NRC Handelsblad, 14
januari 2005
Joyce Pool laat de
sfeer in een opgewonden klas zien
Monique Snoeijen
|
Jeugdschrijfster Joyce Pool geeft les op een middelbare school, misschien
dat ze daarom in Blauw zo goed de sfeer kan treffen van de koortsachtige
opwinding in een klas na een Grote Gebeurtenis. |
|
|
|
Dit is er gebeurd: van
de ene op de andere dag is het Koerdische meisje Senna
niet meer op school verschenen. Ze is het land uitgezet. De hele klas heeft
het er moeilijk mee. Vooral Bob, de branieschopper met het blauwe haar die
verkering met haar bleek te hebben. En Nienke, de
dochter van een politieagente die persoonlijk meewerkte aan de uitzetting van
het gezin. In het lege huis van hun verdwenen klasgenoot vinden Bob en Nienke een dagboek van Senna.
Daarin lezen ze over Senna's dubbelleven: op school
een serieus, aangepast meisje dat heeft leren fietsen, thuis een dochter die
zich verantwoordelijk voelt voor de zorgen van haar familie en droomt van het
eten van haar grootmoeder. Samen met de hele klas proberen Nienke en Bob Senna op te
sporen. Joyce Pool schreef eerder twee
historische jeugdromans: Vals Beschuldigd over een jongen die wordt verdacht
van de moord op Willem van Oranje en Sisa over een
blanke plantersdochter in het Suriname van 1712. Blauw is haar eerste
jeugdroman die in deze tijd speelt en het lijkt soms alsof ze zich heeft
moeten forceren het verhaal in het hier en nu te laten spelen: Nienke heeft dreadlocks en is een fanatiek
skeeleraar, Bob heeft zijn haar blauw geverfd. Blauw is geen subtiele roman. Pool
vertelt het verhaal in vlakke lijnen en met vierkante emoties. Toch is Blauw
de moeite waard, omdat vooral Pools dialogen zo levensecht aandoen. (`,,Weg!'', gilde ik. ,,Uit mijn
kamer!'' ,,Goed'', zei mam. ,,Maar
we moeten hierover praten. Ik wil niet dat je zo slecht over me denkt.'' ,,We willen allemaal wel eens wat niet! Senna, bijvoorbeeld, wilde niet weg!''') Pool heeft een
gezicht gegeven aan een uitgezet gezin, een gezin zoals ze in het echte leven
anoniem in de kranten voorbij komen. Het is misschien een wat vlak, maar wel
een sympathiek gezicht. |
|
|