Helga Ruebsamen
Het lied en de waarheid

door Johan Diepstraten

Helga Ruebsamen: 'Het lied en de waarheid' In 1993 zei Helga Ruebsamen het nog onomwonden: 'Geef mij maar af en toe een blok beton, schokbeton om de gaten te dichten waaruit de herinneringen zich naar buiten willen wringen.' Haar hele leven bestaat uit een aaneenschakeling van dramati sche gebeurtenissen, maar ze kon er niet over schrijven.

Ze had wel gepubliceerd, maar die boeken hebben weinig met de autobiografie te maken. Tussen 1964 en 1974 verschenen twee verhalenbundels en twee romans en daarna volgde een lange, zwijgzame periode. Er was een plotselinge come-back in 1988 met de verhalenbundel Op Scheveningen, gevolgd in 1992 door De dansende kater. Verdienstelijke boeken, maar niet echt heel bijzonder.

'Op een dag moet je je eigen geschiedenis onder ogen zien, alles in kaart brengen, rekenschap afleggen van wat je hebt meegemaakt,' zei ze nog in maart 1993. Een paar maanden later moet ze zijn begonnen aan haar magnum opus. Vier jaar heeft ze gewerkt aan Het lied en de waarheid, een roman waarin ze een halve eeuw van haar leven wilde beschrijven. Maar in ��n roman kreeg ze het niet voor elkaar. Het levensverhaal van haar alter ego Louise Benda beslaat de periode 1938 tot en met de bevrijding. Op dit moment werkt ze aan het vervolg op de roman waarmee ze in ��n klap echt naam heeft gemaakt in de Neder landse literatuur.

In de spaarzame interviews heeft Helga Ruebsamen weinig over haar leven onthuld. Haar vader was een gerespecteerd vrouwen arts in Berlijn die na de eerste wereldoorlog aan geheugenver lies ging lijden. Het Duits-joodse gezin emigreerde naar Nederlands-Indi�, kwam in 1939 terug naar Nederland en over leefde met veel moeilijkheden de oorlog. Voor Helga Ruebsamen was dit de tocht van het paradijs, via het vagevuur naar de hel. Na de bevrijding moest ze haar eigen weg vinden. De persoonlijke omstandigheden waren niet altijd even vrolijk. In haar literaire werk gaat het niet voor niets altijd weer over romanpersonages die door de drank in de goot belanden. Het autobiografische werkelijkheidgehalte daarvan zal uit het vervolg van Het lied en de waarheid wel blijken.

Want eerlijk is Helga Ruebsamen wel. Schrijven is voor haar een pijnlijk proces, zoals blijkt uit de passages waarin de volwassen vertelster het van het kind overneemt. 'Het is geen genoegen uit de vijver van herinneringen voor de zoveelste keer dezelfde brokstukken op te vissen. Er roert zich in deze drab niets dan twijfel en pijn. Ik kan er evenwel niet aan voorbij. Dus wat komt er boven? Afbeeldingen waarvan ik mijn ogen niet kan afhouden, terwijl ik sidder van woede en schaam te. Voorwerpen die ik haat en moet betasten, nog steeds.'

Wie de roman heeft gelezen, kan begrijpen waarom Helga Ruebsa men zich tot heden op de vlakte heeft gehouden. Al vele jaren geleden onthulde ze in een onbewaakt ogenblik tegen een inter viewer dat ze geen zin had om de rol te spelen van 'de Anne Frank die het allemaal heeft overleefd'. Maar de werkelijkheid is dat ze tijdens de oorlog met haar vader en diens vriendin ondergedoken was in Zuid-Holland en inderdaad drie jaar heeft geleefd in wat zij zelf als hel heeft ervaren. Daarover gaat het laatste gedeelte van Het lied en de waarheid.

Beschrijvingen van een onderduikperiode mogen bekend zijn en ook niet nieuw is het dat alles gezien wordt vanuit het per spectief van een onschuldig kind. De aangrijpende boeken van Jona Oberski en G.L. Durlacher zijn er het bewijs van. Opmer kelijk bij Helga Ruebsamen is de manier waarop de kleine Louise Benda de drie jaren in een verduisterde kamer weet door te komen. Ze splitst zich af: er is 'de slome Louise' die alles lijdzaam ondergaat en de echte Louise die oog heeft voor de werkelijke gebeurtenissen.

De lezer is enigszins verrast, want al het voorafgaande is verteld vanuit de na�viteit van een jong meisje. Prachtig, maar wel weids, zijn de panorama's van een Indische jeugd. In het uitgebreide eerste gedeelte van de roman, 'In de tuin van Desi Kwasoema', verhaalt Helga Ruebsamen over de achtjarige Louise die opgroeit met haar moeder, tante Margot en oom Felix. Haar vader is als vrouwenarts zo begaan met het lot van zijn patienten, dat hij geen tijd heeft voor het gezin. De kleine Louise ziet dingen gebeuren, maar beseft er de reik wijdte niet van. Dat haar moeder overspel pleegt met oom Felix is nog maar de voorbode van het lot dat het gezin zal treffen.

Paradijs-vagevuur-hel: deze driedeling had Helga Ruebsamen al aangegeven als leidraad voor haar leven voordat ze aan deze roman begon. Ze heeft er zich nauwgezet aan gehouden. De eerste tweehonderd pagina's doen denken aan de tempo doeloe- literatuur. Maar het leven in Indi� is lang niet zo onbekommerd als de hoofdpersoon zich inbeeldt: de brieven van de bedreigde joodse familieleden in Europa doen de vader beseffen dat hij niet rustig kan toezien dat zijn verwanten de zee in worden gedreven. In 1939 besluit het gezin naar Nederland te vertrekken.

Het ene na het andere drama voltrekt zich: tijdens de terug tocht springt de joodse grootvader van Louise overboord, het bastaardzusje Tinka loopt in de golven, moeder verdwijnt met het jongste broertje naar Engeland, de vriendin van haar vader (Aleida) wordt beschouwd als een moffenhoer, terwijl zij juist heult met de vijand om Louise te beschermen. Het is in deze onderduikperiode dat de vader, eens een romantische dromer die geloofde in de toekomst, zijn vertrouwen in de mensheid ver liest. Louise is zo in de ban van Aleida dat ze iedereen, 'ook mijn moeder en mijn broertje,' begint te vergeten. Het is voor de zoveelste keer dat het wereldbeeld van Louise kantelt: niets is er overgebleven van de paradijselijke jeugd.

Als de bevrijders het dorp naderen, is Louise gelouterd en vastbesloten, ook al is ze pas elf jaar. Ze gaat terug naar Den Haag, de stad die zij met haar vader in 1942 moest verla ten. 'Achterom kijken deed ik niet meer, ik keek vooruit. Mijn terugtocht begon,' luiden de laatste regels van de roman.

Het lied en de waarheid is daarvan de literaire verwerking. Na vele jaren heeft Helga Ruebsamen het aangedurfd om de koffers te openen met foto's, brieven, dagboeken, persoonsbewijzen met valse namen, een onvoltooid babyboek, aantekeningen op kladpa piertjes en de envelop met een handjevol as, 'het enige dat nog rest van de vurige liefdesbrieven'. Dat is het authentieke materiaal voor een prachtige roman waarvan het tweede deel niet snel genoeg kan komen.

Hosted by www.Geocities.ws

1