|
|
|
|
|||
|
|
Vandaag verschijnt De gelukkige huisvrouw, het romandebuut van Heleen van Royen.
Na Lulu Wang lijkt ze de tweede bestsellerauteur van uitgeverij Vassalluci te
worden. De rechten voor The happy housewife en Die glückliche Hausfrau zijn
reeds verkocht. 'Ik had geen zin om een boek te schrijven waar niets mee
gebeurt. Dat je in de winkel komt te liggen en dat er - Van Royen, je wordt
bedankt - verder geen hond naar omkijkt.' HET IS een interessante site, dat www.degelukkigehuisvrouw.nl, waar de
laatste tijd zoveel mee wordt geadverteerd. Kruip achter de computer en treed
binnen in de wereld van Heleen van Royen. Klik op bijvoorbeeld een stel
rubber handschoenen, een setje vingerhoedjes of een wc-ontstopper en er
worden vragen beantwoord die u zelf nooit had kunnen verzinnen. Naast
informatie over Heleen van Royens debuutroman De gelukkige huisvrouw vinden
we vooral informatie over de schrijfster zelf. Lees mee: 'In Heleens ouderlijk huis is het motto: wie iets wil, zal er
voor moeten werken. Op 15-jarige leeftijd wil Heleen contactlenzen. Ze richt
met haar vriendje Hans de 'Hans & Heleen Klussendienst' op. Hans en
Heleen repareren bellen, doen oppaswerk (onder andere bij de kinderen van de
directeur van Aula West recht boven het mortuarium) en brengen folders rond
(van Aula West). Daarvan heeft Heleen nog weken groene vingers. Ze schaft
contactlenzen aan.' Haar hobby's? Telefoneren, schrijven, computers, (disco)dansen en fitness.
We leren verder dat ze getrouwd is met voormalig AT5-coryfee en huidig
SBS6-verslaggever Ton van Royen en twee kinderen heeft. Onder het kopje
'werk' staat dat ze, voor ze besloot schrijfster te worden, als journaliste
schreef voor onder meer Yes, Marie Claire, Hello Baby Magazine en Het
Bierblad. Op de website is echt alles te vinden over Heleen van Royen, tot
aan haar eindexamencijfers van de middelbare school toe. Vwo deed ze, een
typisch A-pakket. Laagste eindcijfer een 7, hoogste een 9, het is maar dat u
het weet. Waarom ze die rapportcijfers op internet heeft gezet? Heleen van Royen,
halverwege de dertig, donkere ogen, hese stem, moet er zelf ook wel om
lachen. 'Het is een beetje kinderachtig, hè. Maar ik dacht: dit is mijn kans
om te laten zien wat ik op dat vwo heb gedaan. Zes jaar lang werk je je kapot
voor zo'n diploma, maar nooit vraagt iemand wat voor cijfers je toen hebt
gehaald. Ik had net zo goed met zeven zessen kunnen slagen. Dit is mijn
genoegdoening.' Het kan nog van pas komen, dat talenpakket. Een Duitse en een Engelse
uitgave van De gelukkige huisvrouw staan op stapel en daar hoort tezijnertijd
natuurlijk ook promotie bij. 'Dat Engels zal geen probleem zijn,' zegt Van
Royen, 'Duits ligt moeilijker. Ik kan het verstaan, maar spreken... Ich weiss
es nicht. Gelukkig heb ik nog alle tijd om het op te halen. Die glückliche
Hausfrau verschijnt pas in 2001. Voor die tijd gooi ik er nog wel even een
LOI-cursusje tegenaan.' Vassallucci strikes
again! Na Lulu Wang lijkt Heleen van Royen de tweede bestsellerauteur
van de Amsterdamse uitgeverij te gaan worden. Net als indertijd met Wangs
debuut Het lelietheater werd ook De gelukkige huivrouw voor verschijnen al
doorverkocht aan het buitenland. Op de London Book Fair betaalde Het
gerenommeerde uitgevershuis Rowohlt (niet minder dan veertien
Nobelrpijswinnaars in het fonds) een voorschot van 250.000 gulden voor de
Duitse rechten. Men bood op slechts enkele in het Engels vertaalde
hoofdstukken. Onlangs volgde het Engelse Virago. Wat die ook al zo
respectabele Engelse uitgeverij neertelde voor De gelukkige huisvrouw willen
van Royen en Vassallucci niet kwijt. Al dat gepraat over geld zou de aandacht
maar van het boek zelf afleiden. HET BOEK zelf, ja. Over een kakmadam uit Aerdenhout gaat het. Ze heet Lea,
is 31 jaar en getrouwd met Harry, die in 'het vastgoed' zit. Lea heeft geen
idee wat dat is, maar het levert genoeg op om een aangenaam leventje van te
leiden. Maar Harry wil een kind. De bevalling ('met de tang') is al een ramp, daarna volgt ook nog eens een
postnatale psychose (ook altijd gedacht dat de mogelijkheden op dat gebied
ophielden bij een postnatale depressie?). Nadat ze de baby heeft weggestopt
in een doos op zolder, volgt opname in een psychiatrische inrichting.
