Cees Nooteboom
Allerzielen
door Johan Diepstraten
Het is iets van de laatste jaren. Hugo Claus paste het toe in De geruchten, Mulisch in De ontdekking van de hemel, A.F.Th. van der Heijden in Het hof van barmhartigheid en nu Cees Nooteboom in zijn roman Allerzielen: de handeling wordt onderbroken door een koor als in een tragedie. Het zijn gewone caf�bezoekers, engelen of dolende zielen die meer weten dan de hoofdpersonen. In Allerzielen blijft het tot het einde toe onduidelijk wat voor wezens het zijn die commentaar geven op de gebeurtenissen. Het zullen wel de stemmen in het hoofd van de schrijver zelf zijn.

Het koor van Cees Nooteboom oordeelt niet, maar registreert. Het stelt vast dat alle verhalen, idee�n en gedachtespinsels nauwelijks iets voorstellen. Er was een Oedipus voor de straf, een Medea voor de wraak en een Antigone voor het verzet, maar wat voor eeuwigheidswaarde hebben de lotgevallen van hoofdpersoon Arthur Daane en zijn drie vrienden? �Uit jullie verdriet zal nooit meer een munt in woorden geslagen worden die voor anderen geldig is, voor de beperkte eeuwigheid waarover jullie beschikken. Afleveringen, faits divers, soap. Jullie hebben geen echo.'

Niet alleen het koor, ook de romanpersonages beseffen meer dan eens dat hun visie op de wereld weinig opzienbarend is. Banale klets noemt Nooteboom hun opvattingen. Ze praten in clich�s. Het gaat vooral om dingen die ieder ander eveneens had kunnen bedenken. Ook al relativeert Nooteboom op deze manier de af en toe hoogdravende filosofische discussies, hij weet verdraaid goed dat het bepaald geen onzin is wat er op tafel komt. Het koor mag roepen dat de personages geen echo hebben, Nooteboom doet er alles aan om zijn roman toch in een traditie te plaatsen.

De belangrijkste verhaallijn in Allerzielen is het gegeven dat Arthur Daane, een ruim veertig jarige cameraman die tien jaar geleden zijn vrouw en zoontje bij een vliegtuigongeluk ver loor, voor het eerst weer gefascineerd raakt door een vrouw. Deze jonge geschiedenisstudente Elik Oranje is een geheimzinnige vrouw die de klassieke functie van de sirene inneemt. Als een moderne Odysseus kan Arthur Daane geen weerstand bieden aan haar lokroep. Zij lokt hem niet naar Ithaca waar hij ooit met zijn vrouw verbleef, maar naar Nootebooms vertrouw de Spanje.

Veel handelingen zijn er niet, maar wat er gebeurt, heeft een overdonderende lading. Voor het eerst schreef Nooteboom een roman van vierhonderd pagina's en het lijkt erop dat hij al zijn voorafgaande boeken in ��n overweldigende roman wilde samenvatten. De hoofdpersoon is de dolende zwerver die verwant is aan Sokrates uit Het volgende verhaal. Arthur Daane denkt zoals Nooteboom in Berlijnse notities en hij kijkt als de reisbeschrijver in De filosoof zonder ogen. Veel passages komen vertrouwd over in deze roman waarin Nooteboom zichzelf overtreft.

Al in een eerder reisboek had Nooteboom uitgelegd dat een stad tweemaal bestaat. Er zijn de zichtbare monumenten, straten en stenen, maar er is ook een ander gedeelte. Dat is de stad die bestaat uit alle woorden die er ooit gezegd zijn, �een onophoudelijk, nooit eindigend gemompel, gefluister, gezang en geschreeuw dat in eeuwen geklonken heeft en weer is weggewaaid.' In archieven, spreekwoorden, straatnamen en schilderijen is dat bewaard gebleven. Juist naar dit andere gedeelte is Arthur Daane op zoek.

Als cameraman voor CNN, BRT en NPS legt hij de wereld vast zoals die iedere dag te zien is in journaals en documentaires. Het is de wereld van de bombardementen, van de corruptie schandalen en van de moordcommando's. Er is een tweede wereld, maar daarvoor hebben zijn opdrachtgevers geen belangstelling. Arthur Daane filmt het licht en de schemering, zonsopgangen, voetstappen van voorbijgangers, de kale takken van een boom. Hij heeft belangstelling voor alles wat overbodig is, waar niemand op let.

