|
|
|
|
|
Boze Rooz,
bange Rosa
|
|
|
|
Noor Hellmann |
|
|
|
`Ik heb besloten om mezelf opnieuw
uit te vinden, want ik ben niet tevreden met hoe ik eruitzie en hoe ik ben.' Rosa wil niet langer een verlegen `grijs muisje' zijn;
voortaan zal ze stoer en brutaal door het leven gaan en bij dat nieuwe imago
hoort een andere naam: Rooz. Maar kun je jezelf wel
veranderen? Verwarrend zijn de twee stemmen die ze opeens in haar hoofd
hoort, ze bekvechten met elkaar: boze Rooz en bange
Rosa. Gek wordt ze ervan: wie is ze nu eigenlijk en
hoe wil ze zijn? |
|
|
|
De onzekerheden van de
14-jarige Rosa zijn vergelijkbaar met die van veel
leeftijdsgenoten. En boeken als de Hoe overleef ik-serie
van Francine Oomen zijn
dan ook zeer succesvol. Het nieuwste deel Hoe overleef ik mezelf? is nu
verschenen. Het zijn eigenlijk dagboeken in een modern jasje: als tiener van
deze tijd stort Rosa haar hart uit e-mails en `me-mails', die
afgewisseld worden door passages waarin Oomen aan
het woord is. Haar vlotte schrijfstijl sluit naadloos aan bij het stoere
jongerenjargon waarvan haar hoofdfiguur zich bedient en dat ritselt van
superlatieven als `vet', `cool', `kei-aardig', dan wel `keigaaf'. Een ander kenmerkend
aspect van jongerentaal, zo leren de e-mails, is
meligheid: een jolige toon werkt relativerend. Berichten boordevol puberleed
eindigen dan ook met een luchtig `doeideboei' of
`de meelballetjes'. Toch is het het leven voor Rosa bepaald
niet opbeurend sinds ze in het vorige boek Hoe overleef ik mijn eerste zoen? verhuisd
is van Den Bosch naar Groningen en haar moeders vriend Alexander
(`Apenbil') bij hen is ingetrokken. Ze belandt in een identiteitscrisis. Een
belangrijke preoccupatie is haar uiterlijk. Nadat ze door klasgenoten `Miss Piggy' is gedoopt, begint Rosa
als een gek te lijnen. De gerechten van haar moeder - boekweit, vegetarische
knakworst en `gierst met kaassaus met klonten en pompoen' - laat ze voortaan
staan. Dag in dag uit slaat ze de maaltijden over, om tenslotte,
duizelig van de honger, een pak chocoladevla naar binnen te werken. Na zo'n moment van slapte steekt ze boven de wc walgend haar
vinger in haar keel. Ze valt af, maar
vriendschap en waardering levert het niet op. Op school gaat ze steeds
slechter presteren. Ze voelt zich eenzaam en onbegrepen. Haar moeder heeft
door een drukke baan en de zorg voor Rosa's kleine
halfbroertje nauwelijks aandacht voor haar. Bij alle ellende bieden de (uit
tijdschriften geplukte) lijstjes met tips die Rosa
en haar twee internetvrienden elkaar sturen uitkomst. Ze geven antwoord op
vragen als: hoe overleef ik mijn ouders? Hoe zet ik een piercing? Vooral in
dat laatste ziet boze Rooz een mogelijkheid zich te
bevrijden en ze trekt er met haar spuitbussen op uit. Ook de lezers kunnen, met alle
adviezen zo op een presenteerblaadje, direct aan de slag. De vraag of dat ook
wenselijk is, lijkt Francine Oomen
niet bezig te houden. Met haar felrealistische, nogal clichématige
schrijfwijze biedt ze haar publiek precies wat het wil horen. Onbedoeld komt
de boodschap van het boek echter hierop neer: de puberteit - begin er niet
aan! |
|
|