Trouw, 29 december 1993

Stikken in woorden van dons

Lydia Rood: 'Een mond vol dons', 163 p., Leopold, f 27,50, v.a. 12 jr.

Het zijn (existentiele) ervaringen en gevoelens van jongeren, maar ze worden onder woorden gebracht op een volwassen manier. Daardoor krijg je een soort verbaasde herkenning van: ja, zo voel ik het precies, maar ik kon er zelf de woorden niet voor vinden. Onbewuste en vage gevoelens worden via de - literaire - taal helder gemaakt, een proces dat zich zowel bij auteur als bij lezer afspeelt en dat volgens Chambers hen beiden helpt om tot een dieper zelfinzicht te komen: wie ben ik en wat wil ik met mijn leven?

De nieuwe jeugdroman van Lydia Rood (36), 'Een mond vol dons' heeft alles van zo'n 'recognition story'. Het gaat over een vriendschap tussen twee meisjes die van jongs af aan als magneten naar elkaar toe trekken: de ik-figuur Marian en haar buurmeisje Sofie, door Marian Soof genoemd. De auteur laat Marian vertellen op vijftienjarige leeftijd, als ze Soof voorgoed kwijt is: ``Ik moet haar bewaren. Want Soof was de beste vriendin die ik ooit heb gehad en ooit zal hebben.''

Dan volgt een aaneenschakeling van herinneringen: vanaf het moment dat ze samen als peuters van anderhalf en twee in de dakgoot klimmen, via later, als ze door klopsignalen tegen de muur tussen hun beide slaapkamers met elkaar communiceren, tot de tijd dat ze elkaar als veertienjarige middelbare scholieren kaalscheren. Tussen de flarden over vroeger staan fragmenten uit het heden van de vertelster, nadat Soof van huis is weggelopen. Niet willekeurig gestrooid, maar zorgvuldig gemonteerd, zodat ook de opeenvolging van fragmenten bijdraagt aan het beeld van, en het inzicht in, de veranderende vriendschap tussen Marian en Sofie.

De personages zijn springlevende mensen, die je ziet veranderen. Soof, die altijd vol gekke en later ook obscure ideeen zit en het schildertalent van haar vader heeft geerfd. Haar twee jaar oudere zusje Famke, braaf en volgzaam, aan wie de twee hartsvriendinnen een gloeiende hekel krijgen. Soofs liefhebbende, zachtaardige en christelijk georienteerde ouders die zoveel aandacht aan hun kinderen schenken, maar hun geen centimeter vrijheid bieden. En Marians moeder, die een winkel aan huis heeft, met haar dochter alleen woont en haar tamelijk vrij laat.

Marians vader was al vertrokken toen Marian een baby was. Aanvankelijk speelt hij geen rol, later gaat Marian hem missen en beginnen de vriendinnen over hem te fantaseren.

De vriendinnen groeien uit elkaar. Als Soof een keer huisarrest krijgt, loopt ze weg. Uiteindelijk vindt Marian haar terug, maar ze is geschokt door de situatie waarin.

'Een mond vol dons' gaat niet alleen over de ontwikkeling en teloorgang van een vriendschap, maar ook over opvoeding. Marian mag veel van haar moeder; als ze iets doet wat haar moeder niet ziet zitten, is er flinke ruzie en daarmee is de kous af. Soof daarentegen wordt in alles gecontroleerd, krijgt geen zakgeld, en televisie vinden haar ouders ook niet nodig. Voor haar streken wordt ze echter streng gestraft. Maar geschreeuwd wordt er niet: steeds wordt er vriendelijk gepraat, met zacht uitgesproken zinnen als: ``Ik dacht toch echt dat je te vertrouwen was'', en, ``Wat val jij me tegen''. Soofs vader kan dwingen met zijn ogen zonder een woord te zeggen. Goed bedoeld, maar chantage. Een verraderlijke zachtheid: Sofie droomt een keer dat ze in een kamer is waar het donsveertjes sneeuwt en dat ze bijna stikt in 'een mond vol dons'.

Dit alles zien we door de ogen van de vijftienjarige Marian, die door de schrijfster begiftigd is met het psychologisch analyse-vermogen van een volwassene: ``Doet Soof dingen zonder na te denken? Ik sla het op in mijn hoofd voor later. Ik heb nu geen tijd om te bepalen of ik het daarmee eens ben.''

Haarscherp wordt duidelijk hoe ongelooflijk mis goed bedoelende ouders het kunnen hebben als er wel liefde maar geen begrip is. Het is overduidelijk wat Lydia Rood wil zeggen: alleen in vrijheid en openheid kunnen kinderen zich geestelijk gezond ontwikkelen. Dat draagt ze ook uit - op minder genuanceerde maar wel humoristische wijze - in haar boeken over haar dochter Roosmarijn. Toch is 'Een mond vol dons' geen moralistisch boek. Elk triomfalisme over het gelijk van de vrijere opvoeding ontbreekt: het verdriet over het verlies van de vriendin heeft de overhand. Bovendien komt Marians moeder niet bepaald als een opvoedkundig genie over en Marian niet als doetje; als kind wilde Marian bijvoorbeeld liever bij Soof wonen omdat ze Soofs ouders veel aardiger vond. En Lydia Rood legt geen regelrecht oorzaakgevolg-verband tussen Soofs opvoeding en hoe ze zich ontwikkelt, ze heeft ook gewoon een moeilijk karakter. Nee, wat zo sterk aan 'Een mond vol dons' is, is dat Lydia Rood glashelder laat zien hoe onvermijdelijk een bepaalde samenloop van omstandigheden leidt naar een tragisch einde, ook al is het een open einde. Dat maakt 'Een mond vol dons' tot een indrukwekkende 'recognition story', een bekroning waard. En het is een jeugdroman die je doet verzuchten: ouders van pubers zouden meer in zichzelf en in hun kinderen herkennen als ze dit soort boeken lazen.

Hosted by www.Geocities.ws

1