Boekrecensie

Titel: De eikelvreters

Auteur: E. Pelgrom

Uitgever: Querido

De geur van mest, van hooi, van melk die kookt

CATHéRINE VAN HOUTS

AL vier levens heeft Els Pelgrom geleefd. De dood van haar man Salvador, met wie ze in het Zuidspaanse dorpje Sacromonte leefde, markeerde vorig jaar een abrupt begin van een nieuw leven. Dat vijfde leven gaat zich niet alleen afspelen in het huisje dat ze samen met Salvador in Sacromonte bouwde, maar ook in Amsterdam, dicht bij haar drie kinderen, drie kleinkinderen en broers en zusters.

'Ja, een nieuw begin. Het is fantastisch, zoveel verschillende levens.' Els Pelgrom constateert dat niet zonder verdriet in haar stem. 'Mijn vader is drie keer getrouwd geweest. Hij zei altijd dat dat zo geweldig goed voor een mens was, want dan leef je heel lang.'

Desgevraagd telt ze haar levens: 'Eén is de jeugd. Twee mijn huwelijk met Karl Pelgrom. Daarna een tijdje alleen èn alleen maar schrijven, geobsedeerd door: nou kan en moet ik dat, in die tijd leefde ik het leven van een kinderboekenschrijfster. Toen, vier, Salvador en Andalusië. Nu ben ik weer alleen. Ik ga, denk ik, wel weer heel hard werken.' Ze is al op de helft van een nieuw boek. 'Het speelt zich af in Spanje en in Amsterdam en is meer fantasie dan werkelijkheid. Meer zeg ik niet.' #

Vandaag ontvangt Els Pelgrom de Theo Thijssen-prijs 1994 voor kinder-en jeugdliteratuur die slechts één keer in de drie jaar wordt uitgereikt. Ze voelt zich vereerd met de prijs, 'maar de roem van schrijvers wordt in Nederland zo opgeblazen'. #

'Toen werd bekend gemaakt dat ik de Theo Thijssenprijs kreeg, ontstond er allemaal drukte omheen. Ik krijg het heel benauwd van al die opwinding. Toen mijn dochter me er in Sacromonte over opbelde, zei ik: 'Het lijkt wel of je een scheet laat en de Vesuvius knalt uit elkaar'. Want je zit toch maar een beetje voor je eigen plezier te knoeien met papier.' #

Relativeren zit in haar aard. Zelfspot ook. Het kinderboekenwereldje vindt ze allesbehalve zaligmakend. In haar hart voelt ze zich meer verwant met landarbeiders dan met het intellectuele leven - daarover later.#

In Amsterdam-Zuid heeft ze een pied-à-terre gevonden, die ze nog aan het inrichten is. Dit is haar tweeëntwintigste verhuizing. Ze heeft er geverfd, de boeken staan nog niet rechtop in de kast, de matras is zojuist bezorgd. #

De vorige keer dat ze hier een prijs kreeg, was Salvador er nog bij. Dat was in 1990, toen ze de Gouden Griffel ontving voor De eikelvreters. Een prachtig boek over Curro - een jongen zonder franje - die opgroeit in een grot in de heuvels bij Granada en hard moet werken om de honger van zijn familie te stillen. Die jongen was Salvador; De eikelvreters is een ode aan hem. #

Wie de boeken van Els Pelgrom kent (ze zijn bekroond met onder andere drie Gouden en twee Zilveren Griffels en de Duitse Jeugdliteratuurprijs), heeft fragmenten uit haar vier levens-tot-nu-toe, of afgeleiden daarvan, aan zich voorbij zien trekken. Al schrijft Pelgrom ook schitterende pure fictie, zoals Kleine Sofie en Lange Wapper, veel van haar boeken hebben in haar directe omgeving hun wortels of kleine aanleidingen. Praktisch constateert ze: 'Er komen dingen in voor die ik heb meegemaakt, omdat dat gewoon gemakkelijk is.'#