De beelden die hij voor zichzelf maakt, gaan over tijd, over vergankelijkheid, over anonimiteit en over afscheid. �Die film, zo wist hij zeker, zou iets moeten uitdrukken over de wereld zoals hij, Arthur Daane, haar zag. Maar hij zou er ook in moeten verdwijnen.' Die gedachte is zo vreemd nog niet, omdat hij het verlies van zijn vrouw en zoontje niet kan verwerken.

De ziel van Daane spiegelt zich aan het land waar hij verblijft. Ook hij lijdt, net als de inwoners van Duitsland, aan een ziekte die gekenmerkt wordt door rouw, boete en schuldgevoel. Zijn zelfonderzoek houdt nooit op. Zoals Berlijn wordt opgebouwd na de val van de muur, zo moet Arthur Daane richting vinden in zijn leven. Vooralsnog ziet hij in de gebouwen van de stad waar hij woont alleen maar geschiedenis. De herinneringen aan zijn vrouw en kind beheersen zijn leven. Tot de komst van zijn sirene, Elik Oranje, die zich eveneens in het verleden heeft begraven. Zij werkt aan een proefschrift over een middeleeuwse Spaanse koningin. Vrijwel iedereen is verdwaald in de geschiedenis.

In mindere mate geldt dit voor de drie vrienden met wie hij voortdurend in een Weinstube is. Met een beeldhouwer (Victor), een filosoof (Arno) en een astronome (Zenobia) theoretiseert Arthur Daane over de wereld, over de waarheid, over �het einde van de geschiedenis' (Hegel) en over al die andere vraagstukken waar niemand het antwoord op weet. In De ontvoering van Europa had Nooteboom al uitgelegd wat romanpersonages moeten doen: fabuleren, liegen en toveren. En dat doen ze met verve.

Het is een roman van de levenden over de doden. De zielen van de gestorvenen kijken het hele jaar uit naar 2 november, die ene dag waarop ze herdacht worden. Maar voor Arthur Daane is het iedere dag Allerzielen. Hij is zo verstrikt in het verleden, dat hij zelf nauwelijks leeft. De angst dat herinneringen spoorloos verdwijnen, verlamt hem. Als cameraman die uitgestuurd wordt naar de brandhaarden in de wereld, heeft hij te maken met aanslagen, nekschoten en onthoofdingen. �Het ergst was de vergetelheid die vrijwel onmiddellijk daarna inzette, de orde van de dag, alsof het er niet meer toe deed op een bevolking van zeven mil jard.' Alles verdwijnt spoorloos, dit clich� hangt als een doem over de roman.

Wat rest er voor Arthur Daane? Zijn vrouw en kind zijn verdwenen. Tijdens zijn speurtocht naar zijn sirene Elik Oranje is hij in elkaar geslagen in een Spaanse disco en verkeert een aantal dagen op de intensive care in coma. Hij is als het ware voor even onder de doden. Elik Oranje zal verder zwijgen in zijn leven nadat de hoofdpersoon op de laatste pagina besluit niet verder naar haar te zoeken en te kiezen voor �het wijde noorden'.

Het is alom vergetelheid in deze roman. Maar is er dan niet de kunst om daaraan te ontko men? �Ik moet daar vreselijk om lachen,' beweert de beeldhouwer Victor. �Vooral schrijvers hebben daar een handje van, meesters van de toekomstige onsterfelijkheid. Sporen nalaten, noemen ze dat, terwijl wat zij doen, nog het snelste beschimmelt.'

Maar Cees Nooteboom weet wel beter. Allerzielen is zijn weerwoord op de vergankelijkheid. De waan van de dag heeft het afgelegd tegen de verbeelding, de enige macht die een schrijver heeft. Althans, voor een schrijver van het uitzonderlijke niveau als Cees Nooteboom.

Cees Nooteboom. Allerzielen. 400 pagina's. Uitgeverij Atlas. Prijs: 49,90.


Hosted by www.Geocities.ws

1