Isoleercel, zware medicijnen, toestanden. Maar ze komt er weer bovenop.
Society-psychiater Beau van Kooten brengt boven waar het allemaal vandaan
komt: de onverwerkte zelfmoord van haar vader toen ze nog maar een kind was.
Zoals gebruikelijk in deze hoek van de literatuur putte de schrijfster van De
gelukkige huisvrouw rijkelijk uit haar eigen leven. 'Maar voor alle duidelijkheid: Harry is dus niet Ton,' zegt Heleen van
Royen heel gediceerd. Want die Harry is een ongelooflijke lul (op het moment
dat zijn vrouw op bevallen staat, zit hij zich af te trekken bij een Tiroler
seksfilm) en Ton is juist de liefste man van de wereld. Op de allerlaatste
bladzijde van De gelukkige huisvrouw staat een gedichtje: 'Sommige mensen
geloven in God / Ik geloof in Ton / Hij bestaat echt / Ton is mijn man.' Meneer van Royen had het aanvankelijk een beetje moeilijk met het boek van
zijn vrouw. Zo'n postnatale psychose overkwam ook zijn Heleen en moest nou echt
iedereen dat weten? 'Nu heeft hij er vrede mee dat ik het allemaal heb
opgeschreven. Waarom zou je hier ook over zwijgen? Als ik kanker zou hebben
gehad, zou ik het ook vertellen. Ik ga met dit boek met de billen bloot, ja.
Dat is eng, maar het is wel waar: ik ben letterlijk gek geweest. En Ton is nu
hartstikke trots op mijn boek. Hij wordt woest op iedereen die er ook maar
iets op heeft aan te merken. Typisch Ton.' De familie van Royen bewoont een eengezinswoning aan de buitenkant van
Amstelveen. Meubels van Ikea, speelgoed door het hele huis, en om het plaatje
compleet te maken: een vrolijk kwispelende New Foundlander, een weliswaar
niet geheel raszuiver geval. Heleen van Royen weigert om voor de fotograaf te
poseren aan het aanrecht. 'Als ik een boek had geschreven dat De gelukkige
schoorsteenveger zou heten, zou ik dan nu het dak op moeten?' En bovendien:
we moeten goed begrijpen dat die titel ironisch is bedoeld. Die Lea is
allesbehalve een gelukkige huisvrouw. Ze is gelukkig met het leventje dat ze
leidt tot Harry junior wordt geboren. Heleen van Royen vat samen: 'Dit is dus geen Libelle-boek vol roze wolken
en lieve kindergeluidjes.' Het compromis met de fotograaf is dat ze poseert
in huisvrouwenschort, maar dat ze tegelijkertijd (net als de moeder van Lea
in een bepaalde passage in De gelukkige huisvrouw) wel een mes in de handen
houdt. De gelukkige huisvrouw dient ver uit de buurt te worden gehouden van
vrouwen die in verwachting zijn (zelfs vrouwen die alleen maar denken over
een kindje kunnen er beter niet aan beginnen). Ter illustratie een citaat:
'Ik leek een dier toen ik zwanger was. Ik kan even niet op de naam komen,
maar het is er zo een dat ze proberen weg te duwen als hij per ongeluk op het
strand belandt. Ik hield zo veel vocht vast dat de buren klaagden over het
klotsen.' En dan moet de bevalling zelf nog komen. Heeft u dat ook wel eens, dat u tijdens het zappen plotseling belandt in
een heel enge operatie en dan niet weet hoe snel u weer door moet naar een
andere zender? U gaat het nog zwaar krijgen bij het ter wereld komen van
Harry junior in De gelukkige huisvrouw: ' 'Knijp die tang dicht!' schreeuwde
ik. Ik meende het. Hij mocht het hoofdje vermorzelen. Hij mocht het helemaal
fijnknijpen en en het eruit trekken.' De toon van De gelukkige huisvrouw is bepaald grof, soms zelfs agressief.
Een vagina heet in het gunstigste geval 'een doos', er wordt aan de lopende
band gevloekt en gescholden, kots, poep en pies zijn ruim vertegenwoordigd. Heleen van Royen wijt het aan de bladen waar zij als journaliste voor
werkte. De lezeressen van de dames- en meisjesbladen waarin zij publiceerde
stelden grove taal geenszins op prijs. Zo werd Van Royen door lezers van haar
column in het blad Groter Groeien er op gewezen wel erg scheutig te zijn met woorden
als piemeltje en spleetje. 'In die bladen gaat alles heel verhuld. Bij alles
wat je schrijft moet je voortdurende rekening houden met de doelgroep. Bij
het schrijven van mijn boek hoefde ik dat eindelijk eens niet. Héérlijk. Hoe
vaak zeggen mensen in het dagelijks leven wel niet: kút! Ik vind het onzin om
dat in een boek dan niet te doen.' In De gelukkige huisvrouw gaat het repertoire evenwel aanzienlijk verder.
