Schrijver Reve, Gerard

Titel Avonden, De : een winterverhaal

Jaar van uitgave 1947

Bron De Standaard

Publicatiedatum 24-11-1972

Recensent Kees Fens

Recensietitel Vijfentwintig jaar "De Avonden"

»Het was nog donker, toen in de vroege morgen van de tweeëntwintigste december 1946 in onze stad, op de eerste verdieping van het huis Schilderskade 66, de held van deze geschiedenis, Frits van Egters, ontwaakte.«

Dat is het klassiek geworden begin van een klassiek geworden boek: De avonden van Gerard Kornelis van het Reve. Deze maand is het vijfentwintig jaar geleden dat het boek verscheen en groot opzien verwekte. De auteur heette toen nog van zijn voornaam »Simon«. (In het vooijaar zal hij opnieuw van namn veranderen; zijn nieuwe boek, Lieve Jongens, zal verschijnen onder de tweelettergreepnamn »Reve«, daar naar de mening van de schrijver, alle grote mensen een achternaam van twee lettergrepen hebben, hetgeen niet voor Dostojewski of Böll pleit).

Het zilveren jubileum is bescheiden gevierd. Bij Athenaeum-Polak en Van Gennep - Van het Reves huidige uitgever - verscheen een wat men noemt »prachteditie«, hetgeen wil zeggen: een gebonden uitgave van de paperback die door De Bezige Bij in de handel wordt gehouden, terecht, want De avonden is het op drie na meest verkochte boek van deze uitgeverij. De weinig literair ingestelde maar wel hogelijk verontruste critici, die in 1947 het boek een typisch dokument van de naoorlogse jeugd noemden, hebben ongelijk gekregen: het boek blijft jongeren voortdurend aanspreken, en dat zou wel eens kunnen zijn om wat Vestdijk (die een der weinig heel goede kritieken over het boek schreef) als een centraal gegeven zag: de hachelijke tussenpositie van de jongeman, die wel los is van zijn thuis, maar op het toneel van zijn jeugd blijft rondhangen, verveeld, geërgerd, maar ook vertederd. Van uit die tussenpositie kan de heel sterke humor van het boek verklaard worden.

Van het Reve debuteerde met De avonden. In 1947 was van hem alleen een in een tijdschrift verschenen verhaal bekend., De laatste jaren van mijn grootvader. Hij was vierentwintig jaar. Zijn eerste roman was meteen een meesterwerk. Naar hijzelf lang geleden verklaarde, verwachtte hij weinig sukses van het boek. De vraag is voor mij zelfs, of hij zich de biezondere effekten van de door hem gevolgde werkwijze wel bewust is geweest. De boven geciteerde eerste zin vertoont al meteen kenmerken die het hele boek door in het proza gehandhaafd zullen blijven en er een heel eigen karakter aan geven: een uiterste aan precieze details en een wat ouderwets woordgebruik dat, samen met de bouw van lange wat officieel aandoende zinnen, dit proza terecht de kwalifikatie »deurwaardersproza« deed verwerven. Dat ook die plechtigheid van taal (in de dialogen heel sterk aanwezig) en de bouw van de volzinnen, aan de humor van het boek bijdroegen, zal duidelijk zijn. Bij verschijnen is het boek van »monotonie« beschuldigd. De dagen en vooral de avonden lijken inderdaad sterk op elkaar: ze zijn alle grijs, maar in

verschillende nuances.

Er zijn steeds dezelfde gevarieerde gebeurtenissen. Het boek telt tien hoofdstukken, de tien laatste dagen van het jaar. Het einde van de roman - spelend in de nieuiijaarsnacht - is nagenoeg het enige deel dat zich, naar inhoud en naar taal, onderscheidt van al het voorgaande. Het effekt van de monotonie en de gelijkheid van gebeurtenissen is deze: er wordt gesuggereerd dat alle voorgaande dagen, maanden en jaren een gelijk karakter hebben gehad. Aan het slot van het jaar 1946 komt een hele periode aan haar einde; de nieuwjaarsnacht is inderdaad een heel nieuw begin. Dat alles staat niet in het boek: de opzet ervan geeft die suggestie.

Na vijfentwintig jaar is De avonden een ander boek geworden. In meer opzichten. Ouderen zullen het niet zonder wat tegenwoordig »jeugdsentiment« heet lezen. Juist de detaillering heeft het boek achteraf een dokumentair karakter gegeven. Maar het andere werk dat Van het Reve na De avonden publiceerde, heeft zijn debuut evenzeer tot een ander boek gemaakt. Zo blijken wat biezonderheden leken in het debuut, algemene kemnerken te zijn: de plechtstatigheden van het proza (dat in later werk met een zekere joligheid vennengd werd, niet geheel ten voordele ervan), de exactheid, de humor, de doodsbezetenheid, want ook De avonden is een boek waarvan de hoofdfiguur op weg is naar het einde (zoals de grootvader in het genoemde verhaal), en slechts verval en aftakeling rondom zich ziet. (Het boek laat zich trouwens als een boek van verval zien: de ouders worden beschreven in hun aftakefing, bij vrienden speurt de hoofdfiguur naar vervalverschijnselen , het jaar is op weg naar zijn einde, enzovoort). Maar bij herlezing na een kwart eeuw treffen ook andere verschijnselen als »gewoner« dan bij eerste verschijnen van het boek. Zo is een heel duidelijk religieus element in het hele boek aanwezig, niet alleen in het onvergetelijke slotgebed. Het spreken van Van Egters heeft een de leegte en stilte bezwerend karakter. Er moet gesproken worden wil de angst niet volgroeien. In Werther Nieland is het spreken van de hoofdfiguur eveneens een wapen tegen leegte en stilte. En dat blijft zo tot in het laatste deel van het laatstverschenen boek, De taal der liefde, toe. In 1947 werd de aanwezigheid van het speelgoedkonijn in De avonden een wonderlijke en moeilijk verklaarbare zaak genoemd. Het konijn is gevolgd, met name in de brieven, door reeksen speelgoedbeesten en echte zachte dieren, tot en met de ezel die als godsbeeld figureert.

Van het Reve heeft in 1948 zelf verklaard: »Dat men iets in het boek mist, komt niet omdat ik met de lezer medelijden had, maar omdat ik zelf niet voldoende moed en kracht bezat die woorden neer te schrijven. Ik hoop deze te verwerven.« Ook dat is een bekend geluid van deze auteur, die voor de versc gen die hij moet neerschrijven, steeds blijft terugschrikken. Misschien heeft juist die angst aan De avonden dat karakter van ingehoudenheid gegeven dat het proza ervan zo fascinerend maakt. De avonden behoort tot de weinige Nederlandse boeken die de daad van herlezing verdragen. Tot die weinige hoort ook Werther Nieland. Ik zou dat direk-t weer willen gaan lezen, al ken ik hele stukken ervan bijna van buiten.

 

Hosted by www.Geocities.ws

1