|
Trouw, 17 november 1993 |
|
|
|
|
|
Brug en eiland tegelijk |
|
|
|
|
|
LIEKE VAN DUIN |
|
|
|
|
|
Aidan Chambers:
'De tolbrug', vert. Rob Scholten, Querido, 256 p., f 29,90, v.a.
14 jaar. Alle vier zijn ze als
het ware over de brug gekomen, en hebben daar, al even overdrachtelijk, tol
voor moeten betalen. In 'De tolbrug' heeft
de ik-figuur na zijn eindexamen middelbare school
zijn buik vol van alles en iedereen, inclusief zichzelf, en neemt een baantje
aan als tolbrugwachter ergens buiten de bewoonde wereld. ``Ik wilde nergens
meer voor opgaan. Niet voor zoon, scholier, vriendje en, als puntje bij
paaltje komt, ook niet voor minnaar. Ik wilde alleen maar Zijn. En ik wilde
Alleen Zijn.'' Alleen. Om los van verwachtingen van ouders, school, vriendin,
et cetera, er achter te komen wie hij is en wat hij wilde met zijn leven. Het
zelfgekozen kluizenaarschap duurt niet lang. Tess,
de dochter van zijn werkgever, komt regelmatig langs, er komt een
merkwaardige en sexy jongen, Adam, aanwaaien en zijn vriendin, Gill, schrijft stapels liefdesbrieven. Toch blijft het tolwachtershuisje voor de ik-figuur
lang als vrijplaats fungeren om zelf uit te vinden wat hij wil met zichzelf
en met hen. De mooie Adam draagt
een geheim met zich mee en de ik-figuur (door Tess Jany genoemd naar Janus,
de Romeinse god van deuren en poorten) wil het hoe dan ook ontraadselen. Dat
lukt via een hevige crisis die tot even ontroerende als inzichtgevende
situaties leidt. Chambers schrijft
een cyclus van zes jeugdromans over de adolescentie, met als hoofdpersoon een
jongen van een jaar of zeventien: intelligent, belezen, beschouwend
ingesteld, intens levend. 'De tolbrug' is de vierde in de reeks, na 'Verleden
week', 'Je moet dansen op mijn graf' en 'Nu weet ik het'. In elk van deze romans
wordt een bepaald aspect van deze (dus niet de) adolescentie nader
uitgewerkt, zoals (homo-)seksualiteit, literatuur,
spiritualiteit en liefde/vriendschap. In 'De tolbrug' gaat het om het verband
tussen wie jezelf bent en wie je intiemste vrienden zijn. Nu vier van de zes
romans verschenen zijn, kan een tussenbalans opgemaakt worden. Het gaat om
een uiterst boeiende cyclus, waarin Chambers vraagt
om wakkere, bewust in de moderne samenleving staande lezers, die kritisch
meedenken met de tekst. In een briefwisseling over 'De tolbrug' met zijn
Nederlandse uitgever noemt Chambers een goed
verhaal een levend organisme met een persoonlijkheid waarvan de verschillende
karakters (personages) aspecten zijn. Het verhaal is wel een objectivering
van een subjectieve ervaring, maar door dat verhaal te maken zijn schrijver
en lezer (m/v) in staat hun eigen subjectiviteit onder de loep te nemen en
tot een dieper gaand begrip van zichzelf te komen. Chambers noemt
'De tolbrug' een 'recognition story', en bedoelt
daarmee een verhaal dat mogelijkheden tot herkenning, identificatie biedt. In
principe heeft alle literatuur dat, maar bij adolescentenliteratuur is die
herkenning volgens Chambers primair gericht op het
zoeken naar seksuele identiteit. Inderdaad biedt 'De
tolbrug', net als de andere delen uit de cyclus, talloze herkenningsmomenten,
maar niet alleen wat betreft de seksuele identiteit van de personages. Het
boek zit vol literaire verwijzingen, van de bijbel tot Beckett
en van Kafka tot Calvino.
Er zitten heel wat herkenningsmomenten in voor ouders van pubers, die
misschien zelf in een (mid-life?) crisis zitten. En
ten slotte valt er met name aan het beeld van de
(tol)brug heel wat te interpreteren en te herkennen. Een erg ontroerend
herkenningsmoment is er aan het slot, als zelfs - nee juist - Robinson Crusoe op zijn geisoleerde eiland een brug blijkt te kunnen slaan tussen
Jany en Adam. Eiland en brug, isolatie en
verbinding tegelijk? Het lijkt een tegenspraak. Meer kan er hier niet over
gezegd worden zonder de afloop te verklappen. 'De tolbrug' is weer zo'n pittige Chambers-kluif waar
je lang mee toe kunt, die je uitdaagt tot tintelend leven, liefhebben en
beschouwen (in elk geval op taalniveau). En nog prachtig vertaald ook, in gespierde, vindingrijke taal. |
|