Niet voor zwangere vrouwen


PETER VAN BRUMMELEN

Vandaag verschijnt De gelukkige huisvrouw, het romandebuut van Heleen van Royen. Na Lulu Wang lijkt ze de tweede bestsellerauteur van uitgeverij Vassalluci te worden. De rechten voor The happy housewife en Die glückliche Hausfrau zijn reeds verkocht. 'Ik had geen zin om een boek te schrijven waar niets mee gebeurt. Dat je in de winkel komt te liggen en dat er - Van Royen, je wordt bedankt - verder geen hond naar omkijkt.'

HET IS een interessante site, dat www.degelukkigehuisvrouw.nl, waar de laatste tijd zoveel mee wordt geadverteerd. Kruip achter de computer en treed binnen in de wereld van Heleen van Royen. Klik op bijvoorbeeld een stel rubber handschoenen, een setje vingerhoedjes of een wc-ontstopper en er worden vragen beantwoord die u zelf nooit had kunnen verzinnen. Naast informatie over Heleen van Royens debuutroman De gelukkige huisvrouw vinden we vooral informatie over de schrijfster zelf.

Lees mee: 'In Heleens ouderlijk huis is het motto: wie iets wil, zal er voor moeten werken. Op 15-jarige leeftijd wil Heleen contactlenzen. Ze richt met haar vriendje Hans de 'Hans & Heleen Klussendienst' op. Hans en Heleen repareren bellen, doen oppaswerk (onder andere bij de kinderen van de directeur van Aula West recht boven het mortuarium) en brengen folders rond (van Aula West). Daarvan heeft Heleen nog weken groene vingers. Ze schaft contactlenzen aan.'

Haar hobby's? Telefoneren, schrijven, computers, (disco)dansen en fitness. We leren verder dat ze getrouwd is met voormalig AT5-coryfee en huidig SBS6-verslaggever Ton van Royen en twee kinderen heeft. Onder het kopje 'werk' staat dat ze, voor ze besloot schrijfster te worden, als journaliste schreef voor onder meer Yes, Marie Claire, Hello Baby Magazine en Het Bierblad. Op de website is echt alles te vinden over Heleen van Royen, tot aan haar eindexamencijfers van de middelbare school toe. Vwo deed ze, een typisch A-pakket. Laagste eindcijfer een 7, hoogste een 9, het is maar dat u het weet.

Waarom ze die rapportcijfers op internet heeft gezet? Heleen van Royen, halverwege de dertig, donkere ogen, hese stem, moet er zelf ook wel om lachen. 'Het is een beetje kinderachtig, hè. Maar ik dacht: dit is mijn kans om te laten zien wat ik op dat vwo heb gedaan. Zes jaar lang werk je je kapot voor zo'n diploma, maar nooit vraagt iemand wat voor cijfers je toen hebt gehaald. Ik had net zo goed met zeven zessen kunnen slagen. Dit is mijn genoegdoening.'

Het kan nog van pas komen, dat talenpakket. Een Duitse en een Engelse uitgave van De gelukkige huisvrouw staan op stapel en daar hoort tezijnertijd natuurlijk ook promotie bij. 'Dat Engels zal geen probleem zijn,' zegt Van Royen, 'Duits ligt moeilijker. Ik kan het verstaan, maar spreken... Ich weiss es nicht. Gelukkig heb ik nog alle tijd om het op te halen. Die glückliche Hausfrau verschijnt pas in 2001. Voor die tijd gooi ik er nog wel even een LOI-cursusje tegenaan.'

Vassallucci strikes again! Na Lulu Wang lijkt Heleen van Royen de tweede bestsellerauteur van de Amsterdamse uitgeverij te gaan worden. Net als indertijd met Wangs debuut Het lelietheater werd ook De gelukkige huivrouw voor verschijnen al doorverkocht aan het buitenland. Op de London Book Fair betaalde Het gerenommeerde uitgevershuis Rowohlt (niet minder dan veertien Nobelrpijswinnaars in het fonds) een voorschot van 250.000 gulden voor de Duitse rechten. Men bood op slechts enkele in het Engels vertaalde hoofdstukken. Onlangs volgde het Engelse Virago. Wat die ook al zo respectabele Engelse uitgeverij neertelde voor De gelukkige huisvrouw willen van Royen en Vassallucci niet kwijt. Al dat gepraat over geld zou de aandacht maar van het boek zelf afleiden.

HET BOEK zelf, ja. Over een kakmadam uit Aerdenhout gaat het. Ze heet Lea, is 31 jaar en getrouwd met Harry, die in 'het vastgoed' zit. Lea heeft geen idee wat dat is, maar het levert genoeg op om een aangenaam leventje van te leiden. Maar Harry wil een kind.