Een element dat de meeste van haar boeken bovendien bindt, is het zintuigelijke. Vooral geuren worden beeldend beschreven en geven haar boeken een extra dimensie; geuren uit haar jeugd toen ze nog Else Koch heette. De belangrijkste periode was van september 1944 tot mei 1945, toen ze als tien-jarige als evacué op een boerderij woonde. De kinderen van het Achtste Woud gaat daarover.#

Boerderij#

De geuren van toen herinnert ze zich moeiteloos: 'Melk die kookt. Hooi. Ik schreef veel geuren in de tijd dat mijn neus door een chronische verstopping niet functioneerde. Ik kreeg heimwee naar geuren, ruiken ging op herinnering. Ik ben nu met de auto hierheen gekomen en meteen over de grens kwam de koeiemest-lucht op me af. Nat gras. Hooi. Varkensmest. Ik kreeg bijna de tranen in mijn ogen; jeugdherinneringen kwamen boven.#

'Die periode heeft mij gevormd. Ik was als kind een half jaar lang in een heel andere omgeving. Ik kwam uit een beetje intellectualistische achtergrond. Mijn vader werkte als personeelschef op de Hevea-rubberfabriek, hij was vurig PvdA-er. Al was ik nog jong, die periode op de boerderij betekende wel een keuze voor de rest van mijn leven. Een keuze voor mensen die met hun handen werken. Niet dat ik alle mensen die niet met hun handen werken afwijs, maar ik ontdekte een heel andere wereld: die van het land, arbeiders, boeren. En ik wist: hier hoor ik eigenlijk ook thuis.'#

Vele jaren later, toen ze neerstreek in Sacromonte, zou ze opnieuw 'thuiskomen'. 'Er klikte wat, al is het landleven daar anders dan hier. De grond - een soort leem of löss - is daar zo hard en zo droog. Dat ruikt niet, geuren komen vooral los door vocht. Als ik nu aan Sacromonte denk, ruik ik vuurtjes van olijfbomenhout. Een heerlijke lucht, pittig en kruidig. En je hebt overal thijm, rozemarijn, eucalyptus, parasoldennen.'#

In haar vier levens kwamen ook steeds andere aspecten van haar persoon aan bod. 'Psychologen hebben aangetoond, dat er mensen zijn die uit een vrij groot aantal persoonlijkheden bestaan. In een bepaalde periode van je leven krijgt de ene kant een kans, in een volgende periode een andere. Niet iedereen heeft dat, maar bij mij is dat vrij duidelijk.#

'Tijdens mijn huwelijk met Karl was ik echt een artiestenvrouw. Dienstbaar, de 'ideale' echtgenote. Hij was beeldhouwer en is zijn hele leven politiek geweest. Die artiestenwereld is een heel apart wereldje; een beetje bohémien leven, maar ook veel discussiëren, nadenken, kijken, met interesse voor een heleboel dingen, en lak hebben aan alles.#

'Ik heb altijd geweten dat ik wilde schrijven, maar ik had geen tijd. Ik had een veel te druk leven. Maar dat kwam misschien meer door mijn man, die heel veel mensen aantrok, dan door mijn drie kinderen. Er was waanzinnig veel aanloop.#

Toegankelijk#

'Na mijn scheiding ben ik echt begonnen met schrijven. Ik weet niet hoe het is gekomen dat ik voor kinderen ben gaan schrijven. Dat verhaal over die boerderij wilde ik mijn hele leven al schrijven, omdat het zo belangrijk voor me was. Ik schreef De kinderen van het Achtste Woud op mijn veertigste. Dat het een kinderboek werd, ging vanzelf. #

'Het verschil tussen boeken voor volwassenen en voor kinderen is heel klein, denk ik. Niet alle volwassenboeken zijn leesbaar voor kinderen. Dus eigenlijk schrijf ik iets wat leesbaar, toegankelijk is voor kinderen. En dan wordt het een kinderboek.#

'De meeste van mijn boeken zijn voor kinderen vanaf een jaar of tien. Dat vind ik een leuke leeftijd, dan hebben ze nog niet die puberteitsproblemen. Ze staan open voor heel veel, willen veel weten. Ik denk dat dat de leukste leeftijd is, als je een beetje een goed leven hebt natuurlijk. Met die instelling van die kinderen voel ik me erg verwant. De dingen bekijken als nieuw. Ook alle kleine dingen.#