De schrijfster heeft er studie van gemaakt: 'Toen ik begon, heb ik meteen een
bargoens woordenboek aangeschaft. Daar vind je echt prachtige dingen in.' Ze
vond het leuk om zo grof uit de hoek te komen. Soms voelde ze zich zelfs een
vrouwelijke Youp van 't Hek. 'Maar dan wel de oude Van 't Hek, hè. Hij is
tegenwoordig een stuk milder dan voorheen.' HET SCHRIJVEN van haar debuut deed ze in de prettige wetenschap dat
Vassallucci het ook echt zou uitgeven. Met slechts twee hoofdstukken (die
uiteindelijk nog zouden sneuvelen ook) meldde ze zich bij Vassallucci-baas
Oscar van Gelderen. Hij was meteen geïnteresseerd. Waarom ze bij Vassalucci
had aangeklopt? 'Ik vond dat hun boeken er altijd zo mooi uitzagen.' En meer
niet? 'Ik had ook gehoord dat ze hun auteurs heel goed begeleiden.' En dat
Vassalluci een reputatie heeft in het creëren van hypes speelde geen rol?
'Bij Vassallucci weten ze hoe je boeken moet verkopen. Ik had geen zin om een
boek te schrijven waar niets mee gebeurt. Dat je in de winkel komt te liggen
en dat er - Van Royen, je wordt bedankt - verder geen hond naar omkijkt. Ik
wil dus wel dat dit boek ook echt wordt gelezen.' Een strategie voor de promotie van haar boek is volgens Van Royen niet
opgesteld. 'Oscar zal ongetwijfeld zo zijn verkoopstrategie hebben, maar ik
ben volkomen vrij in mijn doen en laten. Ik heb ook geen mediatraining gehad
of zo. We hebben het er over gehad dat ik ongetwijfeld vragen ga krijgen in
hoeverre dit boek autobiografisch is. Maar Oscar zei alleen: het is jouw
boek, dus jij moet ook beslissen in hoeverre je daarop wilt ingaan.' Die foto op de achterflap van De gelukkige huisvrouw, waarop de
schrijfster poseert als verleidelijke Hollywood-vamp, compleet met
nadrukkelijk decolleté, was dat wellicht een idee van de uitgever? Ook niet.
'Heb ik zelf verzonnen. Is toch hartstikke leuk om een keer zo op de foto te
gaan? Een echte glamourfoto is het, hè? De mensen moesten eens weten. Toen ik
bezig was met schrijven zat ik gewoon in mijn joggingpak achter de computer.'
De bevalling van haar eigen kinderen verliep probleemloos. Maar
psychotisch is Heleen van Royen als gezegd wel degelijk geweest. Twee keer
zelfs, meteen na de geboorte van haar eerste kind en nog eens vorig jaar,
volkomen onverwacht, tijdens het schrijven van De gelukkige huisvrouw. Het
wroeten in haar verleden, in het bijzonder waar het haar vader betrof (net
als de vader van Lea maakte hij zelf een einde aan zijn leven), liet haar
bepaald niet onberoerd. 'Ton wist niet wat hem overkwam. Bij die tweede keer
was hij ook nog eens net van AT5 overgestapt naar Net5. Zat ik in de kamer,
zei hij: 'Wat ben je aan het doen?' Zei ik: 'tv-kijken'. Ik was er van
overtuigd dat ik naar dat programma van Ischa Meijer zat te kijken. Zei Ton:
'Maar schat, de televisie staat helemaal niet aan'. Hij had gelijk. Ja, dan
schrik je wel even.' Het werd nog erger. Een tijdje zelfs had de schrijfster Jezus-aspiraties.
'Niet dat ik dacht dat ik Jezus zelf was, maar wel dat ik de mensheid
verlossing kon brengen. Ik moest de liefde gaan prediken.' Orap heet het
medicijn dat haar waanideeën er onder wist te krijgen. 'Ik zie geen wezenlijk
verschil tussen mij en iemand die aan bijvoorbeeld suikerziekte lijdt,' zegt
ze nuchter. 'Ik lijd aan een bepaalde ziekte en die ziekte kun je tegengaan
met medicijnen. Ik zou niet weten waar ik me voor zou moeten schamen.' Dat De gelukkige huisvrouw een verkoopsucces
zal worden, staat eigenlijk al vast. Voor de literaire kritiek zegt ze niet
bang te zijn. 'Ik had het nooit gezien, maar toen ik aan het schrijven was,
zei Ton: 'Je moet eens kijken naar dat boekenprogramma van Michaël Zeeman.
Die keer bespraken ze De passievrucht van Karel Glastra van Loon, dat toen de
Generale Bank-literatuurprijs had gewonnen. Bij Zeeman werd het niettemin
volledig de grond in geboord. Het was alleen maar een plotje, de personages
waren niet goed uitgewerkt... Toen ben ik wel geschrokken. Zo van: Jeetje,
hoe zit dat eigenlijk met mijn personages? Oh God, straks laten ze van mij
helemaal geen spaan heel! Maar dat gevoel duurde maar heel kort, hoor. Ik heb
mijn boek niet geschreven voor de recensenten, dit is voor de mensen. En die
mogen het gewoon lekker in bed lezen.' |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|