NELLEKE NOORDERVLIET
Uit het paradijs
Meulenhoff,
Amsterdam, 317 blz. 798 fr.
Het menselijk geheugen verdringt vaak negatieve herinneringen. Nelleke Noordervliet daarentegen heeft het in haar nieuwste boek, Uit het paradijs, dat vanaf volgende week in de Vlaamse boekhandel ligt, uitgerekend over dergelijke zwarte jeugdherinneringen.
IN Uit het paradijs vertelt Nelleke Noordervliet
over een jeugd waarin voor onschuld geen plaats was. Niet verwonderlijk dus,
dat haar hoofdpersonage, David Berk, er niet meteen warme herinneringen aan
heeft. Noordervliet heeft van noodlottige verwantschappen haar specialiteit
gemaakt. Evenmin verwonderlijk dus dat ze David Berks sombere jeugd
benutte als basis voor een pakkende roman.
David Berk, een tekenaar en letterontwerper van iets over de vijftig,
krijgt na de dood van zijn vader bezoek van zijn halfbroer, die in Brussel
woont. 's Nachts heeft hij in de auto ook een visioen van zijn intussen al
meer dan dertig jaar geleden gestorven moeder.
Met haar overlijden was iets aan de hand: ze was door de Vlaamse familie
waar ze na haar scheiding van Davids vader ingetrouwd was, in een
inrichting geplaatst en ze had door een vreemde oorzaak - of was het zelfmoord? -
de dood gevonden.
Het visioen slingert David terug in het verleden, doet schuldgevoelens
opborrelen over zijn vermeende aandeel in de kwestie en drukt hem met zijn
neus op zijn solitaire bestaan - een rechtstreeks uitvloeisel van zijn
positie als buitenstaander in die uiterst patriarchale stieffamilie.
Nelleke Noordervliet zit met dit thema op een spoor dat behoorlijk
klassiek oogt. Uit het paradijs is een familieroman die past in een
oude Nederlandse literaire traditie, maar het boek bezorgt je ook een
behoorlijke verrassing, omdat het Vlaamse aandeel in het verhaal zo sterk is.
Noordervliet heeft in vroeger werk al bewezen dat ze zich probleemloos in
een andere tijd en mentaliteit kan verplaatsen, denk maar aan haar debuut,
Tine, over de eerste vrouw van Douwes Dekker of de historische
roman Het oog van de engel, die zich ten tijde van de Franse
revolutie afspeelde.
De professionele soepelheid waarmee ze haar research in een verhaal
integreert, levert ons in Uit het paradijs een milieuschets op van
Vlaanderen die pijnlijk correct is. Zo'n inlevingsvermogen kom je bij
buitenlanders niet elke dag tegen.
DAVID BERK brengt zijn prille jeugd door in een huis bij de duinen in
Bloemendaal. Zijn vader Wouter runt een bioscoop in
het nabijgelegen Haarlem, een beroep dat een portie glamour belooft,
waar zijn moeder, de levendige, voluptueuze Gezina, in al haar naïviteit
voor gevallen was.
Gezina koesterde kinderlijke verwachtingen over het huwelijk, maar in
werkelijkheid komt het erop neer dat ze, wanneer haar man naar de stad is, de
dagen thuis moet slijten, alleen met haar kind. We schrijven de jaren
vijftig: de vrouw bleef nog bij de haard.
Kortom, Gezina kwijnt weg, dus wanneer een van Wouter Berks
zakenrelaties, de Belg Jef Vervaecke met zijn glimmende Dyna Panhard, in Bloemendaal op
bezoek komt, staat ze te springen om uit haar gevangenis te ontsnappen.
Gezina speelt haar rol van wulpse Marilyn Monroe ten voeten uit en
verlaat een poos daarna haar man om met haar zoontje bij ,,nonkel Jef'' in te
trekken. Ze ruilt haar stulpje aan zee - en David zijn kinderparadijs - voor
een kil herenhuis aan de Brusselse Louizalaan.
Daar moet ze tot haar ontgoocheling vaststellen dat er eigenlijk niet
zoveel verandert in haar leven. Ze blijft een muurbloempje; Jef is de meeste
tijd weg naar de rubberfabriek van stamvader Jean Vervaecke en bovendien
worden zij en David door de rest van de inwonende familie als indringers
beschouwd.
Gedeeltelijk uit verveling, gedeeltelijk omdat ze van nature zo gul is,
begint Gezina een verhouding met de patriarch zelf.
NOORDERVLIET schildert uitermate overtuigend het wespennest waarin David en Gezina zijn
terechtgekomen. Gezina is een opportuniste die zich snel aan haar omgeving aanpast,
maar de duistere, katholieke geslotenheid rondom haar slaat haar toch uit
haar lood.
