Trouw, 6 april 2006
Soldatenslaafje van het
verdronken Zeeuwse land.
door Henny de Lange
Het verraad van Waterdunen / druk 1
Auteur
Ruggenberg, R.
Rubriek
Kinderboeken
Fictie 10 - 12 jaar
ISBN
9045103109
In het archief van Sevilla, op
zoek naar informatie voor een artikelenserie over Columbus,
stuitte journalist Rob Ruggenberg bij toeval op het
fenomeen mochilero: letterlijk een ranseldrager. Met mochilero's werden de Nederlandse en Vlaamse kinderen
bedoeld die tijdens de Tachtigjarige Oorlog als slaven werden gebruikt door het
Spaanse leger.
``Daar
zit een verhaal in, was mijn eerste ingeving. Maar ik kon er toen niets mee
voor mijn artikelen voor de Brabant Pers``, vertelt Ruggenberg.
De mochilero liet hem niet meer los en hij bleef
naspeuringen doen naar deze nagenoeg vergeten soldatenslaafjes. Toen Ruggenberg (1946) jaren later de journalistiek verliet,
besloot hij - een oude droom - jeugdboeken te gaan schrijven. Zijn eerste boek
'Het verraad van Waterdunen', dat zich afspeelt
tijdens de Tachtigjarige Oorlog, ligt sinds deze week in de winkel.
Hoofdpersoon
is Robbe, een weesjongen uit Dordrecht, kind van
vermoorde ketters, die door zijn oom als slaaf wordt verkocht aan de Spaanse
soldaat José, die zijn vorige mochilero heeft
doodgeranseld.
Een
doorwrochte wetenschappelijke verhandeling over het fenomeen kindslaven tijdens
de Spaanse overheersing moeten we niet verwachten in zijn boek, waarschuwt Ruggenberg. ,,Het is een
jeugdroman en Dick Zweekhorst,
die me bij uitgeverij Querido begeleidde, hamerde er
voortdurend op dat het niet te uitleggerig mocht zijn. Ik ben geen
wetenschapper en bovendien heb ik naar mijn mening ook te weinig informatie
kunnen vinden in de vele archieven die ik heb bezocht.``
Zo
heeft hij niet kunnen achterhalen hoeveel kindslaven er geweest zijn. In
Nederlandse bronnen was sowieso weinig te vinden. In Sevilla diepte hij echter een interessant verslag op van
een Spaanse soldaat, Alonso Vásquez,
waaruit hij opmaakt dat mochilero's meer regel dan
uitzondering waren. Een passage uit dit verslag: ,,De mochileros komen als kinderen bij ons in dienst. Ze leren
het Spaans en onze soldatentaal soms beter dan hun meesters. Als ze er de
leeftijd voor hebben, worden ze gewoon soldaat, soms als een gunst en soms
omdat ze daarvoor extra hun best hebben gedaan. In de loop van de tijd vergeten
ze dan ook waar ze vandaan kwamen, ook al omdat ze steeds worden overgeplaatst.
Iedereen denkt dat het echte Spanjaarden zijn. Dikwijls blijkt echter dat hun
liefde voor hun vaderland toch de overhand krijgt en ze hebben ons dan ook vaak
verraden. De beste soldaten die de Nederlanders hebben gehad, en die ons het
felst hebben bestreden, zijn onze vroegere mochileros.``
Het
boek vertelt op meeslepende wijze - ook als volwassene lees je het in één ruk
uit - hoe hard, heftig en chaotisch die periode in de vaderlandse geschiedenis
was, zeker voor kinderen die toen volstrekt niet in tel waren. Maar het gaat
ook over de veerkracht van kinderen als Robbe, die de
ontberingen en ranselpartijen in het Spaanse leger weet te overleven en erin
slaagt te ontsnappen. Daarbij krijgt hij hulp van een bende meiden uit
Vlaanderen, die zich met roof en diefstal in leven houden, nadat hun ouders
zijn vermoord door de Spanjaarden. De Spaanse soldaten jagen op deze meisjes en
Robbe, die ten slotte geen kant meer lijken op te
kunnen. Op het nippertje weten ze te vluchten naar Waterdunen,
een klein eilandje met daarop een ruïne.
