NRC Handelsblad, 18
november 2005

Lydia Roods meisje
dendert over je heen
Lydia Rood: Sprong in de leegte, 13+, Leopold, 232 blz. EUR14,95
Monique Snoeijen
`Dit is het relaas van Cornélie Vergouwe [...]', schrijft Lydia
Rood in het nawoord van Sprong in de leegte. `Ik heb er niets aan veranderd,
alleen wat leestekens toegevoegd waar dat nodig was.' Was dat verstandig?
Cornélie Vergouwe is een getroubleerd
en onbegrepen meisje van zestien dat nog nooit van haar leven `gewoon een van
de anderen' is geweest. Als kleuter werd ze al niet geloofd toen ze op school
de namen bij de jasjes las (`Knap van je zeg, dat je weet wat voor jas iedereen
heeft', zei de juf). Later krijgt ze straf omdat ze de
leraar natuurkunde doorzaagt over kwantummechanica. Cornélie
doorziet alles en iedereen en is daardoor in staat om anderen gewiekst te
manipuleren - met als gevolg dat ze nog nooit met iemand bevriend is geraakt.
Totdat ze Sal onmoet, een
oude joodse man met een groot verdriet die werkelijk geďnteresseerd is en wel
tegen haar is opgewassen. Hij spoort haar aan om `alles' op te schrijven.
En dat `alles' dendert een
boek lang over de lezer heen - de herinneringen, dromen en assocaties
van Cornélie Vergouwe. Die zijn bij vlagen heel
boeiend. Mooi verwoordt zij haar passie voor het circus en voor skaten,
malicieus zijn de beschrijvingen van haar ouders, dubbel de gevoelens voor haar
minder slimme maar mooiere zusje Elsa, origineel de
manier waarop zij een gevaarlijk machtsspel speelt met een loverboy. `Maar het
hangt als los zand aan elkaar, het is geen verháál', laat Cornélie
zichzelf in het begin tegen Sal zeggen. `Het is wel
een verhaal, zei Sal. [...] dat zul je wel zien als
je klaar bent'.
Maar een goed doordachte
constructie die verwijst naar de bijbelse vertelling van Kaďn en Abel is nog
geen verhaal. Want ondanks haar slimheid en genadeloze observatievermogen, wil Cornélie Vergouwe maar niet werkelijk een interessant
personage worden. Het is misschien eigen aan hoogbegaafde meisjes dat ze altijd
gelijk hebben, of dat ze, wanneer ze twijfelen, dit treffend maar afstandelijk
verwoorden. Maar het maakt van Cornélie - gek genoeg
- een plat personage. Ja, tegen het einde,, als met de interpunctie ook de
controle van Cornélie even is weggevallen, als ze
schrijft over wat al het hele boek niet gezegd kon worden, dan kun je even echt
voelen hoe eenzaam ze is.