'Maar als ik schrijf, verplaats ik me helemaal niet in kinderen. Ik schrijf voor mezelf en ik wacht maar af: wie het lezen wil, leest het. Het enige wat ik doe, is proberen heldere taal te gebruiken en geen flash-backs en dat soort toestanden, want dat is voor kinderen lastig te volgen.#

'Alleen bij De eikelvreters had ik gedacht dat de uitgever zou zeggen: 'Dit is geen kinderboek meer, dit is een boek voor volwassenen'. Maar ze zeiden dat het toch een kinderboek was. Waarom weet ik niet. Ik geloof ook niet dat veel kinderen het lezen, voor veel kinderen zal het wat duister en langdradig zijn.#

'Op De kinderen van het Achtste Woud heb ik heel veel brieven van meisjes tussen de 12 en 14 jaar gekregen. Het is leuk om te lezen dat ze zich zo inleven. Maar er zijn boeken waarover ik nóóit iets van kinderen hoor. Op De eikelvreters heb ik maar één brief gekregen: van een meisje van 15 dat schreef dat ze helemaal niet van lezen hield, maar ze had dit in één keer uit gelezen. En jij vertelt dat jouw dochter van tien De eikelvreters al drie keer heeft gelezen. Dat geeft vreselijk veel voldoening. Net als dat ik van een mevrouw hoorde dat haar kind 'echte' boeken is gaan lezen, dankzij mijn bewerking van Niels Holgersson. Dat kind zit op de LOM-school en die bewerking is bedoeld voor kinderen met leesmoeilijkheden.'#

Haar lievelingsboek is Het onbegonnen feest, over een groepje dieren dat wacht op de terugkeer van de olifant Hannibal. 'De eikelvreters komt als tweede. Het onbegonnen feest is een gaaf verhaal. Wat ik als schrijver nastreef, is dat een bepaalde sfeer er ècht inzit. Dat wanneer het in Het onbegonnen feest regent, dat het dan ook ècht regent. Die dingen vind ik belangrijk. Naar mijn gevoel heb ik dat in dat boek het best volgehouden. Er zijn geen slappe stukjes in blijven steken. En de compositie werkt echt van de eerste naar de laatste regel toe.#

'Misschien zijn de dierenboeken als Het onbegonnen feest minder autobiografisch dan de andere. Toch zit er een heleboel van mij in. Bijna al die dieren zijn een aspect van mijzelf. Dat heb ik pas later ontdekt. Alleen Vlaamse Gaai ben ik niet zo heel erg, alleen wel eens een beetje. En die Wolf - een beetje een hippie - ben ik helemaal niet. Wat ik heel sterk ben is Pad, maar ook Zeugster, dat is juist heel raar, en Marter ben ik ook. #

'Ik ben Pad omdat ik onzettend graag niks doe, graag op de bank lig. En Zeugster... zodra ik bij de kinderen ben, doe ik niks anders dan koken en boodschappen doen. Redderen. En daar krijg ik dan ook weer schoon genoeg van en dan heb ik weer een plek voor mezelf nodig.#

'Marter is dus contactgestoord. Dat ben ik ook wel een beetje. Daar lach je om, maar dat is zo,' zegt Pelgrom, terwijl ze in de lach schiet. 'En Marter vindt zichzelf intelligenter dan de rest. Dat heb ik ook.' Weer lacht ze. 'Ik denk dat veel contactgestoorde mensen dat hebben. Dan praat ik over de intelligentie dat iemand anderen begríjpt. Ik bedoel dus niet: leren, maar iets wat je misschien 'verstand' kunt noemen. Je hebt ook intuïtieve intelligentie. Onder al die ongeschoolde mensen in Andalusië zitten superintelligente mensen, die veel inzicht hebben.#

'Dat komt ook voor in De eikelvreters, als de vader tegen die jongen zegt: 'Je gaat niet meer naar school, maar daarom ben je niet minder slim. Dan leer je andere dingen'. In Sacramonte bouwen alle mannen hun eigen huis. Ze doen alles zelf: licht, loodgieten, tegelszetten, stuccen, verven, metselen. Die huizen staan heel recht en goed in hun verband, dat moet wel want er zijn aardbevingen.'#

