In De dansende kater maakte Helga Ruebsamen duidelijk wat de lezer te wachten stond: �Het is natuurlijk allemaal vergane glorie. Schoonheid onder spinrag en stof.' Voor Beer is teruggeldt dezelfde karakterisering, met dit verschil dat de vrouwen zich deze keer niet lijdzaam naar hun ondergang laten voeren. De vrouwen zijn assertiever geworden.
De mannen zijn, vrijwel zonder uitzondering, maar op een ding uit en thuis is het behelpen. Al op de eerste pagina's is het raak: �Nils kon niets meer van haar verdragen. Als hij niet kwaad was over haar drankgebruik, dan minachtte hij haar omdat ze te veel rookte, en als ze de sigaretten met moeite had afgezworen, dan vond hij dat ze te veel vrat. Haar gewicht en omvang mocht ze wel eens halveren, had hij haar zondagavond toegebeten, hij ging er nota bene tegen opzien naast zo'n mastodont in bed te schuiven.' Het zijn passages die in ieder verhaal van Beer is terug hadden kunnen staan.
In vroegere verhalen zouden de vrouwelijke personages alles doen om hun echtgenoot alsnog te behagen. In het drieluik waarmee de bundel opent, lijkt het daar inderdaad op. De vrouw, Dora, is zelfs bereid om voor een Journaal-presentatrice te spelen op wie haar man verkikkerd is. �Zal ik dan spelen dat ik Pia Dijkstra ben, die het nieuws voorleest en dat jij dan als inbreker vermomd de studio binnensluipt en mij van achteren bespringt?' Hoe diep kan een mens zinken, vraagt Dora zich af, en neemt zich voor �om een beetje avontuur in haar saaie leventje te blazen'.
Avontuur is zwak uitgedrukt, want wat alle vrouwen in de verhalenbundel bindt, is dat ze uit zijn op wraak. Ze hebben er hun redenen voor. Dora is haar hele huwelijksleven afgebekt door haar man en ook Mineke in een ander verhaal heeft zeventien jaar onder stress geleefd omdat ze �in alles met hem meeging en overal aan voldeed.' Een scholiere wordt op straat bedreigd door een man met tatoeages en een vrouw van middelbare leeftijd ziet toe hoe haar echtgenoot met iedereen het bed deelt. In de literaire wereld van Helga Ruebsamen is het nogal een losgeslagen bende.
Althans, in de verhalenbundels Op Scheveningen (1988), De dansende kater en nu Beer is terug. Hoe anders is Het lied en de waarheid (1997) dat werd genomineerd voor de Gouden Uil en de Libris Literatuur Prijs. Wat de verhalen niet hebben, is in haar magnum opus wel terug te vinden. In de autobiografische roman legt ze rekenschap af van wat ze heeft meege maakt. Haar leven is in drie delen samen te vatten: het paradijs, het vagevuur en de hel.
Vooral de onderduikperiode in het laatste gedeelte van Het lied en de waarheid maakte indruk. Het is in deze tijd dat haar vader, eens een romantische dromer die geloofde in de toekomst, zijn vertrouwen in de mensheid verliest. In die zin is hij verwant aan de vrouwen in de verhalenbundels, maar de literaire verwerking ervan is toch anders.
De roman is aangrijpend vanwege de dramatische gebeurtenissen die authentiek zijn. Maar wie de verhalen van Helga Ruebsamen leest, laat de gebeurtenissen aan zich voorbijtrekken zonder daar nu echt door gegrepen te worden. Het is allemaal verantwoord gedaan, daar niet van, er valt niets aan te merken op de compositie, de dialogen en de overpeinzingen van de persona ges, maar daar blijft het bij.
Misschien komt het wel omdat de wraakgedachten iets te extreem zijn aangezet. Dat geldt zeker voor het afsluitende verhaal waarin een vrouw in een denkbeeldig gesprek met haar overspelige vriendin besluit een einde aan het leven te maken. �Het is voor mij finito. Voorbij. Het komt heus niet iedere dag voor dat een sterveling even in het Grote Boek mag loeren, een glimpje misschien van de eeuwigheid mag zien.'
Evenmin erg geloofwaardig zijn de lotgevallen van de vrouw Mineke die door een vrouwelijke hijger wordt lastiggevallen. Kun je verslaafd raken aan anonieme telefoongesprekken? Dag en nacht meldt de stem zich met �verrukkelijke zinspelingen op verboden genietingen, er waren afwisselend serene, dan weer smerige fluisterwoordjes en het allermooiste was dat dit alles scheen voor te komen uit blinde adoratie voor Mineke.' De lezer ziet het aan.
Enigszins absurdistisch is het titelverhaal over een vrouw die uit het asiel een hond haalt die voor haar de reincarnatie is van haar echtgenoot. Zij heeft haar man zes jaar eerder vergiftigd. �Toen B. zijn mensengedaante nog had, was hij een onbetrouwbare hond.' Onbetrouwbaar is hij tegenwoordig niet meer, in alles is hij het tegenovergestelde van vroeger. Alle honden zijn overigens �voormalige schurken, spitsboeven en klojo's' die gedoemd zijn hun schuld in te lossen door de mensheid te dienen en te vermaken. In het park houdt de vrouw haar hond kort aangelijnd. �Wie zegt mij dat hier niet zijn vele vroegere vriendinnen als hond rondlopen om hun karma te voltooien? Bijvoorbeeld zij daar, die vrolijke roodharige bedriegster, nu een onweerstaanbare golden retriever.
' Nee, de lezer kan er maar niet van onder de indruk raken, hoe aardig de verhalen ook naar een onvoorspelbare plot zijn geschreven. Helga Ruebsamen tart het uithoudingsvermogen van de lezer wel als ze voor de zoveelste keer een vrouw laat denken aan de vele onaangename momenten uit haar huwelijksleven. �Hoe zij de sobere avondmaaltijd stond te bereiden en Cornelis haar zachtjes van achteren benaderde, haar als een paard neerzette zodat haar kinne bak zowat op het aanrecht klapte, haar corselet naar beneden scheurde, dat hij achteloos op haar enkels liet hangen, en haar nam.'
Het is, hoe zal ik het zeggen, wel erg veel van hetzelfde. Altijd maar weer die verlopen, drankzuchtige vrouwen met overspelige en hitserige echtgenotes. Het zijn inwisselbare personages die de bundel bevolken. De sleur van de verlepte huwelijken hangt als een doem over de verhalen. Ze willen maar niet tot leven komen.
Helga Ruebsamen �Beer is terug'. 232 blz. Uitgeverij Contact. Prijs: 32,90.