De bevalling ('met de tang') is al een ramp, daarna volgt ook nog eens een postnatale psychose (ook altijd gedacht dat de mogelijkheden op dat gebied ophielden bij een postnatale depressie?). Nadat ze de baby heeft weggestopt in een doos op zolder, volgt opname in een psychiatrische inrichting. Isoleercel, zware medicijnen, toestanden. Maar ze komt er weer bovenop. Society-psychiater Beau van Kooten brengt boven waar het allemaal vandaan komt: de onverwerkte zelfmoord van haar vader toen ze nog maar een kind was. Zoals gebruikelijk in deze hoek van de literatuur putte de schrijfster van De gelukkige huisvrouw rijkelijk uit haar eigen leven.

'Maar voor alle duidelijkheid: Harry is dus niet Ton,' zegt Heleen van Royen heel gediceerd. Want die Harry is een ongelooflijke lul (op het moment dat zijn vrouw op bevallen staat, zit hij zich af te trekken bij een Tiroler seksfilm) en Ton is juist de liefste man van de wereld. Op de allerlaatste bladzijde van De gelukkige huisvrouw staat een gedichtje: 'Sommige mensen geloven in God / Ik geloof in Ton / Hij bestaat echt / Ton is mijn man.'

Meneer van Royen had het aanvankelijk een beetje moeilijk met het boek van zijn vrouw. Zo'n postnatale psychose overkwam ook zijn Heleen en moest nou echt iedereen dat weten? 'Nu heeft hij er vrede mee dat ik het allemaal heb opgeschreven. Waarom zou je hier ook over zwijgen? Als ik kanker zou hebben gehad, zou ik het ook vertellen. Ik ga met dit boek met de billen bloot, ja. Dat is eng, maar het is wel waar: ik ben letterlijk gek geweest. En Ton is nu hartstikke trots op mijn boek. Hij wordt woest op iedereen die er ook maar iets op heeft aan te merken. Typisch Ton.'

De familie van Royen bewoont een eengezinswoning aan de buitenkant van Amstelveen. Meubels van Ikea, speelgoed door het hele huis, en om het plaatje compleet te maken: een vrolijk kwispelende New Foundlander, een weliswaar niet geheel raszuiver geval. Heleen van Royen weigert om voor de fotograaf te poseren aan het aanrecht. 'Als ik een boek had geschreven dat De gelukkige schoorsteenveger zou heten, zou ik dan nu het dak op moeten?' En bovendien: we moeten goed begrijpen dat die titel ironisch is bedoeld. Die Lea is allesbehalve een gelukkige huisvrouw. Ze is gelukkig met het leventje dat ze leidt tot Harry junior wordt geboren.

Heleen van Royen vat samen: 'Dit is dus geen Libelle-boek vol roze wolken en lieve kindergeluidjes.' Het compromis met de fotograaf is dat ze poseert in huisvrouwenschort, maar dat ze tegelijkertijd (net als de moeder van Lea in een bepaalde passage in De gelukkige huisvrouw) wel een mes in de handen houdt.

De gelukkige huisvrouw dient ver uit de buurt te worden gehouden van vrouwen die in verwachting zijn (zelfs vrouwen die alleen maar denken over een kindje kunnen er beter niet aan beginnen). Ter illustratie een citaat: 'Ik leek een dier toen ik zwanger was. Ik kan even niet op de naam komen, maar het is er zo een dat ze proberen weg te duwen als hij per ongeluk op het strand belandt. Ik hield zo veel vocht vast dat de buren klaagden over het klotsen.' En dan moet de bevalling zelf nog komen.

Heeft u dat ook wel eens, dat u tijdens het zappen plotseling belandt in een heel enge operatie en dan niet weet hoe snel u weer door moet naar een andere zender? U gaat het nog zwaar krijgen bij het ter wereld komen van Harry junior in De gelukkige huisvrouw: ' 'Knijp die tang dicht!' schreeuwde ik. Ik meende het. Hij mocht het hoofdje vermorzelen. Hij mocht het helemaal fijnknijpen en en het eruit trekken.'

De toon van De gelukkige huisvrouw is bepaald grof, soms zelfs agressief. Een vagina heet in het gunstigste geval 'een doos', er wordt aan de lopende band gevloekt en gescholden, kots, poep en pies zijn ruim vertegenwoordigd.

Heleen van Royen wijt het aan de bladen waar zij als journaliste voor werkte. De lezeressen van de dames- en meisjesbladen waarin zij publiceerde stelden grove taal geenszins op prijs. Zo werd Van Royen door lezers van haar column in het blad Groter Groeien er op gewezen wel erg scheutig te zijn met woorden als piemeltje en spleetje. 'In die bladen gaat alles heel verhuld. Bij alles wat je schrijft moet je voortdurende rekening houden met de doelgroep. Bij het schrijven van mijn boek hoefde ik dat eindelijk eens niet. Héérlijk. Hoe vaak zeggen mensen in het dagelijks leven wel niet: kút! Ik vind het onzin om dat in een boek dan niet te doen.'

In De gelukkige huisvrouw gaat het repertoire evenwel aanzienlijk verder. De schrijfster heeft er studie van gemaakt: 'Toen ik begon, heb ik meteen een bargoens woordenboek aangeschaft. Daar vind je echt prachtige dingen in.' Ze vond het leuk om zo grof uit de hoek te komen. Soms voelde ze zich zelfs een vrouwelijke Youp van 't Hek. 'Maar dan wel de oude Van 't Hek, hè. Hij is tegenwoordig een stuk milder dan voorheen.'

