn hoofd haalde om te vertellen dat hij romanschrijver is. Prompt droop de functionaris af, weg avontuur, weg sensatie. ,,Ik dacht: je moet nooit zeggen dat je romanschrijver bent.'' Nee, dan is het beter om te fabuleren. Zoals over zijn bezoek als verdwaalde puber aan het huis van het evangelische zangduo Gert en Hermien. Hij krijgt daar zowaar soep voorgezet. ,,Terwijl ik de lepel naar mijn mond bracht keken zij en Gert me lief glimlachend aan zoals ik ze ook in Op Volle Toeren had zien doen.'' Ook loopt er nog een schaars geklede, wulpse dochter rond, dus zijn dag kan niet stuk. ,,Vanuit de deurpost zwaaiden de twee me vol blijdschap uit. Ze maakten daarbij hun bekende alle-duiven-op-de-dam-danspasjes. De gouden platen hingen als aureolen boven hun hoofd.'' In zulke quasi-na�eve sprookjes voor volwassenen laat de romancier Van den Boogaard zich niet beteugelen. OSCAR VAN DEN BOOGAARD, Sensaties, Querido, Amsterdam, 178 blz., 699 fr. 1
Hosted by www.Geocities.ws