|
Auteur |
|
|
|
|
|
|
|
|
Trouw, 13 mei 2000 |
|
|
|
|
|
De gynaecoloog praat ondertussen over golf |
|
|
|
|
|
Afra
Botman |
|
|
|
|
|
Wie
met het boek 'De gelukkige huisvrouw' van Heleen van Royen rondloopt, krijgt
aanspraak. 'Mag ik het
lenen als je het uit hebt?' 'En, hoe is het?', meestal met een klein
glimlachje. Want de drukinkt is amper droog, maar het boek is al beroemd. 'De
gelukkige huisvrouw' wekt opwinding. Al weken voor het boek in de winkel lag,
liet de slimme uitgever Vassallucci (onder meer Lulu Wang) weten dat de
rechten voor een mooi bedrag waren verkocht aan een Engelse uitgeverij, met
als bestemming de Duitse markt. Dat sloeg in; een boek van een Nederlandse
schrijfster van wie nooit iemand had gehoord, gooide hoge ogen in het
buitenland. Is het zó goed? Nou, het gaat over seks, onthulde de uitgever.
Over een huisvrouw die zich iedere dag 'laat nemen' door haar rijke man,
omdat hij een kind van haar wil. De pr deed de rest van het werk met een
aantrekkelijke jonge schrijfster, die in interviews vertelt dat delen van het
boek autobiografisch zijn. Aangezien ze is getrouwd met Ton van Royen,
tv-verslaggever bij SBS, vooral bekend van zijn opgewonden geschreeuw, wil je
meer weten. Nu komt een
tegenvaller; hitsig is het boek niet echt. Bij vlagen (deze uitdrukking is
letterlijk bedoeld, Van Royen schreef een deel van het boek tijdens een
psychose) leest het lekker weg. Vooral het eerste deel over de zwangerschap
en de bevalling zijn spannend. Dat de bevalling begint terwijl het echtpaar
een 'pornotje' kijkt, waarbij de echtgenoot zichzelf aan zijn gerief helpt
(Harry heeft intussen grote Harry uit zijn broek gehaald') ach, daar komt de
lezer nog wel doorheen. Wat volgt is
een bevallingsverhaal waar het bloed van afdruipt en waarin alle betrokkenen
op hun nummer worden gezet; de echtgenoot met het eeuwige washandje en zijn
videocamera ('heb je make-up bij je? Je ziet erg witjes'), de vroedvrouw met
haar baarkruk en het gedram over 'natuurlijk bevallen', de gynaecoloog die
met de aanstaande vader over golf praat, de schoonmoeder die na de
uitputtingsslag binnenzeilt en haar vleesboom ter sprake brengt. Het
beschrijft platvloers maar effectief de ellende, de eenzaamheid en de pijn
van een kraamvrouw. Die passage is geschikt om op te nemen in een boek voor
zwangere vrouwen, inclusief haar opmerking tegen de hechtende gynaecoloog:
,,Geniet er maar van Maurice. Duik vanavond lekker op je vrouw en denk dan
vooral niet aan mij.'' Het kind is gezond,
maar de kraamvrouw krijgt een psychose. Ook dat is adembenemend beschreven;
het heen en weer schakelen tussen waan en werkelijkheid, het zien van tekens,
het krijgen van opdrachten en haar pogingen de baby te doden. Daarna, en dan
zijn we nog niet eens halverwege, blijft het boek hangen. Wat Van Royen te
vertellen had, is op. De sessies met de psychiater, haar verblijf in de
kliniek, de ruzies met de artsen, de kern van het boek (een combinatie van
vader en oorlog, meer onthullingen volgen hier niet, want dan is echt alles
uit het boek weggegeven); het haalt niet eens het niveau van Goede Tijden
Slechte Tijden. Blijft de
vraag; wat zien de Engelsen er toch in? Zouden ze een te goede vertaling
hebben gekregen? |
|