HET SCHRIJVEN van haar debuut deed ze in de prettige wetenschap dat Vassallucci het ook echt zou uitgeven. Met slechts twee hoofdstukken (die uiteindelijk nog zouden sneuvelen ook) meldde ze zich bij Vassallucci-baas Oscar van Gelderen. Hij was meteen geïnteresseerd. Waarom ze bij Vassalucci had aangeklopt? 'Ik vond dat hun boeken er altijd zo mooi uitzagen.' En meer niet? 'Ik had ook gehoord dat ze hun auteurs heel goed begeleiden.' En dat Vassalluci een reputatie heeft in het creëren van hypes speelde geen rol? 'Bij Vassallucci weten ze hoe je boeken moet verkopen. Ik had geen zin om een boek te schrijven waar niets mee gebeurt. Dat je in de winkel komt te liggen en dat er - Van Royen, je wordt bedankt - verder geen hond naar omkijkt. Ik wil dus wel dat dit boek ook echt wordt gelezen.'

Een strategie voor de promotie van haar boek is volgens Van Royen niet opgesteld. 'Oscar zal ongetwijfeld zo zijn verkoopstrategie hebben, maar ik ben volkomen vrij in mijn doen en laten. Ik heb ook geen mediatraining gehad of zo. We hebben het er over gehad dat ik ongetwijfeld vragen ga krijgen in hoeverre dit boek autobiografisch is. Maar Oscar zei alleen: het is jouw boek, dus jij moet ook beslissen in hoeverre je daarop wilt ingaan.'

Die foto op de achterflap van De gelukkige huisvrouw, waarop de schrijfster poseert als verleidelijke Hollywood-vamp, compleet met nadrukkelijk decolleté, was dat wellicht een idee van de uitgever? Ook niet. 'Heb ik zelf verzonnen. Is toch hartstikke leuk om een keer zo op de foto te gaan? Een echte glamourfoto is het, hè? De mensen moesten eens weten. Toen ik bezig was met schrijven zat ik gewoon in mijn joggingpak achter de computer.'

De bevalling van haar eigen kinderen verliep probleemloos. Maar psychotisch is Heleen van Royen als gezegd wel degelijk geweest. Twee keer zelfs, meteen na de geboorte van haar eerste kind en nog eens vorig jaar, volkomen onverwacht, tijdens het schrijven van De gelukkige huisvrouw. Het wroeten in haar verleden, in het bijzonder waar het haar vader betrof (net als de vader van Lea maakte hij zelf een einde aan zijn leven), liet haar bepaald niet onberoerd. 'Ton wist niet wat hem overkwam. Bij die tweede keer was hij ook nog eens net van AT5 overgestapt naar Net5. Zat ik in de kamer, zei hij: 'Wat ben je aan het doen?' Zei ik: 'tv-kijken'. Ik was er van overtuigd dat ik naar dat programma van Ischa Meijer zat te kijken. Zei Ton: 'Maar schat, de televisie staat helemaal niet aan'. Hij had gelijk. Ja, dan schrik je wel even.'

Het werd nog erger. Een tijdje zelfs had de schrijfster Jezus-aspiraties. 'Niet dat ik dacht dat ik Jezus zelf was, maar wel dat ik de mensheid verlossing kon brengen. Ik moest de liefde gaan prediken.' Orap heet het medicijn dat haar waanideeën er onder wist te krijgen. 'Ik zie geen wezenlijk verschil tussen mij en iemand die aan bijvoorbeeld suikerziekte lijdt,' zegt ze nuchter. 'Ik lijd aan een bepaalde ziekte en die ziekte kun je tegengaan met medicijnen. Ik zou niet weten waar ik me voor zou moeten schamen.'

Dat De gelukkige huisvrouw een verkoopsucces zal worden, staat eigenlijk al vast. Voor de literaire kritiek zegt ze niet bang te zijn. 'Ik had het nooit gezien, maar toen ik aan het schrijven was, zei Ton: 'Je moet eens kijken naar dat boekenprogramma van Michaël Zeeman. Die keer bespraken ze De passievrucht van Karel Glastra van Loon, dat toen de Generale Bank-literatuurprijs had gewonnen. Bij Zeeman werd het niettemin volledig de grond in geboord. Het was alleen maar een plotje, de personages waren niet goed uitgewerkt... Toen ben ik wel geschrokken. Zo van: Jeetje, hoe zit dat eigenlijk met mijn personages? Oh God, straks laten ze van mij helemaal geen spaan heel! Maar dat gevoel duurde maar heel kort, hoor. Ik heb mijn boek niet geschreven voor de recensenten, dit is voor de mensen. En die mogen het gewoon lekker in bed lezen.'


© Het Parool, 21 april 2000

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Hosted by www.Geocities.ws

1