Kinderen op hun zwerftocht door het geteisterde Vlaanderen geheel in handen schijnt te kunnen nemen. De gruwelijke ingreep van een groepje Duitse schenders maakt daar een eind aan. Ward Ruyslinck heeft het zich in "Wierook en tranen" te moeilijk gemaakt.

Door zijn verhaal te laten vertellen door een manneke van negen jaar, heeft hij als schrijver geen

uitwijkmogelijkheid meer voor eigen inzichten, gezichtspunten, bespiegelingen en aangezien hij het niet geheel zonder kan stellen gaat het kereltje Waldo op den duur een ouwelijke indruk maken en wordt een onwerkelijk brokje mens in het werkelijke gebeuren.

Grote zuiverheid

De schrijver is met een grote zuiverheid te werk gegaan, behoedzaam omspringend met de dramatische springstof, rustig de pen voerend zonder de riskante beelden uit "De ontaarde slapers" en men heeft bewondering voor het eerlijk bedoelde, wat hygiënisch uitgevallen resultaat.

Men kan echter niet zeggen, dat de wereld van die verschiikkelijke meidagen van 1940 zijn weerspiegeld in de ogen van het negenjarige kereltje en men wordt wel eens geboeid, maar nooit ontroerd door de reacties, de gesprekken, de kinderlijke intimiteiten van twee kinderen in een wereld, waar mensenkinderen hun gevaarlijke speelgoed niet langer de baas zijn.

Het zijn ernstige, te zwaar wegende bezwaren tegen "Wierook en tranen" wat niet wegneemt, dat men met belangstelling de toekomst van de jonge auteur Ward Ruyslinck tegemoet ziet.

 

Hosted by www.Geocities.ws

1