Het Parool Dooi
Rascha Peper
Uitgeverij L.J. Veen, ƒ 32,90
Recensie uit het Parool

Het heeft er alle schijn van dat het genre een beetje in de vergetelheid is geraakt: truck- ersliedjes, in Nederland be- roemd gemaakt door de zin- gende chauffeur Henk Wijn- gaard. De truckersong is zo goed als dood, wat rest is de herinnering aan deze eerlijke liedjes over nog eerlijker kerels die met de vlam in de pijp over de Brennerpas scheuren. Zo'n soort kerel portretteert Rascha Peper in haar achtste boek Dooi.
Goed, haar kerel, de achtenvijftigjarige Ruben Saarloos, mag dan een schrijvende schipper zijn en geen trucker, maar in aanleg is de man even ongecompliceerd en recht door zee. Hij voegt zich met evenveel gemak naar de elementen als zijn collega's op het asfalt. Want in de laatste dagen van het jaar raakt de schipper met zijn boot vast in het ijs. In aanvang denk je dat hij vastvriest in de buurt van Antarctica vanwege een wat zwaar aangezette beschrijving van het landschap 'verlaten als een ijsvlakte in het laat-Pleistoceen', maar na anderhalve pagina blijkt dat de geschiedenis zich heel gewoon aan het IJsselmeer afspeelt.
Terwijl echtgenote Ina, eveneens de vijftig gepasseerd, het schip heeft verlaten, wacht Ruben die zich nu met reden Saarloos kan noemen, rustig af tot de dooi intreedt. Het duurt weken en in die weken houdt hij zich ledig met een vertaling voor zijn uitgever, met een beetje rommelen op zijn schip en met wandelingen op het kleine, onbewoonde eiland. De verveling heeft op Ruben geen vat. Welnee, hij trekt zijn joppertje aan en loopt de vrieskou in alwaar 'de wind hem een frisse rode kleur bezorgt, hij zag er gezond, zelfs opgewekt uit'.
Ook de buitenkant van het type herkennen we direct. Ruben is de sexy senior uit het reclamefilmpje voor de Hollandse rookworsten. Grijs bij de slapen, nuchter, eerlijk, een tikje eigenzinnig en over het algemeen tamelijk tevreden met het leven. Niets wijst erop dat zo'n ferme vent uit balans zou kunnen raken. En toch is dat de richting die Peper in haar novelle inslaat. Want tijdens zijn noodgedwongen verblijf aan het IJsselmeer ontmoet Ruben het schaatsende vrouwmeisje Bente Nerwanen. Ineens is ze er. Vanuit het niets. En ruimschoots voor de eerste tekenen van intimiteit weet je dat Ruben verliefd gaat worden. Hij mag dan recht door zee zijn, van steen is hij ook weer niet.
Ondertussen is het een komen en gaan van kraaien op het dek van het schip. Ze zijn de voorbodes van het naderende onheil, want in de boeken van Rascha Peper is een kraai natuurlijk nooit zomaar een kraai. Wie er per ongeluk toch overheen mocht lezen, wordt weinig subtiel opnieuw bij de les betrokken want plots verschijnt er een kraai met een bebloede snavel. Ruben ontdekt het dier via een spiegel, maar hij is niet in staat de feitelijke verschijning van de kraai waar te nemen. Even mysterieus is het nachtelijk telefoontje van een geheimzinnige onbekende en de verschijning van een Chinese jonk uit vroeger eeuwen. Het mag duidelijk zijn: we zijn in de twilight zone beland, de X-files kunnen worden geopend. Het wachten is op special agents Scully en agent Mulder. Maar die komen niet. Wel verschijnt Bente opnieuw aan de horizon en op zich is dat ook een wonder want het ijs begint nu werkelijk te dooien. Tijdens dit derde bezoek bedrijft het tweetal de liefde, door Peper in mierzoete bewoordingen gevat: 'Een vrouw bij wie hij zich een leeuw voelde, een oude leeuw, uitgekozen door de jongste leeuwin van de troep, verkozen boven alle jongere mannetjes die haar benaderden, een leeuwin die zich lenig voegde naar zijn lijf, totdat hij, al snel, iedere identiteit verloor, met haar naar grote hoogte steeg en vervolgens omlaag tuimelde in een lome leegte.'
Even daarvoor bleek ook Rubens scheepje al opgestegen en meegevoerd. Maar na het voorval met de kraai en de Chinese jonk hoeft dat niemand meer te verbazen. Een dag na de hemelse vrijpartij zet de dooi verder in en wordt Ruben uit zijn isolement verlost door een heuse ijsbreker. Hij is daar allerminst gelukkig mee, maar leg dat de jongens van de reddingsbrigade eens uit. Ook echtgenote Ina die hem aan de kade opwacht, vertelt hij liever niets van zijn avontuur. Het gewone leven herneemt zich, hoewel Ruben zich vrijwel dagelijks blijft afvragen waar Bente is gebleven. Het antwoord op deze vraag doet Pepers novelle in een subcategorie van het truckersgenre belanden en wel dat van de truckersmythen. Bente namelijk blijkt net als de legendarische Stille Willie een geestverschijning. Ze blijkt al maanden dood en kan feitelijk dus onmogelijk het bed hebben gedeeld met Ruben. Desondanks is er iets aangeraakt, is er iets voorgoed overhoop gehaald in het gevoelsleven van de bijna bejaarde schipper. Hij verlangt naar iets dat wellicht niet heeft bestaan, precies zoals zijn vader, die ernaar verlangde de ontdekker te zijn van de prehistorische coelacant en die daarvoor zijn wetenschappelijke carrière op het spel zette en het gezin verliet.
Botsende en ontregelende passies zou je Pepers handtekening kunnen noemen onder Dooi. Vanaf haar debuut De waterdame uit 1990 is dit het thema van de schrijfster geweest. Ook in de overdaad aan klassieke metaforen en het overdramatiseren van gebeurtenissen zien we de hand van Peper. Ze schrijft het soort literatuur dat overduidelijk en volstrekt voldoet aan de verwachting die je hebt als je op school leert over spanningsopbouw, over thema's en motieven. Dooi is wat dat betreft een keurig boek, inclusief zo'n geestverschijning die sinds W.F Hermans Dorbeck introduceerde niet meer is weg te denken uit de literatuur, waardoor het bijna een genre op zichzelf is geworden: het genre van de grote verdwijntruc waarin het conflict tussen feitelijke waarneming en het verlangen van de geest of het hart wordt gerepresenteerd via de Stille Willies van de letteren. Dat kan heel fraai zijn, zo'n onderwerp is goed genoeg, maar Pepers zwaar aangezette formuleringen, de nog nèt niet hoorbare romantische melodieën tijdens een bedscène, het aanzwellende tromgeroffel zodra er spanning dreigt maken Dooi een weinig subtiele, naar kitsch neigende vertelling. Waarom een dergelijke inhoud je in een liedje wel bevalt en in het boek van Peper niet, heeft veel te maken met wat het pretendeert. Dooi wíl kunst zijn, terwijl 't liedje er ronduit voor uitkomt dat het kitsch is.

Hosted by www.Geocities.ws

1