Was getekend is de derde (en afsluitende) roman van de trilogie over Suriname. In Gewaagd leven (1996) verhaalt Astrid H. Roemer over het gezin Mus in het tijdperk Bouterse, in Lijken op liefde (1997) gaat het vooral over de predikant Michael Mus die zich voorbereidt op het grote tribunaal in december 1999. Was getekend bevat de levensgeschiedenis van Pederick de Derde die getrouwd is met Sofi Mus, de zuster van de predikant. Wie de drie romans in chronologische volgorde leest, krijgt op die manier een geschiedenis van Suriname van de jaren zeventig tot het einde van de eeuw.
De drie hoofdpersonen in de verschillende romans staan ieder voor een manier van leven. Onno Mus in deel 1 is de herboren volwassen Creool die droomt over een betere toekomst. De predikant Michael Mus is agressief, treitert vrouw en kinderen, drinkt overmatig, verkracht en houdt er een bijzit op na. Hij laat zich door de militaire gezaghebbers inpalmen. Pederick de Derde in het laatste deel bemoeit zich juist niet met de militairen en politiek. ‘De overheid is een modderbank waarin krabben overleven,' luidt zijn credo.
Twee kwesties lopen als een rode draad door de trilogie. De verhouding met Nederland en de verwerking van de decembermoorden. In haar boek Suriname, een gids voor vrienden (1997) heeft Astrid H. Roemer de revolutie van toen geanalyseerd: ‘Met de decembermoorden was de grens van de wraak bereikt. De doden werden martelaren. De overlevenden werden gedood verfd tot moordenaars. En de moordenaars werden de zondebokken van de hele Surinaamse tragiek. Het dagelijkse leven was na de decembermoorden geladen met machteloosheid.'
Politici praten over structurele oplossingen, Astrid H. Roemer schrijft over de invloed van de politieke ontwikkelingen op het gewone dagelijkse leven. De achterblijvers in Suriname moeten eerst met het verleden afrekenen voordat er hoop is op een betere toekomst. Dat is de boodschap van Astrid H. Roemer in de trilogie.
Al eerder heeft zij betoogd dat Suriname zich eerst moet bevrijden uit zijn machteloosheid. ‘De potenties die bodemschatten en landoppervlakte bieden, zijn veelbelovend.' Het tweede probleem dat opgelost moet worden is de ‘etnische' agressie tussen de verschillende groepe ringen. De derde tragiek van Suriname en Surinamers is de afwezigheid van een maatschappe lijke dialoog. ‘De Argentijnse schrijver Borges heeft ooit opgemerkt dat het Zuid-Amerikaanse continent lijdt onder de afwezigheid van filosofen', waardoor een humane politiek uitblijft. De uitstroom naar Nederland is de vierde vorm van tragiek. Alles in Holland en alles uit Holland was beter. ‘Of het nu een pot pindakaas betrof, een spijkerbroek, een doos paracetamol, een schoolagenda, een advies, een levenspartner of een kleinkind.'
De achtergebleven burgers werden in de loop der jaren steeds ontevredener, vooral omdat ze zagen hoe beter gesitueerd hun verwanten overzee waren. Dat is wat de romanpersonages in de trilogie zich voortdurend realiseren. Pederick de Derde in Was getekend moet aanzien dat zijn vrouw Sofi met de twee kinderen Junier (van Junior) en Rozemond naar Nederland vertrekken. Hij blijft achter op zijn landgoed en maakt de balans op van zijn leven.
Het knappe van de roman is dat Astrid H. Roemer van binnen uit de ontwikkelingen laat zien. Een liefdesroman is het in zekere zin omdat de nadruk in dit laatste deel ligt op de verhouding tussen Pederick de Derde en zijn vrouw Sofi. Het is een huwelijk dat start met een aantal weeffouten, vervolgens opbloeit maar uiteindelijk tragisch verloopt.
Pederick de Derde geeft zijn betrekking als onderwijzer snel op en kiest voor een leven als zakenman. Hij zet het reisbureau Intratour op, gespecialiseerd in trips naar bosnegerdorpen, indianennederzettingen, watervallen en savannen. Over zijn zakelijke activiteiten krijgt de lezer niet zo veel te horen, hooguit dat het hem voor de wind gaat. Daardoor kan hij Het Perceel kopen, een landgoed dat hij aan zijn kinderen wil nalaten.
Dat is zijn levensopdracht. Maar er is iets mis met Pederick de Derde. Zijn ouders hadden hem er al voor gewaarschuwd: hij is niet voldoende vaardig in het vinden ‘van betoverende verbanden tussen de dingen onderling en zichzelf. Er zou een moment komen waarop alles uiterst helder zou samenvallen.' Dat moment wil maar niet komen.
Uit deel 2 van de trilogie blijkt dat familieschandalen het tribunaal van december 1999 over woekeren. Ook in deel 3 gaat het om de huiselijke taferelen die uit de hand lopen. De verhou ding tussen Sofi en haar moeder in Nederland is problematisch. De predikant houdt er een buitenvrouw op na. Pederick de Derde legt het aan met een Nederlandse vrouw Berta. Dat kost hem zijn huwelijk. Zijn schoonbroer, predikant Mus, komt met de verwijten: ‘Het land schopt Holland weg om eindelijk eens de eigen dingen een kans te geven. Wat doet mijn swagri? Hij gaat koekeloeren met een Hollands ding. Kan jij echt niet zonder een Hollandse mammie?'
Aan het einde van de roman rest Pederick de Derde niets anders dan het houtvuur waar hij in alle eenzaamheid uren naar staart. De Hollanders hebben alles van waarde uit het land gehaald, bedenkt hij, en tot overmaat van ramp is hij zijn vrouw, dochter en zoon ook aan Holland kwijtgeraakt. Als een kluizenaar slijt hij zijn dagen. Nog één keer, bij zijn vijftigste verjaardag, wil hij zijn vrouw en kinderen zien. Hij stuurt de tickets voor de vliegreis, maar hij weet ook dat zijn gezin niets meer met hem te maken wil hebben. Dat gegeven levert nog een verrassende laatste pagina op, anders dan de achterflap suggereert en dus anders dan de lezer de hele roman vermoedt.
Was getekend is de perfecte afsluiting van de trilogie. Mooie karaktertekening, wervelende gebeurtenissen, maar vooral bijzonder omdat Astrid H. Roemer de tragiek van Suriname zo stijlvol heeft verbeeld.
Astrid H. Roemer: ‘Was Getekend'. 456 blz. Uitgeverij de Arbeiderspers. Prijs: 39,90.