Naast
de mochilero is Waterdunen
het tweede relatief onbekende fenomeen dat een rol speelt in het boek. Nadat
vaststond dat zijn eerste boek over de Spaanse soldatenslaven moest gaan, heeft
Ruggenberg lang gezocht naar een setting voor het
verhaal. Dat is Dordrecht geworden. ``In die stad word je doodgegooid met de
vaderlandse geschiedenis. Bovendien ligt Dordt
dichtbij Vlaanderen, waar waarschijnlijk ook veel mochilero's
zijn geronseld.``
En
daartussen ligt Vlissingen, dat een belangrijke rol
heeft gespeeld in de Tachtigjarige Oorlog, een rol die volgens de auteur wat
onderbelicht is gebleven. ``Het gaat altijd over Alva
en Den Briel, dat op 1 april werd bevrijd. Maar haast
niemand weet dat een week later Vlissingen werd
bevrijd, niet van buitenaf, maar doordat de bevolking zélf in opstand kwam
tegen de Spanjaarden. Dat gegeven wilde ik ook in mijn boek verwerken.``
Op
zoek naar informatie in de bibliotheek van Vlissingen,
stuitte hij op het Zeeuws Genootschap dat daar
vergaderde over overstroomde gebieden. Meer dan honderd Zeeuwse dorpen zijn
verzwolgen door het water, waarvan ook een aantal in de zestiende eeuw. Toen Ruggenberg hoorde dat een van die dorpen Waterdunen was, wist hij meteen dat dat
het toevluchtsooord voor 'zijn' mochilero's
en de meisjesbende moest worden. ``Waterdunen, alleen
de naam al sprak tot de verbeelding.``
De
Zeeuwse geschiedkundige Ad Beenhakker heeft op verzoek van Ruggenberg
oude land- en zeekaarten geraadpleegd om de ligging van Waterdunen
te berekenen. ,,Je moet op de kaart een lijn trekken
tussen de kerk van Nieuwvliet in Zeeuws-Vlaanderen
en Dishoek op Walcheren. Waterdunen ligt dan op 4 km van de kerk van Nieuwvliet.``
Dat Waterdunen echt heeft bestaan en nu zo'n vijftien meter onder de golven ligt, staat vast. Op een
van de eerste betrouwbare kaarten die van Zeeland zijn gemaakt, staat rond 1550
het eiland Wulpen met daarop de nederzetting Waterdunen
aangegeven.
Geuzenkapitein
Blois van Treslong, die ook een rol speelt in het
boek, heeft deze kaart waarschijnlijk gebruikt, vermoedt de historicus
Beenhakker. Dichtbij dit verzwolgen eiland lag ook het wrak van het VOC- schip 't Vliegend Hert eeuwenlang onder het zand van de zeebodem
verborgen, met schatkisten vol goud en zilver. Dat er nooit naspeuringen zijn
gedaan naar Waterdunen en wel naar VOC-schepen, is niet zo vreemd, zegt Ruggenberg.
``Op Waterdunen valt niets te halen, geen schatten of
goud en zilver, hooguit wat stukken van ruïnes.``
Het
boek eindigt met een stormvloed, waarbij Waterdunen
goeddeels in de golven verdwijnt. Het leek de auteur daarom leuk om bij de
presentatie van zijn boek een zoektocht te organiseren naar de restanten van Waterdunen. De marine stelde een mijnenjager beschikbaar
voor deze expeditie, waarvoor ook tien leerlingen van scholengemeenschap Scheldemond in Vlissingen werden
uitgenodigd. Met sonar en een mini-onderzeeër
probeerden ze het geheim van Waterdunen te
ontrafelen, maar het water was te troebel om de zeebodem goed te kunnen zien.
Maar voor de kinderen, die vooraf de drukproeven van het boek hadden gelezen,
was het toch alsof ze écht even teruggingen in de vaderlandse geschiedenis.