Trouw, 9 januari 1999

 

'Let er maar niet op dat ik huil'

 

NANDA ROEP

Ieder nieuw begin betekent ook een afsluiting van iets, waarvan je misschien heel veel hebt gehouden. In het boek 'De dam' van Selma Noort is het nieuwe begin een leven opbouwen in Frankrijk. Daarvoor moet echter een leven met het complete gezin worden afgesloten.

'De dam' schetst het stuk niemandsland tussen afscheid en begin: wanneer al duidelijk is dat de oude situatie nooit weerkeert, maar als de nieuwe richting nog niet stevig is vastgelegd. Zodra duidelijk is welke kant het gezin zal opgaan, is het boek uit.

Volgens de achterflap heb je dan een 'spannend, aangrijpend, soms zelfs een beetje beklemmend' verhaal gelezen, maar de elfjarige ik-figuur Silvie stapt net te nonchalant door het leven en de scheiding van haar ouders, om de situatie werkelijk aangrijpend te maken. Eigenlijk is het juist ook wel prettig dat 'De dam' geen tearjerker is. Silvie ziet alles tenminste door de ogen van het kind dat ze is: niet te zwaar en eerder vrij luchtig. Ze neemt de situatie voor wat die is. Het houdt het boek plezierig om te lezen.

De eerste zin zet je direct midden in het verhaal. ``Op een smerige parkeerstrook in Belgie stoppen we pas.'' Mama Claudette is het zat dat haar man en de vader van haar vier kinderen altijd zijn werk laat voorgaan. Na er lang mee te hebben gedreigd, heeft ze nu eindelijk de knoop doorgehakt en hem verlaten. Ze neemt haar vier kinderen mee naar Frankrijk, haar moederland.

De kinderen zijn duidelijk vertrouwd met de emoties van hun moeder. Ondanks vele huilbuien en uitbarstingen ontstaan er geen spanningen. In tegenstelling tot hoe het in de realiteit vaak gaat, denkt geen van de kinderen dat hij of zij schuldig is aan de situatie. Mama zegt ook: ``Let er maar niet op dat ik huil. Het gaat de hele tijd vanzelf, ik kan het niet tegenhouden.'' Dat is prettig. De problemen van de ouderen hoeven geen schade toe te brengen aan de kinderen.

De grens tussen het kind en de volwassene is sowieso niet erg scherp in 'De dam'. De ouderen staan nog heel dichtbij hun kinderlijke gevoelens - zoals mama die ontroostbaar is en oma die kinderlijk pissig kan zijn. En de kinderen pakken zo nu en dan de verantwoordelijkheid van een volwassene. Vooral de oudste dochter Leila doet dat, maar ook Silvie en Willem krijgen te maken met volwassen taken. Grappig zijn de trucjes die ze soms vinden om te bereiken wat ze willen:

``'Ga in de schaduw zitten, Jantje', zeg ik. 'Anders krijg je pijn in je hoofdje.' 'Nee', zegt Jantje. 'Wil niet.' Willem komt naast me staan. 'Jantje mag niet in de schaduw zitten', zegt hij. 'Wel!' zegt Jantje. Hij kruipt een stukje verderop tot hij in de schaduw van het huis zit en kijkt ons triomfantelijk aan. 'O, o, dat mag niet, hoor', zeg ik nu ook. 'Wel!' zegt Jantje nog een keer. Hij kijkt onverzettelijk, klaar voor de strijd.''

Vooral Grandmère vindt het normaal dat de kinderen meehelpen. Bijna streng deelt ze Silvie klusjes toe. Ze laat haar steeds de was ophangen alsof het de gewoonste zaak van de wereld is dat een elfjarige het voor een gezin doet, maar Silvie lijkt er geen problemen mee te hebben.

Deze passages in het dorpje 'van de tien huizen', op een heuvel langs een rivier, beschrijven een lekker chaotisch en vrij buitenleven. De kinderen kunnen naar een zonnebloemveld, op de schommel aan de tak van een eikenboom en spelen in de rivier even verderop.

Nadat hun vader eerst een zakenreis naar Londen heeft gemaakt, is hij naar Frankrijk gereden. ``'Papa is er', zegt hij. 'Maken ze al ruzie?' vraag ik. 'Ja', zegt Willem.'' En anders dan veel kinderen zullen hopen, komt het echtpaar niet tot elkaar, maar neemt het afscheid. Zonder wrok laat papa regelen dat de spullen die nog in Nederland staan, worden ingepakt en opgestuurd. Leila gaat met haar vader terug naar Nederland en de anderen blijven bij hun moeder en Grandmère in Frankrijk. ``Mijn moeder kijkt naar ons. 'Zo', zegt ze. Haar stem klinkt een beetje plagerig. 'Dus jullie worden een Frans jongetje en een Frans meisje.' (. . .) We grijnzen een beetje naar elkaar. 'Oui, mama', zeg ik. En mijn moeder lacht alweer.''

Wanneer het door de ogen van bijvoorbeeld Leila was beschreven, was de beleving natuurlijk heel anders geweest, maar nu verloopt de scheiding best soepel. Je krijgt er geen brok van in je keel, of zo. Eigenlijk verloopt de overgang naar het nieuwe leven uiteindelijk heel warm en liefdevol - precies zoals we volgens de achterflap Noort al kennen. Kennelijk legt zij deze sfeer automatisch in haar verhalen. Ze zou eens kunnen overwegen er haar kracht van te maken, want het mag best verder worden uitgebuit.

 

Hosted by www.Geocities.ws

1