In de buurt van Granada was ze in 1985 terechtgekomen, nadat ze tien jaar alleen maar gewijd had aan schrijven en vertalen. 'En toen ben ik voor dat allemaal gevlucht. Het gaat je opvreten. Ik wil niks kwaads van niemand zeggen, maar het is een wereld die mij niet ligt. Voor eventjes, een paar weekjes, maar dan moet ik weer weg, want alleen maar dàt vind ik voor mij heel armoedig. Dat komt omdat ik van nature ook iets heel anders ben: ik ben een buitenmens, houd ervan met mijn handen te werken. Dus dat ben ik toen gaan doen. En daarnaast heb ik een beetje geschreven.#

'Op rondreis door Spanje kwam ik in Granada. Ik was in een wat moeilijke periode van mijn leven, alleen op reis, en werd verliefd op die stad. In Granada heerst iets heel lichtvoetigs en tegelijk iets heel melancholieks. Alles wat je ziet, is mooi.'#

Daar ontmoette ze Salvador Gonzáles Barrágan. 'Net als in het boek heeft hij altijd in de bouw en op het land gewerkt. Eerst wou hij helemaal niet dat ik hielp. Maar al heel snel vond hij werken op het land toch belangrijker dan dat schrijven van mij. Als de tuinbonen geplukt moesten worden en ik eigenlijk met iets anders bezig was, dan moesten die tuinbonen toch eerst. Nu doe ik niks meer op het land. Voor mij alleen? Onzin.'#

Ravijn#

'Zeven jaar geleden is hij tijdens het werk in een diep ravijn gevallen. Het is ongelooflijk dat hij het heeft overleefd. Vijf weken lang balanceerde hij op het randje van leven en dood; ribben waren door zijn longen geboord. Voor het ongeluk kon hij zo mooi zingen, maar het beademingsapparaat had zijn stem beschadigd.#

'Toen we pas samenwoonden, schreef ik Het onbegonnen feest. Dat gaat over een olifant die in een rivier dondert, over wachten hoe het afloopt, of hij te pletter is gevallen of dat hij terugkomt. Het merkwaardige is, dat ik het manuscript net op de post naar de uitgever had gedaan, toen Salvador in dat ravijn viel. Dat vond ik eigenlijk heel gruwelijk, net of ik het voorzien had. #

'Na zijn ongeluk hebben we een olijfgaardje gekocht, dat huisje gebouwd en besloot ik dat ik een boek van zijn verhalen wilde maken. Hij was geen prater, dus ik heb het uit hem getrokken. Er kwam steeds meer los, hij vond het steeds leuker worden. Ik heb wel wat met zijn leven gesjoemeld, want eigenlijk is het het verhaal van een heleboel mensen daar, die net zo geleefd hebben. Hij was heel trots bij de uitreiking van de Gouden Griffel voor De eikelvreters, beschouwde het ook als zíín boek.'#

Bij de uitreiking van de Theo Thijssenprijs, vanmiddag, is haar broer Herman Koch betrokken, want Jiskefet treedt op. In haar dankwoord zal ze geen filosofie verkondigen. 'Ik ga alleen op mijn vingers aftellen wie ik moet bedanken.' Ze weet de bestemming al van de 50.000 gulden die besteed dienen te worden aan iets dat verband houdt met haar oeuvre: 'Een portie gaat naar Pavel Möller Lück die in Oldenburg een poppenspel maakt van Kleine Sofie en Lange Wapper. Dan gaat er een bedrag naar een Zweedse en een Amerikaanse vertaler voor De eikelvreters en een bedrag naar The Tjong Khing en uitgeverij Querido, want we gaan weer samen een heel groot boek maken.#

'Die 75.000 gulden die voor mij zijn, jaag ik er in één jaar doorheen. Onder andere door buiten Europa op reis te gaan met de kinderen en kleinkinderen. We weten nog niet waarheen, daar moet nog een jaar over gediscussieerd worden.'#

 

© Het Parool, 30 september 1994

 

Hosted by www.Geocities.ws

1