Het lijkt misschien wat vreemd
dat de Brusselse omgeving in Uit het paradijs exclusief
Nederlandstalig is, maar goed, het is al bourgeoisie wat de klok slaat, en daar
weet Nelleke Noordervliet wel raad mee.
Het preutse conservatisme van de Vervaeckes overtreft wel alles wat Nederlanders aan calvinistische inhibities kennen, maar
het komt beslist niet grotesk over. Het doet zelfs goed om het enge
naoorlogse Vlaanderen zo raak geportretteerd te zien, ook al is het
beeld niet flatterend.
Volgens Noordervliet slepen Vlamingen dus meer ballast met zich mee - de
psychische last die de volwassen David Berk torst, is destijds door die
afgrijselijk superieure Vervaeckes op hem geladen. Dat een dergelijke
clangeest alleen in Vlaanderen zou bestaan, is natuurlijk onzin. Maar Nelleke
Noordervliet illustreert gewoon haar these, dat het voor een jong kind niet
makkelijk is om zich opgenomen te weten in een andere familie.
Davids jongere broer Cyrille, die in Brussel wordt geboren, wordt wel een
echte Vervaecke. Hij wordt zelfs de opvolger van Jean en Jef, en het is in
die hoedanigheid dat hij zijn broer in Leiden gaat opzoeken.
Niet dat David echt in de verdrukking komt wanneer zijn broer met vrouw
en dochter arriveert, want hij kijkt de visite zo goed als buiten. Maar veel
haalt het niet uit: Cyrille biedt tactloos aan Davids Leidse huis te
kopen, omdat die toch het huis van zijn vader bij de duinen erft. Cyrilles
dochter wil namelijk in Leiden kunstgeschiedenis gaan studeren, en hij zoekt een
onderkomen voor haar.
Die ultieme vorm van bemoeienis is een van de kleine ongerijmdheden die
de logica van dit voorts zo knap geconcipieerde boek verstoren. Stuurt de
vader zijn dochter naar Leiden om de banden met zijn broer nauwer aan te
halen, of hoe zit dat? De schrijfster komt er niet helemaal uit.
Noordervliet zet trouwens in de passages die in
het heden spelen, eenzijdiger personages neer dan in de flashbacks.
Cyrille, bijvoorbeeld, lijkt veeleer het prototype van een Hollandse dan van een
Vlaamse zakenman, en zijn vrouw Coco en dochter Nadine moeten nog het
eerste woord over emancipatie horen.
Laten we wel wezen: deze figuren zijn uit de realiteit gegrepen. Alleen maken de flashbacks naar de jaren vijftig, naar de Hollandse
Gezina in haar rol van fatale Maria-Magdalena en haar Brusselse huisgenoten,
veel meer indruk.
Ook de volwassen David maakt als rabiate misantroop meer bokkensprongen
dan nodig en het feit dat zijn irritante schoonfamilie de cirkel sluit door
hem te wijzen op zijn verantwoordelijkheid voor zijn eigen dochter, die aan
de drugs is, doet wat gechargeerd aan.
ER is niet veel nodig om een familieroman als een karikatuur ten
onder te doen gaan. Meer dan eens flirt Nelleke Noordervliet met wat David Berk
het ,,soapwezen'' noemt, met situaties die gevaarlijk naar melodrama
ruiken.
Het schuldmotief als motor van het boek is één voorbeeld: ,,Jij hebt 't
gedaan'', zegt Gezina in haar visioen, wat David opvat als zou hij schuld
hebben gehad aan haar dood. Een zuiderse, katholieke reflex, zeg maar, waar de nuchtere
Cyrille dan weer verrassend tegen ingaat door op zoek te gaan naar de
waarheid.
Alleen klinkt die waarheid, wanneer de twee broers op de laatste
bladzijden van het boek samen de archieven van het tehuis induiken, volstrekt
overbodig. Reden genoeg dus om te zeggen dat Uit het paradijs zich
soms in wankel evenwicht bevindt.
Anderzijds is het duidelijk dat deze roman bewust controversieel wil
zijn. Dat is iets wat Nelleke Noordervliet zich met haar psychologische flair
en fabelachtige zin voor synthese wel kan permitteren.
Haar vorige roman, De naam van de vader, speelde zich nogal
modieus af tegen de achtergrond van de Duitse hereniging, maar Uit het
paradijs is aan geen heersende trends op te hangen.
Soms doet het portret van de tragische gevallen engel Gezina en van de
Vervaeckes aan Claus denken; de balans van vijftig jaar naoorlogse leegte die
Nelleke Noordervliet opmaakt, zou trouwens op een internationaal podium
niet misstaan.
Pijnloze lectuur is dit nieuwe boek over zonde en noodlot allerminst; maar precies omdat het zo
verscheurend is en op zo'n ijzige manier emotioneel, laat het je geen moment
onberoerd.
Karel Osstyn