Schrijver Peskens, R.J.
Titel Mijn tante Coleta
Jaar van uitgave
1976Bron NRC Handelsblad
Publicatiedatum 26-11-1976
Recensent Lien Heyting
Recensietitel Een markante tante
"Tja, Jezus, als ik al die verhalen ga vertellen ", zei uitgever Geert van Oorschot dertien jaar geleden in een interview, doelend op zijn veelbewogen kinderjaren. Inmiddels is hij begonnen "al die verhalen" onder het pseudoniem R. J. Peskens op te schrijven. Resultaat: twee boeken binnen één jaar, de verhalenbundel Twee vorstinnen en een vorst en de zojuist verschenen roman Mjn tante Coleta, die in zekere zin een vervolg is op enkele verhalen uit ht eerste boek. Deze verhalen deden zeer autobiografisch aan en ik was dan ook niet verrast toen ik merkte dat mijn tante Coleta zich afspeelt in hetzelfde Zeeuwse dorp, in hetzelfde proletarische milieu waarin Peskens ons ook weer met dezelfde personen confronteert. De moeder is nog even anarchistisch en eigenzinnig en de vader, die het inmiddels tot gemeenteraadslid voor de SDAP heeft gebracht, is nog altijd een goeiige sul. De grootmoeder, "die nooit iets vroeg of wilde weten", fungeert nog steeds als veilig toevluchtsoord en de zusters, waarover we ook in deze roman niets gewaar worden, komen af en toe weer als overbodige figuranten giechelend of huilend op. De ik-figuur is uitgegroeid tot een vijftien -jarige middelbare -scholier. Nieuw is de excentrieke tante Coleta, dochter van de "Zeedijkzigeuners ", met roodgeverfde teennagels en doorzichte truien.. Ze is 19 en pas getrouwd met de saaie oom Piet, tot schande van de familie, want de mooie Coleta heeft een slechte naam. (Coleta deugt niet, zei moeder, die zit achter de kerels aan.) Ze heeft iets van een zeemeermin, niet alleen om de overgave waarmee ze zich tot laat in de herfst naakt in zee stort maar ook omdat ze tegelijk verlokkelijk en gevaarlijk is en ze zich in haar huwelijk als een vis op het droge voelt.
Met deze tante heeft de ik-figuur zijn eerste heimelijke, verwarrende erotische ervaringen, waarbij hij allengs meer in haar ban raakt: Of ik nu droomde of wakker was, in bed lag of op straat liep, nüjn huiswerk probeerde te maken of op school zat, onder het eten, het aan- of uitkleden, of op de WC, of waar ik ook ging en wat ik ook deed, het waren het lichaam, de stem, de geur, de oogopslag van mijn tante die mij vergezelden.
Verwarring
In een van zijn dromen haalt de ik-figuur zijn tante en zijn moeder door elkaar en naarmate de contacten met Coleta intensiever worden, voelt hij, hoe hij langzaam maar zeker van zijn moeder vervreemdt: De liefde voor Coleta trok mij van mijn moeder vandaan. Ik kwam in de grootste verwarring toen ik mij begon af te vragen, of ik eigenlijk wel van mijn moeder hield. Als de twee vrouwen toenadering tot elkaar zoeken en dan ook nog vriendschap sluiten, is er voor hem geen plaats meer. (We kunnen je moeder niet langer bedriegen, zei ze).
Tussen al deze emotionele verwikkelingen door speelt het gezinsleven met de dominante moeder, die tot verdriet en ergernis van de vader nergens voor terugdeinst en als een Jeanne D’arc ten strijde trekt tegen alle onrecht om haar heen. In Twee vorstinnen en een vorst werd verhaald hoe ze brand stichtte bij een misdadige huiseigenaar, hoe ze wraak nam op een kolenboer door alle bomen in zijn tuin om te hakken, de gymleraar op het schoolplein aanviel en de burgemeester beledigde. In Mjn tante Coleta vecht ze nog even verbeten als vroeger. Zo geeft ze hier bijv. de huisjesmelker Laernoes een afranseling in de raadszaal, een incident dat in het eerste boek al werd aangekondigd.
Hoe exuberant die heldendaden van de moeder ook zijn, de beschrijvingen ervan worden eentoning: het refrein van de opstandige vrouw herhaalt zich te vaak, het wordt voorspelbaar, zoals ook het onberekenbare gedrag van Coleta en het redelijke Beredeneer van de vader te vaak in dezelfde toonaarden beschreven worden.
Geen van de personen, hoe onalledaags ze ook mogen zijn, laat zich ooit van een onverwachte kant zien. De karakters zijn simpel, rechtlijnig, ongecompliceerd, of zoals bij de ik-figuur, uiterst vaag. We zien alleen dat hij tussen twee vrouwen in de knel komt. Maar wat is het eigenfijk voor een jongen? Verlegen? Uitbundig? We komen er niet achter.
Direct
Peskens heeft in mijn tante Coleta zijn gewoonte laten varen om de lezer rechtstreeks aan te spreken (Je begrijpt... Kun je je het herinneren?), waardoor zijn verhalen meer geschreven lijken en minder mondeling overgeleverd. Hij vertelt direct, bijna kortaangebonden en kent geen omwegen. Er is voortdurend iets te beleven, maar toch had ik vaak het gevoel dat ik iets miste. Waardoor deed het boek me bijvoorbeeld denken aan een streekroman? Door het milieu, of de plaats waarin het verhaal zich afspeelt? Door de bijna romantisch aandoende armoede, de dorpsfiguren, de zeedijkzigeunerin met schippersringen in haar oren?
Nee, ik denk dat het komt doordat voortdurend de Grote Verteller aan het woord is, die in zijn
niet te stuiten vaart over subtiliteiten en details heenwalst,
In Mjn Tante Coleta heeft Peskens zijn herinneringen met dezelfde liefde en warmte
opgeschreven als in zijn verhalen en er komen ook weer dezelfde mooie, bitse dialogen in voor. Wat hier ontbreekt is zijn fatalistische visie en dat maakte die verhalen uit de vorige bundel nu juist zo beklenunend.
Het schijnt dat dit jonge oeuvre voor de televisie zal worden bewerkt. Dat verbaast meniet, wanl tante Coleta past in de reeks markante Nederlanders als Bartje, Merijntje Gijsen en Sil de Strandjutter.