Trouw, 2 april 2005

Daisy is een ontwapenende
kletskous
Bas Maliepaard
Dit voorjaar presenteerde uitgeverij Pimento
de eerste prospectus van haar nieuwe
kinderboekenfonds. Tussen een handvol veilige, bekende namen uit Nederland,
zoals Harmen van Straaten
en Gitte Spee, springt één
boek er uit: het vertaalde debuut 'Hoe ik nu leef' van Meg
Rosoff.
Pimento maakt er veel ophef van, maar dat is dit droogkomische verhaal
dan ook waard. Vooral vanwege Rosoffs stijl.
In
het eerste deel van het boek gebruikt ze nauwelijks interpunctie en vlecht ze
zinnen van soms wel zeven of acht regels lang. Het is even wennen, maar na twee
hoofdstukken heeft het effect: je valt onherroepelijk voor de hoofdpersoon Daisy, die het hele boek door zo ontwapenend tegen je aan
zit te kletsen.
Wat
Daisy vertelt is niet mis. Van haar stiefmoeder moet
ze weg uit New York om op het Engelse platteland te
gaan wonen, bij een tante en haar kinderen. Ze wordt meteen hevig verliefd op
haar neef Edmond, en hij op haar.
Als
tante voor een congres naar Oslo vertrekt, breekt er oorlog uit in Engeland. Daisy en Edmond worden
ondergebracht bij gezinnen elders in het land, en
gescheiden. Samen met haar nichtje Piper is Daisy vastbesloten Edmond en de
anderen terug te vinden.
Daisy blijft het hele boek door geestig en vol zelfspot verslag doen,
ook als ze heftige oorlogstaferelen beschrijft. Haar bijdehante opmerkingen
krijgen dan iets wrangs en aandoenlijks: dat is haar manier om zichzelf staande
te houden.
Het tweede, kortere deel van het boek speelt jaren later. Daisy schrijft dan als jongvolwassen vrouw haar gedachten op, en dat doet ze een stuk gestructureerder. Het verhaal verliest daardoor die oprechte sfeer van het eerste deel en dreigt sentimenteel te worden. Dat is jammer, want 'Hoe ik nu leef' moet het hebben van de verteltrant. Wát er verteld wordt, is niet erg origineel.